← België

Arrest 186806 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 02/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.806 Rolnummer: A. 152180/VII-32242 Zaak: Arrest 186806 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 02/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-22 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 08:39 Fiche Arrest nr 186.806 van 2 oktober 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.806 van 2 oktober 2008 in de zaak A. 152.180/VII-32.

  1. In zake : Isabelle VAN EYGEN, die woonplaats kiest bij advocaat S. VAN GEETERUYEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Leopold II-laan 180 tegen : het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Isabelle VAN EYGEN op 27 mei 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing van 18 maart 2004 van de Nationale Commissie Tandheelkundigen-Ziekenfondsen, Stuurgroep Kwaliteitspromotie Tandheelkundigen - Commissie van Beroep van verweerster"; Gelet op het arrest nr. 181.379 van 20 maart 2008 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 13 juni 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 11 september 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-32.242-1/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. De feiten 1.
  3. Artikel 36bis, § 2, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 (hierna: ZIV-wet) bepaalt, kort samengevat, dat de Koning een regeling inzake de accreditering van onder meer tandheelkundigen kan invoeren. Artikel 36ter, § 1, van dezelfde wet bepaalt dat, zolang een dergelijke reglementering niet is ingevoerd, de accreditering verder wordt geregeld in de in artikel 50, § 1, van de ZIV-wet bedoelde nationale akkoorden tussen tandheelkundigen en ziekenfondsen. Te dezen stelde het nationaal akkoord van 4 december 2002 ten tijde van de bestreden beslissing dat de tandarts, om een accreditering te verkrijgen, onder meer voldoende bijscholing moet hebben gevolgd en moet hebben deelgeno- men aan een intercollegiale evaluatie, de zogenaamde "peer reviews". Wat bijscholingen in het buitenland betreft, wordt het volgende bepaald : "Buitenlandse bijscholingsactiviteiten kunnen door de Stuurgroep erkend worden. Dit gebeurt per voorafgaandelijke aanvraag door de tandheelkundige zelf, via het standaardformulier in bijlage 2/1 en 2/2 vóór datum van de activiteit en het opmaken nadien van een persoonlijk verslag van de desbetref- fende activiteit. Dit persoonlijk verslag moet het geheel van de cursus en alle deelgebieden omvatten die door de deelnemers werd aangevraagd. Het maximum aantal eenheden verworven in het buitenland bedraagt 50 per jaar. Dit aantal kan op 80 gebracht worden voor organisatoren die in een officieel systeem van accreditering erkend zijn". 1.
  4. Op 29 september 2003 doet verzoekster een aanvraag voor de accreditering van een buitenlandse bijscholingsactiviteit. 1.
  5. Verzoekster stelt dat de verwerende partij deze aanvraag op 2 oktober 2003 terugfaxte, met daarop de volgende handgeschreven vermelding : VII-32.242-2/5 "Gelieve bijgaand formulier in te vullen. Mag eventueel ook gefaxt worden op 02/7397873". Volgens de verwerende partij werd verzoeksters brief terugge- stuurd op 6 oktober
  6. 1.
  7. Verzoekster betoogt dat zij het ingevulde standaardformulier naar de verwerende partij verzond op 13 oktober
  8. De verwerende partij stelt dat zij pas op 18 december 2003, en dus na de bijscholingsactiviteit van 14 en 15 november 2003, het ingevulde standaardformulier ontving. Op het formulier heeft verzoekster als datum ingevuld : "13/10/03", doch op datzelfde formulier komt ook een bestuurlijke stempel voor waaruit blijkt dat het formulier op 18 december 2003 bij het RIZIV is binnengekomen. 1.
  9. Met een brief van 22 januari 2004, gericht aan de Stuurgroep Kwaliteitspromotie Tandheelkundigen bij het RIZIV, deelt verzoekster mee dat zij nog geen antwoord heeft gekregen op het ingevulde formulier dat aan de verwerende partij werd gefaxt. Zij vraagt zo spoedig mogelijk te worden geïnformeerd met betrekking tot de accrediteringspunten voor het jaar
  10. 1.
