← België

Arrest 186807 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 02/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.807 Rolnummer: A. 162230/VII-33960 Zaak: Arrest 186807 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 02/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-23 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:39 Fiche Arrest nr 186.807 van 2 oktober 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.807 van 2 oktober 2008 in de zaak A. 162.230/VII-33.

  1. In zake : Ludwig VAN DER AUWERA, wonende te BONHEIDEN, Waversesteenweg 71 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat T. BALTHAZAR, kantoor houdende te GENT, Onderbergen
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Ludwig VAN DER AUWERA op 3 mei 2005 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de vermelding "gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van de inwerking- treding van dit besluit" in artikel 7, § 2, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiege- neeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines (hierna : ministerieel besluit van 14 februari 2005); Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur I. VOS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 13 juni 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 11 september 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-33.960-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. DELOMBAERDE die, loco advocaat T. BALTHAZAR verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur I. VOS, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 4 januari 2008; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. De feiten 1.
  4. Door artikel 35ter van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (hierna : koninklijk besluit nr. 78) wordt aan de Koning de bevoegdheid opgedragen om de lijst van bijzondere beroepstitels en van bijzondere beroepsbekwaamheden vast te stellen. Overeenkomstig artikel 35quater van dit koninklijk besluit nr. 78 kan niemand een bijzondere beroepstitel dragen of zich beroepen op een bijzondere beroepsbekwaamheid, dan na door de minister tot wiens bevoegdheden de Volksgezondheid behoort of de door hem gemachtigde ambtenaar hiertoe te zijn erkend. 1.
  5. Met toepassing van artikel 35sexies van hetzelfde koninklijk besluit wordt de erkenning, bepaald in het reeds vermelde artikel 35quater, toegekend overeenkomstig de door de Koning vastgestelde procedure en voor zover is voldaan aan de erkenningscriteria die zijn vastgesteld door de minister tot wiens bevoegdheden de Volksgezondheid behoort, op advies, wanneer zij bestaan, van de Raden waaraan deze bevoegdheid is toegewezen. 1.
  6. Het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde (hierna : koninklijk besluit van 25 november 1991) geeft uitvoering aan het voormelde artikel 35ter van het koninklijk besluit nr.
  7. Het bepaalt onder meer dat artsen die houder zijn van een bijzondere beroepstitel de bijkomende bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde kunnen krijgen. VII-33.960-2/5 Met het koninklijk besluit van 17 februari 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde met inbegrip van de tandheelkunde, worden nog twee autonome bijzondere beroepstitels toegevoegd : de beroepstitel van geneesheer-specialist in de urgentie-geneeskunde en deze van geneesheer-specialist in de acute geneeskunde. 1.
  8. Het bestreden ministerieel besluit van 14 februari 2005 strekt ertoe om in uitvoering van artikel 35sexies van het koninklijk besluit nr. 78 de erkenningscriteria vast te stellen voor de drie bijzondere beroepstitels. Daarnaast bevat dit besluit ook bepalingen met betrekking tot de houders van het zogenaamde "brevet in de acute geneeskunde". Overeenkomstig artikel 6, § 3, 2/, van dit besluit wordt het brevet in de acute geneeskunde vanaf 1 januari 2008 niet meer toegekend, uitgezonderd aan de erkende huisartsen en aan de artsen die niet erkend zijn als huisarts, op voorwaarde dat ze de opleiding hebben aangevangen vóór die datum. De artsen die op 1 januari 2008 houder zijn van het brevet in de acute geneeskunde behouden dit brevet. Gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van het ministerieel besluit van 14 februari 2005, en met toepassing van artikel 7, § 2, van dit besluit, kan de arts "die aan de hand van documenten betreffende zijn bezoldiging kan bewijzen dat hij na het verkrijgen van het brevet bedoeld in artikel 2, § 3 ten minste 10 000 uren beroepservaring gedurende de zeven jaar vóór de aanvraag heeft in een of meerdere urgentiediensten", erkend worden als geneesheer-specialist in de acute geneeskunde. Hij verliest dan zijn erkenning als huisarts. 1.
  9. Verzoeker behaalde op 4 oktober 2004 zijn brevet acute geneeskunde, en stelt maar drie jaar en vijf maanden tijd te hebben om aan de vereiste 10.000 uren te komen, en alzo erkend te worden als geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, wat in de praktijk volgens hem onmogelijk is. VII-33.960-3/5
  10. De ontvankelijkheid Verzoeker vraagt uitdrukkelijk de nietigverklaring van de vermelding "gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit" in artikel 7, § 2, van het bestreden besluit. Hij beoogt aldus slechts een gedeeltelijke nietigverklaring van artikel 7, § 2, van het ministerieel besluit van 14 februari
  11. De annulatie van bepalingen van een besluit die één en ondeelbaar zijn, staat gelijk met de hervorming of wijziging van dit besluit, waarvoor de Raad van State onbevoegd is. Anders zou de rechter immers beslissen in de plaats van de bestuursoverheid, wat hem ontzegd is. De nietigverklaring van een gedeelte van een beslissing kan slechts ontvankelijk worden gevorderd indien het betreffende gedeelte van de rest van de beslissing afsplitsbaar is. De annulatie van de vermelding "gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit" zou leiden tot een substantiële wijziging van artikel 7, § 2, van het ministerieel besluit van 14 februari
  12. Een dergelijke annulatie zou immers tot gevolg hebben dat het steeds mogelijk zou zijn voor een geneesheer, houder van een brevet in de acute geneeskunde, om op basis van zijn beroepservaring te worden erkend als geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, waardoor de bepaling niet langer als een "overgangsbepaling" zou kunnen worden beschouwd. De vernietiging van de bestreden bepaling zou neerkomen op een wijziging van het aangevochten ministerieel besluit, waarvoor de Raad van State niet bevoegd is. Het beroep is niet ontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  13. Het beroep wordt verworpen. VII-33.960-4/5 Artikel
  14. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee oktober tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-33.960-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.807 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.