id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.797 Rolnummer: A. 145274/VII-32199 Zaak: Arrest 186797 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 02/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-16 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:39 Fiche Arrest nr 186.797 van 2 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.797 van 2 oktober 2008 in de zaak A. 145.274/VII-32.199. In zake : 1. Ricardo DESMAISIERES, 2. de VZW LANDELIJK VLAANDEREN, vereniging van bos-, land- en natuureigenaars, 3. de VZW KONINKLIJKE BELGISCHE BOSBOUW- MAATSCHAPPIJ, die woonplaats kiezen bij advocaten D. RYCKBOST en E. RYCKBOST, kantoor houdende te OOSTENDE E. Beernaertstraat 80 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat 106. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Ricardo DESMAISIERES, de VZW LANDELIJK VLAANDEREN, vereniging van bos-, land- en natuureigenaars en de VZW KONINKLIJKE BELGISCHE BOSBOUWMAATSCHAPPIJ op 15 december 2003 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 houdende definitieve vaststelling van het afbakeningsplan voor de Herk, Niewenhoven-Duras en het Hekenrodebos, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 17 oktober 2003; Gelet op het arrest nr. 132.562 van 17 juni 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partijen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; VII-32.199-1/12 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur S. DE TAEYE; Gelet op de beschikking van 7 september 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 13 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 september 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. LIPPENS die, loco advocaten D. RYCKBOST en E. RYCKBOST verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat F. TEMMERMAN die, loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De feiten 1.1. Bij beslissing van 19 juli 2002 stelt de Vlaamse regering het ontwerp van afbakeningsplan van de Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling van de Herk, Niewenhoven-Duras en het Hekenrodebos voorlopig vast. 1.2. Eerste verzoeker is samen met Michel DESMAISIERES mede- eigenaar van een landgoed waarvan een gedeelte, gelegen in de gemeente Heers en gekend ten kadaster onder eerste afdeling, Sectie A, nrs. 266D/261D/267D/267E/268D/270E/270D/272A/272B/276C/276F/276G/696A, als Vlaams Ecologisch Netwerk (hierna : VEN)-gebied wordt afgebakend. Het VII-32.199-2/12 gebied is volgens het gewestplan St.-Truiden-Tongeren, vastgesteld bij koninklijk besluit van 5 april 1977, gelegen in parkgebied. 1.3. Gedurende het openbaar onderzoek, dat loopt van 23 september 2002 tot 21 november 2002, dient eerste verzoeker samen met Michel DESMAISIERES een bezwaarschrift in tegen de opname van voormeld gedeelte van het historisch park van het kasteel van Heers als VEN-gebied. In dit bezwaarschrift wordt er vooreerst op gewezen dat het landgoed van Heers reeds wordt getroffen door een aantal beschermingsmaatregelen, die in conflict kunnen komen met de VEN-maatregelen, namelijk : "- Monumenten & Landschappen : Besluit van 19/07/1943 - Gewestplan:
- a)Parkgebied : KB 05/04/1977
- b)Woongebied met Culturele Historische en/of Esthetische waarde : KB 05/04/77
- c)Beschermd Dorpsgezicht : KB 03/07/1981 - Landschapsatlas: Ankerplaats A70002 in het Erfgoedlandschap: 'Kasteeldorpen tussen Heers en Veulen'". Eerste verzoeker laat vervolgens, kort samengevat, gelden dat de VEN-afbakening een aantasting van het gebruiks- en eigendomsrecht is, dat de afbakening van het VEN-gebied midden door het historisch park willekeurig is bepaald omdat er geen enkel wetenschappelijk vooronderzoek werd uitgevoerd en dat de VEN-afbakening zowel de landbouwfunctie als de cultuurhistorische en de recreatieve functie van het park beperkt. Hij besluit zijn bezwaarschrift met het uitdrukkelijk verzoek het park van Heers als VEN-gebied te schrappen, teneinde het historisch landgoed enige overlevingskans te geven. 