← België

Arrest 186994 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Reglementen - 13/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.994 Rolnummer: A. 89414/IX-2211 Zaak: Arrest 186994 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Reglementen - 13/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-12 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:41 Fiche Arrest nr 186.994 van 13 oktober 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.994 van 13 oktober 2008 in de zaak A. 89.414/IX-

  1. In zake : Jean-Paul MAGDELEYNS, die woonplaats kiest bij advocaat K. GEELEN, kantoor houdende te HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Paul MAGDELEYNS op 7 februari 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van: - het besluit van de gemachtigde ambtenaar van 2 december 1999 houdende verwerping van het bezwaarschrift tegen de heffing ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten; - de beslissing van ongekende datum waarbij aan de verzoeker een administratieve geldboete van 300.000 frank (7.436,81 euro) wordt opgelegd wegens niet- betaling van de heffing; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 9 januari 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; IX-2211-1/7 Gelet op de beschikking van 5 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 oktober 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. CAN, die loco advocaat K. GEELEN verschijnt voor de verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
  2. Op het ogenblik van de bestreden beslissingen is de verzoeker eigenaar van een perceel grond waarop een loods staat. Met toepassing van het decreet van de Vlaamse Raad van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten wordt het bovenvermelde onroerend goed achtereenvolgens op 29 mei 1997, 2 juni 1998 en 27 april 1999 opgenomen in de inventaris van de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten. 1.
  3. Op 27 mei 1999 wordt aan de verzoeker een aanslagbiljet verstuurd inzake de heffing ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten met betrekking tot bovenvermeld goed, heffingsjaar 1998, kohierartikel 810552, uitvoerbaar verklaard op 27 mei
  4. De verschuldigde heffing bedraagt 150.000 frank (3.718,40 euro). Bij brief van 27 mei 1999 richt de verzoeker een verzoek tot schrapping uit de inventaris tot het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Na een plaatsbezoek wordt het onroerend goed op 14 juni 1999 geschrapt uit de inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten. IX-2211-2/7 Bij aangetekende brief van 18 juni 1999 dient de verzoeker een bezwaarschrift in bij de Vlaamse regering tegen de bovenvermelde aanslag, kohierartikel
  5. Op 2 december 1999 beslist de gemachtigde ambtenaar dat het bezwaarschrift als ongegrond wordt afgewezen. Een afschrift van dat besluit wordt bij aangetekende brief van 7 december 1999 naar de verzoeker verstuurd. Dit is de eerste bestreden beslissing. 1.
  6. Aan de verzoeker wordt op 8 december 1999 een aanslagbiljet kohierartikel B 9800214, uitvoerbaar verklaard op 22 november 1999, voor een administratieve geldboete ten bedrage van 300.000 frank (7.436,81 euro) verstuurd. De geldboete is opgelegd wegens het niet tijdig betalen van de bovenvermelde heffing ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verkrotting van bedrijfsruim- ten, kohierartikel
  7. Dit is de tweede bestreden beslissing. Over de bevoegdheid van de Raad van State 2.
  8. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van onbevoegdheid van de Raad van State op. Enerzijds wijst zij erop dat de bestreden beslissing een louter declaratieve beslissing is waarbij de bevoegdheid van de overheid volledig gebonden is. Anderzijds voert zij aan dat de rechtbanken van eerste aanleg sinds de wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken bevoegd zijn voor alle individuele fiscale geschillen. Zij verwijst in dat verband naar het arrest van de Raad van State nr. 84.689, M. Vertongen, van 17 januari
  9. 2.
  10. De verzoeker stelt in zijn memorie van wederantwoord dat er geen twijfel kan bestaan over de bevoegdheid van de Raad van State aangezien de verwerende partij op het bericht waarmee ze hem de eerste bestreden beslissing toezond, vermeld heeft dat de beslissing middels een annulatieverzoekschrift bij de Raad van State diende te worden bestreden. IX-2211-3/7 2.
  11. De auditeur-verslaggever adviseert in zijn verslag om het beroep te verwerpen wegens de onbevoegdheid van de Raad van State. 2.
