← België

Arrest 186488 - Milieuvergunningen - 25/09/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.488 Rolnummer: A. 140241/VII-30490 Zaak: Arrest 186488 - Milieuvergunningen - 25/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-24 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:36 Fiche Arrest nr 186.488 van 25 september 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.488 van 25 september 2008 in de zaak A. 140.241/VII-30.

  1. In zake : de NV AFFLIGEM BROUWERIJ BDS, die woonplaats kiest bij advocaten D. RYCKBOST en E. RYCKBOST, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat 80 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaten F. VINCKE en G. MARTYN, kantoor houdende te AVELGEM, Doorniksesteenweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV AFFLIGEM BROUWERIJ BDS op 11 augustus 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking van 12 juni 2003 waarbij het beroep dat de afdeling Water van de administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer had ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 5 december 2002, houdende het verlenen aan de verzoekende partij van de vergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een bierbrouwerij, gelegen aan de Ringlaan 18 te Opwijk, gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing in dier voege wordt gewijzigd dat de gevraagde uitbreiding van het oppompingsdebiet van de grondwaterwinning in de Paleozoïsche sokkel wordt geweigerd, de hernieuwing van de voorheen vergunde grondwaterwinning in voormelde sokkel wordt beperkt tot een termijn van twee jaar op proef, en twee bijkomende bijzondere vergunningsvoorwaarden worden opgelegd waarbij de exploitant wordt verplicht tot het opstellen van een interne wateraudit en het uitvoeren van maandelijkse peilmetingen gedurende de proefperiode, meer bepaald : VII-30.490-1/3 "- het artikel 2, 3/ voor wat betreft de weigering van de uitbreiding van de grondwaterwinning in de watervoerende laag in de Paleozoïsche sokkel tot 400 m3/dag en tot 100.000 m3/jaar - en het artikel 2, 4/ voor wat betreft de beperking van de vergunningstermijn voor de toegestane grondwaterwinning in deze watervoerende laag met een oppompingsdebiet van 100 m3/dag en 25.000 m3/ jaar tot een periode van 2 jaar op proef in plaats van een vergunningstermijn die eindigt op 1 september 2011"; Gelet op het arrest nr. 128.096 van 12 februari 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 9 maart 2004 ingediend door de verzoekende partij; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 31 maart 2008; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, VII-30.490-2/3 zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig september tweeduizend en acht, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. A. VANDENDRIESSCHE. VII-30.490-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.488 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.128.096 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.