← België

Arrest 187166 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.166 Rolnummer: A. 188705/X-13816 Zaak: Arrest 187166 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-14 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:43 Fiche Arrest nr 187.166 van 20 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.166 van 20 oktober 2008 in de zaak A. 188.705/X-13.

  1. In zake :
  2. Peter BERT,
  3. Alex NOTEBAERT,
  4. Mark VANDEMOORTELE, die woonplaats kiezen bij advocaten B. ROELANDTS, P.-J. DEFOORT en E. DE WITTE, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan 141 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Y. FRANCOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
  5. tussenkomende partij : de Intergemeentelijke vereniging voor crematoriumbeheer in Zuid-West-Vlaanderen (Psilon), die woonplaats kiest bij advocaat D. VAN HEUVEN, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 6/
  6. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Peter BERT, Alex NOTEBAERT en Mark VANDEMOORTELE op 23 juni 2008 hebben ingediend en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 21 april 2008 van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning aan de Intergemeentelijke vereniging voor crematoriumbeheer in Zuid - West - Vlaanderen voor het bouwen van een crematoriumgebouw op een perceel gelegen te Kortrijk, Ambassadeur Baertlaan, kadastraal bekend sectie C, nrs. 675/c, 682/a, 683/b en 687/e; Gezien de nota van de verwerende partij; X-13.816-1/7 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 5 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 september 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. DE WITTE, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat Y. FRANCOIS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat D. VAN HEUVEN, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  7. Rechtspleging Met een verzoekschrift van 7 juli 2008 heeft de Intergemeentelijke vereniging voor crematoriumbeheer in Zuid - West - Vlaanderen gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  8. Feiten 2.
  9. De verzoekers zijn eigenaar en bewoner van woningen in de omgeving van de bouwplaats. 2.
  10. Op 15 juni 2007 (datum van het ontvangstbewijs) vraagt de tussenkomende partij aan de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar een X-13.816-2/7 stedenbouwkundige vergunning voor “het bouwen van een crematoriumgebouw” op een grond gelegen aan de Ambassadeur Baertlaan te Kortrijk, kadastraal bekend sectie C, nrs. 675/c, 682/a, 683/b en 687/e. Die grond is, volgens het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde gewestplan Kortrijk, deels gelegen in een woonuitbreidings- gebied, deels in een gebied voor verblijfsrecreatie. Meergenoemde grond ligt tevens binnen het beheersingsgebied van het bij ministerieel besluit van 17 november 1994 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg “Zuid-Oost-Kerkhof hoog Kortrijk”. De stedenbouwkundige voorschriften van voornoemd bijzonder plan van aanleg luiden, voor de zone kerkhof, als volgt: “De zone is bestemd voor begraafplaats in een parklandschap dat overwegend zal gevormd worden met streekeigen beplantingen die minimum 60 % van de totale oppervlakte van de zone zullen beslaan. Binnen de zone mogen sculpturen, beelden of beeldengroepen geplaatst worden met een bij het kerkhof aansluitend thema. De wegverharding en terrassen zullen hoofdzakelijk met kleinschalige materialen worden aangelegd. Als ondersteunende functie voor de bestemmingen, zijn binnen de zone onder meer volgende gebouwen toegelaten : lokalen voor personeel, sanitaire ruimtes, burelen, bergingen, ceremoniële lokalen met cafetaria, ontvangstzalen, dodenhuis, crematorium, enz... De gebouwen moeten voldoen aan volgende voorwaarden : hoogte max. 6 m. (crematorium tot 10 m.) t.o.v. het natuurlijk terrein; gezamelijke tereinbezetting te beperken tot 2.
  11. Op 21 april 2008 wordt de bestreden beslissing genomen.
  12. Ontvankelijkheid De verwerende en de tussenkomende partijen werpen op dat de vordering niet ontvankelijk is. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden zich slechts opdringen indien zou blijken dat de grond- voorwaarden voor schorsing vervuld zijn.
  13. Grondvoorwaarden tot schorsing Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de X-13.816-3/7 vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  14. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel 5.
  15. Met betrekking tot de tweede schorsingsvoorwaarde voeren de verzoekers het volgende aan : “De tenuitvoerlegging van het bestreden besluit leidt tot een moeilijk te herstellen ernstig nadeel (MTHEN) in hoofde van de verzoekende partijen. Uitgangspunt is dat het rustige woonklimaat van de verzoekende partijen door de uitvoering van de stedenbouwkundige vergunning zal teniet gedaan worden. Feit is dat de verzoekende partijen op ernstige wijze zullen worden benadeeld. Door de omvang van het project dreigt het rustig woongenot van verzoekende partijen voor de rest van hun dagen onherroepelijk te zullen worden aangetast.(...) V.
