id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.641 Rolnummer: A. 189767/IX-6073 Zaak: Arrest 186641 - Penitentiair recht - 30/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-03 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:38 Fiche Arrest nr 186.641 van 30 september 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.641 van 30 september
- in de zaak A. 189.767/IX-
- In zake : Achiel BRUYNEEL, die woonplaats kiest bij advocaat S. LELIAERT, kantoor houdende te BRUGGE, Elf-Julistraat 32 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Achiel BRUYNEEL op 19 september 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring te vorderen van de tuchtbeslissing van 15 september 2008 ten zijne nadele genomen door de directeur (mevrouw VANDAMME) van het Penitentiair Complex te 8200 Brugge, waarbij verzoeker een week strikt werd opgelegd en naar een andere sectie werd gemuteerd en hierdoor zijn tewerkstelling in de keuken verloor; Gelet op de beschikking van 22 september 2008 waarbij aan de verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 september 2008, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. LELIAERT, die verschijnt voor de verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6073-1/9 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten.
- De verzoeker verblijft in het Penitentiair Complex te Brugge. Op 12 september 2008 rond 16.00 uur stelt een penitentiair beambte, de genaamde TYTECA, vanuit de secreetcel vast, dat verzoeker naakt voor het venster van het douchelokaal een show opvoert tijdens het douchen. De bedoeling is om de aandacht te trekken van vrouwelijke beambten en gedetineerden. Dat de verzoeker een show opvoert tijdens het douchen had een andere penitentiair beambte, de genaamde Pb. NEIRYNCK, vernomen tijdens zijn dienst op de keukenafdeling. De genaamde Pb. NEIRYNCK vroeg aan de genaamde TYTECA dit vast te stellen vanuit blok 53 B. Wat dan ook gebeurde. Bij dit alles was een getuige aanwezig, met name een penitentiair beambte, die met dienst was in blok 53 B. Op dezelfde datum wordt een rapport aan de directeur opgesteld door de genaamde TYTECA.
- Op 13 september 2008 neemt de gevangenisdirecteur een voorlopige maatregel. Deze maatregel luidt als volgt : “Betrokkene wordt voorlopig zijn werk in de keuken ontzegd en moet muteren naar een andere sectie op de mannenafdeling.” Op voornoemde datum om 15.00 uur wordt de voorlopige maatregel uitgevoerd.
- Op 13 september 2008 deelt de gevangenisdirecteur mee dat een tuchtprocedure wordt ingesteld tegen de verzoeker. IX-6073-2/9
- Op 15 september 2008 vindt de hoorzitting plaats om 10.50 uur. De verzoeker wordt bijgestaan door een raadsvrouw. Op dezelfde datum wordt de definitieve tuchtsanctie uitgesproken die als volgt luidt : “Mutatie naar een andere sectie (dit heeft als gevolg dat betrokkene niet meer in de keuken tewerkgesteld kan worden), ander werk kan aangevraagd worden en hij kan bij voorrang tewerkgesteld worden. 1 week strikt (16/09/2008 tot en met 22/09/2008).” De motivering van de tuchtsanctie luidt als volgt : “Gelet op het feit dat door een beambte werd vastgesteld dat hij zich naakt voor de venster stelt, waardoor hij zichtbaar is op de vrouwenafdeling; Gelet op het feit dat betrokkene zich hiervoor opzettelijk dicht bij het venster dient te begeven, zodat hij zichtbaar zou zijn; Gelet op het feit dat betrokkene reeds een tuchtrechtelijke sanctie opliep waarbij hij zichzelf promootte bij de vrouwen door het ophangen van een affiche aan zijn celraam; Gelet op het feit dat het werkelijk om betrokkene ging, gezien betrokkene zich bij vaststelling van de inbreuk in de douche bevond; Gelet op het feit dat dergelijk gedrag niet kan getolereerd worden en dit de goede orde en veiligheid van de inrichting in het gedrang brengt.” Onderzoek van de vordering.
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den, en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- In verband met de eerste voorwaarde, stelt de Raad van State vast dat de bestreden beslissing dateert van 15 september 2008, dat ze dezelfde dag aan de verzoeker is ter kennis gebracht en dat de opgelegde sanctie uitwerking heeft vanaf 16 september
- De verzoeker heeft met een op 19 september 2008 ter post aangetekend verzoekschrift de voorliggende vordering ingesteld. IX-6073-3/9 Uit die gegevens wordt afgeleid dat de verzoeker zich terecht beroept op de uiterst dringende noodzakelijkheid om de huidige vordering in te stellen, en dat hij de vordering ook met de vereiste spoed en diligentie heeft ingesteld. Even terecht schrijft de verzoeker in zijn verzoekschrift dat “in de vaste rechtspraak (van de Raad van State) wordt men geacht diligent te zijn wanneer het verzoek wordt neergelegd binnen een termijn van vijf dagen, hetgeen in casu het geval is.” Noch in haar nota, noch ter terechtzitting heeft de verwerende partij de uiterst dringende noodzakelijkheid betwist. Er is bijgevolg voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
- 7.
