← België

Arrest 186803 - Milieuvergunningen - 02/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.803 Rolnummer: A. 128153/VII-28137 Zaak: Arrest 186803 - Milieuvergunningen - 02/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-16 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 08:39 Fiche Arrest nr 186.803 van 2 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.803 van 2 oktober 2008 in de zaak A. 128.153/VII-28.

  1. In zake : Flora VAN GLABBEEK, die woonplaats kiest bij advocaat W. SLOSSE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Brusselstraat 59 tegen : de deputatie van de provincie Antwerpen. tussenkomende partij : de BVBA TILBORGHS & ZONEN (in vereffening), die woonplaats kiest bij advocaten H. SEBREGHTS en Y. LOIX, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Flora VAN GLABBEEK op 30 september 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 4 juli 2002 waarbij haar beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kalmthout van 11 februari 2002, houdende het verlenen aan de BVBA TILBORGHS & ZONEN van de milieuvergunning voor het verder in bedrijf houden en veranderen van een houthandel, gelegen aan de Statiestraat 85 te Kalmthout, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gelet op het arrest nr. 115.907 van 13 februari 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door verzoekster; VII-28.137-1/8 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 30 april 2003 ingediend door de BVBA TILBORGHS & ZONEN; Gelet op de beschikking van 3 juni 2003 die de tussenkomst van de BVBA TILBORGHS & ZONEN toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 12 december 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 13 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 september 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE BRUYNE die, loco advocaat W. SLOSSE verschijnt voor verzoekster, van bestuurssecretaris M. MICHIELS die verschijnt voor de verwerende partij en van advocaat H. SEBREGHTS die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-28.137-2/8
  3. De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  4. De tussenkomende partij baat aan de Statiestraat 85 in de gemeente Kalmthout een houthandel uit. Verzoekster is eigenares van een onroerend goed dat zich op een aanpalend perceel bevindt, gelegen aan de Statiestraat 89 te Kalmthout. 1.
  5. Op 16 november 2001 dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kalmthout een milieuver- gunningsaanvraag in voor het hernieuwen en veranderen van haar inrichting. In bijlage 2 bij de vergunningsaanvraag leest men omtrent het voorwerp van de aanvraag : "De aanvraag betreft een hermachtiging van de vergunning (verstrijkend op 25 september 2002); een verandering door verbouwing en herinrichting van de bestaande loods met houtbewerkingsmachines en opslag van hout; nieuwbouw van winkel en toonzaal". 1.
  6. Op 11 februari 2002 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kalmthout aan de tussenkomende partij de gevraagde vergunning voor het hernieuwen en veranderen van de inrichting. 1.
  7. Op 19 maart 2002 stellen de heer en mevrouw SUTTER - VAN GLABBEEK beroep in tegen de verleende vergunning. In het beroepschrift wordt onder meer aangevoerd wat volgt : "De houthandel bevindt zich in een gebied dat volgens het gewestplan is bestemd als woongebied; Uit het dossier blijkt dat er geen bijzonder plan van aanleg bestaat voor het terrein waarop de BVBA TILBORGHS thans gelegen is. Overeenkomstig het art. 5, 1.0 van het K.B. van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen zijn woongebieden bestemd voor 'wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambachten en kleinbedrijf voor zover deze 'taken' van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied afgezonderd dient te worden en derhalve met dat gebied onbestaanbaar is, of wanneer het bedrijf onverenigbaar is met de onmiddellijke omgeving'. Om de reden van onbestaanbaarheid te beoordelen, dient rekening te worden gehouden met de aard en de omvang van het bedrijf waardoor het gebeurlijk niet kan worden ingeplant in een woongebied. VII-28.137-3/8 Het intrinsiek storend karakter van het bedrijf of het bijzonder karakter van het woongebied kunnen ertoe leiden dat er een onverenigbaarheid bestaat tussen het bedrijf en het woongebied. De milieuvergunning die dd. 11 februari jl. door het Schepencollege van de Gemeente KALMTHOUT werd vergund aan de BVBA TILBORGHS EN ZOON heeft betrekking op een bedrijf dat zich uitstrekt over een oppervlakte van meer dan 2.650 m². Afgezien van de belangrijke uitgestrektheid van de exploitatie betreft het in casu daarenboven activiteiten die ressorteren in de houtverwerkende nijverheid. De aard en de grootte van de bedrijvigheid met de intrinsiek daaraan verbonden geluidshinder van onder meer de te verwachten frequenties van vrachtwagens van en naar het bedrijf, de aard van toestellen die zullen gebruikt worden in de inrichting e.d., maken dat dit bedrijf niet thuishoort in een woonzone. Het feit dat er in het verleden voor geopperd werd om de BVBA TILBORGHS en ZOON te verplaatsen naar een aangepaste industriezone en hiervoor zelfs gevorderde onderhandelingen werden gevoerd tot aankoop van gronden tussen de gemeente KALMTHOUT en de exploitant van het houtverwerkend bedrijf, bewijst de niet geschiktheid van de huidige inplanting van de exploitatie in het woongebied. Daarenboven wordt het bedrijf daadwerkelijk geflankeerd door gezinswoningen en grenst zij vlak aan een arboretum van een hoogstaande natuurkundige waarde. Gelet op die omstandigheden is de inplanting van een houthandelbedrijf van een aanzienlijke omvang en uitgestrektheid onverenigbaar met een gebied dat uitsluitend bestemd is als woongebied en slechts plaatselijk winkeliers en kleinhandelaars kan tolereren". 1.
