← België

Arrest 186976 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.976 Rolnummer: A. 187967/X-13751 Zaak: Arrest 186976 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-21 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:41 Fiche Arrest nr 186.976 van 9 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.976 van 9 oktober 2008 in de zaak A. 187.967/X-13.751. In zake : de v.z.w. MILIEUFRONT OMER WATTEZ, die woonplaats kiest bij advocaten P. DE SMEDT en H. SCHOUKENS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan 141 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure 5. tussenkomende partij : de n.v. FLUXYS, die woonplaats kiest bij advocaten P. PEETERS en F. TULKENS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177, bus 6. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de v.z.w. MILIEUFRONT OMER WATTEZ op 10 april 2008 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 12 februari 2008 van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning aan de n.v. FLUXYS voor technische werkzaamheden en meer bepaald de aanleg van een ondergrondse aardgasvervoerleiding DN500 en toebehoren op het grondgebied van de gemeenten Brakel, Lierde, Geraardsbergen, Ninove, Denderleeuw en Haaltert; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-13.751-1/8 Gelet op de beschikking van 25 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 september 2008; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. DE SMEDT, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat I. BOCKSTAELE, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaten P. PEETERS en F. DREIER, die verschijnen voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. Rechtspleging 1.1. Met een verzoekschrift van 15 mei 2008 heeft de n.v. FLUXYS gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen 1.2. De pleitnota die door de tussenkomende partij is toegezonden de dag vóór de terechtzitting, alsmede de bijlagen erbij, worden uit de debatten geweerd omdat het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State daarin niet voorziet, behalve in zoverre de pleitnota en de foto’s de Raad van State informeren over een actuele “stand van zaken van de aanleg van de gasleiding”. 2. De feiten 2.1. De n.v. FLUXYS voorziet, in functie van de bevoorrading van de regio Aalst, in een nieuwe aardgasleiding tussen het ontspanningsstation in Opbrakel (Brakel) en het bestaande gasstation in Haaltert. Bij koninklijk besluit van 5 maart 2006 werd de oprichting van installaties voor het vervoer van aardgas door middel van leidingen, die private gronden bezetten op het grondgebied van de X-13.751-2/8 gemeenten Brakel, Lierde, Geraardsbergen en Ninove van openbaar nut verklaard. Bij ministerieel besluit van 11 oktober 2006 werd een vervoersvergunning voor vervoer van aardgas door middel van leidingen verleend aan de n.v. FLUXYS. 2.2. Gelet op de MER-plicht die volgt uit het feit dat de geplande aardgasvervoerleiding natuurgebied en habitatrichtlijngebied doorkruist, wordt een passende beoordeling opgesteld en geïntegreerd in het milieueffectenrapport (hierna: MER) dat door de dienst Mer wordt goedgekeurd op 30 november 2005. 2.3. Op 23 februari 2006 wordt het voorontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Leidingstraat voor hoofdtransportleidingen Brakel-Haaltert” (hierna: GRUP) besproken op de plenaire vergadering. 2.4. Bij besluit van de Vlaamse regering van 26 januari 2007 wordt het ontwerp GRUP voorlopig vastgesteld. Het plan voorziet onder meer in de afbakening van een “leidingstraat” en een “leidingstrook”. Beide worden aangeduid in overdruk op de bestaande bestemming. Het voorziet tevens in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en in agrarisch gebied. 2.5. Het openbaar onderzoek in het raam van het ontwerp GRUP vindt plaats van 26 februari tot en met 26 april 2007. Onder meer de verzoekende partij dient een bezwaarschrift in. 2.6. Op 20 maart 2007 dient de n.v. FLUXYS bij de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar een aanvraag in voor een stedenbouwkundige vergunning voor de aanleg van de nieuwe aardgasleiding. De aanvraag is vergezeld van het MER. 2.7. Het openbaar onderzoek in het kader van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning wordt gehouden van 5 april tot 5 mei 2007. 