← België

Arrest 187104 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 15/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.104 Rolnummer: A. 189961/XII-5581 Zaak: Arrest 187104 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 15/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-17 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:43 Fiche Arrest nr 187.104 van 15 oktober 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.104 van 15 oktober 2008 in de zaak A. 189.961/XII-

  1. In zake : Michael BOESSEN, die woonplaats kiest bij advocaat M. Smeets, kantoor houdende te Maasmechelen, Rijksweg 350 tegen :
  2. de GEMEENTE LANAKEN,
  3. de BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE LANAKEN, die woonplaats kiezen bij advocaat K. Wauters, kantoor houdende te Hasselt, Gouverneur Roppesingel
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Michael Boessen op 11 oktober 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 10 september 2008 van de burgemeester van de gemeente Lanaken waarbij het studentenhuis, Maastrichterweg 284 te Lanaken, per 10 oktober 2008 wordt gesloten “tot op het ogenblik dat een nieuw brandweerverslag, waarbij de brandveiligheid van het kwestieuze studentenhuis wordt gegarandeerd, aan de gemeentelijke diensten wordt overhandigd”; Gezien de nota van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 13 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 oktober 2008, om 12.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Smeets, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat K. Wauters, die verschijnt voor de verwerende partijen; XII-5581-1/4 Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan alleen tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is.
  6. Verzoeker, eigenaar en verhuurder van het gesloten studentenhuis, voert met betrekking tot de tweede schorsings-voorwaarde een dubbel nadeel aan. Een eerste nadeel gaat als volgt : “Door de sluiting van het studentenhuis en het vertrek van de huurders ondergaat verzoeker een belangrijk financieel verlies. Zelfs indien het besluit tot sluiting zou vernietigd worden en hij de kamers opnieuw zal mogen verhuren, zal het voor verzoeker zo goed als onmogelijk zijn om de kamers, halverwege het academiejaar nog aan studenten te verhuren. De studenten die thans een kamer huren en moeten vertrekken zullen uiteraard niet nog eens gaan verhuizen wanneer concluant binnen een goede maand alle werken heeft uitgevoerd. Tegelijk is er na de start van het academiejaar, zo goed als geen vraag meer naar studentenkamers. Aldus zal verzoeker de inkomsten ontberen die dienen om zijn investeringen (aankoop pand en de aanpassingswerken) te financieren”. Verzoeker brengt geen enkele precisering of stavingsstuk bij omtrent de voormelde investeringen, of omtrent de inkomsten die hij vreest ten gevolge van het aangevochten besluit te zullen ontberen, of aangaande zijn financiële situatie in het algemeen, inbegrepen dus zijn andere inkomsten dan die uit het betrokken studentenhuis. Het is de Raad in die omstandigheden niet mogelijk het besproken nadeel als ernstig én moeilijk herstelbaar te aanzien. XII-5581-2/4
  7. Een tweede aangevoerd nadeel betreft het ongemak voor de huurders en de verhuurder doordat “de bewoners moeten verhuizen in afwachting van de voltooiing van de reeds aangevangen werken”. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de huurders mogelijk lijden, stelt verzoeker er niet van vrij om met het oog op een schorsing in elk geval ook te doen blijken van een persoonlijk, eigen moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Als zodanig is, zéker bij gebrek aan nadere toelichting, alleszins niet te beschouwen het enkele ongerief of de hinder die de fysieke verhuis van de huurders voor hem eventueel meebrengt.
  8. Uit wat voorafgaat, wordt geconcludeerd dat alvast aan de tweede van de cumulatieve schorsingsvoorwaarden niet voldaan is. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  9. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. XII-5581-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien oktober 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5581-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.104 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.446 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.