id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.923 Rolnummer: A. 162229/VII-33958 Zaak: Arrest 186923 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 09/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-17 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:40 Fiche Arrest nr 186.923 van 9 oktober 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.923 van 9 oktober 2008 in de zaak A. 162.229/VII-33.
- In zake : de BEROEPSVERENIGING DER BELGISCHE CHIRURGEN, die woonplaats kiest bij advocaten W. GONTHIER, K. KAMERS en C. MARICHAL, kantoor houdende te EKEREN, Kapelsesteenweg 195 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat T. BALTHAZAR, kantoor houdende te GENT, Onderbergen
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de BEROEPSVERENIGING DER BELGISCHE CHIRURGEN op 3 mei 2005 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines (hierna : ministerieel besluit van 14 februari 2005); Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur I. VOS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 13 juni 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 11 september 2008; VII-33.958-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. KAMERS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. DELOMBAERDE die, loco advocaat T. BALTHAZAR verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van adjunct-auditeur I. VOS, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 4 januari 2008; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- Door artikel 35ter van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (hierna : koninklijk besluit nr. 78) wordt aan de Koning de bevoegdheid opgedragen om de lijst van bijzondere beroepstitels en van bijzondere beroepsbekwaamheden vast te stellen. Overeenkomstig artikel 35quater van dit koninklijk besluit nr. 78 kan niemand een bijzondere beroepstitel dragen of zich beroepen op een bijzondere beroepsbekwaamheid, dan na door de minister tot wiens bevoegdheden de Volksgezondheid behoort of de door hem gemachtigde ambtenaar hiertoe te zijn erkend. 1.
- Met toepassing van artikel 35sexies van hetzelfde koninklijk besluit wordt de erkenning, bepaald in het reeds vermelde artikel 35quater, toegekend overeenkomstig de door de Koning vastgestelde procedure en voor zover is voldaan aan de erkenningscriteria die zijn vastgesteld door de minister tot wiens bevoegdheden de Volksgezondheid behoort, op advies, wanneer zij bestaan, van de Raden waaraan deze bevoegdheid is toegewezen. 1.
- Het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde (hierna : koninklijk besluit van 25 november 1991) geeft uitvoering aan het voormelde artikel 35ter van het VII-33.958-2/5 koninklijk besluit nr.
- Het bepaalt onder meer dat artsen die houder zijn van een bijzondere beroepstitel de bijkomende bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde kunnen krijgen. Met het koninklijk besluit van 17 februari 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde met inbegrip van de tandheelkunde, worden nog twee autonome bijzondere beroepstitels toegevoegd : de beroepstitel van geneesheer-specialist in de urgentie-geneeskunde en deze van geneesheer-specialist in de acute geneeskunde. 1.
- Het bestreden ministerieel besluit van 14 februari 2005 strekt ertoe om in uitvoering van artikel 35sexies van het koninklijk besluit nr. 78 de erkenningscriteria vast te stellen voor de drie bijzondere beroepstitels. Daarnaast bevat dit besluit ook bepalingen met betrekking tot de houders van het zogenaamde "brevet in de acute geneeskunde". Overeenkomstig artikel 6, § 3, 2/, van dit besluit wordt het brevet in de acute geneeskunde vanaf 1 januari 2008 niet meer toegekend, uitgezonderd aan de erkende huisartsen en aan de artsen die niet erkend zijn als huisarts, op voorwaarde dat ze de opleiding hebben aangevangen vóór die datum. De artsen die op 1 januari 2008 houder zijn van het brevet in de acute geneeskunde behouden dit brevet. Gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van het ministerieel besluit van 14 februari 2005, en met toepassing van artikel 7, § 2, van dit besluit, kan de arts "die aan de hand van documenten betreffende zijn bezoldiging kan bewijzen dat hij na het verkrijgen van het brevet bedoeld in artikel 2, § 3 ten minste 10 000 uren beroepservaring gedurende de zeven jaar vóór de aanvraag heeft in een of meerdere urgentiediensten", erkend worden als geneesheer-specialist in de acute geneeskunde.
- De ontvankelijkheid Het belang bij het instellen van een vordering tot nietigverklaring bij de Raad van State is een ontvankelijkheidsvoorwaarde die de openbare orde raakt. De Raad van State wijst ambtshalve op het gemis aan belang in hoofde van de verzoekende partij, zelfs zo geen andere partij deze exceptie heeft opgeworpen. Te dezen staaft de verzoekende partij in haar verzoekschrift tot nietigverklaring haar belang als volgt : VII-33.958-3/5 "Uit de statuten van de verzoekende partij blijkt dat deze belang heeft bij huidige vordering. Huidige vordering behoort tot de bescherming van de beroepsbelangen van de leden van de verzoekende partij. Het belang van de verzoekende partij kan dienvolgens niet ernstig in betwisting worden gebracht". Overeenkomstig artikel 2 van haar statuten heeft de verzoekende partij tot doel : "A) De groepering van de dokters in de genees-, heel- en verloskunde, die uitsluitend de heelkunde beoefenen. B) De studie, de bescherming en de ontwikkeling der beroepsbelangen van haar leden. C) De handhaving van de solidariteit en van de beroepswaardigheid in de onderlinge betrekkingen van haar leden enerzijds en anderzijds met andere geneesheren, met de zieken, de verschillende collectiviteiten, de openbare machten, de medische en wetenschappelijke organismen. D) De vrijwaring der beroepsbelangen van haar leden ten overstaan van elk gezag. Deze voorafgaande opsomming is slechts een opgave en vertoont geenszins een beperkend karakter; al hetgeen de doelstelling van de Vereniging aangaat, vormt een punt in haar programma". De verzoekende partij toont niet concreet aan hoe haar belang wordt geschaad door het bestreden besluit, dat betrekking heeft op de "vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines". Uit het betoog van de verzoekende partij, die een beroepsvereniging van chirurgen is, blijkt niet hoe de beroepsbelangen of "de handhaving van de solidariteit en van de beroepswaardigheid" van haar leden door het bestreden besluit in het gedrang worden gebracht. De verzoekende partij toont met andere woorden niet aan dat zijzelf of haar leden op ongunstige wijze door de bestreden maatregel worden geschaad. De vordering is niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang, VII-33.958-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen oktober tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-33.958-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.923 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div