1.4. Naast eerste verzoeker dient ook onder meer de VZW KONINKLIJKE BELGISCHE BOSBOUWMAATSCHAPPIJ, de derde verzoekende partij, een bezwaarschrift in. 1.5. Op 13 december 2002 verleent de Vlaamse regering haar goedkeuring om de termijn waarbinnen de Mina-raad advies dient te verlenen over de ontwerpen van afbakeningsplannen, te verlengen met zestig dagen. VII-32.199-3/12 1.6. Op 19 maart 2003 brengt de Mina-raad zijn advies uit. Daarin ontwikkelt de Mina-raad volgend toetsingskader voor wat de parkdomeinen betreft : "PARKDOMEINEN: een specifieke invalshoek betreft de parkdomeinen met een belangrijke cultuurhistorische waarde. De verwevenheid van functies (cf. hoger) en hun cultuurhistorische en landschappelijke waarde is sterk bepalend voor de leefbaarheid van deze parkdomeinen. De Raad stelt vast dat reeds een deel van deze parkdomeinen niet zijn opgenomen in de VEN-afbakening. Voor de Raad is het niet duidelijk welke criteria hierbij gehanteerd werden. Wat betreft de bezwaarschriften met betrekking tot de parkdomeinen onderzoekt de Raad telkens de mogelijkheid van schrapping van de gebouwen (o.a. kasteel, hoeve) en de omringende tuinen. Voor de begrenzing van de voorgestelde uit de afbakening te verwijderen zones gaat de Raad deels uit van fysische structuren. Hierbij wordt meestal uitgegaan van de begrenzing op het niveau van de kadastrale percelen. In een aantal gevallen werd de begrenzing van het parkgebied op de gewestplannen gevolgd. Een deel van de parkdomeinen is niet opgenomen als parkgebied. Een belangrijke randvoorwaarde voor schrapping is evenwel dat hierdoor de samenhang van het gebied niet mag gehypothekeerd worden. Dit betekent dat de Raad geen schrapping voorstelt van enclaves of met andere woorden van parkdomeinen die als een enclave ingebed liggen in het VEN. De Raad adviseert het behoud van parkdomeinen die als een enclave gelegen zijn in het VEN mits er aandacht is voor de cultuurhistorische waarde van deze gebieden. Dit betekent dat het natuurrichtplan rekening houdt met de diverse beschermingsstatuten of beschermingsprocedures voor parkdomeinen (beschermd monument, beschermd landschap, erfgoedwaarde). De Raad verwijst hieromtrent naar de code 'harmonieus parkbeheer' die in opmaak is voor de overheidsgebieden". Specifiek met betrekking tot de opname van het eigendom van eerste verzoeker, wordt geadviseerd : "Bezwaar tegen opname van helft van historisch park van het kasteel van Heers, te Heers. De bezwaarindiener stelt dat het geen logische afbakening is omdat er geen rekening gehouden werd met het samenhangend geheel. Hij stelt ook dat de beperking van de landbouw-, cultuurhistorische en recreatieve (jacht)functies de nodige inkomsten om het park te onderhouden zullen afschaffen. De Raad stelt vast dat het kasteel en domein - met bestemming parkgebied - grotendeels niet opgenomen zijn in de VEN-afbakening. De Raad adviseert schrapping van de rest van de zone met bestemming parkgebied". 1.7. Hierna adviseren de afdeling Natuur Limburg en het Instituut voor Natuurbehoud om af te wijken van het advies van de Mina-raad. Het Instituut voor Natuurbehoud adviseert meer bepaald het integraal behoud van het parkgebied in het VEN om de volgende redenen : VII-32.199-4/12 "- actueel hoge ecologische waarden: bosflora met Muskuskruid, Slanke sleutelbloem, Gevlekte Aronskelk, Maarts viooltje en Speenkruid (BWK : Fa, Habitattype 9160) en vochtige ruigte met Moerasspirea en Wilg. - ecologische samenhang : dit gebied sluit aan bij en is meest stroomopwaartse gedeelte van vallei van Heerse Beek, die integraal opgenomen werd in VEN 1e fase. De opname van vijvers en omliggende percelen is noodzakelijk voor de realisatie van de gewenste ecologische milieukwaliteit in het stroomafwaarts gedeelte gezien het voorkomen van waardevolle vegetaties binnen overstromingsbereik beek. Verbetering van de waterkwaliteit is noodzakelijk. - jacht, visserij, landbouw en recreatie zijn inpasbaar in VEN. Door invulling als VEN via natuurrichtplan kan eenheid van park behouden blijven. In parkgedeelte met vijver en natte bossen ligt het accent op de natuurfunctie". 