id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.975 Rolnummer: A. 187667/X-13710 Zaak: Arrest 186975 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 09/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-21 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:41 Fiche Arrest nr 186.975 van 9 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.975 van 9 oktober 2008 in de zaak A. 187.667/X-13.710. In zake : de v.z.w. MILIEUFRONT OMER WATTEZ, die woonplaats kiest bij advocaten P. DE SMEDT en H. SCHOUKENS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan 141 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure 5. tussenkomende partij : de n.v. FLUXYS, die woonplaats kiest bij advocaten P. PEETERS en F. TULKENS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177, bus 6. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de v.z.w. MILIEUFRONT OMER WATTEZ op 27 maart 2008 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 11 januari 2008 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan leidingstraat voor hoofdtransportleidingen Brakel-Haaltert, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 januari 2008; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 september 2008; X-13.710-1/8 Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. DE SMEDT, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat I. BOCKSTAELE, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaten P. PEETERS en F. DREIER, die verschijnen voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. Rechtspleging 1.1. Met een verzoekschrift van 6 mei 2008 heeft n.v. FLUXYS gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen. 1.2. De pleitnota die door de tussenkomende partij is toegezonden de dag vóór de terechtzitting, alsmede de bijlagen erbij, worden uit de debatten geweerd omdat het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State daarin niet voorziet, behalve in zoverre de pleitnota en de foto’s de Raad van State informeren over een actuele “stand van zaken van de aanleg van de gasleiding”. 2. De feiten 2.1. De n.v. FLUXYS voorziet, in functie van de bevoorrading van de regio Aalst, in een nieuwe aardgasleiding tussen het ontspanningsstation in Opbrakel (Brakel) en het bestaande gasstation in Haaltert. Bij koninklijk besluit van 5 maart 2006 werd de oprichting van installaties voor het vervoer van aardgas door middel van leidingen, die private gronden bezetten op het grondgebied van de gemeenten Brakel, Lierde, Geraardsbergen en Ninove van openbaar nut verklaard. Bij ministerieel besluit van 11 oktober 2006 werd een vervoersvergunning voor vervoer van aardgas door middel van leidingen verleend aan de n.v. FLUXYS. X-13.710-2/8 2.2. Gelet op de MER-plicht die volgt uit het feit dat de geplande aardgasvervoerleiding natuurgebied en habitatrichtlijngebied doorkruist, wordt een passende beoordeling opgesteld en geïntegreerd in het milieueffectenrapport (hierna: MER) dat door de dienst Mer wordt goedgekeurd op 30 november 2005. 2.3. Op 23 februari 2006 wordt het voorontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Leidingstraat voor hoofdtransportleidingen Brakel-Haaltert” (hierna: GRUP) besproken op de plenaire vergadering. 2.4. Bij besluit van de Vlaamse regering van 26 januari 2007 wordt het ontwerp GRUP voorlopig vastgesteld. Het plan voorziet onder meer in de afbakening van een “leidingstraat” en een “leidingstrook”. Beide worden aangeduid in overdruk op de bestaande bestemming. Het voorziet tevens in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en in agrarisch gebied. 2.5. Het openbaar onderzoek in het raam van het ontwerp GRUP vindt plaats van 26 februari tot en met 26 april 2007. Onder meer de verzoekende partij dient een bezwaarschrift in. 2.6. Op 20 maart 2007 dient de n.v. FLUXYS bij de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar een aanvraag in voor een stedenbouwkundige vergunning voor de aanleg van de nieuwe aardgasleiding. De aanvraag is vergezeld van het MER. 2.7. Het openbaar onderzoek in het kader van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning wordt gehouden van 5 april tot 5 mei 2007. 2.8. De afdeling Wetgeving van de Raad van State verleent op 20 december 2007 advies over het ontwerp GRUP. 2.9. Bij besluit van 11 januari 2008 stelt de Vlaamse regering het GRUP “Leidingstraat voor hoofdtransportleidingen Brakel-Haaltert” definitief vast. Het betreft het bestreden besluit. X-13.710-3/8 2.10. Bij besluit van 12 februari 2008 geeft de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar de stedenbouwkundige vergunning aan de n.v. FLUXYS af onder een aantal voorwaarden. Dit besluit wordt door de verzoekende partij aangevochten in de zaak G/A. 187.967/X-13.751. 3. Over de ontvankelijkheid van de vordering De verwerende en de tussenkomende partij betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn. Dit is echter niet het geval in deze zaak, zoals hierna zal blijken. 4. Over de grondvoorwaarden 4.1. Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.2. Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft wordt vastgesteld dat luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het enig verzoekschrift “een uiteenzetting (bevat) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan dan ook alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken. 4.3. De verzoekende partij betoogt dat “het aanwenden van de (...) uitvoeringsmethode ‘open sleuf’ bij het doorkruisen van de (...) beekvalleien (...) X-13.710-4/8 onvermijdelijk significante effecten (impliceert) op de habitats van de rivierdonderpad en de beekprik” en dat de “milderende voorwaarden (...) hier niets aan” veranderen, voorts dat “heel wat andere natuurwaarden te lijden (zullen) hebben onder de aanleg van de aardgasleiding”, meer bepaald als gevolg van het doorkruisen van bomenrijen en bosgebieden, dat “het verlies aan kleine landschapselementen (...) inherent is aan de aanleg van dergelijke leidingen” en dat de aanleg zelf “verstoring (geluid, trillingen, enz.)” zal meebrengen voor “de waardevolle en zeldzame soorten (...) minstens gedurende 10 dagen”. Zij stelt dat één en ander “flagrant in tegenspraak is met de specifieke statutaire doelstellingen van de betrokken vereniging” en dat dit nadeel “niet financieel waardeerbaar is”. Zij wijst erop dat op 22 februari 2008 de stedenbouwkundig vergunning werd afgeleverd en dat het “dan duidelijk (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.