← België

Arrest 187034 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 13/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.034 Rolnummer: A. 71708/IX-2147 Zaak: Arrest 187034 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 13/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-30 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 08:42 Fiche Arrest nr 187.034 van 13 oktober 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.034 van 13 oktober 2008 in de zaak A. 71.708/IX-

  1. In zake : Jan VAN DEN BOSSCHE, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-72 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Mobiliteit, die woonplaats kiest bij advocaat P. LAMBERT, kantoor houdende te BRUSSEL, Nieuwenhovestraat 14A. tussenkomende partij : Armand REMACLE, wonende te OOSTENDE, Torhoutsesteenweg 320/
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jan VAN DEN BOSSCHE op 21 oktober 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 4 juli 1996 waarbij Armand REMACLE wordt bekleed met de graad van adviseur-generaal in overtal en als tweetalig adjunct wordt toegevoegd aan de eentalige directeur-generaal van de Franse taalrol van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 3 april 1997; Gelet op de beschikking van 14 april 1997 die de tussenkomst van Armand REMACLE toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; IX-2147-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 20 januari 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 5 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. WAEGEMANS, die loco advocaat P. DEVERS, verschijnt voor de verzoeker en van advocaat A. CROONENBERGHS, die loco advocaat P. LAMBERT, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
  3. Verzoeker was hoofdingenieur-directeur bij het ministerie van Verkeer en Infrastructuur. 1.
  4. Op 1 juni 1995 maakt de secretaris-generaal bekend dat onder meer de betrekking van taaladjunct bij de eentalige directeur-generaal van de Franse taalrol van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur in competitie wordt gesteld. IX-2147-2/6 Met een brief van 7 juni 1995 stelt onder meer verzoeker zich kandidaat voor deze betrekking. Op 26 juni 1995 onderzoekt de directieraad de ingediende kandidaturen en beslist hij verzoeker voor de te begeven betrekking voor te stellen. De directieraad oordeelt dat verzoeker omwille van zijn ruime ervaring en zijn goede kennis van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastruc- tuur de meest geschikte kandidaat is. Met een brief van 14 juli 1995 dient de heer Van de Velde bezwaar in tegen het voorstel van de directieraad. Op de vergadering van 14 september 1995 beslist de directieraad om het oorspronkelijk voorstel aan te passen en de heer Van de Velde voor te dragen voor de te begeven betrekking. Verzoeker zou hem echter tijdelijk vervangen en tevens uitzicht krijgen op een definitieve aanstelling als taaladjunct indien de heer Van de Velde zou worden benoemd tot directeur-generaal bij het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart. Met een brief van 18 oktober 1995 dient verzoeker bezwaar in tegen dit voorstel van de directieraad. Op de vergadering van 13 november 1995 besluit de directieraad het bezwaarschrift van verzoeker te verwerpen, en zijn voorstel van 14 september 1995 te handhaven. Bij koninklijk besluit van 4 juli 1996 wordt de tussenkomende partij bekleed met de graad van adviseur-generaal in overtal en als tweetalig adjunct toegevoegd aan de eentalige directeur-generaal van de Franse taalrol van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur. Deze benoeming, die het voorwerp vormt van het voorliggende beroep, wordt op 22 augustus 1996 intern bekendgemaakt binnen het ministerie van Verkeer en Infrastructuur. 1.
  5. De administratieve loopbaan van de tussenkomende partij heeft het volgende verloop gekend : IX-2147-3/6 - bij koninklijk besluit van 14 mei 2000, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 7 juli 2000, 24034, wordt de tussenkomende partij bevorderd tot de graad van adviseur-generaal in het tweetalige kader van de centrale diensten van het ministerie van Verkeer en Infrastructuur, met ranginneming en geldelijke uitwerking op 1 maart 2000; - bij koninklijk besluit van 4 oktober 2000, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 2 december 2000, 2e Editie, 40591, werd hij op 1 maart 2000 aangesteld als tweetalig adjunct en bekleed met de graad van directeur-generaal. Hij wordt toegevoegd aan de ééntalige directeur-generaal van de Franse taalrol van het Bestuur van het Vervoer te Land; - bij besluit van de Voorzitter van het Directiecomité van 21 juni 2004, gepubli- ceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 augustus 2004, 62088, wordt de tussenkomende partij met ingang van 1 juli 2004 aangesteld als tweetalig adjunct bij de directeur-generaal van het directoraat-generaal Vervoer te Land. Hij behoudt de graad van directeur-generaal waarmee hij in overtal bekleed was; 1.
  6. In antwoord op een schrijven van de staatsraad-verslaggever van 3 juni 2008 naar het verdere verloop van de loopbaan van verzoeker, deelt de verwerende partij bij schrijven van 20 augustus 2008 mee dat verzoeker met ingang van 1 maart 2008 op pensioen is gesteld (Belgisch Staatsblad, 26 februari 2008, 12018). Over de ontvankelijkheid van het beroep 2.
  7. Het vereiste van een actueel belang impliceert dat het belang van de verzoeker niet alleen moet bestaan op het ogenblik van het indienen van het verzoekschrift, maar ook nog moet blijven bestaan tot aan de uitspraak over zijn beroep. Bijgevolg dient ambtshalve te worden onderzocht of verzoeker ingevolge zijn pensionering nog steeds over het vereiste actueel belang beschikt bij zijn beroep. 2.
  8. Te dezen is de bestreden benoeming verleend na een met redenen omkleed advies van de directieraad dat gesteund is op een vergelijking van verdiensten, waarde en geschiktheid. Bijgevolg had de verwerende partij niet de absolute rechtsplicht om verzoeker te benoemen, maar ging het integendeel om een benoeming naar keuze. De overheid heeft dan ook niet de rechtsplicht om, in geval van vernietiging van het bestreden besluit, verzoeker met terugwerkende kracht in IX-2147-4/6 de kwestieuze betrekking te benoemen en zijn loopbaan aldus te reconstrueren. Een vernietigingsarrest kan derhalve niet meer bijdragen tot het rechtsherstel dat een verzoeker normaal met zijn beroep tegen een benoemings- of bevorderingsbesluit ambieert, met name zelf benoemd of bevorderd worden in de betrokken functie en die functie daadwerkelijk bekleden. Het materieel belang dat verzoeker had bij het indienen van het beroep tegen het bestreden benoemingsbesluit, is dan ook teloorgegaan. 2.
  9. Verzoeker wijst voorts niet op het bestaan van bijzondere omstandigheden die zouden doen blijken van een ander belang, met name een moreel belang. 2.
  10. Hij toont derhalve niet aan dat hij nog een actueel belang heeft bij de vernietiging van de bestreden handeling. Zonder dat het nodig is om na te gaan of de ontwikkelingen in de loopbaan van de tussenkomende partij een invloed hebben op het belang van de verzoeker bij zijn beroep, moet ambtshalve geconclu- deerd worden dat het beroep onontvankelijk is. 2.
  11. Gelet op de omstandigheden eigen aan de zaak, is er aanleiding om de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  12. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  13. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. IX-2147-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 13 oktober 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-2147-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.034 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.