id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.985 Rolnummer: A. 186892/X-13643 Zaak: Arrest 186985 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-20 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:41 Fiche Arrest nr 186.985 van 10 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.985 van 10 oktober 2008 in de zaak A. 186.892/X-13.
- In zake :
- Jozef HOUBEN
- Maria VANDEPUT, die woonplaats kiezen te GENK, Hasseltweg 132 tegen : het Vlaams Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Jozef HOUBEN en Maria VANDEPUT op 31 januari 2008 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 5 december 2007 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de dienst Infrastructuur Wegen en Verkeer Limburg de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot het herinrichten van de Hasseltweg N75 te Genk; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 23 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 juni 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van de eerste verzoeker, en van advocaat S. BUTENAERTS, die loco advocaat C. LEMACHE verschijnt voor de verwerende partij; X-13.643-1/3 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Rechtspleging. De eerste verzoeker heeft ter terechtzitting een “memorie” ingediend. Dergelijke memorie is niet voorzien in het toepasselijke procedurereglement tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Deze memorie wordt derhalve uit de debatten geweerd. Hetzelfde geldt voor de “memorie van wederantwoord” die door de verzoekende partijen op 13 juni 2008, na de sluiting der debatten, werd toegestuurd, alsook voor de bijkomende stukken die erbij worden gevoegd. Deze memorie en bijkomende stukken worden derhalve uit de debatten geweerd. De tweede verzoekende partij was op de terechtzetting niet aanwezig, noch rechtsgeldig vertegenwoordigd. Overeenkomstig artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State moet de vordering tot schorsing derhalve in haren hoofde worden afgewezen.
- Ontvankelijkheid Luidens artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. X-13.643-2/3 Het verzoekschrift tot schorsing bevat geen enkele desbetreffende uiteenzetting. De vordering is bijgevolg niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien oktober 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.643-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.985 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.206 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div