id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.997 Rolnummer: A. 154493/IX-4616 Zaak: Arrest 186997 - ION - Aanwerving en loopbaan - 13/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-20 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:41 Fiche Arrest nr 186.997 van 13 oktober 2008 Openbaar ambt - ION - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.997 van 13 oktober 2008 in de zaak A. 154.493/IX-
- In zake : Yvan DE STRIJCKER, wonende te MELIN, Rue du Sart 38 tegen : het Fonds voor de Beroepsziekten, dat woonplaats kiest bij advocaten P. DE MAEYER en T. VANDENPUT, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Yvan DE STRIJCKER op 5 augustus 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 9 juni 2004 van het beheerscomité van het Fonds voor de Beroeps- ziekten, waarbij aan Dirk DE CONINCK op datum van 1 juli 2004 een bevordering door verhoging in de weddeschaal 22B wordt toegekend; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur B. THYS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 26 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 september 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, die verschijnt in persoon, en van advocaat P. DE MAEYER, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-4616-1/8 Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. WEEKERS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
- De verzoeker is sinds 1983 in dienst bij de overheid, eerst bij het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, later bij een aantal openbare instellingen. Bij ministerieel besluit van 16 juni 1986 wordt hij met ingang van 1 april 1986 bevorderd tot de graad van onderbureauchef, nadat hij op 27 januari 1986 was geslaagd in het daartoe voorziene examen. Met ingang van 1 maart 1991 wordt de verzoeker overgeplaatst naar het Fonds voor de Beroepsziekten. Ter uitvoering van het koninklijk besluit van 14 september 1994 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 2, 3 en 4, wordt hij met ingang van 1 januari 1994 ambtshalve benoemd tot de graad van bestuursassistent (weddeschaal 20E). 1.
- Bij dienstbericht van 15 februari 1996 wordt aan de personeels- leden van het Fonds voor de Beroepsziekten ter kennis gebracht dat in het Nederlandse taalkader zes betrekkingen van bestuurschef (weddeschaal 22A) te begeven zijn. Het dienstbericht vermeldt voorts de namen van de ambtenaren die aan het beheerscomité zullen worden voorgesteld. De verzoeker wordt niet voorgesteld. In zijn vergadering van 13 maart 1996 beslist het beheerscomité zes ambtenaren van het Nederlandse taalkader, waaronder Dirk De Coninck, met ingang van 1 april 1996 tot de graad van bestuurschef te bevorderen. De verzoeker behoort niet tot de bevorderde personen. IX-4616-2/8 Voormelde beslissing wordt op 10 april 1996 door het beheerscomité bekrachtigd en bij dienstbericht van 11 april 1996 aan de personeelsleden ter kennis gebracht. De verzoeker stelt tegen de beslissing van 10 april 1996 een annulatieberoep in. Dit beroep geeft aanleiding tot het hierna genoemde arrest nr. 144.773 van 23 mei
- 1.
- Met ingang van 1 mei 1997 wordt ook de verzoeker bevorderd tot bestuurschef (weddeschaal 22A). Vanaf 1 juni 2002 heeft hij de graad van administratief assistent (CA3). 1.
- Op 1 juli 2004 wordt een Nederlandstalige betrekking van de inmiddels afgeschafte graad van bestuurschef met de weddeschaal 22B vacant. Krachtens het op dat ogenblik vigerende artikel 223, § 7, van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen, verkrijgen de ambtenaren die titularis zijn van de afgeschafte graad van bestuurschef of van hoofdtechnicus en die op 1 juni 2002 ingeschaald zijn in de weddeschaal CA3 of CT3, na zes jaar de weddeschaal 22B, voor zover er betrekkingen in deze schaal vacant zijn. Hun graadanciënniteit telt mee voor de berekening van deze periode van zes jaar. Op 9 juni 2004 beslist het beheerscomité van het Fonds voor de Beroepsziekten Dirk De Coninck op datum van 1 juli 2004 te bevorderen door verhoging in de weddeschaal 22B. Deze beslissing is gesteund op het “klassement” van de betrokkene. Het betrokken besluit, dat met een dienstbericht van 14 juni 2004 aan het personeel wordt bekendgemaakt, vormt het voorwerp van het voorliggende beroep.