1.8. Op 18 juli 2003 stelt de Vlaamse regering het afbakeningsplan voor de Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling van de Herk, Niewenhoven-Duras en het Hekenrodebos definitief vast. Daarbij wordt het parkgedeelte met graasweide uit het VEN geschrapt en het parkgedeelte met vijver en natuurlijk loofbos behouden. Dit is het bestreden besluit. 2. De ontvankelijkheid 2.1. De opname van een gebied in het VEN maakt het mogelijk om, zoals bepaald in artikel 17, § 1, eerste lid, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (hierna : natuur- behouddecreet), voor dat gebied "een specifiek beleid inzake het natuurbehoud" te voeren. De overheid kan in die gebieden eigendomsbeperkingen opleggen die niet gelden in andere gebieden. Eerste verzoeker, die trouwens bezwaar heeft ingediend, heeft er dus belang bij dat zijn eigendom niet op onwettige wijze in het VEN wordt opgenomen. Zoals de verwerende partij terecht opmerkt kan eerste verzoeker echter enkel een belang doen gelden bij de nietigverklaring van het bestreden besluit in de mate dat dit besluit de gronden waarvan hij mede-eigenaar is, als VEN-gebied aanduidt. Eerste verzoeker licht zijn belang trouwens enkel toe vanuit het standpunt dat hij zijn eigendomsrechten ten volle moet kunnen uitoefenen. 2.2.1. In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij, wat betreft het belang van de tweede verzoekende partij, op dat deze partij niet aantoont in welke mate zij enig nadeel zou lijden ingevolge de bestreden beslissing en welk rechtstreeks en persoonlijk belang zij zou kunnen ondervinden bij een gebeurlijke nietigverklaring ervan. Het maatschappelijk doel van de tweede verzoekende partij laat haar, volgens de verwerende partij, niet toe "dergelijke actio popularis in te VII-32.199-5/12 stellen". De verwerende partij meent tevens dat door de opname in het VEN, de rechten van de eigenaars niet méér worden beperkt dan reeds het geval is, dat de eigendomsbeperkingen niet hun oorzaak vinden in het bestreden besluit, maar wel in het besluit van de Vlaamse regering van 21 november 2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid (hierna : maatregelenbesluit), zodat het belang niet rechtstreeks is, dat het maatregelenbesluit slechts in werking is getreden op 1 januari 2004 en de verzoekende partijen hun belang bij de vernietiging van het bestreden besluit slechts hebben behouden in de mate dat zij het maatregelenbesluit hebben aangevochten, wat niet het geval is. 2.2.2. Het verenigingsdoel van de tweede verzoekende partij wordt in artikel 3 van haar statuten als volgt omschreven : "Het doel van de vereniging is : het behartigen en het verdedigen van de gemeenschappelijke belangen van al haar leden in verband met hun rechten op onroerende goederen in de ruimste betekenis van het woord. Daartoe mag de vereniging alle handelingen stellen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel. Zij kan onder meer haar medewerking verlenen en belang stellen in elk gelijkaardig doel als het hare. Landelijk Vlaanderen is een vereniging van eigenaars van landelijke eigendommen, hierin begrepen gebouwen, landbouwgronden; bossen, parken; vijvers, natuur en andere landelijke gebieden". De bestreden beslissing houdt een beperking in van de rechten op de onroerende goederen van de rechtsonderhorigen die in het beheersgebied van het bestreden besluit gelegen zijn. Het beroep van de tweede verzoekende partij kadert bijgevolg in het door haar nagestreefde statutaire doel. Aangezien zij zich, voor het instellen van huidig