id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.992 Rolnummer: A. 157069/IX-4689 Zaak: Arrest 186992 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 13/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-10 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-29 08:41 Fiche Arrest nr 186.992 van 13 oktober 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.992 van 13 oktober 2008 in de zaak A. 157.069/IX-4689. In zake : Tania DE CUBBER, die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA), gevestigd te BRUSSEL, Lang Levenstraat 27/29 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Ambtenarenzaken, die woonplaats kiest bij advocaat E. JACUBOWITZ, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan 7. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Tania DE CUBBER op 15 oktober 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 3 augustus 2004 houdende wijziging van verscheidene reglementaire bepalingen betreffende de niveaus B, C en D, in zoverre dit besluit de impliciete weigering inhoudt om de discriminatie weg te werken tussen: “
- a)de personen die vast benoemd werden als administratief deskundige op grond van het gegeven dat zij in september 2002 reeds titularis waren van de graad van directiesecretaris en als dusdanig werden ingeschaald in de salarisschaal BA1;
- b)de personen die geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van administratief deskundige en na september 2002 bevorderd worden in die graad, en aan wie als dusdanig de salarisschaal BA2 wordt toegewezen”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; IX-4689-1/6 Gelet op de beschikking van 19 juli 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 1 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 september 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. JACUBOWITZ, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1.1. De verzoekster is in 1999, via vrijwillige mobiliteit, directiesecre- taresse geworden bij het Ministerie van Ambtenarenzaken. Aldus behoorde zij tot het niveau 2+. In 2003 is zij als administratief deskundige aangewezen bij de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie. 1.2. Het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen, hervormt met ingang van 1 oktober 2002 de loopbanen van de vroegere niveaus 2+, 2, 3 en 4. IX-4689-2/6 De genoemde niveaus worden vervangen door drie nieuwe niveaus, B, C en D genaamd, waarbij het niveau B overeenkomt met het vroegere niveau 2+. In het niveau B bestaat nog slechts één graad, die van deskundige, die naargelang de specialiteit van de functie administratief, financieel, technisch of ICT- deskundige wordt genoemd. Voor die graad van deskundige bestaan drie weddeschalen, die voor de administratief deskundige de codes BA1, BA2 en BA3 meekrijgen. Bij artikel 65 van het genoemde besluit wordt onder meer een paragraaf 4 ingevoegd in artikel 29 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel. Die paragraaf luidt als volgt: “§4. De ambtenaren die geslaagd zijn voor de vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van administratief deskundige bekomen, indien ze bevorderd worden in deze graad, de weddeschaal BA2.” Deze paragraaf wordt bij artikel 2, 3/, van het koninklijk besluit van 18 maart 2004 vervangen als volgt: “§4. De bevordering door overgang naar een hoger niveau gebeurt in de eerste wedde(n)schaal van de graad. In afwijking op het eerste lid bekomen de ambtenaren die geslaagd zijn voor de vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van administratief deskundige, indien ze bevorderd worden in deze graad, de wedde(n)schaal BA2.” Artikel 29, § 4, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 voert aldus een voordelige regeling in voor de ambtenaren die, na de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 5 september 2002, bevorderd worden in de graad van administratief deskundige. Die ambtenaren krijgen meteen de weddeschaal BA2, en niet de basisschaal BA1. De artikelen 224 en 225 van het koninklijk besluit van 5 september 2002 bevatten overgangsbepalingen in verband met de integratie van de ambtenaren die op 1 oktober 2002 titularis zijn van een geschrapte graad van niveau 2+, met het oog op hun integratie in het nieuwe niveau B. Krachtens artikel 224, § 1, worden onder meer de ambtenaren die op 1 oktober 2002 titularis zijn van de graad van directiesecretaris ambtshalve benoemd in de graad van administratief deskundige. Krachtens artikel 225, § 1, gelezen in samenhang met bijlage 6 bij het IX-4689-3/6 besluit, worden zij ingeschaald in de nieuwe weddeschaal BA1, zijnde de basisschaal. De aangehaalde bepalingen hebben tot gevolg dat er een verschil in behandeling ontstaat tussen administratieve deskundigen, naargelang zij vóór of na 1 oktober 2002 benoemd zijn in die graad: degenen die vóór 1 oktober 2002 bekleed waren met de graad van directiesecretaris, ontvangen de weddeschaal BA1; degenen die na 1 oktober 2002 benoemd worden in de graad van administratief secretaris, ontvangen de weddeschaal BA2, ook indien zij benoemd worden op grond van een examen georganiseerd vóór 1 oktober 2002, waarin zij minder gunstig gerangschikt waren dan kandidaten die eerder, en wel vóór 1 oktober 2002, benoemd zijn. 1.3. Van vakbondszijde worden stappen gezet om die zogenaamde “anomalie” te laten wegwerken. 