id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.039 Rolnummer: A. 189923/IX-6092 Zaak: Arrest 187039 - Varia (justitie) - 13/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-20 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 08:42 Fiche Arrest nr 187.039 van 13 oktober 2008 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.039 van 13 oktober 2008 in de zaak A. 189.923/IX-
- In zake : Gholam Ali ASHORI, die woonplaats kiest bij advocaat L. TIJINI, kantoor houdende te BRUSSEL, Carton de Wiartlaan 126 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Gholam Ali ASHORI op 7 oktober 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 30 september 2008 waarbij de plaatsing van verzoeker onder de hoede van de dienst Voogdij vervallen wordt verklaard; Gelet op de beschikking van 8 oktober 2008 waarbij aan de verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt toegekend wat de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid betreft; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 8 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 oktober 2008, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. KALIN die, loco advocaat L. TIJINI, verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat S. VERBOUWE, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6092-1/5 Gehoord het eensluidend advies van auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak. 1.
- Op 8 september 2008 komt de verzoeker in België aan en dient een asielaanvraag in. De verzoeker is van beweerde Afghaanse nationaliteit en voert aan dat hij minderjarig is, zodat de programmawet van 24 december 2002, betreffende de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (B.S. van 31 december 2002), gewijzigd bij de programmawet van 22 december 2003 (B.S. van 31 december 2003) en bij de programmawet van 27 december 2004 (B.S. van 31 december 2004) op hem werd toegepast. Op 8 september 2008 neemt de dienst Voogdij van de verwerende partij de verzoeker onder zijn hoede. 1.
- Op 1 december 2008 neemt de verzoeker kennis van de beslissing van de dienst Voogdij van de verwerende partij van 30 september 2008, waarbij “de plaatsing onder de hoede van de dienst Voogdij van (de verzoeker) van rechtswege (vervalt) op de datum van de kennisgeving van deze beslissing”. De rechtsgrond van deze beslissing is de conclusie van het medisch onderzoek dat de dienst Voogdij op 23 september 2008 liet uitvoeren door het Universitair Ziekenhuis St. Rafaël (KU-Leuven), departement Tandheelkunde, waaruit blijkt dat de verzoeker ouder is dan achttien jaar. Over de grondvoorwaarden voor het bevelen van een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige IX-6092-2/5 voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden, en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.
- Wat de tweede voorwaarde betreft, voert de verzoeker in een enig middel de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen in samenhang met de schending van een aantal beginselen van behoorlijk bestuur. 2.2.
- De motivering van de bestreden beslissing luidt als volgt : “Overwegende dat de dienst Voogdij een medisch onderzoek liet uitvoeren op 23 september 2008 door het Universitair Ziekenhuis St. Rafaël (KU Leuven), Faculteit Geneeskunde, Departement Tandheelkunde, Capucijnenvoer 7, 3000 Leuven, teneinde na te gaan of betrokkene al dan niet jonger is dan 18 jaar; Overwegende dat de conclusie van het medisch onderzoek als volgt luidt: ‘Op basis van het voorgaande onderzoek kunnen we besluiten met een redelijke wetenschappelijke zekerheid dat Ashori Gholam Ali op datum van 23-09-08 een leeftijd heeft van zeker ouder dan 18 jaar, waarbij 20,6 jaar een minimum leeftijd is. Vermoedelijk ligt deze dus hoger en zelfs voorbij de 21 jaar.’ Overwegende dat uit het medisch onderzoek blijkt dat betrokkene meer dan 18 jaar oud is.” 2.2.
- In de mate dat de verzoeker de schending aanvoert van de formele motiveringsplicht mist het middel feitelijke grondslag, vermits de bestreden beslissing zowel in de aanhef als in het dictum expliciet verwijst naar de terzake toepasselijke wettelijke bepalingen. 2.2.
- Wat de schending van de materiële motiveringsplicht betreft, verwijst de bestreden beslissing uitdrukkelijk naar voornoemd medisch onderzoek, (1.2.), waarvan de wetenschappelijk-medische fundering en de daaruit voortvloeien- de gemotiveerde conclusie in een verslag van 23 september 2008 werden opgeno- men en dat de verzoeker op eerste verzoek kon inzien en er desgewenst een afschrift van kon bekomen. In de bestreden beslissing mag vanzelfsprekend verwezen worden naar een medisch verslag waaruit expliciet blijkt dat de motivering van de bestreden beslissing op het eerste gezicht terzake dienend, pertinent en afdoend is. De leeftijd van de verzoeker werd immers bepaald door onderzoek te verrichten op basis van hand-polsradiografie, van een orthopantomogram en op basis van de radiografie van het sleutelbeen. Telkens werd door de onderzoeker de minimale en IX-6092-3/5 maximale leeftijd genoteerd van de verzoeker per testonderdeel. Het valt op dat alle onderzoeken met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid besluiten dat de verzoeker ouder is dan achttien jaar. In de mate dat het middel steunt op de schending van de materiële motiveringsplicht is het niet ernstig. Uit het administratief dossier blijkt dat een uitgebreid “identificatiegesprek bij twijfel aan de leeftijd” op 17 september 2008 plaatsvond, zodat dit onderdeel van het middel afgeleid uit het niet plaatsvinden van een onderhoud met verzoeker en van het niet voorhanden zijn van een gedrags- analyse van de verzoeker, feitelijke grondslag mist. Het spreekt voor zich dat een verklaring van het personeel van het observatie- en oriëntatiecentrum, waar de verzoeker verblijft, geen afbreuk doet aan de conclusies van voornoemd wetenschappelijk centrum. 2.2.
- De Raad stelt vast dat wat de bewijskracht van voornoemd medisch onderzoek betreft, in de mate dat het besluit dat de verzoeker ouder is dan achttien jaar, dit onderzoek op het eerste gezicht geldt tot bewijs van het tegendeel, bewijs dat in het huidig stadium van de procedure niet wordt geleverd door de verzoeker. Het lijkt op het eerste gezicht feitelijk onjuist dat het uitgevoerde medisch onderzoek niet op een tegensprekelijke basis gebeurde, vermits de verzoeker zich eventueel kon laten bijstaan door een geneesheer van zijn keuze en hij de kans kreeg om de inhoud van het medisch verslag aan een legaliteitsonder- zoek door de Raad van State te onderwerpen. Bijgevolg werd het recht van verdediging van de verzoeker op het eerste gezicht niet geschonden. 2.2.
- In de mate dat de verzoeker de schending aanvoert “van een aantal beginselen van behoorlijk bestuur”, zonder verdere precisering, is dit onderdeel van het enig middel niet ontvankelijk. 2.2.
- Het middel is in de mate dat het ontvankelijk is, niet ernstig.
- Bijgevolg is niet voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van IX-6092-4/5 State. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 13 oktober 2008, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-6092-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.039 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.