← België

Arrest 186971 - Milieuvergunningen - 09/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.971 Rolnummer: A. 188078/VII-37189 Zaak: Arrest 186971 - Milieuvergunningen - 09/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-20 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:40 Fiche Arrest nr 186.971 van 9 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.971 van 9 oktober 2008 in de zaak A. 188.078/VII-37.

  1. In zake : Luc BEECKMAN, die woonplaats kiest bij advocaat F. DE PRETER, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Luc BEECKMAN op 5 mei 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 28 februari 2008 waarbij zijn beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haaltert van 24 september 2007, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan Chrysantha VAN BUGGENHOUT voor het exploiteren van een feestzaal, gelegen aan de Boekentstraat 72 te Haaltert, gedeeltelijk wordt ingewilligd, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de vergunning op proef wordt verleend, mits naleving van een reeks bijkomende bijzondere vergunningsvoorwaarden; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 26 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 september 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; VII-37.189-1/7 Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE PRETER, die verschijnt voor verzoeker, en van bestuurssecretaris F. COCRIAMONT, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. De feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  3. Op 1 september 1969 worden bouwvergunningen verleend voor een woning en een vergaderzaal te Haaltert. De vergunning voor de vergaderzaal wordt blijkbaar niet uitgevoerd zoals gepland. 1.
  4. Bij de vaststelling van het gewestplan in 1978 komt de zaal gedeeltelijk in landschappelijk waardevol agrarisch gebied terecht. In de loop der jaren worden heel wat verbouwingen uitgevoerd, soms zonder vergunning en soms in strijd met verleende vergunningen. Op 30 augustus 1993 wordt een uitbreiding van de feestzaal geweigerd. Op 22 augustus 1994 wordt een milieuvergunning klasse 2 verleend voor de exploitatie van een lokaal met dansgelegenheid, waarbij als voorwaarde wordt opgelegd dat de feestzaal eerst stedenbouwkundig moet worden geregulariseerd. Op 30 september 2002 wordt een stedenbouwkundige vergunning verleend voor de aanleg van een parking. 1.
  5. In 2003 bouwt verzoeker een woning in de nabijheid van de feestzaal. Verzoeker gewaagt van een afstand van 70 meter. Hij beklaagt zich enige tijd later bij de Milieu-inspectie over hinder, wat uiteindelijk leidt tot een proces- verbaal waarin wordt vastgesteld dat de feestzaal niet correct stedenbouwkundig is VII-37.189-2/7 vergund. Verzoeker blijft, langs de Milieu-inspectie om, bij de gemeente aandringen op maatregelen. Op 3 mei 2005 vraagt de exploitante een regularisatievergunning, die op 28 november 2005 wordt geweigerd. Zij tekent administratief beroep aan, dat evenwel op 30 maart 2006 wordt ingetrokken. Op 1 december 2005 wordt een herstelvordering ingesteld wegens verschillende stedenbouwkundige inbreuken. Op 15 mei 2006 geeft de burgemeester van de gemeente Haaltert bevel de milieuvergunningsplichtige activiteiten stopt te zetten, met ingang van 31 mei
  6. Op 28 juli 2006 dient de exploitante een aanvraag in tot het verkrijgen van een planologisch attest. Dit attest wordt gedeeltelijk verleend in januari
  7. Op 14 februari 2007 wordt ter regularisatie een aanvraag ingediend voor een stedenbouwkundige vergunning. Na een ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar, wordt de vergunning geweigerd. Op 25 mei 2007 wordt een nieuwe aanvraag ingediend voor een stedenbouwkundige vergunning, die andermaal op een ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar stuit. Op 30 mei 2007 wordt het bevel tot stopzetting, dat op 31 mei 2007 uitwerking zou hebben, uitgesteld in afwachting van de beslissing over de aanvraag van 25 mei
  8. Op 13 juni 2007 wordt dat uitstel ingetrokken, omdat door de intrekking van het administratief beroep tegen de weigering van de op 3 mei 2005 gevraagde stedenbouwkundige regularisatievergunning de milieuvergunning van 1994 zou zijn vervallen. 1.