annulatieberoep, heeft aangesloten bij het beroep van een eigenaar en het beroep met hetzelfde verzoekschrift heeft ingediend, is haar belang te dezen beperkt tot de percelen waarvan eerste verzoeker de nietigverklaring op ontvankelijke wijze kan vorderen. Wat ten slotte het betoog van de verwerende partij betreft dat "het logisch lijkt" dat de tweede verzoekende partij slechts haar belang bij de vernietiging van het bestreden besluit heeft behouden in de mate dat ook het maatregelenbesluit door haar werd aangevochten, volstaat de vaststelling dat de vernietiging van het bestreden besluit meteen ook de niet-toepassing impliceert van de eigendomsbeperkingen van het maatregelenbesluit op de eigendommen, zodat de tweede verzoekende partij een voldoende belang heeft bij de bestrijding van het bestreden besluit alleen, zonder het maatregelenbesluit aan te vechten. VII-32.199-6/12 2.3. Ook de derde verzoekende partij geeft blijk van het rechtens vereiste belang, nu zij in het kader van de voorafgaande inspraakprocedure een door de verwerende partij ontvankelijk bevonden bezwaar heeft ingediend, en het thans ingestelde beroep kadert binnen haar maatschappelijk doel, dat in de statuten als volgt wordt omschreven : "Deze vereniging heeft tot doel, buiten alle partijgeest om, door alle middelen in haar bereik, zoals: publikatie van een tijdschrift, voordrachten, uitstappen, tentoonstellingen, prijskampen, premies, aankoop en verkoop van zaden, planten, gereedschap, het aanleggen van een arboretum, proefvelden en andere dergelijke middelen :
- a)de bossen en bomen, die één der voornaamste rijkdommen en één der mooiste sieraden van het land vormen, te doen kennen, waarderen en liefhebben;
- b)de ontwikkeling van de bosbouw in de hand te werken, en er de belangen van te verdedigen;
- c)bij te dragen tot het herstel van de verwoeste bossen, tot de exploitatie door bebossing van braakliggende gronden, tot de aanleg en het behoud van bomengroepen, die enerzijds een gunstige invloed uitoefenen op het klimaat, de volksgezondheid en de waterhuishouding, en anderzijds in de behoeften aan hout van de nationale industrie voorzien. Zij kan haar medewerking verlenen aan en op iedere wijze belang stellen in verenigingen met hetzelfde of een gelijkaardig doel". Uit het bezwaarschrift dat de derde verzoekende partij naar aanleiding van het openbaar onderzoek heeft ingediend, blijkt dat zij onder meer opkwam tegen natuurmaatregelen die verder gaan dan het algemeen principe van de Criteria Duurzaam Bosbeheer, dat zij zich verzet tegen het ondergraven van het multifunctioneel bosbeheer en het beperken van de economische functie van het bos ingevolge het instellen van de hoofdfunctie natuur. Aangezien ook deze verzoekende partij zich, voor het instellen van huidig annulatieberoep, heeft aangesloten bij het beroep van een eigenaar en het beroep met hetzelfde verzoekschrift heeft ingediend, is haar belang te dezen beperkt tot de percelen waarvan eerste verzoeker de nietigverklaring op ontvankelijke wijze kan vorderen. 3. Ten gronde 3.1. De verzoekende partijen putten een tweede middel uit de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en in het bijzonder het gelijkheids-, het zorgvuldigheids-, het redelijkheids- en het evenredigheidsbeginsel, de materiële motiveringsplicht en de formele motiveringsplicht afgeleid uit de VII-32.199-7/12 artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna : motiveringswet). In het bijzonder voeren de verzoekende partijen aan dat het bestreden besluit een willekeurige vaststelling als VEN-gebied bevat van een deel van het historisch park van het kasteel van Heers, vermits het parkgebied duidelijk niet als enclave is ingebed in een VEN-gebied, maar wel op de uiterste grens is gelegen, dat er geen rekening wordt gehouden met het samenhangend geheel, inclusief het kasteel en de boerderij die beide zijn