  8. In het kader van de beroepsprocedure wordt een aantal adviezen uitgebracht. Deze adviezen zijn allemaal gunstig. In het advies van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten & Landschappen (hierna : AROHM) staat onder meer het volgende : "Op 5/04/2002 ontving ik uw adviesvraag inzake bovenvermeld dossier. Het goed ligt in het gewestplan Turnhout (Koninklijk besluit van 30 september 1977). Het goed ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen). Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid (om) de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een VII-28.137-4/8 goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan. De aanvraag is principieel in overeenstemming met het geldende plan, zoals hoger omschreven. Gelet op mijn voorwaardelijk gunstig advies dd. 03/04/2002 tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning (BA. 259.781

(1). Mijn advies is in voorliggend dossier dan ook principieel gunstig, indien wordt voldaan aan de eerder gestelde voorwaarden". 1.6. Op 4 juli 2002 wordt het bestreden besluit genomen. Het wordt als volgt gemotiveerd : "Gelet op het gunstig advies dd. 24 mei 2002 (kenmerk AMV/A/VL2/2300) van de Afdeling Milieuvergunningen (AMV) van de Administratie voor Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer; op volgende elementen uit dit advies: De aanvraag heeft in hoofdzaak betrekking op het hernieuwen van de vergunning van een bestaande houthandel. N.a.v. de aanvraag wordt het bedrijf volledig gerenoveerd. Al de bestaande gebouwen worden gesloopt en vervangen door drie nieuwe gebouwen. Eén en ander leidt tot een volledige herinrichting van het bedrijfsterrein. Aan de straatzijde wordt een nieuwe toonzaal gebouwd. Centraal en achteraan op het terrein worden twee nieuwe loodsen opgericht die met elkaar zijn verbonden door een opslagruimte. Deze loodsen worden ingericht als magazijnen en als werkplaatsen. De huidige bedrijfsgebouwen stonden tot op de perceelsgrens. De nieuwe gebouwen worden overal 7 m van de perceelsgrenzen ingeplant. Hierdoor komt op het achterliggende gedeelte van het terrein ruimte vrij voor de aanleg van een drie meter breed groenscherm. Het beroepschrift is hoofdzakelijk gebaseerd op de ligging van de inrichting in een woongebied. Omwille van de aard en de grootte van de uitgevoerde bedrijvigheid hoort de inrichting niet thuis in een woongebied. Het betreft hier echter een kleinschalig bedrijf met hoofdzakelijk opslag- en verkoopruimtes. De mogelijke geluidshinder blijft beperkt tot geluidsoverlast veroorzaakt door de houtbewerkingsmachines. Deze machines worden volledig achteraan in de loods ingeplant en op het achterliggende deel van het perceel opgesteld. De nieuwe machinehal wordt akoestisch geïsoleerd. Er zal steeds gewerkt worden met gesloten ramen en deuren. Door de nieuwe inplanting komt de werkplaats op ca. 80 m te liggen van de woning van de beroepindieners. Andere mogelijke geluidsoverlast blijft beperkt door de aanleg van een groenscherm rond het terrein. In het beroepschrift wordt gesteld dat de heraanleg van het terrein en het toenemende vrachtwagenverkeer voor ontoelaatbare geluidsoverlast zullen zorgen. De oprit van het terrein is echter van de eigendom van de beroepsindieners gescheiden door de woning van de uitbaters. De parkeerplaatsen worden ingericht achter de nieuwe toonzaal. De magazijnen worden ingericht in de centraal op het terrein ingeplante loods. Rond de nieuwe gebouwen is een weg aangelegd die echter hoofdzakelijk de functie van brandweerweg heeft. Beroeper stelt dat de hernieuwing van de vergunning gepaard gaat met een ernstige uitbreiding van het bedrijf. Er wordt enkel een uitbreiding van het geïnstalleerde vermogen van het machinepark van ca. 80 kW tot ca. 125 kW aangevraagd. Dit betreft in feite een regularisatie van een reeds bestaande toestand. De toename van het vermogen wordt in hoofdzaak verklaard door het ingebruiknemen van een 4 zijdige schaafmachine met een vermogen van VII-28.137-5/8 53,5 kW. Het huidige machinepark is reeds enkele jaren in bedrijf zonder dat dit in het verleden aanleiding heeft gegeven tot klachten van de omwonenden over geluidshinder. Bij de herinrichting van het bedrijf zijn voldoende voorzorgsmaatregelen genomen om mogelijke geluidsoverlast voor de buurt te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Het ingestelde beroep is dan ook ongegrond en de vergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen van Kalmthout kan worden bevestigd; Gelet op het gunstig advies dd. 17 juni 2002 (kenmerk N/109.437) van de Cel Ruimtelijke Ordening van de Afdeling ROHM van de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen (AROHM); op volgende elementen uit dit advies: - Het goed ligt volgens het van kracht zijnde gewestplan in een woongebied. - De aanvraag is principieel in overeenstemming met het geldende plan. Het advies van de AROHM, dd. 03/04/2002 tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning (BA. 259.781