  9. Op 21 juni 2007 wordt een milieuvergunningsaanvraag ingediend en op 24 september 2007 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haaltert de gevraagde milieuvergunning. Verzoeker tekent hiertegen een administratief beroep aan. De volgende adviezen worden verleend : - de afdeling Milieuvergunningen adviseert gunstig, op voorwaarde dat een aantal bijzondere vergunningsvoorwaarden worden opgelegd; - het agentschap Ruimtelijke Ordening adviseert gunstig; - de Vlaamse Milieumaatschappij adviseert gunstig; - de provinciale geluidsdeskundige adviseert ongunstig; VII-37.189-3/7 - de provinciale milieudeskundige adviseert ongunstig; - de Provinciale Milieuvergunningscommissie, ten slotte, adviseert ongunstig. Inmiddels is op 20 juni 2007 een nieuwe stedenbouwkundige vergunningsaanvraag ingediend, en op 3 december 2007 wordt die vergunning verleend. Een vordering, vanwege verzoeker, tot schorsing van de tenuitvoerlegging van deze vergunning wordt door de Raad van State verworpen bij arrest nr. 184.203 van 16 juni
  10. 1.
  11. Op 28 februari 2008 wordt de bestreden beslissing genomen. Er wordt een vergunning verleend op proef voor een termijn van 2 jaar, met een reeks bijkomende bijzondere vergunningsvoorwaarden. Zo wordt onder meer opgelegd : - een geluidsbegrenzer te plaatsen op de muziekinstallatie; - de parkeerruimte op de parking dichtst bij verzoekers woning te beperken tot 16 plaatsen; - deze parking visueel af te schermen in de richting van verzoekers woning; - lawaai van na 22 uur buitenspelende kinderen te vermijden, en de bezoekers er toe aan te sporen de rust in de omgeving te respecteren en stilte te betrachten;
  12. De schorsingsvoorwaarden Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
  13. Overwegende dat verzoeker met betrekking tot de tweede voorwaarde uiteenzet dat hij een omwonende is van de feestzaal, dat hij hinder ondervindt door geluidsoverlast veroorzaakt door muziek, "het gebruik van de gazon naast de feestzaal voor recepties en feesten", het niet-gedisciplineerde gedrag van toekomende en vertrekkende bezoekers, toekomende en vertrekkende auto's en dichtslaande portieren op de parking naast het perceel, verkeersoverlast en lichtinval door de verlichte parking en de koplampen van toekomende en vertrekkende bezoekers, dat het in de omgeving van zijn woning bijzonder stil is aangezien het VII-37.189-4/7 een landelijk woongebied is met een achterliggend landschappelijk waardevol agrarisch gebied, waar men enige stilte mag verwachten, dat er zich geen andere niet-residentiële inrichtingen in deze omgeving bevinden, dat de bestreden beslissing zich tot een vage voorwaarde beperkt waarbij gesteld wordt dat "de uitvoering/naleving van de maatregelen waarvan opgave in het plan voor afgeleide hinder" als maatregel moet worden getroffen, dat aan de exploitant geenszins een resultaatsverbintenis wordt opgelegd om ervoor te zorgen dat de weide die paalt aan zijn woning na 22 uur niet wordt gebruikt, dat de exploitant enkel wordt gevraagd "er op toe te zien" dat "lawaai van buitenspelende kinderen" wordt "vermeden", wat hij blijkbaar enkel moet doen door een "reglement van inwendige orde" op te stellen dat hij aan zijn gasten "ter kennis moet brengen", waarbij hij aan zijn gasten de "aandacht en bereidheid" moet vragen om de rust in de buitenomgeving te respecteren en geen "overbodig lawaai" te veroorzaken, dat die voorwaarde volgens verzoeker "geen hard instrument" is op basis waarvan hij kan optreden tegen het eventueel gebruik van de weide na 22 uur, dat het gebruik van de weide niet wordt verboden, noch het maken van lawaai, dat de exploitant enkel een inspanningsverbintenis heeft om dit lawaai te vermijden, dat verzoeker ook aantoont dat de weide ook na middernacht voor sport en spel wordt gebruikt, en dat dit hoorbaar is tot in zijn woning, wat als ernstige hinder kan worden beschouwd, dat de hinder van de parking niet zal worden weggenomen door de beperking van het gebruik tot 16 wagens, dat er nog steeds 16 voertuigbewegingen zullen zijn die, normaal gezien, verspreid over de nacht plaatsvinden, te beginnen vanaf ongeveer 24 uur, en zulks ongeveer elk weekend, dat elke beweging volgens de gegevens van het akoestisch onderzoek enkele minuten duurt en geluid met zich meebrengt dat de Vlarem II-normen overschrijdt; 2.