  16. Voorafgaandelijk. Zoals reeds aangegeven zal het geplande crematorium dienstig zijn voor de crematies van de volledige regio Zuid-West-Vlaanderen. Zoals opgemerkt in het derde middel wordt hierdoor afgeweken van de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA. Overeenkomstig deze voorschriften kan het crematorium enkel een ondersteunende functie vervullen bij de stedelijke begraafplaats. Dit is in casu niet het geval. Tevergeefs zou de verwerende partij zich wat het uitblijven van hinderaspecten (betreft) beroepen op het rapport van SGS omtrent de milieu- impact (...). Niet alleen geeft deze studie niet op alle vragen een antwoord, daarenboven dient opgemerkt dat de studie zelfs aantoont dat het crematorium een impact zal hebben op de omgeving (bv. zoals voor fijn stof). De belangrijkste vaststelling is evenwel dat de impactstudie uitgevoerd door SGS uitgaat van zo’n 3.065 crematies per jaar, dit terwijl het crematorium een capaciteit heeft van meer dan 6.000 crematies per jaar. Het crematorium beschikt immers over 3 ovens waarbij elke oven een maximumcapaciteit van 7 crematies per dag heeft (...). Onnodig te zeggen dat de komst van het crematorium de verzoekende partijen op ernstige wijze zal benadelen. Tot slot dient opgemerkt dat de studie van SGS op bijna alle vlakken niet meer is dan een kopie van de studie die werd uitgevoerd voor het crematorium te Sint-Niklaas (...). Temeer nu deze studie dateert van januari 2004 en het daarenboven ook weinig uitleg behoeft dat de omgevingskenmerken verschillen van streek tot streek, kan de studie van SGS allerminst overtuigen. V.
  17. Impact op de luchtkwaliteit en de volksgezondheid. De inrichting zal logischerwijze een grote impact hebben op de luchtkwaliteit in de onmiddellijke omgeving. Aangezien de schouw slechts een beperkte hoogte heeft zal er een belangrijke uitstoot zijn. (...) V.
  18. Mobiliteit Feit is dat het betrokken perceel is gelegen in een woonomgeving die zich momenteel reeds kenmerkt door een aantal faciliteiten die veel verkeer genereren (universiteitscampus, sporthal, scholen...). Het crematorium zal ontegensprekelijk bijkomende mobiliteitsproblemen creëren (meer verkeersbewegingen, parkeerproblemen, zoekverkeer edm.). (...) X-13.816-4/7 V.
  19. Visuele en psychologische hinder. Vanuit hun woning en tuin zullen de verzoekende partijen permanent uitkijken op het crematoriumgebouw (temeer helemaal geen afdoend groenscherm is gegarandeerd). Hoewel het crematoriumgebouw zelf zal ‘verzonken’ zijn in de grond, dient opgemerkt dat de schouw van het crematorium wel degelijk zichtbaar zal zijn. Deze schouw zal zo’n 10 m boven de grond uitsteken. Temeer gelet op het feit dat dagelijks verschillende rookpluimen uit deze schouw zullen komen, zal dit ernstige visuele hinder met zich meebrengen, hetgeen een belangrijk aspect is van de aantasting van de woonkwaliteit (...). De verzoekende partijen wonen immers allen in de onmiddellijke omgeving van het betrokken perceel en hebben zicht op deze lokatie. C De eerste verzoekende partij woont op een afstand van 150 m van de betrokken site. C de tweede en de derde verzoekende partijen wonen op een afstand van 450 m van de betrokken site. De impact op de beleving van het woonklimaat wordt nog aangescherpt door het feit dat verzoekers en hun gezinnen worden geconfronteerd met een industriële installatie (schouw en rookpluim) waarvan wetenschappelijk wordt aangenomen dat de exploitatie ervan een ernstig gezondheidsrisico kan impliceren (...). Het besef omtrent de ernstige gezondheidseffecten geeft in hoofde van verzoekers aanleiding tot een grote ongerustheid die kan worden opgevat als psychologische hinder. Dergelijke hinder impliceert evenzeer een verstoring van het woongenot. (...)”. 5.2.
  20. De verwerende en de tussenkomende partij wijzen er op goede gronden op dat, behoudens de beweerde visuele en de daarmee verband houdende “psychologische” hinder, de aangevoerde nadelen betrekking hebben op de uitbating van het crematorium en dus niet op de eerste plaats voortvloeien uit de bestreden beslissing. 5.2.
  21. De verwerende en de tussenkomende partij betwisten met foto’s dat de verzoekers een uitzicht zullen hebben op de schouw, behoudens opgaand in het landschap. Bovendien is het eigendom van de eerste verzoeker volgens die partijen afgeschermd door een dik groenscherm bestaande uit wintervaste beplanting. 5.2.
  22. De eerste verzoeker woont op 150 meter van de bouwplaats. De tweede en de derde verzoeker wonen op 450 meter afstand. De crematoriumschouw zal 10 meter uitsteken boven het maaiveld. Bovendien blijkt tussen de woningen van de verzoekers en het crematorium een verkaveling te zijn gepland. X-13.816-5/7 In het licht van die gegevens maken de verzoekers niet concreet aannemelijk dat zij ernstige visuele hinder dreigen te ondergaan van die schouw en de eruit opstijgende rookpluimen. Om dezelfde redenen tonen zij ook het op die hinder geënte “psychologisch” nadeel niet aan. 5.2.
  23. De desbetreffende schorsingsvoorwaarde is niet vervuld. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  24. Het verzoek tot tussenkomst van de Intergemeentelijke vereniging voor crematoriumbeheer in Zuid - West - Vlaanderen in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  25. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  26. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. X-13.816-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig oktober 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-13.816-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.166 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.370 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.674 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.