beschermd als monument, en dat, gezien de verwevenheid van de bestaande functies, de cultuurhistorische waarde van het historisch landschap, alsook de bestaande functies worden geschaad. De verzoekende partijen wijzen er in dit verband op dat er ook een andersluidend advies van de Mina-raad is, waarmee wordt tegemoetgekomen aan het door hen ingediende bezwaar en krachtens hetwelk voorgesteld wordt om ook de rest van de zone met bestemming parkgebied te schrappen. Verder verwijzen de verzoekende partijen naar het advies van de Mina-raad van 19 maart 2003 betreffende de opname van parkdomeinen met een belangrijke cultuurhistorische waarde binnen de eerste fase van het afbakeningsplan van het VEN. Luidens dit advies onderzoekt de Mina-raad bij de behandeling van de bezwaarschriften telkens de mogelijkheid van schrapping van gebouwen uit het afbakeningsplan, maar is een randvoorwaarde voor de schrapping dat hierdoor de samenhang van het gebied niet wordt gehypothekeerd, hetgeen betekent dat de Mina-raad geen schrapping voorstelt van parkdomeinen die als een enclave ingebed liggen in het VEN. 3.2. De verwerende partij repliceert in haar memorie van antwoord, in essentie, door te stellen dat het bestreden besluit in hoofdzaak het advies van de Mina-raad van 19 maart 2003 volgt en dat enkel een deel van het parkdomein dat de uiterste grens vormt van een VEN-gebied werd opgenomen, met uitsluiting van de gebouwen. Daarnaast stelt zij dat het bestreden besluit geen individuele bestuurshandeling in de zin van artikel 1 van de motiveringswet is, zodat die wet niet van toepassing is. 3.3. De verzoekende partijen merken in de memorie van wederantwoord op dat de verwerende partij thans een brief van het Instituut voor Natuurbehoud van 7 januari 2004, dus van na de bestreden beslissing, voorlegt VII-32.199-8/12 waarbij deze zijn argumenten bekendmaakt om af te wijken van het advies van de Mina-raad en dat dit Instituut zelf heel duidelijk stelt dat in het vaststellingsbesluit geen motivering terug te vinden is waarom er werd afgeweken van het advies van de Mina-raad. 3.4. In de laatste memorie gaan de verzoekende partijen verder in op dit gegeven en stellen zij zich niet van de indruk te kunnen ontdoen dat dit stuk "met een duidelijke bedoeling werd achtergehouden". 3.5. Voor de toepassing van de motiveringswet wordt onder het begrip bestuurshandeling verstaan : "de eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur" (artikel 1). De door deze wet opgelegde formele motiveringsplicht geldt bijgevolg alleen voor rechtshandelingen met individuele strekking, dit wil zeggen rechtshandelingen die in een concreet geval een rechtsregel toepassen op een bepaalde persoon of een bepaalde zaak. Het besluit tot definitieve vaststelling van het afbakeningsplan als VEN-gebied kan niet worden beschouwd als de toepassing in een concreet geval van een rechtsregel op een bepaalde persoon of een bepaalde zaak. De motiveringswet is terzake dan ook niet van toepassing. Dit neemt niet weg dat het bestreden besluit moet zijn gedragen door motieven die in rechte en in feite aanvaardbaar zijn : bij het nemen van het bestreden besluit en in het bijzonder bij de aanduiding van eerste verzoekers eigendom als VEN-gebied, is de verwerende partij aan de materiële motiveringsplicht onderworpen. De bestreden beslissing moet, zoals iedere overheidsbeslissing, steunen op draagkrachtige motieven, die in feite en in rechte aanvaardbaar zijn en die pertinent moeten zijn en de genomen beslissing moeten verantwoorden. Een overheidsbeslissing mag niet willekeurig zijn. In het hiervoor vermelde advies van de Mina-raad van 19 maart 2003 ontwikkelt deze raad een toetsingskader voor wat de parkdomeinen betreft en gaat hij er daarbij van uit dat parkdomeinen als VEN-gebied dienen te worden geschrapt, behoudens indien dit de samenhang van het afgebakende VEN-gebied zou