← België

Arrest 186543 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 26/09/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.543 Rolnummer: A. 189672/IX-6060 Zaak: Arrest 186543 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 26/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-08 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-29 08:37 Fiche Arrest nr 186.543 van 26 september 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.543 van 26 september 2008 in de zaak A. 189.672/IX-

  1. In zake :
  2. XXXX,
  3. XXXX,
  4. XXXX,
  5. XXXX,
  6. XXXX, die woonplaats kiezen te DEURNE, Van Dornestraat 67 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46 bus
  7. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXX, XXXX, XXXX, XXXX en XXXX op 12 september 2008 hebben ingediend om bij uiterst dringende nood- zakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de bemiddelingscommissie voor bijzondere jeugdbijstand te Antwerpen waarbij de minderjarige kinderen XXXX,XXXX en XXXX worden doorverwezen naar het openbaar ministerie; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 16 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 september 2008, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van de eerste verzoeker, en van advocaat N. DAELMAN die, loco advocaat B. STAELENS, verschijnt voor de verwerende partij; IX-6060-1/4 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  8. In haar nota werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid op. Zij stelt dat de Raad van State ratione materiae onbevoegd is om van de ingediende vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid kennis te nemen. Ook de verzoekers opperen twijfels in verband met de bevoegdheid ratione materiae van de Raad van State. 2.
  9. Krachtens artikel 22, 1/, van de gecoördineerde decreten op de bijzondere jeugdbijstand (en behoudens de in artikel 22, 2/, van de gecoördineerde decreten omschreven dringende gevallen) kan het openbaar ministerie een vordering betreffende een problematische opvoedingssituatie slechts bij de jeugdrechtbank aanhangig maken, nadat de bemiddelingscommissie de zaak naar het openbaar ministerie heeft doorverwezen overeenkomstig artikel 17, § 2, vierde lid, van de gecoördineerde decreten. Aangezien de vordering van het openbaar ministerie op grond van artikel 22, 1/, van de gecoördineerde decreten een voorafgaande tussenkomst van de bemiddelingscommissie vereist, kan de jeugdrechtbank de vordering van het openbaar ministerie slechts ontvankelijk verklaren wanneer de bemiddelings- commissie de zaak op regelmatige wijze naar het openbaar ministerie heeft doorverwezen. De beslissing van de bemiddelingscommissie tot doorverwijzing naar het openbaar ministerie is derhalve een voorwaarde opdat de jeugdrechtbank op grond van artikel 22, 1/, van de gecoördineerde decreten door het openbaar ministerie kan geadieerd worden. Het komt uitsluitend de bevoegde jeugdrechtbank toe om de beslissing van de bemiddelingscommissie tot doorverwijzing naar het openbaar ministerie op haar wettigheid te toetsen. De Raad van State heeft reeds meermaals beslist dat de bevoegdheid van de jeugdrechtbank de bevoegdheid van de Raad van State uitsluit. IX-6060-2/4 De bestreden beslissing is immers niet afsplitsbaar van de procedures voor de justitiële rechter en bijgevolg niet voor schorsing en nietigverklaring vatbaar, vermits de bestreden beslissing participeert aan en deel uitmaakt van een gerechte- lijk beslissingsproces dat op gang kan worden gebracht door het openbaar ministerie. Het komt bijgevolg enkel aan de jeugdrechtbank en eventueel aan hogere rechtscol- leges binnen de rechterlijke orde toe om desgevallend de wettigheid van de bestreden beslissing te toetsen en om eventueel te onderzoeken of de jeugdrechtbank regelmatig werd geadieerd. De Raad van State is bijgevolg ratione materiae onbevoegd om van de vordering kennis te nemen. (in dezelfde zin R.v.St., STASSEN, nr. 164.648, van 13 november 2006 en Kestens en Hemeleers, nr. 178.663, van 17 januari 2008). 2.
  10. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt derhalve wegens onbevoegdheid verworpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  11. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  12. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. IX-6060-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 26 september 2008, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-6060-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.543 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.169 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.