  11. Op 9 februari 2004 deelt het RIZIV aan verzoekster mee dat de Stuurgroep Kwaliteitspromotie Tandheelkundigen in zijn vergadering van 5 februari 2004 op advies van de evaluatiecommissie heeft beslist dat verzoeksters bijscholingsactiviteit niet in aanmerking komt voor de accreditering. De Stuurgroep is van mening dat de activiteit geen bijscholing inzake tandheelkunde uitmaakt omdat "de erkenningsaanvraag voor die activiteit te laat is ingediend". 1.
  12. Nadat verzoekster beroep heeft aangetekend, neemt de Commissie van beroep op 18 maart 2004 de volgende beslissing : "Na beraadslaging beslist de Commissie van Beroep met unanimiteit van stemmen het beroep ontvankelijk en ongegrond te verklaren. Deze beslissing is gebaseerd op het feit dat het verzoekschrift onvoldoende nieuwe elementen bevat die toelaten de beslissing van de Stuurgroep te herzien". VII-32.242-3/5
  13. Ten gronde 2.1.
  14. In een eerste middel wordt de schending ingeroepen van de "Wet van 23 december 2002" en het daarin vervatte nationaal akkoord tandheelkundigen- ziekenfondsen, doordat de bestreden beslissing de beslissing van de Stuurgroep Kwaliteitspromotie Tandheelkundigen van 9 februari 2004 bevestigt, die stelde dat de aanvraag van verzoekster laattijdig werd ingediend, terwijl zij haar aanvraag wel degelijk tijdig heeft ingediend. In de toelichting stelt verzoekster dat zij "reeds op 29 september 2003 (...) haar aanvraag (heeft) ingediend" en dat "de aanvraag via de bijlage 2/1 en 2/2 werd ingediend op 13 oktober 2003 (...), zijnde ruim een maand vóór de buitenlandse bijscholingsactiviteit". 2.1.
  15. In het tussenarrest nr. 181.379 van 20 maart 2008 stelt de Raad van State dat verzoekster niet aantoont dat zij het standaardformulier op 2 oktober 2003 naar het RIZIV heeft gefaxt en dat de beslissing van de Stuurgroep Kwaliteitspromotie Tandheelkundigen van 9 februari 2004 niet verwijst naar de oorspronkelijke aanvraag van 29 september 2003 doch wel naar het op 18 december 2003 aan het RIZIV overgemaakte standaardformulier. Het middel steunt op een veronderstelling die feitelijke grondslag mist en is derhalve niet gegrond. 2.2.
  16. Verzoekster voert een derde middel aan, genomen uit de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het redelijkheidsbeginsel, doordat haar buitenlandse opleiding niet wordt erkend, maar dezelfde opleiding van andere collega's van verzoekster wel, terwijl de bepalingen uit het nationaal akkoord van 4 december 2002 tussen tandheelkundigen en ziekenfondsen, die betrekking hebben op de erkenning van buitenlandse opleiding- en, tot doel hebben na te gaan of deze opleidingen in aanmerking kunnen komen voor erkenning, "hetgeen in concreto het geval is". 2.2.
  17. Zoals vermeld in overweging 1.
  18. van dit arrest bepaalt het nationaal akkoord van 4 december 2002 onder meer dat buitenlandse bijscholings- activiteiten door de Stuurgroep kunnen worden erkend en dat zulks gebeurt via een voorafgaande aanvraag door de tandheelkundige zelf, "via het standaardformulier in bijlage 2/1 en 2/2 vóór datum van de activiteit en het opmaken nadien van een persoonlijk verslag van de desbetreffende activiteit". VII-32.242-4/5 De beweerde onredelijkheid die verzoekster aanvecht, vloeit dus voort uit dit nationaal akkoord en niet uit de bestreden beslissing zelf. Het is niet kennelijk onredelijk dat een strikte toepassing wordt gemaakt van een nationaal akkoord tandheelkundigen-ziekenfondsen, waarvan verzoekster op de hoogte was en dat niet werd aangevochten. Het middel is niet gegrond, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  19. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  20. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee oktober tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-32.242-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.806 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.379 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.