(1)) is voorwaardelijk gunstig. Het advies is in voorliggend dossier dan ook principieel gunstig, indien wordt voldaan aan de eerder gestelde voorwaarden; Gelet op het gunstig advies dd. 18 juni 2002 van de Provinciale Milieuvergunningscommissie (PMVC); op volgende elementen uit dit advies: 1. Mevrouw An-Katrien Van Rensbergen, advocaat, wordt gehoord namens de beroeper. Zij verklaart dat het pand van beroeper rechts van het bedrijf gelegen is en eraan paalt. Het bedrijf is gegroeid van een klein familiebedrijf tot een vrij ruime zaak van ongeveer 3.000 m². Thans wordt voor de ganse zaak een vergunning gevraagd. Alhoewel deze aangevraagd wordt als een hernieuwing van de vergunning, betreft het in feite een regularisatie van de bestaande toestand, waarin een aanzienlijke uitbreiding begrepen is. Desgevraagd verklaart de vertegenwoordigster van de beroeper dat de grootste hinder gevreesd wordt door de heraanleg van de inrit die nu bestaat uit een overdekte oprijlaan maar die na vernieuwing een circulatie zal mogelijk maken. Hierdoor wordt verwacht dat de hinder door vrachtwagens zal verhogen, evenals deze door de klanten die van deze circulatiemogelijkheid gebruik maken. De PMVC merkt op dat beroeper de hinder niet kan toeschrijven aan een bepaalde activiteit en dat in het voorliggend dossier juist voor de geluidshinder preventieve maatregelen voorzien worden. 2. De PMVC is van oordeel dat het beroep ongegrond is en dat het besluit dient bevestigd te worden; Gelet op de ligging van de inrichting in een gebied van het gewestplan Turnhout, waarvoor volgende voorschriften van toepassing zijn: woongebied; Overwegende dat gesteld kan worden dat de exploitatie van de inrichting, die het voorwerp van de voormelde milieuvergunningsaanvraag uitmaakt, verenigbaar is met voormelde ruimtelijke en stedenbouwkundige voorschriften, gelet op de adviezen; Overwegende dat - gezien de adviezen - gesteld kan worden dat de risico's voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie mits naleving (van
  1. de)opgelegde milieuver- gunningsvoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt; Overwegende dat er bijgevolg aanleiding toe bestaat het ingediende beroep ongegrond te verklaren en het bestreden schepencollegebesluit te bevestigen"; VII-28.137-6/8 2. Ten gronde Overwegende dat de raadsman van de tussenkomende partij met een schrijven van 9 juli 2008 aan de Raad van State laat weten dat de tussenkomende partij bij beslissing van 30 november 2007 in vereffening is gesteld, dat de loodsen en gebouwen op de vestigingsplaats in het centrum van de gemeente Kalmthout afgebroken en volledig verwijderd zijn en dat de verkregen milieuvergunning niet ten uitvoer is gelegd en derhalve, ingevolge afbraak en verwijdering van de gebouwen, vervallen is; dat verzoekster daarop met een schrijven van 10 juli 2008 antwoordt dat "in zoverre de milieuvergunning niet ten uitvoer gelegd werd, en vervallen is ingevolge de afbraak en de verwijdering van de gebouwen" het "voor de duidelijkheid in het rechtsverkeer van belang is dat de verleende milieuvergunning ook wordt vernietigd" zodat er "met het oog op toekomstige activiteiten die op dit terrein zullen worden ontwikkeld, geen discussie (kan) zijn over het feit dat ooit een milieuvergunning (weliswaar een nooit uitgevoerde) zou zijn verleend ten voordele van een houtbedrijf"; Overwegende dat verzoekster niet betwist dat de bestreden milieuvergunning niet is uitgevoerd en bijgevolg is vervallen; dat het verval ervan tot gevolg heeft dat het annulatieberoep thans geen voorwerp meer heeft en er derhalve geen grond meer is om uitspraak te doen over de grond van de zaak; dat het verval van de milieuvergunning niet te wijten is aan verzoekster, zodat het past de kosten van de vordering tot schorsing en van het annulatieberoep ten laste te leggen van de verwerende partij en die van de tussenkomst ten laste van de tussenkomende partij, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. VII-28.137-7/8 Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee oktober tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-28.137-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.803 Gerelateerde publicatie(
  2. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.115.907 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.