  14. Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat het aangevoerde nadeel niet voortvloeit uit de bestreden beslissing, dat het een feestzaal betreft "die reeds decennia lang in gebruik is", dat er geen probleem is van geluidshinder van de muziek, afkomstig van de feestzaal, maar dat het vooral gaat om het geluid dat wordt geproduceerd buiten de inrichting, zoals toekomende en vertrekkende auto's, spelende kinderen 's avonds en gepraat van bezoekers van de feestzaal, dat dergelijke hinder zich net zo goed kan voordoen bij niet- vergunningsplichtige inrichtingen, zoals herbergen en restaurants, "en zelfs bij particuliere woningen", dat in dezen de verwerende partij de exploitant enkel kan opleggen dat hij alles dient te doen om de hinder naar de omgeving toe te beperken; VII-37.189-5/7 2.
  15. Overwegende dat verzoeker niet alleen aannemelijk moet maken dat hij een nadeel ondervindt, doch evenzeer dat dit nadeel ernstig en moeilijk te herstellen is; dat in dezen verzoeker gewaagt van "geluidsoverlast door muziek", maar hierover verder geen toelichting verstrekt en bijgevolg niet argumenteert waarom de in de bestreden beslissing opgelegde geluidsbegrenzer niet zou volstaan om deze hinder te beperken; dat wat betreft de aangevoerde "geluidsoverlast door het gebruik van de gazon naast de feestzaal voor recepties en feesten", hij evenmin overtuigende elementen aanbrengt waaruit een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel kan blijken; dat hij ook de aangevoerde hinder van "verkeersoverlast" niet nader toelicht, noch de hinder van "lichtinval door de verlichte parking en de koplampen van toekomende en vertrekkende bezoekers", waarbij hij evenmin aantoont dat de in de bestreden beslissing opgelegde visuele afscherming van de parking niet zou volstaan om hieraan te verhelpen; dat het loutere gegeven van de geluidshinder door spelende kinderen die tot in zijn woning hoorbaar zijn niet afdoende is om zulks als een ernstig nadeel te beschouwen, evenmin als de geluidshinder afkomstig van de parking waarvan het gebruik overigens wordt beperkt tot 16 voertuigen; dat, ten slotte, de omstandigheid dat de vergunning wordt verleend voor een termijn op proef, waardoor, enerzijds, de verwerende partij er zichzelf toe heeft verbonden om in de praktijk na te gaan of de opgelegde vergunningsvoorwaarden afdoende zijn om de hinder binnen aanvaarbare perken te houden en waardoor, anderzijds, de exploitant er zich van bewust is dat de verleende vergunning precair blijft en dat het verkrijgen van een definitieve vergunning afhankelijk is van de vaststellingen tijdens de proefperiode, de aangevoerde hinder eveneens in sterke mate afzwakt; dat verzoeker bijgevolg niet aannemelijk maakt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing hem een ernstig nadeel dreigt te berokkenen; Overwegende dat uit wat voorafgaat blijkt dat aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om verzoekers vordering af te wijzen, VII-37.189-6/7 BESLUIT: Artikel
  16. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  17. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen oktober tweeduizend en acht, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-37.189-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.971 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.