← België

Arrest 187063 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 14/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.063 Rolnummer: A. 126153/IX-3474 Zaak: Arrest 187063 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 14/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-20 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:42 Fiche Arrest nr 187.063 van 14 oktober 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.063 van 14 oktober 2008 in de zaak A. 126.153/IX-3474. In zake : Albert VERBRUGGHE, die woonplaats kiest bij advocaat P. LAHOUSSE, kantoor houdende te MECHELEN, Leopoldstraat 64 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46 bus 1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Albert VERBRUGGHE op 30 augustus 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van: “1) het besluit van de Vlaamse regering van 28 juni 2002 waarbij de beslissingen van de raad van bestuur van 3 mei 2002 van de GOM Vlaams-Brabant zoals verwoord in de notulen van de vergadering, waarbij de heer Albert VERBRUGGHE wordt aanbevolen als en vervolgens benoemd tot administrateur-generaal van voormelde GOM, worden vernietigd, (bekendgemaakt) in het Belgisch Staatsblad van 11 juli 2002; en impliciet 2) het besluit van de Vlaamse minister bevoegd voor Economie van 10 mei 2002 houdende de schorsing van de beslissing van de raad van bestuur van 3 mei 2002 van de GOM Vlaams-Brabant; 3) het besluit van de Vlaamse regering van 31 mei 2002 houdende de verlenging van de vernietigingstermijn met 30 dagen”; IX-3474-1/6 Gelet op het arrest nr. 115.087 van 27 januari 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 24 februari 2003 door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 6 september 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 19 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 september 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. LAHOUSSE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat N. DAELMAN die, loco advocaat B. STAELENS, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het, behalve wat de kosten van het geding betreft, eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, IX-3474-2/6 OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1.1. De verzoeker is sinds 15 september 1995 commissaris van de Vlaamse regering bij de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen (hierna: GOM’

  1. s)van Antwerpen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen. 1.2. In zijn vergadering van 3 mei 2002 beslist de raad van bestuur van de GOM Vlaams-Brabant de verzoeker tot administrateur-generaal van die GOM te benoemen. Bij besluit van 10 mei 2002 schorst de Vlaamse minister van Economie, Buitenlandse Handel en Huisvesting “de beslissingen van de Raad van Bestuur d.d. 3 mei 2002 van de GOM Vlaams-Brabant, waarbij hij de heer Albert VERBRUGGHE aanbeveelt als en vervolgens benoemt tot administrateur-generaal van voormelde GOM”. Bij besluit van de Vlaamse regering van 31 mei 2002 wordt de termijn om de beslissing van de raad van bestuur van de GOM Vlaams-Brabant van 3 mei 2002 te vernietigen, met 30 dagen verlengd. In zijn vergadering van 7 juni 2002 beslist de raad van bestuur van de GOM Vlaams-Brabant zijn beslissing van 3 mei 2002 niet in te trekken. Deze beslissing wordt dezelfde dag aan de Vlaamse minister van Economie, Buitenlandse Handel en Huisvesting ter kennis gebracht. Bij besluit van de Vlaamse regering van 28 juni 2002 worden “de beslissingen van de raad van bestuur van 3 mei 2002 van de GOM Vlaams-Brabant zoals verwoord in de notulen van de vergadering, waarbij de heer Albert VERBRUGGHE wordt aanbevolen als en vervolgens benoemd tot administrateur- generaal van voormelde GOM”, vernietigd. Dit besluit, dat met een aangetekende brief van 3 juli 2002 aan de verzoeker ter kennis wordt gebracht, vormt het eerste bestreden besluit. IX-3474-3/6 Het beroep is voorts gericht tegen de genoemde besluiten van de Vlaamse minister van 10 mei 2002 en van de Vlaamse regering van 31 mei 2002. 2. Het decreet van 7 mei 2004 houdende vaststelling van het kader tot oprichting van de provinciale ontwikkelingsmaatschappijen (POM’
  2. s)voorziet in de mogelijkheid voor de provincies om een POM op te richten. Een POM die voldoet aan de voorwaarden van het decreet, wordt door de Vlaamse regering erkend. De erkende POM zet de rechtspersoonlijkheid voort van de GOM die werkzaam was in de betrokken provincie, en geldt als haar rechtsopvolger. Op de datum waarop de erkenning van de POM in werking treedt, is de betrokken GOM van rechtswege ontbonden. Bij besluit van de Vlaamse regering van 10 maart 2006 is de POM Vlaams-Brabant erkend, met ingang van 1 juni 2006. Ontvankelijkheid van het beroep 3.1. Ter terechtzitting heeft de staatsraad-verslaggever ambtshalve een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep opgeworpen, afgeleid uit het ontbreken van een actueel belang, gelet op de ontbinding van de GOM Vlaams- Brabant. 3.2. De verzoeker heeft verklaard zich ten aanzien van deze exceptie te gedragen naar de wijsheid van de Raad van State. 3.3.1. Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover. 3.3.2. De voornaamste betrachting van iemand die, zoals de verzoeker, voor de Raad van State de rechtshandeling aanvecht waardoor hij niet kan worden aangesteld in een betrekking waarin hij is benoemd, is door de nietigverklaring ervan te verkrijgen dat de benoeming alsnog uitwerking kan krijgen en dat hij de betrekking alsnog daadwerkelijk kan bekleden. IX-3474-4/6 3.3.3. Uit de hiervóór vermelde bestuurlijke hervorming blijkt dat de GOM Vlaams-Brabant is ontbonden, en dat haar rechtspersoonlijkheid is voortgezet door een nieuwe publiekrechtelijke instelling, de POM Vlaams-Brabant. Die POM heeft eigen bestuursorganen, te onderscheiden van die welke de GOM had. Het ambt van administrateur-generaal van de GOM Vlaams-Brabant is aldus afgeschaft. De afschaffing van het ambt van administrateur-generaal heeft tot gevolg dat de verzoeker dat ambt niet meer kan uitoefenen. Het oorspronkelijk met het beroep nagestreefde doel kan dan ook niet meer bereikt worden. Derhalve moet geconcludeerd worden dat het materieel belang, dat de verzoeker had bij het indienen van het beroep tegen het bestreden besluit, daargelaten de vraag of dat belang een geoorloofd belang was, in de loop van het geding in elk geval is teloorgegaan. 3.3.4. Er zijn voorts geen bijzondere omstandigheden die doen blijken van een ander belang, met name een moreel belang. 3.3.5. De verzoeker toont derhalve niet aan dat hij nog een actueel belang heeft bij de vernietiging van de bestreden handeling. De exceptie van onontvankelijkheid is dan ook gegrond. 4. Nu het teloorgaan van het belang niet aan het toedoen van de verzoeker te wijten is, maar aan de wijziging in de terzake toepasselijke wetgeving, past het de verwerende partij te verwijzen in de kosten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-3474-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 oktober 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-3474-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.063 Gerelateerde publicatie(
  3. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.115.087 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.