- Bij arrest nr. 144.773 van 23 mei 2005 vernietigt de Raad van State de hiervóór genoemde beslissing van het beheerscomité van het Fonds voor de Beroepsziekten van 10 april 1996, in zoverre de bevordering van Dirk De IX-4616-3/8 Coninck tot de graad van bestuurschef uitwerking heeft tijdens de periode voorafgaand aan 1 mei 1997, datum waarop ook de verzoeker tot de graad van bestuurschef werd bevorderd. Het enige middel, waarin de verzoeker aanvoert dat de bevordering ten onrechte is verleend met toepassing van de criteria bepaald in artikel 31 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het rijkspersoneel, wordt gegrond bevonden. Met een schrijven van 6 juni 2005 vraagt de verzoeker aan de administrateur-generaal van het Fonds voor de Beroepsziekten om, gelet op een aantal overwegingen in het genoemde arrest, de situatie van de verzoeker te regulariseren door hem de graad van bestuurschef toe te kennen met ingang van 1 april
- Met een schrijven van 25 november 2005 antwoordt de verwerende partij dat het arrest van de Raad van State zich beperkt tot het onderzoek van de rechtsgevolgen van de beslissing van 10 april 1996, d.w.z. de beslissing waarbij Dirk De Coninck is bevorderd, en dat er om die reden niet kan worden ingegaan op het verzoek van de verzoeker. Over de ontvankelijkheid van het beroep 3.
- De auditeur-verslaggever werpt in zijn verslag ambtshalve een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de verzoeker. Hij stelt dat de Raad van State hangende het geding bij arrest nr. 144.773 van 23 mei 2005 de beslissing van het beheerscomité van het Fonds voor de Beroepsziekten van 10 april 1996 betreffende de bevordering met ingang van 1 april 1996 van zes Nederlandstalige bestuursassistenten tot de graad van bestuurschef heeft vernietigd, “in zoverre de bevordering van Dirk De Coninck uitwerking heeft tijdens de periode voorafgaand aan 1 mei 1997”. De laatstgenoemde datum is de datum waarop de verzoeker tot bestuurschef bevorderd werd. De verzoeker en Dirk De Coninck hebben, aldus de auditeur-verslaggever, sinds het vernietigingsarrest dezelfde graadanciënniteit. Aangezien zij beiden dezelfde graadanciënniteit hebben, moet overeenkomstig het te dezen toepasselijke artikel 223, § 6bis, van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen, de bevordering door verhoging in de weddeschaal 22B worden toegewezen aan de IX-4616-4/8 ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit. Aangezien uit het administratief dossier blijkt dat Dirk De Coninck een grotere dienstanciënniteit heeft dan de verzoeker, kan de eerstgenoemde eerder dan de verzoeker aanspraak maken op een bevordering door verhoging in de weddeschaal 22B. De auditeur-verslaggever besluit dan ook dat de verzoeker niet het rechtens vereiste belang heeft bij de nietigverklaring van de bevordering van Dirk De Coninck door verhoging in de weddeschaal 22B met ingang van 1 juli
- 3.
- In zijn laatste memorie stelt de verzoeker, onder verwijzing naar het arrest nr.144.773 van 23 mei 2005, dat indien de verwerende partij op 10 april 1996 de regels gerespecteerd had, de bevordering tot rang 22 aan hem verleend zou zijn met ingang van 1 april 1996, terwijl Dirk De Coninck pas als negende gerangschikt zou zijn en dus veel later de bevordering tot rang 22 zou hebben verkregen. De verzoeker stelt bij brief van 6 juni 2005 aan de verwerende partij te hebben gevraagd om zijn toestand voor de periode van 1 april 1996 tot 30 april 1997 te willen regulariseren daar de bevordering tot rang 22 effectief werd doorgevoerd op 1 april 1996 en in de overwegingen van voormeld arrest de Raad van State klaar en duidelijk gesteld had dat de bevordering aan de verzoeker toekwam. De verwerende partij heeft dit echter geweigerd, op grond dat het arrest zich slechts beperkt tot de rechtsgevolgen van de beslissing van 10 april
- De verzoeker vraagt dan ook dat indien mogelijk in het kader van het huidige beroep een verduidelijking gegeven zou worden voor de verwerende partij over het al dan niet wettelijk karakter van een regularisatie van zijn toestand vanaf 1 april
- De verzoeker besluit dat het alleen is omdat de regels op 1 april 1996 niet gerespecteerd werden voor de bevordering tot de rang 22 dat Dirk De Coninck en hijzelf dezelfde graadanciënniteit hebben. Hij meent dat zijn graadanciënniteit in rang 22 berekend dient te worden vanaf 1 april 1996 en niet vanaf 1 mei
- 3.
