id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.455 Rolnummer: A. 186608/X-13593 Zaak: Arrest 186455 - Handelsvestigingen - 24/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-01 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 08:36 Fiche Arrest nr 186.455 van 24 september 2008 Economische zaken - Handelsvestigingen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.455 van 24 september 2008 in de zaak A. 186.608/X-13.593. In zake : de n.v. DOGA, die woonplaats kiest bij advocaten S. VERBIST en R. TIJS, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Graaf Van Hoornestraat 34 tegen : 1. de stad AALST, die woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te 9200 DENDERMONDE, Noordlaan 82-84, 2. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : - de minister van Economie, - het Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie, die woonplaats kiezen bij advocaat J.-F. DE BOCK, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg 612. tussenkomende partijen : 1. Jozef DIERICKX, die woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure 5, 2. de n.v. VERENIGDE MEUBELFABRIKANTEN (V.M.F.), die woonplaats kiest bij advocaat C. POPPE, kantoor houdende te 9051 SINT-DENIJS-WESTREM, Pieter Van Reysschootlaan 2. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de n.v. DOGA op 7 januari 2008 heeft ingediend en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van: “- De beslissing van het college van Burgemeester en Schepenen van de stad Aalst van 17 september 2007 waarin in een enig artikel aan de heer Jozef Dierickx (...) een sociaal-economische vergunning wordt verleend voor wijziging van de aard van de handelsactiviteit van een vergunde meubelzaak (Meubel Outlet) naar een supermarkt AD Delhaize X-13.593-1/9 (algemene voedingswaren) gelegen Gentse Steenweg 410 te 9300 Aalst met een netto-verkoopoppervlakte van 1.377 m². - Het advies van het nationaal-sociaal-economisch comité voor de distributie van 29 augustus 2007 - Het advies van de dienst economische zaken van de stad Aalst van 11 september 2007”; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 6 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. SCHOUKENS, die loco advocaten S. VERBIST en R. TIJS verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat P. VANDENDAEL, die loco advocaat J. NIJS verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat I. BOCKSTAELE, die loco advocaten P. AERTS en F. VAN NECK verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en loco advocaat C. POPPE voor de tweede tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. Rechtspleging 1.1. Met een verzoekschrift van 31 januari 2008 heeft Jozef DIERICKX gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen. X-13.593-2/9 1.2. Met een verzoekschrift van 15 februari 2008 heeft de n.v. VERENIGDE MEUBELFABRIKANTEN gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen. 2. Voorwerp van de vordering 2.1. In het verzoekschrift wordt in de uiteenzetting van de feiten enkel verwezen naar de beslissing van 17 september 2007 als de “thans bestreden beslissing”, en wordt in het dispositief enkel de schorsing (en de nietigverklaring) gevraagd van “de bestreden beslissing”. In het verzoekschrift wordt tevens alleen de stad Aalst als tegenpartij aangeduid. 2.2. In het eerste middel wordt aangevoerd dat de voorafgaande adviezen, omschreven als voorbereidende handelingen, onwettig zijn en bijgevolg ook “de bestreden beslissing” die hierin haar grondslag vindt. Ook in het tweede middel wordt een onderscheid gemaakt tussen de inhoudelijke gebreken van de adviezen en “de thans bestreden beslissing”, waarmee de door het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst op 17 september 2007 verleende vergunning van handelsvestiging is bedoeld. 2.3. De voorgelegde beslissing van de verzoekende partij van 24 december 2007 om in rechte te treden houdt enkel een uitdrukkelijke beslissing in om de beslissing van 17 september 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst aan te vechten. 2.4. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat het voorwerp van de vordering moet worden beperkt tot het besluit van 17 september 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst waarbij aan Jozef Dierickx de sociaal- economische vergunning wordt verleend voor de wijziging van de aard van de handelsactiviteit van een vergunde meubelzaak (Meubel Outlet) naar een supermarkt AD Delhaize (algemene voedingswaren) gelegen te Aalst, Gentse Steenweg 410, met een netto verkoopsoppervlakte van 1.377 m². X-13.593-3/9 3. Ontvankelijkheid De verwerende partijen en de tussenkomende partijen betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties zou zich slechts opdringen indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering vervuld zijn, hetgeen, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is. 4. Over de grondvoorwaarden voor de schorsing 4.1. Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.2. Over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 4.2.1. Luidens artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat de verzoekende partijen in hun verzoekschrift duidelijk en concreet dienen aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaan of dreigen te ondergaan, en dat met nadien bijgebrachte feiten en verklaringen en niet bij het verzoekschrift gevoegde stukken geen rekening kan worden gehouden. De verzoekende partijen X-13.593-4/9 mogen zich in hun uiteenzetting niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dienen integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaan of dreigen te ondergaan. 4.2.2. In het verzoekschrift zet de verzoekende partij het moeilijk te herstellen ernstig nadeel uiteen als volgt: “29. Zoals ook reeds bij het belang uiteengezet, behelzen de activiteiten van verzoekende partij voornamelijk de aan- en verkoop, de vertegenwoordiging, de commissie en de consignatie van alle artikelen van grootwarenhuizen (voedingswaren, textiel, fantasie- en diverse artikelen) (...). Daarmee zijn de activiteiten gelijklopend (supermarkt) met deze van de supermarkt AD Delhaize waarvoor een sociaal economische machtiging werd afgeleverd met de thans bestreden beslissing. Niet alleen de activiteiten zijn gelijkaardig, ook het bedieningsgebied is hetzelfde. Verzoekende partij baat te Aalst een Contact GB uit, nl. een Contact GB te Raffelgemstraat 18 te 9300 Aalst (op +/- 900 m verwijderd van de geplande AD Delhaize). 30. De geplande AD Delhaize te Gentsesteenweg 408 en de bestaande Contact GB te Raffelgemstraat 18 (uitgebaat door verzoekende partij), bevinden zich op een boogscheut afstand van elkaar en dekken aldus hetzelfde bedieningsgebied. Beide ketens komen daarmee in een moordende concurrentie terecht aangezien de draagkracht van het bedieningsgebied onvoldoende groot is. 31. in haar advies van 29 augustus 2007 werd door het NSECD zelfs het woord ‘kannibalisme’ gebruikt: Er bestaat tevens een door het College van Burgemeester en Schepenen sedert 23 januari 1995 ingesteld moratorium op de inplanting van grote distributiebedrijven langsheen de Brusselse en de Gentse steenweg. In de Collegebeslissing van 22 april 2003 werd toelichting verstrekt met betrekking tot de beoogde productassortimenten onderworpen aan voormeld moratorium. Sommige leden kunnen zich akkoord verklaren met de door aanvrager aangehaalde mogelijke inplanting van een supermarkt, gericht op een marktgebied gelegen ten zuidwesten van de stad Aalst. Zij vrezen echter voor ‘kannibalisme’ tussen deze vestiging en de aangrenzende Delhaize vestiging gelegen te Lede. 32. Merkwaardig genoeg wordt het kannibalisme, dat wel toegepast wordt op de aangrenzende Delhaizevestiging niet toegepast op de aangrenzende Contact GB welke slecht op enkele honderden meter afstand gelegen is van de inplantingsplaats van de geplande Delhaize. Dit kannibalisme doet zich uiteraard op dezelfde manier voor ten aanzien van de Contact GB uitgebaat door verzoekende partij. Daardoor is de verzoekende partij in haar voortbestaan bedreigd. Verzoekende partij baat immers slechts één Contact GB uit en is volledig afhankelijk van d(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.