- In een eerste middel, wat de tweede cumulatieve voorwaarde betreft, voert de verzoeker de schending aan van de ministeriële omzendbrief nr. 1777 van 2 mei 2005 betreffende de tuchtprocedure tegen een gedetineerde. Hij voegt daaraan toe dat het “algemeen beginsel van machtsoverschrijding” werd geschonden. Hij doet tevens gelden dat in het rapport aan de directeur niet wordt vermeld om welk uur de feiten zich voordeden en ook is niet duidelijk wie de opsteller is van het rapport aan de directeur. 7.
- Voornoemd rapport vermeldt dat de feiten werden vastgesteld op 12 september 2008 “rond 16.00 u. toen gedetineerde BRUYNEEL ging douchen”. In zoverre mist het eerste middel feitelijke grondslag. Bovendien blijkt dat het rapport aan de directeur zowel door de kwartieroverste TYTECA als door de penitentiair beambte Pb. NEIRYNCK werd ondertekend. Ook wat dit onderdeel betreft, mist het middel feitelijke grondslag. Verzoeker stelt verder dat de voorlopige maatregel aanvankelijk een aanvang nam om 11.00 u., tijdstip dat later werd gewijzigd in 15.00 u., zodat het onmogelijk zou zijn om na te gaan of de wettelijke termijnen werden in acht genomen. IX-6073-4/9 Luidens de omzendbrief nr. 1777 van 2 mei 2005, zoals gewijzigd bij omzendbrief nr. 1782 van 15 maart 2006, moet, wanneer een voorlopige maatregel werd genomen, de beslissing tot het al dan niet opstarten van een tuchtprocedure binnen 24 uur volgend op het nemen van de voorlopige maatregel, worden genomen en moet de gedetineerde worden gehoord binnen 48 uur volgend op het nemen van de voorlopige maatregel. Daargelaten de vraag of een schending van de omzendbrief nr. 1777 van 2 mei 2005, zoals gewijzigd, op een ontvankelijke wijze het voorwerp kan uitmaken van een annulatiemiddel, stelt de Raad van State in voorliggend geval vast dat uit het middel en de stukken van het administratief dossier niet blijkt dat de termijnen bepaald in de omzendbrieven, niet zouden zijn nageleefd. Bovendien gaat het, op het eerste gezicht om termijnen van orde. Verzoeker voert ook aan dat een voorlopige maatregel slechts kan worden genomen “in geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid”. In casu was de voorlopige maatregel niet gemotiveerd en slechts ondertekend door een beambte. Deze grieven betreffen niet de bestreden beslissing, maar enkel de daaraan voorafgaande maatregel, die afzonderlijk genomen, als maatregel van inwendige orde op het eerste gezicht niet voor schorsing of nietigverklaring vatbaar is. Bovendien, indien de grieven van de verzoeker gericht tegen voornoemde maatregel, ernstig zouden zijn, kunnen zij op het eerste gezicht niet tot de schorsing van de bestreden tuchtsanctie leiden. Bijgevolg kan de grief, geformuleerd als machtsoverschrijding niet worden aangenomen. De verzoeker betoogt verder dat het ontzeggen van werk in de keuken, als tuchtsanctie, geen verband houdt met de feiten die hem werden ten laste gelegd. Artikel 82, 1/, van het koninklijk besluit van 21 mei 1965, houdende algemeen reglement op de strafinrichtingen, bepaalt dat de volgende straffen kunnen worden opgelegd: “Ontzegging van arbeid, kantine, bezoeken, briefwisseling en van de andere, krachtens dit reglement of bijzondere reglementen, verleende gunsten”. IX-6073-5/9 Bijgevolg blijkt op het eerste gezicht, dat het ontzeggen van werk in de keuken, wettig als tuchtsanctie kan worden opgelegd. Bovendien is er wel degelijk een verband tussen de opgelegde tuchtsanctie en de ten laste gelegde feiten, omdat het werk in de keuken een verblijf in de sectie meebrengt, die in de nabijheid ligt van het vrouwenkwartier, wat de vertegenwoordigster van de verwerende partij heeft aangetoond ter zitting en wat door de advocaat van de verzoeker niet werd betwist. Ook dit onderdeel van het eerste middel mist feitelijke grondslag. Tenslotte voert de verzoeker aan dat de gevangenisdirectie niet inging op zijn verzoek om ter plaatse na te gaan of het mogelijk is dat vanuit de vrouwenafdeling van de Brugse gevangenis, een gedetineerde van het mannelijk geslacht zichtbaar is in de douchekamer. Vooreerst kent de gevangenisdirectie de structuur van de gevangenis en wordt er vanuit gegaan dat een ambtenaar van de verwerende partij (de gevangenisdirecteur) op correcte wijze een plaatsbeschrijving geeft van de cellenstructuur van de Brugse gevangenis. Vervolgens komt het de tuchtoverheid toe om in het kader van haar appreciatiebevoegdheid te oordelen over de opportuni- teit van een onderzoeksmaatregel, waartoe zij door de verdediging van een gedetineerde wordt verzocht. De beoordeling van deze opportuniteit valt buiten het wettigheidstoezicht van de Raad van State. Bijgevolg is dit onderdeel van het eerste middel niet ontvankelijk. 7.3 Het eerste middel is niet ernstig. 8.