- De Raad van State heeft bij het genoemde arrest nr. 144.773 van 23 mei 2005 de beslissing van het beheerscomité van het Fonds voor de Beroepsziekten van 10 april 1996 betreffende de bevordering met ingang van 1 april 1996 van zes Nederlandstalige bestuursassistenten tot de graad van bestuurschef, vernietigd “in zoverre de bevordering van Dirk De Coninck uitwerking heeft tijdens de periode voorafgaand aan 1 mei 1997”. IX-4616-5/8 In zoverre de thans bestreden beslissing mede gesteund is op de onwettig bevonden beslissing van 10 april 1996 van het beheerscomité, is ze door dezelfde onwettigheid gevitieerd. De verzoeker beschikt echter niet over het rechtens vereiste belang om op grond van die onwettigheid te verkrijgen dat de thans bestreden beslissing door de Raad van State vernietigd wordt. De bedoelde beslissing van het beheerscomité van 10 april 1996 is immers door de Raad van State slechts vernietigd “in zoverre de bevordering van Dirk De Coninck uitwerking heeft tijdens de periode voorafgaand aan 1 mei 1997”. De laatstgenoemde datum is de datum waarop ook de verzoeker tot bestuurschef werd bevorderd. De verzoeker en Dirk De Coninck hebben op dit ogenblik derhalve dezelfde graadanciënniteit. Het arrest zegt niets over een eventuele bevordering van de verzoeker in de plaats van Dirk De Coninck. In tegenstelling tot wat de verzoeker in zijn laatste memorie voorhoudt, moet zijn graadanciënniteit in rang 22 dan ook niet vanaf 1 april 1996, maar wel degelijk vanaf 1 mei 1997 gerekend worden. Het is juist dat de verzoeker de verwerende partij in zijn schrijven van 6 juni 2005 opmerkzaam heeft gemaakt op een aantal overwegingen in het arrest, en op grond daarvan verzocht heeft om zijn situatie te regulariseren, met name door hem te bevorderen met ingang van 1 april
- Mocht de verwerende partij op dat verzoek zijn ingegaan, wat logisch geweest zou zijn, dan zou de verzoeker over een grotere dienstanciënniteit beschikken dan Dirk De Coninck. De verwerende partij heeft evenwel op 25 november 2005 geweigerd om aan de verzoeker de gevraagde regularisatie te verlenen. De verzoeker heeft die beslissing niet aangevochten. Ongeacht de vraag of die beslissing wettig is of niet, kan de verzoeker de wettigheid daarvan thans niet meer in vraag stellen. Een en ander belet de verwerende partij uiteraard niet om de verzoeker alsnog het gevraagde rechtsherstel te bieden. Zolang dat niet is gebeurd, moet ervan uitgegaan worden dat de verzoeker pas met ingang van 1 mei 1997 is bevorderd. Artikel 223, § 7, van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen, op grond waarvan het thans bestreden besluit is genomen, is inmiddels bij koninklijk besluit van 3 augustus 2004 opgeheven, met terugwerkende kracht tot 1 juni
- Eerder werd bij koninklijk besluit van 28 september 2003, eveneens met terugwerkende kracht tot 1 juni 2002, een nieuwe regeling IX-4616-6/8 uitgevaardigd, die is opgenomen in artikel 223, § 6bis, van het voornoemde koninklijk besluit van 5 september 2002, en die luidt als volgt: “De rijksambtenaren die houder zijn van de geschrapte graad van bestuurschef (22A) of hoofdtechnicus (22A) die, overeenkomstig bijlage 6 van onderhavig besluit, geïntegreerd worden in weddenschaal CA3 of CT3 verkrijgen bij voorrang op de in § 6 bedoelde ambtenaren na 6 jaar de weddenschaal 22B opgenomen in bijlage 7 van onderhavig besluit binnen de grenzen van de vacante betrekkingen van deze schaal en in de volgende orde van voorkeur: 1/ de rijksambtenaar het oudst in graad; 2/ bij gelijkheid van graadanciënniteit, de rijksambtenaar waarvan de dienstanciënniteit de grootste is; 3/ bij gelijkheid van dienstanciënniteit, de rijksambtenaar die het oudst is. Hun graadanciënniteit wordt in aanmerking genomen voor de berekening van deze periode van 6 jaar.” Zoals gezegd is de graadanciënniteit van de verzoeker en Dirk De Coninck ingevolge het arrest nr. 144.773 van 23 mei 2005 van de Raad van State gelijk. Derhalve dient krachtens de voormelde bepalingen, de bevordering te worden toegewezen aan de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit. Vermits uit het administratief dossier dat door de verwerende partij is neergelegd, blijkt dat Dirk De Coninck een grotere dienstanciënniteit heeft dan de verzoeker, kan laatstgenoemde geen aanspraak maken op een bevordering door verhoging in de weddeschaal 22B vóór eerstgenoemde. Te dezen heeft de verzoeker dienvolgens niet het rechtens vereiste belang bij de nietigverklaring van de bevordering van Dirk De Coninck door verhoging in de weddeschaal 22B met ingang van 1 juli
- Het voorliggende beroep tot nietigverklaring is dan ook niet ontvankelijk. IX-4616-7/8 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 13 oktober 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, J. CLEMENT, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-4616-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.997 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.