← België

Arrest 187110 - Milieuvergunningen - 16/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.110 Rolnummer: A. 179005/VII-36769 Zaak: Arrest 187110 - Milieuvergunningen - 16/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-30 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:43 Fiche Arrest nr 187.110 van 16 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.110 van 16 oktober 2008 in de zaak A. 179.005/VII-36.

  1. In zake :
  2. Cathy PORTIER,
  3. Pascal MARTLÉ, die woonplaats kiezen bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te BRUGGE, Baron Ruzettelaan 27 tegen : de deputatie van de provincie West-Vlaanderen. tussenkomende partijen :
  4. Patrick VEYS,
  5. Donald DEGRIJSE, die woonplaats kiezen bij advocaat K. BOUVE, kantoor houdende te DE HAAN, Mezenlaan
  6. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Cathy PORTIER en Pascal MARTLÉ op 29 november 2006 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 21 september 2006 houdende inwilliging van het beroep, ingediend door Patrick VEYS, tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge van 24 maart 2006 waarbij de vergunning geweigerd wordt voor het exploiteren van een paardenfokkerij, gelegen aan de Margareta van Vlaanderenstraat 25 te Brugge; Gelet op het arrest nr. 168.998 van 15 maart 2007 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partijen; VII-36.769-1/5 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 24 mei 2007 ingediend door Patrick VEYS en Donald DEGRIJSE; Gelet op de beschikking van 1 juni 2007 die de tussenkomst van Patrick VEYS en Donald DEGRIJSE toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. PROVOOST, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State; Gelet op de mededeling van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 2 september 2008 houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 2 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. ROELANDT die, loco advocaat A. LUST verschijnt voor de verzoekende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  7. De feiten 1.1 De eerste tussenkomende partij exploiteert een kippenfokkerij in Waregem. 1.
  8. Op 12 december 2005 dient hij een milieuvergunningsaanvraag in voor de verplaatsing van deze exploitatie naar Brugge, waarbij de kippenfokkerij VII-36.769-2/5 zou worden omgevormd tot een paardenfokkerij, die niet door hem, maar door de tweede tussenkomende partij zou worden uitgebaat. 1.
  9. De inrichting zou, na herlokalisatie, volgens het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 goedgekeurde gewestplan Brugge-Oostkust zijn gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. 1.
  10. Op 24 maart 2006 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge aan de tweede tussenkomende partij de stedenbouwkundige vergunning te verlenen. 1.
  11. De aanvrager tekent tegen deze weigeringsbeslissing beroep aan bij de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen. 1.
  12. Op 6 april 2006 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge eveneens aan de eerste tussenkomende partij de milieuvergunning te verlenen. 1.
  13. Tijdens het openbaar onderzoek worden achttien bezwaren ingediend. 1.
  14. De aanvrager tekent tegen deze weigeringsbeslissing op 24 april 2006 eveneens beroep aan bij de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen. 1.
  15. Na het inwinnen van de nodige adviezen, verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen op 21 september 2006 de vergunning aan de eerste tussenkomende partij voor een periode van twintig jaar. Dit is de bestreden beslissing. 1.
  16. Op 28 september 2006 verleent de verwerende partij aan de tweede tussenkomende partij ook de stedenbouwkundige vergunning. Op 20 november 2006 dient het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge een administratief beroep in tegen deze vergunning. Op 4 september 2007 weigert de bevoegde minister de stedenbouwkundige vergunning. Deze weigering wordt niet met een annulatieberoep bestreden. VII-36.769-3/5 1.
  17. Op 14 februari 2008 dient de tweede tussenkomende partij een nieuwe en gewijzigde aanvraag tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning in. Op 3 juli 2008 dient hij ook een nieuwe, daarmee samenhangende milieuvergunningsaanvraag in.
  18. De beoordeling Bij toepassing van artikel 5, § 2, derde lid, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning is de bestreden milieuvergunning van rechtswege vervallen door de definitieve weigering van de stedenbouwkundige vergunning. Daardoor is voorliggend annulatieberoep doelloos geworden. Gelet op de omstandigheden van de zaak, past het de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij te leggen, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  19. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  20. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. VII-36.769-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien oktober tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-36.769-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.110 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.998 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.