id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.676 Rolnummer: A. 188190/X-13776 Zaak: Arrest 186676 - Handelsvestigingen - 30/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-21 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-29 08:38 Fiche Arrest nr 186.676 van 30 september 2008 Economische zaken - Handelsvestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.676 van 30 september 2008 in de zaak A. 188.190/X-13.
- In zake : de n.v. FUN BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat D. VAN HEUVEN, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President kennedypark 6/24 tegen : de stad OOSTENDE. tussenkomende partij : de n.v. VERMO IMMO, die woonplaats kiest bij advocaten P. FLAMEY en P. VERVOORT, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, J. Van Rijswijcklaan
- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. FUN BELGIUM op 15 mei 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 19 “maart” (lees : februari) 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Oostende waarbij aan de nv VERMO IMMO “de socio-economische machtiging SE.1” wordt verleend “voor de herlocalisatie en uitbreiding van een bestaande handelsvestiging van ‘Leen Bakker’ meer bepaald: - de herlocalisatie van de bestaande handelsvestiging ‘Leen Bakker’, meer bepaald van de huidige inplantingsplaats op het perceel Torhoutsesteenweg 600 t/s naar de nieuwe inplantingsplaats gelegen op het adres Torhoutsesteenweg 694 t/s; - de uitbreiding van de netto-verkoopoppervlakte, kassa’s en front-end inbegrepen, van de huidige 947 m² tot een nieuwe netto-verkoopoppervlakte, kassa’s en front-end inbegrepen, van 2300 m²’”; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur L. VERMEIRE, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; X-13.776-1/4 Gelet op de beschikking van 10 juli 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 september 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. VAN HEUVEN, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat P. DE SMEDT, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat G. VERHELST, die loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten Bij het bestreden besluit van 19 februari 2007 van het college van burgemeester en schepenen wordt aan de nv VERMO IMMO de socio-economische machtiging SE.1 verleend “voor de herlocalisatie en uitbreiding van een bestaande handelsvestiging van ‘Leen Bakker’ meer bepaald: - de herlocalisatie van de bestaande handelsvestiging ‘Leen Bakker’, meer bepaald van de huidige inplantingsplaats op het perceel Torhoutsesteenweg 600 t/s naar de nieuwe inplantingsplaats gelegen op het adres Torhoutsesteenweg 694 t/s; - de uitbreiding van de netto-verkoopoppervlakte, kassa’s en front-end inbegrepen, van de huidige 947 m² tot een nieuwe netto-verkoopoppervlakte, kassa’s en front-end inbegrepen, van 2300 m²’”. X-13.776-2/4
- Ontvankelijkheid van het beroep 2.
- Artikel 4, derde lid van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: het procedurereglement) bepaalt dat de beroepen bedoeld in artikel 14, §§ 1 en 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, verjaren zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend. Indien ze noch bekendgemaakt noch betekend dienen te worden, gaat de termijn in met de dag waarop de verzoeker er kennis van heeft gehad. 2.
- In casu diende het bestreden besluit niet aan de verzoekende partij te worden betekend, noch te worden bekendgemaakt. 2.
- Met betrekking tot de tijdigheid van het beroep stelt de verzoekende partij in haar verzoekschrift wat volgt: “De vordering is naar de mening van verzoekster ook tijdig ingesteld, zelfs indien bewezen kan worden dat verzoekster reeds langer kennis heeft van de bestreden beslissing dan 60 dagen. Verzoekster verkeerde immers in de overtuiging dat Leen Bakker haar activiteit ter plaatse niet zou uitvoeren, hetgeen ten andere ook officieel werd genotificeerd aan verwerende partij door de eigenaar, zodat (...) geen ontvankelijk beroep kon aangetekend worden bij uw Raad (gebrek aan belang). Van zodra verzoekster in kennis werd gesteld dat Leen Bakker, weze het op een beperktere oppervlakte, alsnog zou gebruik maken van de bestreden beslissing -en dit gebeurde middels het verzoekschrift tot tussenkomst zoals aan verzoekster betekend met brief van uw Raad in het dossier G/A 185.847/X-13520 op 17 maart 2008 - is een ‘nieuwe’ vernietigingstermijn voor uw Raad begin(nen) te lopen”. 2.
- Uit de gegevens van de zaak en de daaraan voorafgaande procedures blijkt dat de verzoekende partij reeds méér dan zestig dagen voor het instellen van het beroep tot nietigverklaring kennis had van de bestreden beslissing. Dit wordt door de raadsman van de verzoekende partij ter terechtzitting zelfs uitdrukkelijk bevestigd. Voor de beoordeling van de tijdigheid van het beroep is alleen het tijdstip waarop de betrokkene kennis kreeg van de betreden beslissing op een der wijzen vastgesteld in artikel 4, derde lid van het procedurereglement bepalend. Op dat tijdstip neemt de termijn voor het instellen van het beroep een aanvang, ongeacht het tijdstip van het ontstaan, het verdwijnen of het herleven van het belang van de betrokkene. In tegenstelling tot hetgeen de verzoekende partij voorhoudt, is voor X-13.776-3/4 haar dan ook geen “nieuwe” termijn beginnen lopen vanaf het ogenblik dat zij ervan kennis kreeg dat van de bestreden beslissing alsnog gebruik zou worden gemaakt. 2.
- Het beroep is laattijdig ingesteld en aldus niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel 2 De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig september 2008, door: de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-13.776-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.676 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.