id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.802 Rolnummer: A. 120452/VII-26500 Zaak: Arrest 186802 - Milieuvergunningen - 02/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-22 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-29 08:39 Fiche Arrest nr 186.802 van 2 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.802 van 2 oktober 2008 in de zaak A. 120.452/VII-26.500. In zake : Albert PAUWELS, die woonplaats kiest bij advocaat K. VINCKE, kantoor houdende te BRUGGE, Jan Moritoenstraat 1, bus 7 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-84. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Albert PAUWELS op 29 april 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 18 februari 2002 waarbij zijn beroep ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 23 augustus 2001, houdende het gedeeltelijk verlenen van de vergunning aan verzoeker om een gemengd landbouwbedrijf, gelegen aan de Appensvoordestraat 101 te Lovendegem, te exploiteren, ongegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing op enkele punten wordt gewijzigd en de overige bepalingen ervan worden bevestigd; Gelet op het arrest nr. 112.199 van 31 oktober 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; VII-26.500-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 21 september 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 13 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 september 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. D'ABSALMON die, loco advocaat K. VINCKE verschijnt voor verzoeker en van advocaat P. VANDENDAEL die, loco advocaat J. NIJS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies, behoudens wat de kosten betreft, van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.1. Verzoeker exploiteert een landbouwbedrijf aan de Appensvoordestraat 101 in Lovendegem. Hij heeft het bedrijf in 1972 overgenomen van zijn ouders. Op 20 mei 1977 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen een exploitatievergunning voor 250 varkens, voor een termijn van tien jaar. De varkensstal dateert van voor de inwerkingtreding van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw. VII-26.500-2/6 Bij de vaststelling van het gewestplan komt de inrichting in natuurgebied te liggen. Op 20 december 1977 neemt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lovendegem akte van de aangifte van 80 runderen. Verzoeker zou naar eigen zeggen bij deze gelegenheid ook aangifte hebben gedaan van 250 mestvarkens en 50 zeugen, maar daarvan is geen akte genomen. Een bouwvergunning voor een melkveestal was reeds verleend op 3 oktober 1973. 1.2. Op 15 april 1993 neemt de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen akte van de aangifte van de opslag van 1.000 m³ dierlijke mest. Verzoeker heeft ook aangifte gedaan van 145 runderen en 320 varkens, maar daarvan is geen akte genomen. Over die aangifte schrijft verzoeker in zijn verzoekschrift : "In 1990 nam huidig verzoeker een tweede landbouwbedrijf met rundvee en varkens over welke gelegen is te Lovendegem, Vellare 59. In 1990 werd wegens wijzigingen van de ARAB- indelingslijst verkeerdelijk melding gemaakt van de op dat ogenblik aanwezige dieren, daar waar eigenlijk de aanwezige standplaatsen voor dieren diende opgegeven te worden en van de mestopslag, namelijk: - in Appensvoordestraat 101 : 145 grote zoogdieren, 320 varkens (minder dan 10 weken) en 1.000 m³ mestopslag, waarbij echter de houten gebouwen (schuilhokken) op de percelen 1239 en 1240 met de daar aanwezige standplaatsen voor 143 runderen niet aangegeven waren omdat die houten constructie(
- s)slechts schuilhokken zijn en voor schuilhokken is er nu éénmaal geen milieuvergunning nodig. Voor die gebouwen was er ook geen bouwvergunning aanwezig daar ze dateerden van voor 1962 en dus voor de wet op (
- de)stedenbouw. - in Vellare 59 : 137 grote zoogdieren en 100 varkens. Huidig verzoeker verkeerde in de volle overtuiging dat als gevolg van beide meldingen in 1990 alle standplaatsen voor dieren op beide bedrijven vergund waren. Toen hij op 08.10.1990 van het college van burgemeester en schepenen van Lovendegem de vergunning ontving voor zijn bedrijf te Vellare 59 en op 15.04.1993 de vergunning ontving van de Bestendige deputatie van Oost-Vlaanderen voor zijn bedrijf te Appensvoordestraat 101. Voor het bedrijf te Appensvoordestraat 101 was echter, wegens de ligging in natuurgebied, enkel akte genomen van de mestopslagcapaciteit en niet van de standplaatsen voor het vee die bovendien slechts een deel waren aangegeven, namelijk op basis van het aanwezige aantal dieren en zonder rekening te houden met de schuilhokken. Voor het bedrijf te Vellare daarentegen was akte genomen van de volledige aangegeven veestapel, wegens de ligging in agrarisch gebied. Huidig verzoeker had dit verschil niet opgemerkt en verkeerde sinds 15.04.1993 in de stellige overtuiging dat beide exploitaties qua vergunning volledig in orde waren. Pas onlangs, en dit naar aanleiding van het beroep ingesteld door het Vlaams Agrarisch Centrum vzw in verband met de nutriënten(...)halte van beide VII-26.500-3/6 exploitaties en anderzijds van de plannen van de zonen van huidig verzoeker, Filip en Dirk 25 en 24 jaar oud om kortelings het ouderlijk bedrijf gelegen te Appensvoordestraat 101 over te nemen is gebleken dat de milieuvergunning van het bedrijf te Appensvoordestraat 101 niet helemaal in orde was. Vandaar werd op 14.02.2001 door huidig verzoeker een dringende regularisatieaanvraag