id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.616 Rolnummer: A. 187649/XIV-33353 Zaak: Arrest 186616 - Tucht (openbaar ambt) - 30/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-14 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 08:38 Fiche Arrest nr 186.616 van 30 september 2008 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.616 van 30 september 2008 in de zaak A. 187.649/XII-
- In zake : de GEMEENTE KNOKKE-HEIST, die woonplaats kiest bij advocaat A. Coolsaet, kantoor houdende te Antwerpen, Arthur Goemaerelei 69 tegen :
- het VLAAMSE GEWEST,
- de BEROEPSCOMMISSIE VOOR TUCHTZAKEN, die woonplaats kiezen bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Knokke-Heist op 25 maart 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van de Beroepscommissie voor tuchtzaken dd. 06.02.08 over het beroep van de heer Marc Verhaeghe tegen enerzijds, de beslissing van de gemeente- raad dd. 30.08.07 wat de inhouding van salaris ten belope van 30 % betreft, en anderzijds, de beslissing van de gemeenteraad dd. 25.10.07 waarbij de gemeenteraads- beslissing dd. 30.08.07 gedeeltelijk wordt ingetrokken en vervangen door een nieuwe beslissing tot inhouding van salaris ten belope van 30 % voor de periode 19.09.07 - 18.01.08 op basis van een nieuwe formele motivering”; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-5379-1/6 Gelet op de beschikking van 3 juli 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 september 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Coolsaet, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat I. Verhelle, die loco advocaat B. Staelens verschijnt voor de verwerende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Marc Verhaeghe is gemeentesecretaris te Knokke-Heist. Hij wordt op 17 mei 2006 in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van onregelmatighe- den inzake stedenbouwkundige dossiers. Bij beslissing van 19 mei 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knokke-Heist, door de gemeenteraad bekrachtigd op 24 mei 2006, wordt betrokkene preventief geschorst voor een periode van 19 mei 2006 tot en met 18 september
- Op 30 augustus 2007 beslist de gemeenteraad tot een vierde verlenging van de preventieve schorsing, voor een periode van 19 september 2007 tot en met 18 januari
- Tevens wordt een inhouding van salaris van 30 % opgelegd. Hangende het beroep van de gemeentesecretaris tegen de gemeenteraadsbeslissing van 30 augustus 2007 bij de Beroepscommissie voor tuchtzaken (hierna: de Beroepscommissie), besluit de gemeenteraad op 25 oktober 2007 om de beslissing “in de mate dat daarbij wordt beslist tot inhouding van salaris”, en de daaraan ten grondslag liggende formele motivering, in te trekken en te vervangen door een nieuwe beslissing tot inhouding van salaris ten belope van 30 % voor de periode van 19 september 2007 tot en met 18 januari
- De inhouding wordt uitvoerig gemotiveerd. XII-5379-2/6 Ook tegen de gemeenteraadsbeslissing van 25 oktober 2007 dient de gemeentesecretaris beroep in bij de Beroepscommissie. Op 6 februari 2008 beslist de Beroepscommissie de beroepen van de gemeentesecretaris tegen de gemeenteraadsbeslissingen van 30 augustus 2007 en 25 oktober 2007 samen te voegen. Het beroep tegen de inhouding van salaris die werd opgelegd door het gemeenteraadsbesluit van 30 augustus 2007 wordt zonder voorwerp bevonden. Het beroep tegen het gemeenteraadsbesluit van 25 oktober 2007 wordt ongegrond verklaard in zoverre het de intrekking viseert van de inhouding van salaris door het gemeenteraadsbesluit van 30 augustus
- Het wordt gegrond bevonden wat de oplegging betreft, door dat gemeenteraadsbesluit, van de inhouding van wedde van 30 % van het salaris van de gemeentesecretaris. Geoordeeld wordt dat die inhouding het beginsel van de niet-retroactiviteit van administratieve rechtshandeling- en schendt, zodat zij geen rechtsgevolg kan sorteren en er dus geen inhouding van salaris kan zijn tijdens de periode van preventieve schorsing van 19 september 2007 tot en met 18 januari
- Verwerende partijen betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zouden zich alleen opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is.