2.8. De afdeling Wetgeving van de Raad van State verleent op 20 december 2007 advies over het ontwerp GRUP. 2.9. Bij besluit van 11 januari 2008 stelt de Vlaamse regering het GRUP “Leidingstraat voor hoofdtransportleidingen Brakel-Haaltert” definitief vast. X-13.751-3/8 Dit besluit wordt door de verzoekende partij aangevochten in de zaak G/A 187.667/X-13.710. 2.10. Bij besluit van 12 februari 2008 geeft de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar de stedenbouwkundige vergunning aan de n.v. FLUXYS af onder een aantal voorwaarden. Het betreft het bestreden besluit. 3. Over de ontvankelijkheid van de vordering De verwerende en de tussenkomende partij betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn. Dit is echter niet het geval in deze zaak, zoals hierna zal blijken. 4. Over de grondvoorwaarden 4.1. Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.2. Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft wordt vastgesteld dat luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het enig verzoekschrift “een uiteenzetting (bevat) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan dan ook alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken. X-13.751-4/8 4.3. De verzoekende partij betoogt dat “het aanwenden van de (...) uitvoeringsmethode ‘open sleuf’ bij het doorkruisen van de (...) beekvalleien (...) onvermijdelijk significante effecten (impliceert) op de habitats van de rivierdonderpad en de beekprik” en dat de “milderende voorwaarden (...) hier niets aan” veranderen, voorts dat “heel wat andere natuurwaarden te lijden (zullen) hebben onder de aanleg van de aardgasleiding”, meer bepaald als gevolg van het doorkruisen van bomenrijen en bosgebieden, dat “het verlies aan kleine landschapselementen (...) inherent is aan de aanleg van dergelijke leidingen” en dat de aanleg zelf “verstoring (geluid, trillingen, enz.)” zal meebrengen voor “de waardevolle en zeldzame soorten (...) minstens gedurende 10 dagen”. Zij stelt dat één en ander “flagrant in tegenspraak is met de specifieke statutaire doelstellingen van de betrokken vereniging” en dat dit nadeel “niet financieel waardeerbaar is”. Zij wijst in de feitenuiteenzetting op wat volgt : “Uit een recent schrijven van de N.V. FLUXYS mag de verzoekende partij afleiden dat - in strijd met de hoger omschreven voorwaarden - de werken vanaf 10 maart 2008 een aanvang hebben genomen (...). Deze werken zullen starten te Brakel en zo dwars door de waardevolle speciale beschermingszones, richting Haaltert opschuiven, waardoor het de leefplaats(

  1. en)van onder meer de rivierdonderpad zal doorkruisen. Intussen hebben de voorbereidende werkzaamheden tot de werken (kappen bomen enz.) een aanvang genomen”. Zij besluit als volgt: “Dit alles heeft tot gevolg dat de verzoekende partij - bij gebrek aan schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden vergunning - de bescherming van het natuurlijke milieu op deze locatie ook in de komende jaren onherstelbaar aangetast ziet en lijdzaam op de met exploitatie gepaard gaande onaanvaardbare hinder zal moeten toezien, zodat - gelet op het bovenstaande - niet kan worden miskend dat de verzoekende partij ingevolge de tenuitvoerlegging van de bestreden vergunning een nadeel lijdt dat helemaal niet kan worden hersteld”. 4.4. De tussenkomende partij stelt onder meer het volgende in haar verzoekschrift tot tussenkomst: “36. Tussenkomende partij meldde in uitvoering van de stedenbouwkundige vergunning (...) bij brief van 22 februari 2008, binnen de daartoe voorziene termijn van acht dagen voorafgaand aan de werken, aan de gemeente Brakel dat de geplande werken zouden aanvangen vanaf 10 maart 2008 (...). 37. Op 28 maart 2008 ontvangt tussenkomende partij een fax van het Agentschap voor Natuur en Bos in antwoord op vragen van tussenkomende partij over bijzondere aandachtspunten voor de aanleg van de aardgasleiding Brakel-Haaltert (...), meer bepaald inzake de werken aan beken. X-13.751-5/8 38. Op basis van de bekomen vergunningen heeft tussenkomende partij een planning van de werken uitgevoerd. De werken zullen zeven maanden in beslag nemen. De planning van het project wordt hoofdzakelijk gestuurd door de voorwaarden opgelegd in het MER en de stedenbouwkundige vergunning. Concreet is het project onderhevig aan volgende strikt na te leven termijnen: 1/ Voorbereidende werken (o.m. kappen van de bomen) in gebieden met hoge natuurwaarde of bosgebieden : uit te voeren voor half april wegens het broedseizoen (...). De naleving van de voorwaarden van het MER werd overgenomen in de stedenbouwkundige vergunning. Tussenkomende partij is eind maart met de voorbereidende werken begonnen. 