id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.920 Rolnummer: A. 189871/IX-6089 Zaak: Arrest 186920 - Penitentiair recht - 08/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-14 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 08:40 Fiche Arrest nr 186.920 van 8 oktober 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.920 van 8 oktober 2008 in de zaak A. 189.871/IX-
- In zake : Hee Chan SCHEFER, die woonplaats kiest bij advocaat B. PARTOENS, kantoor houdende te BILZEN, Maastrichterstraat 359 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hee Chan SCHEFER op 1 oktober 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : - de beslissing van 26 augustus 2008 van de directeur van de gevangenis van Hasselt, houdende de oplegging van een tuchtsanctie van 6 maanden individueel regime (glasbezoek, geen gemeenschappelijke activiteiten, geen gemeenschappe- lijke eredienst, individuele wandeling); - de beslissing van 11 september 2008 van de directeur van de gevangenis van Hasselt, houdende de oplegging van een tuchtsanctie van 4 maanden individueel regime (glasbezoek, geen gemeenschappelijke activiteiten, geen gemeenschappe- lijke eredienst, individuele wandeling); Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 2 oktober 2008 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt toegekend; Gezien de nota van de verwerende partij; IX-6089-1/5 Gelet op de beschikking van 2 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 oktober 2008, om 15.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. THYSSEN, die loco advocaat B. PARTOENS verschijnt voor de verzoeker, en van attaché P. VAN CAENEGHEM, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten.
- De verzoeker verblijft in de strafinrichting te Hasselt. Tot tweemaal toe werd hij in zijn cel betrapt op het bezit van heroïne. Hij betwist dat hij een tweede maal betrapt werd. Hiervoor kreeg hij twee verschillende tuchtstraffen die hij aanvecht in één verzoekschrift. Voor deze twee verschillende feiten die zich situeren op verschillende data werd telkens een tuchtprocedure gevoerd, die aanleiding gaf tot voornoemde tuchtstraffen. Onderzoek van de vordering.
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing IX-6089-2/5 kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.
- In verband met de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2, stelt de Raad van State vast dat de eerste bestreden beslissing dateert van 26 augustus 2008 en de tweede van 11 september
- Beide beslissingen werden op de datum waarop de tuchtstraffen werden uitgesproken ter kennis gebracht aan de verzoeker. De verzoeker heeft met een op 1 oktober 2008 ter post aangete- kend verzoekschrift de voorliggende vordering ingesteld. Dit betekent dat hij, wat de eerste bestreden beslissing betreft, zevenendertig dagen heeft gewacht om de vordering in te leiden. Voor de tweede bestreden beslissing bedraagt de “wachttijd” éénentwintig dagen. 3.
- De verzoeker verantwoordt de aangevoerde dringende noodzake- lijkheid als volgt : “Het indienen van een gewone schorsingsprocedure zou niet tijdig een einde stellen aan het regime dat verzoeker thans ondergaat zodat verzoeker het huidig verzoekschrift in uiterst dringende noodzakelijkheid moest indienen. Het indienen van een verzoekschrift in uiterst dringende noodzakelijkheid is voor verzoeker het enige middel om tegen de bestreden beslissing een daadwerkelijk rechtsmiddel te kunnen uitoefenen.” 3.
- Het eerste argument van de verzoeker mist feitelijke grondslag, vermits het gaat om tuchtstraffen die samen tien maanden bedragen, zodat de verzoeker perfect een gewone schorsingsprocedure had kunnen aanhangig maken. Het tweede argument om een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid in te stellen kan niet worden aangenomen, gelet op het bestaan van de gewone schorsingsprocedure. 3.
- De verzoeker moet in zijn verzoekschrift de uiterst dringende noodzakelijkheid duidelijk omschrijven en met concrete gegevens bewijzen. Dit betekent dat hij enerzijds moet aantonen dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen, volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen en anderzijds dat hij niet onredelijk lang met het indienen van zijn verzoekschrift heeft gewacht. IX-6089-3/5 Uit de aard van de bestreden beslissingen en de duur van de opgelegde tuchtstraffen blijkt dat de verzoeker een beroep kon doen op de gewone schorsingsprocedure. Het staat bovendien vast dat de verzoeker onredelijk lang heeft gewacht met het indienen van zijn verzoekschrift bij uiterst dringende noodzakelijk- heid. Hij is bijgevolg niet alert en diligent opgetreden. 3.
- Wat voorafgaat wordt verantwoord door het zeer uitzonderlijk en zeer ongewoon karakter van de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, die het normaal verloop van de procedures voor de Raad van State ernstig verstoort en de rechten van verdediging van de verwerende partij en van de eventueel tussen- komende partijen tot een strikt minimum beperkt. Hieruit volgt dat de verantwoor- ding door de verzoeker van de uiterst dringende noodzakelijkheid op evidente motieven moet berusten die op het eerste gezicht onbetwistbaar zijn. Dit betekent concreet, dat indien het verzoekschrift geen verantwoording van de uiterst dringende noodzakelijkheid inhoudt, of die verantwoording niet kan worden aangenomen, zoals in voorliggende zaak, of als het spoedeisend karakter van de zaak door de verzoeker niet wordt aangetoond aan de hand van precieze en concrete gegevens, de uiterst dringende noodzakelijkheid niet wordt weerhouden. 3.
- Bijgevolg is de vordering niet ontvankelijk.
- Er is aldus niet voldaan aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te bevelen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. IX-6089-4/5 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 8 oktober 2008, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6089-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.920 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.727 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.