← België

Arrest 187171 - Onteigeningen - 20/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.171 Rolnummer: A. 186041/X-13549 Zaak: Arrest 187171 - Onteigeningen - 20/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-14 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:43 Fiche Arrest nr 187.171 van 20 oktober 2008 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.171 van 20 oktober 2008 in de zaak A. 186.041/X-13.

  1. In zake : de v.z.w. CASUEELE-HET SCHORRENHUIS, die woonplaats kiest bij advocaat M. BALLON, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Britselei 39 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaten S. VERNAILLEN en Y. LOIX, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  2. tussenkomende partij : het extern verzelfstandigd agentschap WATERWEGEN EN ZEEKANAAL, n.v. van publiek recht, dat woonplaats kiest bij advocaat S. VERNAILLEN, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  3. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de v.z.w. CASUEELE-HET SCHORRENHUIS op 26 november 2007 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van :
  4. “het besluit van de Raad van Bestuur van de WATERWEGEN EN ZEEKANAAL NV van 11 april 2007 houdende de onteigening van onroerende goederen op het grondgebied van de gemeente Beveren deelgemeenten Doel en Kieldrecht volgens het plan C4/8975”, en
  5. het besluit van 21 mei 2007 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur waarbij aan de WATERWEGEN EN ZEEKANAAL NV machtiging tot onteigening wordt verleend volgens plan C4/8976 (lees: C4/8975) voor onroerende goederen gelegen in de gemeente Beveren (deelgemeenten Doel en Kieldrecht) voor de aanleg van schorrengebied ter realisatie van het intergetijdengebied Hedwigepolder - noordelijk gedeelte Prosperpolder; X-13.549-1/7 Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 maart 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 18 april 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. WENDRICKX, die loco advocaat M. BALLON verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat F. HORIONS, die loco advocaten S. VERNAILLEN en Y. LOIX verschijnt voor de verwerende partij, en die eveneens, loco advocaat S. VERNAILLEN verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  6. Rechtspleging Met een verzoekschrift van 29 januari 2008 heeft het extern verzelfstandigd agentschap WATERWEGEN EN ZEEKANAAL, n.v. van publiek recht, gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  7. De thans voorliggende feitelijke gegevens van de zaak De verzoekende partij is eigenaar van een woonhuis met grond aan de “Ouden Doel”, kadastraal bekend onder nrs. 216/d3 en 216/e
  8. X-13.549-2/7 Op 11 april 2007 beslist de raad van bestuur van de tussenkomende partij dat “onder het voorbehoud van machtiging door de Vlaamse regering (...) het algemeen nut de onmiddellijke inbezitneming (vordert) van de goederen”, aangeduid op het onteigeningsplan C4/
  9. Dit is het eerste bestreden besluit. Op 21 mei 2007 bekomt de tussenkomende partij de gevraagde machtiging van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, volgens het plan C4/
  10. Dit is het tweede bestreden besluit. Blijkens het onteigeningsplan en de tabel van de onteigeningen betreffen de innemingen 158 en 159 voormelde kadastrale percelen.
  11. De ontvankelijkheid De tussenkomende partij werpt op dat de verzoekende partij slechts een beperkt belang heeft bij de schorsingsvordering en dat de vordering niet ontvankelijk is wat de eerste bestreden beslissing betreft. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
  12. Over de grondvoorwaarden tot schorsing Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. X-13.549-3/7 4.
  13. Over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 4.1.
  14. Artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bevat het enig verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijke nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan. De verzoekende partij mag zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken. 4.1.
  15. De verzoekende partij zet haar moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt uiteen in haar verzoekschrift : “Als hoofddoelstelling heeft verzoekende partij het behoud, de instand- houding en, zo nodig, de restauratie of reconstructie van het huis ‘Casueele’ en het omliggende landschap te Ouden Doel. (art. 3.1 van de statuten) Alsook bij te dragen tot de geschiedenis van het huis en het omringende natuur- en cultuurlandschap en haar bewoners. (art. 3.2 van de statuten) De onteigening betekent de teloorgang van het huis ‘Casueele’ en meteen ook haar maatschappelijk doel. De bestreden beslissingen houden voor verzoekende partij onmiskenbaar een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel in. Verzoekende heeft gerechtvaardigde redenen om aan te nemen dat de werkzaamheden reeds zullen aangevangen zijn vooraleer een eventueel vernietigingsarrest zal tussenkomen. In de toelichtingsnota (...) wordt namelijk ter sprake gebracht rond welk tijdstip de overheid de werkzaamheden zou aanvangen, meer specifiek met betrekking tot het gedeelte waarin de eigendom van verzoekende partij gelegen is. ‘Er werd vastgesteld dat het project Hedwigepolder - Noordelijk deel Prosperpolder, één van de prioritair op te starten overstromings- en natuurgebieden is, waarbij de werkzaamheden op het terrein in 2007 gestart moeten zijn.’ (...) X-13.549-4/7 Een eventueel tussen te komen vernietigingsarrest zal alleszins te laat komen om het moeilijk te herstellen en ernstig nadeel te kunnen voorkomen. Verzoekende partij doet bijgevolg blijken van een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel”. 4.1.