2/ De werken zelf worden bij voorkeur uitgevoerd in het voorjaar (maart-einde mei) of in het najaar (september-november) en (in beken) in elk geval niet in de volle zomer (door de warmte verhoogt het risico op infecties) of in maart - april (voortplantingsseizoen van de rivierdonderpad, een beschermde vissoort) (...). 3/ De wederinstaatstelling na de werken in gebieden met hoge natuurwaarde dient te gebeuren voor november (...). 39. Indien er in de planning aldus een fase wordt uitgesteld, heeft dit gevolgen voor het hele verder verloop van de uitvoering van de werken. De werken worden dan niet met enkele weken of maanden uitgesteld, maar zullen naar een volgend jaar moeten worden verschoven. 40. Tussenkomende partij heeft de uitvoering van de werken reeds sinds vorig jaar praktisch georganiseerd. Zij heeft daarvoor alle nodige investeringen voorzien, materiaal en personeel gereserveerd en de verschillende aannemers, onderaannemers, leveranciers, werklieden en andere commerciële partners gecontacteerd. In geval van vertraging lopen de kosten hiervan op tot ongeveer 75.000 EUR à 80.000 EUR per dag. 41. Hoofdaannemer Denys NV (Wondelgem) heeft ondertussen gezorgd voor de diverse bestellingen bij de onderaannemers en leveranciers: topografie (Bits NV), Ontbossing (Charles Lebbe Forrestry Group), Cultuurtechnische werkzaamheden en uitrijden ontvangst buizen (Gebr. Van den Maagdenbergh), persingen DN900 - 1200 (Hako Boringen NV), niet-destructief onderzoek (Vinçotte), algemene assistentie (Visser & Smit Hanab), Coatingmaterialen (Polytec), Werfinstallatie (Jan Snel - Bornem),... 42. Ook zijn de werfinstallaties ter plaatse ingericht (genivelleerd en voorzien van steenslag, aansluiting riolering uitgevoerd, andere aansluitingen en nutsleidingen in werking gezet). Werfburelen zijn geplaatst en klaar voor gebruik inclusief kopieertoestellen, heftruck en mobiel toilet zijn aanwezig, werkstrook en avegaarboringen zijn voorzien, ... 43. Intussen werden de voorbereidende werken reeds aangevat, zoals het rooien van de bomen in de werkzone. Deze werken hebben evenwel niet plaatsgehad aan de kwestieuze beken zelf. (...) 59. Daarnaast is de aanleg van de kwestieuze aardgasvervoerleiding dringend gelet op de opgelegde mitigerende maatregelen en de voorwaarden van de verschillende gunstige adviezen waarbij bepaalde werkzaamheden slechts in bepaalde periodes van het jaar mogen worden uitgevoerd om de tijdelijke hinder van de aanleg tot een minimum te beperken (...). Het project heeft reeds een vertraging opgelopen van drie à vier jaar. Indien deze mitigerende maatregelen en voorwaarden dus niet verder kunnen worden uitgevoerd, dan zal andermaal het project minstens met één jaar dienen te worden uitgesteld”. 4.5. Uit de door de tussenkomende partij neergelegde foto’s, die door de verzoekende partij niet worden betwist, blijkt dat de aardgasleiding die het X-13.751-6/8 voorwerp uitmaakt van de aangevochten akte reeds werd aangelegd, de zogenaamde werken van wederinstaatstelling niet te na gesproken. Al de door de verzoekende partij aangevoerde nadelen door het aanwenden van de “open sleufmethode”, het doorkruisen van bomenrijen, bosgebied en kleine landschapselementen, kunnen thans niet meer worden voorkomen door een schorsing van de tenuitvoerlegging van de aangevochten akte. Er dient dan ook te worden vastgesteld dat een schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor de verzoekende partij zonder nut is. 4.6. Uit het vorenstaande blijkt dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. FLUXYS in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel 2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. X-13.751-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen oktober 2008, door : de H. P. LEFRANC, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. P. LEFRANC. X-13.751-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.976 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.535 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.