← België

Arrest 186800 - Milieuvergunningen - 02/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.800 Rolnummer: A. 145291/VII-31253 Zaak: Arrest 186800 - Milieuvergunningen - 02/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-16 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:39 Fiche Arrest nr 186.800 van 2 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.800 van 2 oktober 2008 in de zaak A. 145.291/VII-31.

  1. In zake : de BVBA MOORS VARKENSHOUDERIJ, die woonplaats kiest bij advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : de deputatie van de provincie Limburg. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA MOORS VARKENS- HOUDERIJ op 15 december 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 16 oktober 2003 waarbij de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel van 26 mei 2003, houdende het verlenen van een milieuvergunning aan de verzoekende partij voor het verder exploiteren van een varkenshouderij omvattende onder meer varkensstallen voor het houden van 772 varkens waarvan 700 zeugen, wordt opgeheven en vervangen door een beslissing houdende het verlenen van een milieuvergunning aan de verzoekende partij voor de verdere exploitatie van een varkenshouderij omvattende onder meer varkensstallen voor het houden van 700 varkens en 72 zeugen voor een termijn eindigend op 31 december 2003; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 21 mei 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; VII-31.253-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 13 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 september 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. BEELEN die, loco advocaten W. MERTENS en J. SURMONT verschijnt voor de verzoekende partij, en van bestuurssecretaris T. ROOSEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. De feiten Op 22 januari 1973 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel aan Frans REYNIERS-BOLLEN een vergunning voor het uitbaten van een varkensstal met maximum 700 varkens en 72 zeugen, gelegen aan de Driekoyenstraat 82 te Lommel, sectie E, nr. (s) 290 f2/388 d, voor een termijn van dertig jaar. Volgens het bij het koninklijk besluit van 22 maart 1978 vastgestelde gewestplan Neerpelt-Bree, is de inrichting gelegen in een agrarisch gebied. De inrichting is gelegen op een afstand van circa 100 meter van een woongebied met landelijk karakter, op 150 meter van een woonuitbreidingsgebied en op 180 meter van een woongebied. Op 17 mei 1993 verleent de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening aan de verzoekende partij een stedenbouwkundige vergunning voor de verhoging van de bestaande stallen, het bouwen van een stroberging en een zeugenstal en het regulariseren van een aalput op de inrichting. In de overwegingen VII-31.253-2/5 van laatsgenoemd besluit wordt gewag gemaakt van de intentie van de verzoekende partij om op het bedrijf "400 produktieve zeugen" te houden. Op 4 juni 1993 meldt de verzoekende partij dat zij voormelde inrichting overneemt van Frans REYNIERS. In deze melding omschrijft de verzoekende partij de inrichting als een "varkensbedrijf 772 dieren ouder dan 10 weken - opslag stookolie minder dan 20.000 l". Op 19 augustus 1993 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel akte aan de verzoekende partij voor de overname van de inrichting voor varkenshouderij. Op 11 augustus 1994 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg akte aan de verzoekende partij voor mestopslagplaatsen voor 2.010 m³ "behorende bij het bestaand vergund varkensbedrijf voor 772 dieren". Op 14 januari 2003 vraagt de verzoekende partij aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel om hernieuwing van de milieuvergunning voor de inrichting vergund voor het houden van in totaal 772 varkens waarvan 700 zeugen. Op 25 februari 2003 verleent de Vlaamse Landmaatschappij (hierna : VLM) een ongunstig advies over de aanvraag voor de hernieuwing van de milieuvergunning, onder meer op grond van de overweging dat de interpretatie van de vergunning foutief is, daar de dierenindeling niet overeenkomt met de oorspron- kelijke vergunningsbeslissing. Op 26 mei 2003 verleent het college van burgmeester en schepenen van de stad Lommel vergunning voor de op 17 januari 2003 aangevraagde hernieuwing van de milieuvergunning voor een termijn die eindigt op 31 december
  3. Dit besluit verwijst naar het gunstig advies van de stedelijke milieudienst dat steunt op het feit dat het in de aanvraag om hernieuwing om hetzelfde aantal dieren gaat, dat er reeds sinds 1983 werd "omgeschakeld op zeugen" en er in de mestaangifte aan de VLM sprake was van zeugen, maar er nooit een reactie kwam van de VLM en dat er aanleiding bestaat om te geloven dat de heer MOORS steeds te goeder trouw heeft gehandeld. Op 23 juni 2003 tekent de VLM administratief beroep aan tegen deze vergunningsbeslissing. Op 18 juli 2003 brengt de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten & Landschappen-Limburg een gunstig advies uit over de aanvraag aangezien "vanuit stedenbouwkundig oogpunt het standpunt van het schepencollege van Lommel bijgetreden (kan) worden". VII-31.253-3/5 Op 30 juli 2003 herhaalt de VLM haar ongunstig advies over de aanvraag van 25 februari
  4. Op 7 augustus 2003 adviseert de afdeling Milieuvergunningen van AMINAL het beroep van de VLM in te willigen. Dit advies stelt, onder meer, dat de mestproductie van 700 zeugen en 72 varkens hoger is dan het vergund aantal dieren en dat de exploitatie van 700 zeugen eveneens valt onder de verbodsregels van artikel 5.9.4.4.2/, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (hierna : Vlarem II), waarin wordt aangegeven dat een varkenshouderij waarin uitsluitend varkens worden gehouden voor de opfok en de verkoop van biggen enkel is toegelaten mits het aantal zeugen niet groter is dan 250 en mits voldaan wordt aan de afstandsregels vermeld in 1/, c. Op 15 september 2003 adviseert de Provinciale Milieuvergunningscommissie om het beroep van de VLM in te willigen, de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel op te heffen en plaatsvervangend een vergunning te verlenen voor 700 varkens en 72 zeugen, 2.010 m³ mestopslag en de opslag van 18.000 liter stookolie (12.000 + 6.000 liter boven-gronds) en dit voor een termijn eindigend op 31 december
  5. Op 16 oktober 2003 willigt de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg het beroep van de VLM in, heft zij het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel van 26 mei 2003 op en verleent zij de milieuvergunning zoals vermeld in het advies van de Provinciale Milieuvergunningscommissie. Dit is het bestreden besluit, waarin het standpunt van de Provinciale Milieuvergunningscommissie wordt bijgetreden. Op 2 december 2003 vraagt de verzoekende partij aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel om hernieuwing van de milieuvergunning voor de varkenshouderij. De uiteindelijke beslissing in deze aanvraagprocedure, genomen door de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg op 26 augustus 2004, maakt het voorwerp uit van het beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State gekend onder zaak A.156.907/VII-33.
  6. De ontvankelijkheid Met het bestreden besluit werd slechts een milieuvergunning verleend tot 31 december 2003, zodat de geldingsduur thans is verstreken. Bij besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 26 augustus 2004, tot stand gekomen als gevolg van de aanvraag tot hernieuwing, VII-31.253-4/5 werd een nieuwe vergunning verleend voor een duur van twintig jaar voor onder meer 72 zeugen en 700 varkens. Het beroep tot nietigverklaring tegen dit besluit werd verworpen bij arrest nr. 186.799 van 2 oktober 2008 in de zaak A. 156.907/VII-33.030, zodat de verzoekende partij geen voordeel meer kan halen uit de vernietiging van het thans bestreden besluit. De bevoegde overheid kan immers, na een gebeurlijke vernietiging, geen beslissing nemen die ingaat tegen het definitieve besluit van 26 augustus
  7. Het beroep is niet ontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  8. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee oktober tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier, De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-31.253-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.800 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.