  12. In zijn laatste memorie stelt de verzoeker dat hij met die conclusie kan instemmen. 2.5.
  13. Artikel 569, eerste lid, 32/, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals aangevuld bij artikel 4 van de wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken, geeft de rechtbanken van eerste aanleg de bevoegdheid inzake de beslechting van “geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet”. Blijkens de parlementaire voorbereiding van de wet van 23 maart 1999 is het de bedoeling van de wetgever geweest om het fiscaal contentieux (behoudens de betwisting van normatieve fiscale bepalingen) volledig te integreren in de rechterlijke macht. De memorie van toelichting van voormelde wet bevat in dat verband de volgende overwegingen: “Dit artikel maakt de kern uit van de voorgestelde hervorming: integratie van het fiscaal contentieux in de rechterlijke macht, meer bepaald bij de bijzondere, exclusieve bevoegdheden van de rechtbank van eerste aanleg. De terminologie werd ontleend aan artikel 632 van het Gerechtelijk Wetboek. 'Belastingwet' moet, zoals van oudsher wordt aangenomen voor de toepassing van voornoemd artikel, in de materiële betekenis worden verstaan, dus als elk algemeen verbindend fiscaal voorschrift, het weze een federale wet, een decreet, een ordonnantie of een verordening. Het gebruik van de notie 'geschillen over de toepassing van een belastingwet' als criterium van de volstrekte bevoegdheid heeft nog tot gevolg dat de rechterlijke macht uitspraak zal kunnen doen over de wettelijkheid van om het even welke individuele toepassing van een belastingnorm. Sommige individuele fiscale rechtshandelingen - zoals het (niet-) toestaan van termijnverlengingen (artikel 311 WIB/92), het (niet-)toestaan van uitstel van betaling of afbetaling van de belasting (artikel 10 W. 15 mei 1846, thans artikel 66 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit), het (niet-) toestaan van uitstel van betaling van de 'onbetwistbaar verschuldigde belasting' (artikel 410, derde lid WIB/92), het (niet-)vrijstellen van de betaling van nalatigheidsintresten (artikel 417 WIB/92) en het opleggen van een zekerheids- of borgstelling (artikel 420 WIB/92) - konden tot dusver, bij gebrek aan bijzondere bevoegdheid van de rechterlijke macht, slechts bij de Raad van State worden aangevochten. Normatieve fiscale rechtshandelingen van hun kant zullen, zoals voorheen, uitsluitend kunnen worden aangevochten bij het Arbitragehof of de Raad van State, naargelang het gaat om een formele wet (artikel 142 van de Grondwet; artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof) of een verordening (artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State). Dit neemt niet weg dat de wettelijkheid van een fiscale norm zijdelings bij de gewone rechter kan worden betwist, dat wil zeggen wanneer die norm de IX-2211-4/7 grondslag uitmaakt van de rechtstreeks aangevochten, individuele fiscale rechtshandeling (artikel 142 van de Grondwet en artikel 26 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, respectievelijk artikel 159 van de Grondwet). Uiteraard kunnen bij de rechterlijke macht, overeenkomstig de artikelen 17 en 18, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek slechts vorderingen worden ingesteld wanneer de eiser daarbij een reeds verkregen en dadelijk belang heeft. Dit betekent dat de rechtsvordering van de belastingplichtige tegen de fiscus slechts toelaatbaar is, benevens in de hierboven vermelde gevallen waarvoor de Raad van State niet langer bevoegd is, om een ten onrechte gevestigde, uitvoerbare belastingtitel te betwisten of om een onverschuldigd betaalde belasting terug te vorderen”(Parl. St,. Kamer, 1997-98, nrs. 1341-1342/1, p. 35). Uit het bovenstaande blijkt dat het de bedoeling van de wetgever is dat de Raad van State alleen nog maar bevoegd is voor “normatieve fiscale rechtshandelingen”. Al de andere geschillen behoren tot de exclusieve bevoegdheid van de rechterlijke macht. Die exclusieve bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg voor geschillen over individuele fiscale rechtshandelingen sluit de algemene residuaire bevoegdheid van de Raad van State ex artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State uit. 2.5.
  14. Te dezen betwist de verzoeker een heffing die op grond van de artikelen 15 en volgende van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten is gevestigd, alsmede de administratieve geldboete die op grond van artikel 27 van voormeld decreet verschuldigd is wegens het niet op tijd betalen van die heffing. Voormelde heffing is een belasting die door het Vlaamse Gewest is ingevoerd in de uitoefening van de eigen fiscale bevoegdheid op grond van artikel 170, § 2, van de Grondwet. Luidens artikel 27 van het decreet van 19 april 1995 is voor het ontduiken of het niet-tijdig betalen van de heffing een administratieve geldboete verschuldigd die gelijk is aan het dubbele van de ontdoken of niet op tijd betaalde heffing. IX-2211-5/7 Het voorliggende geschil betreft aldus de individuele toepassing van die fiscale bepalingen, en valt derhalve onder de toepassing van artikel 569, eerste lid, 32/, van het Gerechtelijk Wetboek. Gelet op de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg, is de Raad van State te dezen onbevoegd. In zoverre is de exceptie gegrond. Over de kosten
  15. De verzoeker vordert in zijn laatste memorie dat de verwerende partij verwezen zou worden in de kosten. Aangezien de gemachtigde ambtenaar bij de betekening van het bestreden besluit van 2 december 1999 aan de verzoeker ten onrechte heeft meegedeeld dat een beroepsmogelijkheid bij de Raad van State openstaat en de verzoeker aldus door de verwerende partij op een dwaalspoor is gebracht, past het om op het verzoek van de verzoeker in te gaan. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  16. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  17. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-2211-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 13 oktober 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-2211-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.994 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.