  16. De verwerende partij repliceert daarop in haar nota wat volgt : “(...) Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt op geen enkele wijze geconcretiseerd.
  17. Verzoekende partij verwijst verder uitsluitend naar haar statutair doel. Er wordt echter niet geconcretiseerd welke gevolgen het verdwijnen van het pand uit het patrimonium van verzoekster voor verzoekster zelf zal hebben. (...)
  18. De verzoekende partij werpt verder op dat een eventueel tussen te komen vernietigingsarrest alleszins te laat zal komen om het moeilijk te herstellen ernstig nadeel te kunnen voorkomen. Verzoekende partij gaat daarbij volledig voorbij aan de bevoegdheid van de Vrederechter in het kader van de onteigeningen. Indien de werken nog zouden aangevat worden in 2007 (wat realistisch gezien niet mogelijk lijkt) dient eerst de onteigeningsprocedure volledig beëindigd te zijn. Voordien kan immers geen aanvang der werken genomen worden. Dit impliceert dat het dossier ingeleid dient te worden bij de Vrederechter. De Vrederechter is wettelijk verplicht, voorafgaand aan het bepalen van de provisionele onteigeningsvergoeding, de wettigheid van het onteigeningsbesluit na te gaan. De onteigende beschikt over een volwaardige rechtsbescherming voor de Vrederechter. (...)”. 4.1.
  19. De tussenkomende partij voegt daar onder meer nog het volgende aan toe in haar verzoekschrift tot tussenkomst : “
  20. Het is dan ook onjuist om, zoals de verzoekende partij doet, te stellen dat de verzoekende partij zonder andere vorm van verhaal in haar werking en bestaan bedreigd wordt.
  21. Verzoekende partij gaat er van uit dat de eigendomsoverdracht in de gerechtelijke fase voor de vrederechter een automatisme zou zijn en de eigendomsoverdracht zich alleszins en onontkoombaar en op declaratieve wijze zou voltrekken. Zulks is manifest onjuist. De bestreden beslissing brengt dan ook op zich geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel teweeg. Enkel een eigendomsoverdracht in de gerechtelijke fase brengt dit nadeel teweeg. Het staat helemaal niet vast dat dit nadeel zich zal voltrekken. Het nadeel is dan ook louter hypothetisch. Alleszins waakt de vrederechter in de gerechtelijke fase over de wettigheid van de beslissing. Er is dan ook geen enkele reden om de bestreden beslissing te schorsen.
  22. Volgens de vaste rechtspraak van de Raad van State dient het aangevoerde nadeel zijn rechtstreekse oorzaak te vinden in het bestreden besluit. Zulks is in casu niet het geval. Het nadeel is bovendien hypothetisch. Nochtans bepaalt vaste rechtspraak van uw Raad dat een louter hypothetisch nadeel niet in aanmerking komt als moeilijk te herstellen ernstig nadeel.
  23. Het aangevoerde nadeel (eigendomsoverdracht op declaratieve wijze) vindt zijn oorzaak of oorsprong niet in de bestreden beslissing, maar in een eventueel later te nemen beslissing door de vrederechter, welke alleszins de interne en externe wettigheid van de thans voorliggende bestreden beslissing kan en moet nagaan. De machtiging op zichzelf genomen ontneemt niet de eigendom aan de verzoekende partij en veroorzaakt niet de ‘doodsteek’ van de X-13.549-5/7 verzoekende partij. Er is geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Het is minstens niet reëel en/of niet concreet aangetoond en vloeit niet rechtstreeks voort uit de bestreden beslissing.
  24. Door het Arbitragehof werd de bescherming die de vrederechter biedt daarenboven gelijkwaardig bevonden met de bescherming die de Raad van State biedt. De Raad van State werkt dan ook niet mee aan het voorkomen van een gerechtelijke procedure. (...)”. 4.2.
  25. Met de verwerende en de tussenkomende partij dient vastgesteld te worden dat “de werkzaamheden” slechts kunnen worden aangevat nadat “de onteigeningsprocedure volledig beëindigd” is, zijnde nadat de vrederechter de onteigening heeft toegestaan. De vrederechter kan die onteigening immers slechts uitspreken en kan de provisionele vergoeding slechts bepalen nadat hij het bestreden machtigingsbesluit zowel op zijn interne als op zijn externe wettigheid heeft getoetst. Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest nr. 51/95 van 22 juni 1995 en in zijn eerdere arresten waarnaar het in dat arrest verwijst, de wettigheidscontrole van de burgerlijke rechter evenwaardig bevonden aan de controle die de Raad van State kan uitvoeren. De verzoekende partij zal de wettigheidsbezwaren die zij thans aanvoert nog kunnen doen gelden voor de vrederechter, die er uitspraak over zal moeten doen. Het aangevoerde nadeel heeft aldus een hypothetisch en geen moeilijk te herstellen karakter in de zin van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  26. Het verzoek tot tussenkomst van het extern verzelfstandigd agentschap WATERWEGEN EN ZEEKANAAL, n.v. van publiek recht, wordt ingewilligd. Artikel
  27. De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-13.549-6/7 Artikel
  28. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig oktober 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.549-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.171 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.939 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.