1.3.1. Een eerste poging leidt tot de opname van daartoe strekkende bepalingen in een ontwerp van koninklijk besluit houdende wijziging van verscheidene reglementaire bepalingen betreffende de niveaus B, C en D, uitgewerkt door de minister van Ambtenarenzaken begin 2004. De desbetreffende bepalingen stuiten echter op een ongunstig advies van de inspectie van Financiën. Ten gevolge van dat advies worden die bepalingen weggelaten uit de definitieve tekst van het besluit, dat het koninklijk besluit van 3 augustus 2004 houdende wijziging van verscheidene reglementaire bepalingen betreffende de niveaus B, C en D is geworden. Dit besluit vormt het voorwerp van het voorliggende beroep. De verzoekers vechten meer bepaald de impliciete weigering aan om in het besluit een regeling op te nemen die moet strekken tot het wegwerken van wat volgens hen een discriminatie uitmaakt. 1.3.2. Een tweede poging treft doel. Bij het koninklijk besluit van 22 november 2006 houdende diverse maatregelen inzake de loopbaan van het Rijkspersoneel van de niveaus A, B, C en D wordt onder meer voorzien in maatregelen die volgens de aanhef bedoeld zijn om “anomalieën die bij de hervorming van de loopbaan van de ambtenaren van niveau B aan het licht zijn gekomen, [recht te zetten] om de rechten van deze ambtenaren te vrijwaren”. IX-4689-4/6 Bij artikel 3 van het genoemde koninklijk besluit wordt artikel 29, § 4, tweede lid, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 opgeheven. Voortaan gebeurt de bevordering door overgang naar een hoger niveau steeds in de eerste weddeschaal van de graad, ook bij de overgang naar de graad van administratief deskundige. Die regeling treedt blijkens artikel 69 van het koninklijk besluit van 22 november 2006 in werking op 1 november 2007. Terzelfder tijd worden echter ook wijzigingen aangebracht in de overgangsbepalingen van de artikelen 224 tot 226 van het koninklijk besluit van 5 september 2002. Bij artikel 56, 1/, van het koninklijk besluit van 22 november 2006 worden de vermeldingen in artikel 225, § 3, van het koninklijk besluit van 5 september 2002 geschrapt. Bovendien wordt bij artikel 58 van het koninklijk besluit van 22 november 2006 bijlage 6 bij het koninklijk besluit van 5 september 2002 in die zin aangepast dat de ambtenaren die op 1 oktober 2002 bekleed waren met de geschrapte graad van directiesecretaris de weddeschaal BA2 ontvangen. Op grond van artikel 69, 4/, van het koninklijk besluit van 22 november 2006 hebben de genoemde artikelen 56 en 58 uitwerking met ingang van 1 oktober 2002, zijnde de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 5 september 2002. Ontvankelijkheid van het beroep 2.1. Met een schrijven van 20 augustus 2008 vestigt de verwerende partij de aandacht van de Raad van State op de bepalingen van het genoemde koninklijk besluit van 22 november 2006. Zij werpt op dat de verzoekster geen belang meer heeft bij haar beroep. 2.2. Met een schrijven van 21 augustus 2008 heeft de staatsraad- verslaggever de verzoekster uitgenodigd om uiteen te zetten in hoeverre zij, in het licht van de inwerkingtreding van de bedoelde bepalingen, meent nog over een actueel belang te beschikken. De verzoekster heeft hierop niet gereageerd. Zij is ook niet ter zitting verschenen. 2.3. Het voorliggende beroep strekt tot de vernietiging van de impliciete weigering om in het koninklijk besluit van 3 augustus 2004 een regeling op te nemen, die strekt tot de wegwerking van wat de verzoekster beschouwt als een ongeoorloofd verschil in behandeling, gecreëerd door het koninklijk besluit van 5 september 2002. IX-4689-5/6 Zoals uit het overzicht van de gegevens van de zaak blijkt, is met het koninklijk besluit van 22 november 2006 een regeling ingevoerd die tot gevolg heeft dat het bedoelde verschil in behandeling retroactief wordt weggewerkt. In die omstandigheden heeft de verzoekster geen enkel belang meer bij haar beroep. De exceptie is gegrond. 3. Nu het teloorgaan van het belang niet aan de verzoekster is te wijten, past het de verwerende partij te verwijzen in de kosten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 13 oktober 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-4689-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.992 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div