ingediend". Volgens het thans bestreden besluit is het voorwerp van de vergunningsaanvraag het volgende : "- de exploitatie op de volgende vergunde kadastrale percelen, afdeling 2, sectie B, nrs. 1284/b, 1285/c, 1286/c, van : - een mestvarkensstal voor 236 mestvarkens en 100 m³ mestkelder; - het lozen van 0,3 m3 /uur, 0,5 m3 /dag en 120 m3 /jaar normaal huisafvalwater in oppervlaktewater afkomstig van de bedrijfswoning; - een zeugenstal bestaande uit: 1 x 40 kraamhokken + 2 x 40 boxen voor zeugen, biggenbatterijen - een ruwvoederopslag in 2 sleufsilo's (1 x 600 m3 en 1 x 800 m3); - een melkveestal bestaande uit : een loopstal voor 50 melkkoeien op stro, een wachtplaats op rooster, een melkstand, een melkhuis met melkinstallatie, een voederstandplaats voor melkvee op rooster, een voedergang met 350 m3 mestkelder, een standplaats voor 45 runderen in 5 boxen op rooster, 17 kalveren op strorooster en 10 kalveren op strorooster, een kalfstal met berging, een berging voor 3 voertuigen en materiaal, een berging voor 2.500 liter mazout bovengronds en 1 vat olie van 200 liter, één verdeelslang voor mazout; - een uitbreiding van een bestaande vergunde grondwaterwinningput tot een maximum debiet van 2 m3 /uur, 15 m3 /dag en 4.500 m3 /jaar; - de exploitatie op de volgende toegevoegde kadastrale percelen, afdeling 2, sectie B, nrs. 1239, 1240, van : - een ruwvoederopslag in 2 sleufsilo's van elk 300 m3; - een rundveestal bestaande uit: 1 box voor 25 runderen op stro en 1 box voor 15 runderen op stro, een ommuurde mestvaalt van 500 m3 met opvang van mestsappen in een ondergrondse citerne van 20 m3; - een berging voor 6 voertuigen; - een runderenstal voor 126 runderen in 7 boxen op stro met voedergang; - een afzonderlijke berging voor stro, materiaal en 3 voertuigen". 1.3. Ingevolge voornoemde aanvraag weigert de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen op 23 augustus 2001 de vergunning voor de exploitatie van stallen voor 372 varkens en 208 runderen, de opslag van 520 m³ dierlijke mest en een grondwaterwinning van 3.142 m3/jaar. Zij verleent de vergunning wel voor de lozing van huishoudelijk afvalwater in oppervlaktewater, een stelplaats voor 12 voertuigen, de opslag van 2.500 liter mazout in een bovengrondse houder, de opslag van 200 liter olie in een vat en een brandstofverdeelslang. Verzoeker tekent administratief beroep aan tegen voornoemde beslissing. VII-26.500-4/6 1.4. In het kader van de beroepsprocedure zijn de volgende adviezen uitgebracht : (
- a)de Vlaamse Landmaatschappij adviseert op 25 oktober 2001 ongunstig omwille van de strijdigheid met artikel 33ter, §1, 1/, c), van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen; (
- b)de afdeling Stedenbouwkundige Vergunningen adviseert op 25 oktober 2001 gunstig omdat toepassing kan worden gemaakt van de afwijkingsbepalingen van artikel 43 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996; (
- c)de afdeling Water bevestigt op 31 oktober 2001 haar in eerste aanleg gegeven gunstig advies; (
- d)de afdeling Milieuvergunningen adviseert op 30 november 2001 ongunstig; (
- e)de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie adviseert op 10 december 2001 ongunstig. 1.5. Op 18 februari 2002 wordt het thans bestreden besluit genomen. De gevraagde vergunning wordt geweigerd; 2. De ontvankelijkheid Overwegende dat met een schrijven van 14 mei 2008 de raadsman van verzoeker aan de Raad van State laat weten dat verzoeker bij besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 18 oktober 2007 "een nieuwe en veel uitgebreidere vergunning" heeft verkregen, dat die vergunning "eigenlijk thans volledig overeen(stemt) met de reële situatie zoals deze de voorbije jaren altijd is geweest" en dat zij niet meer wordt aangevochten; dat de raadsman echter van oordeel is dat verzoeker zijn belang bewaart gelet op de "zéér hoge aanslagen" voor de jaren 2003, 2004, 2005 en 2006, opgelegd door de Mestbank; Overwegende dat verzoeker blijkbaar zijn belang ziet in het gegrond bevinden van een middel en als gevolg daarvan het verkrijgen van een annulatiearrest waarmee hij vervolgens zou kunnen procederen om de gevestigde heffingen te ontwijken; dat evenwel een dergelijk belang niet voldoende is om, vanuit het oogpunt van het belang, een beroep tot vernietiging te schragen; dat immers de finaliteit van het vernietigingscontentieux erin bestaat onwettige rechtshandelingen met terugwerkende kracht uit de rechtsorde te bannen en dat het VII-26.500-5/6 ingeroepen belang in relatie tot die finaliteit dient te staan, terwijl het belang om een administratieve rechtshandeling onwettig te horen verklaren, om vervolgens op basis van deze met gezag van gewijsde beklede uitspraak een eis voor de gewone rechtbanken beter te ondersteunen, geen belang meer is verbonden aan het doen verdwijnen van de akte uit de rechtsorde, maar uitsluitend een belang om een middel gegrond te horen verklaren; dat een dusdanig belang een onrechtstreeks belang vormt; dat trouwens ook de gewone rechtbanken de fout van de overheid kunnen vaststellen; Overwegende dat het verlies aan belang niet te wijten is aan verzoeker zodat hij de kosten van de gevoerde procedure niet hoeft te dragen, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee oktober tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-26.500-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.802 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.112.199 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div