hypothekeren, wat volgens de Mina-raad het geval is als het domein een enclave in het VEN-gebied vormt. VII-32.199-9/12 Dit toetsingskader in acht genomen, verstrekt de Mina-raad hierna een specifiek advies met betrekking tot de door de verzoekende partijen ingediende bezwaren tegen de afbakening van een gedeelte van het historisch park van het kasteel van Heers als VEN-gebied, waarbij hij vaststelt dat het kasteel en domein - met bestemming parkgebied - grotendeels niet zijn opgenomen in de VEN- afbakening en hij de schrapping adviseert van de rest van de zone met bestemming parkgebied. Met de bestreden beslissing wordt het parkgedeelte met vijver en natuurlijk loofbos wel in het VEN behouden. De verwerende partij heeft dit gedaan op advies van het Instituut voor Natuurbehoud. Het spreekt voor zich dat het voorzien van in een openbaar onderzoek met een bezwaarprocedure (artikel 21, §§ 5 tot en met 8, van het natuurbehouddecreet) per definitie impliceert dat de ingediende bezwaren moeten worden beoordeeld en geëvalueerd, zoniet zou de bedoeling van de decreetgever volledig worden uitgehold. Vandaar dat artikel 21, § 8, van het natuurbehouddecreet voorschrijft dat de Mina-raad over de ingediende bezwaren een gemotiveerd advies uitbrengt. De Raad van State moet dus nagaan of uit de bestreden beslissing en/of uit het advies van de Mina-raad een voldoende duidelijk antwoord op de bezwaren van de verzoekende partijen kan worden afgeleid. Te dezen is dit niet het geval. Integendeel, het advies van de Mina-raad kwam tegemoet aan de bezwaren van de verzoekende partijen. De verzoekende partijen stellen terecht dat zij in het dossier, zoals het bestond op het ogenblik waarop het bestreden besluit werd genomen, geen begrijpelijk en pertinent antwoord vinden op hun bezwaren. Het decretaal vereiste gemotiveerd advies over de door de verzoekende partijen geformuleerde bezwaren is niet precies en duidelijk als het slechts kan worden begrepen door het samenbrengen, in een procedure voor de Raad van State, van hetgeen omtrent de ingediende bezwaren specifiek wordt gezegd, zonder dat te dezen in het specifieke gedeelte naar die algemene motivering wordt verwezen. Het komt niet aan de Raad van State toe om op grond van de diverse, soms tegenstrijdige adviezen die zijn weergegeven in de bestreden beslissing of die zijn terug te vinden in het administratief dossier, de motieven die ten grondslag liggen aan de beslissing over eerste verzoekers eigendom te "distilleren". De verduidelijkingen die de VII-32.199-10/12 verwerende partij in haar processtukken voor de Raad van State aanbrengt, kunnen in het huidige geval dit gebrek niet verhelpen. Dit klemt des te meer nu de verwerende partij een bijkomend advies neerlegt dat, blijkens de datum van de brief waarin het werd vastgelegd, dateert van na het bestreden besluit en het niet bewezen is dat dit advies als dusdanig bij de uiteraard aan de bestreden beslissing voorafgaande beoordeling werd betrokken. Het middel is gegrond, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 houdende definitieve vaststelling van het afbakeningsplan voor de Herk, Niewenhoven-Duras en het Hekenrodebos, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 17 oktober 2003, voor wat betreft de percelen gelegen in de gemeente Heers en gekend ten kadaster onder eerste afdeling, Sectie A, nrs. 266D/261D/267D/267E/268D/270E/270D/272A/272B/276C/276F/276G/696A. Artikel 2. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit. Artikel 3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verwerende partij. VII-32.199-11/12 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee oktober tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-32.199-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.797 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.562 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div