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging besluiten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Met betrekking tot de tweede voorwaarde doet verzoekster in de eerste plaats een moreel nadeel gelden. Zij licht toe dat zij in het dossier van de gemeentesecretaris steeds ernaar gestreefd heeft de grootst mogelijke zorgvuldigheid en voorzichtigheid aan de dag te leggen en dat daar door de Beroepscommissie nu geheel onterecht een smet op geworpen wordt, waardoor haar imago en goede naam “een zware deuk” krijgen en zij “zwaar gezichtsverlies” lijdt. De ernst van het morele nadeel wordt beweerdelijk nog kracht bijgezet door de ernst van de middelen. XII-5379-3/6 Een tweede nadeel houdt in dat het gezag van verzoekster ten aanzien van het gemeentepersoneel wordt aangetast, doordat de bestreden beslissing de indruk wekt alsof de gemeentesecretaris voor de op hem rustende verdenking wordt beloond met een lange, betaalde vakantie. Dit heet “bijzonder demotiverend voor het personeel” te zijn en de goede werking van de dienst te hypothekeren. Een derde nadeel is dat verzoekster zich door de bestreden beslissing geheel ten onrechte in haar bevoegdheden en rechten beknot ziet. Gelet op het artikel 134 van het gemeentedecreet “kan, indien op een later tijdstip zou blijken dat een zware tuchtstraf zich opdringt, aan die eventueel later op te leggen tuchtstraf wellicht slechts terugwerkende kracht worden verleend voor de periode waarin aan de preventieve schorsing onafgebroken een inhouding van salaris was verbonden. In casu betekent dit dat, indien de beslissing van de Beroepscommissie voor tuchtzaken definitief wordt, geen terugwerkende kracht kan worden verleend aan de eventueel toekomstige tuchtstraf”. Meer nog: “Indien er geen tuchtstraf is met terugwerkende kracht die de preventieve schorsing en het ingehouden salaris een definitieve rechtsgrond verleent en de tuchtstraf slechts uitwerking krijgt vanaf het ogenblik dat de tuchtbeslissing is genomen, moet [zelfs] al het ingehouden salaris worden terugbetaald”, “ook al werd dit vaak door de toezichthoudende overheid uitdrukkelijk goedgekeurd”. 5.
- De Raad van State ziet vooralsnog geen reden om over het eerste en het derde nadeel anders te oordelen dan hij deed in zijn arrest nr. 181.496 van 26 maart 2008, met betrekking tot de nagenoeg identiek geadstrueerde nadelen die dezelfde verzoekster inbracht tegen de beslissing van 18 september 2007 van de Beroepscommissie om de preventieve schorsing van de gemeentesecretaris voor de periode van 19 mei 2007 tot en met 18 september 2007 niet met een inhouding van salaris gepaard te laten gaan. Wat meer bepaald het eerste aangevoerde nadeel aangaat, is het niet meer dan normaal dat verzoekster bij de behandeling van het dossier van de gemeentesecretaris zorgvuldigheid en voorzichtigheid heeft nagestreefd. Of de Beroepscommissie al dan niet ten onrechte tot de bestreden beslissing is gekomen, betreft in wezen de -aparte- schorsingsvoorwaarde in verband met de ernstige middelen. In elk geval is het overtrokken om de beslissing van de Beroepscommissie waarbij wordt besloten dat er geen inhouding kan zijn van het salaris van de gemeentesecretaris tijdens de periode van 19 september 2007 tot en met 18 januari XII-5379-4/6 2008, te beschouwen en uit te leggen als een dusdanige kaakslag voor verzoekster dat zij geacht moet worden er een moeilijk te herstellen ernstig nadeel door te lijden. Het in de derde plaats aangevoerde nadeel dat aan de eventuele tuchtstraf beweerdelijk geen terugwerkende kracht zal kunnen worden gegeven en dat verzoekster verplicht zal zijn om ingehouden wedde alsnog uit te betalen, is in essentie, hoezeer verzoekster zich ook inspant om het anders voor te stellen, financieel van aard. Het blijkt niet waarom dit wezenlijk pecuniair nadeel voor haar ernstig in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde weten op de Raad van State zou zijn. De afwezigheid van elke raming ter zake is des te meer betekenisvol gelet op het feit dat verzoekster ook al in de zaak die tot het arrest nr. 181.496 heeft geleid iedere poging tot begroting achterwege liet en dat de Raad toen daarover opmerkte dat zij het nadeel “zelfs niet eens begroot”. 5.2 Aangaande, ten slotte, het tweede nadeel, werpen de verwerende partijen tegen : “Er wordt ook gewezen op de zogenaamde reacties van anderen die het zouden hebben over een betaald verlof. Dit zijn reacties die wel eens zullen voorkomen maar niemand, werkelijk niemand zou wellicht willen ruilen met de secretaris. Dergelijke vrij ongefundeerde reacties moeten door de gemeente Knokke-Heist op gepaste wijze weerlegd worden en dergelijke vrij makkelijke en verkeerde reacties, zijn niet van aard om de gemeente Knokke zelf een moreel nadeel toe te dienen. Personeelsbeleid is zeker niet onmogelijk omdat een langdurig preventief geschorste ambtenaar, waaromtrent iedereen toch wel inziet hoe zwaar dit voor die ambtenaar uiteraard ook is, de wedde niet onthouden wordt. De notie “moreel nadeel” moet niet gedegradeerd worden tot het moeten ondergaan van cafépraat; de verzoekster beschikt anderzijds over voldoende expertise om te reageren op zo’n praatjes”. Het verweer heeft overtuigingskracht. Ook het tweede nadeel vermag geen schorsing te verantwoorden.
- Verzoekster maakt niet genoegzaam aannemelijk dat zij ten gevolge van de bestreden beslissing een nadeel riskeert dat ernstig en moeilijk herstelbaar is. Aldus blijkt aan tenminste een van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet voldaan. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. XII-5379-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig september 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5379-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.616 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.878 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.