- In een tweede middel voert de verzoeker de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. De verzoeker betwist dat hij een tuchtrechtelijke inbreuk beging. 8.
- Het staat aan de betrokken overheid, te dezen de gevangenis- directeur om de feiten vast te stellen die aan de bestreden beslissing ten grondslag liggen. De Raad van State is enkel bevoegd om na te gaan of de overheid de haar ter zake toegekende appreciatiebevoegdheid naar behoren heeft uitgeoefend, met name of zij naar recht en redelijkheid is kunnen uitgaan van de door haar vastgestelde feitelijke gegevens. IX-6073-6/9 In casu werden de aan de verzoeker ten laste gelegde feiten vastgesteld in een rapport aan de directeur dat door twee personeelsleden werd ondertekend. Het rapport vermeldt bovendien de identiteit van een derde personeels- lid dat getuige was van het voorval. De directeur heeft op grond van dit verslag op het eerste gezicht naar recht en redelijkheid kunnen oordelen dat de feiten die aan de verzoeker werden ten laste gelegd, bewezen zijn, en dat het overbodig was om in te gaan op het verzoek tot plaatsbezoek geformuleerd door de verzoeker. Gelet op de gegevens vervat in het administratief dossier en op de toelichtingen verstrekt door de vertegenwoordigster van de verwerende partij, mag er van worden uitgegaan dat de gevangenisdirecteur de toestand ter plaatse kent. 8.
- De verzoeker voegt daar nog aan toe dat de verwerende partij niet de nodige maatregelen heeft genomen om visueel contact tussen mannelijke en vrouwelijke gedetineerden in de omgeving van de douches te beletten. De omstandigheid dat de verwerende partij desbetreffend eventueel in gebreke zou zijn gebleven, stelt de verzoeker niet vrij om elementaire fatsoensnormen in acht te nemen. De verzoeker stelt alleszins niet dat het hem niet mogelijk was zich te kleden, vooraleer hij zich in het zicht van de vrouwenafdeling begaf. 8.
- Het tweede middel is niet ernstig. 8.
- In een derde middel voert de verzoeker de schending aan van het evenredigheidsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel. De tuchtstraf, aldus de verzoeker, zou niet in een redelijke verhouding staan tot de feiten. 8.
- In de uitoefening van zijn wettigheidstoezicht staat het niet aan de Raad van State om zijn oordeel over de gepastheid van een bepaalde tuchtstraf in de plaats te stellen van het oordeel van de bevoegde tuchtoverheid. De Raad van State kan enkel nagaan of die overheid de grenzen van de wettigheid en de redelijkheid niet te buiten is gegaan, meer bepaald of de IX-6073-7/9 overheid geen sanctie heeft opgelegd die in een kennelijke wanverhouding staat tot de feiten. In casu beschouwt de verzoeker het verlies van zijn werk in de keuken als een te zware sanctie. 8.
- Op het eerste gezicht heeft de gevangenisdirecteur binnen de grenzen van de wet in materiële zin gehandeld en is de strafmaat niet kennelijk onredelijk, mede gelet op een vorige tuchtstraf die de verzoeker op 13 juni 2008 opliep voor vergelijkbare feiten. De omstandigheid dat de verzoeker moet muteren naar een andere sectie is enerzijds het rechtstreeks gevolg van zijn onbetamelijk gedrag en anderzijds van de lokalisatie van de keukenafdeling die de tuchtrechtelij- ke inbreuk heeft mogelijk gemaakt, omdat het cellenblok, waartoe de cel van de verzoeker behoorde en de keukenafdeling gelokaliseerd zijn in de nabijheid van het cellenblok van de gedetineerden van het vrouwelijk geslacht. 8.
- In het huidige stadium van de procedure kan niet worden ingezien, dat de opgelegde tuchtstraf die de verzoeker ondergaat een oorzakelijk verband zou vertonen met het strafuitvoeringsdossier van de verzoeker, omdat de periodieke uitgangsvergunningen, waarover de Raad niet vermag te oordelen, op het eerste gezicht losstaan van de thans bestreden beslissing die betrekking heeft op specifieke feiten die de reclasseringsmogelijkheden van de verzoeker in principe niet zouden mogen beletten of vertragen. Dit klemt des te meer, omdat de bestreden beslissing het plegen van gelijkaardige tuchtfeiten uitsluit. 8.
- Het derde middel is niet ernstig.
- Bijgevolg is niet voldaan aan één van de cumulatieve voorwaar- den van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
- Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te verwerpen. IX-6073-8/9 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 30 september 2008, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6073-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.641 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.854 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.