id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.181 Rolnummer: A. 188224/X-13781 Zaak: Arrest 187181 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-06 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-29 08:44 Fiche Arrest nr 187.181 van 20 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.181 van 20 oktober 2008 in de zaak A. 188.224/X-13.
- In zake : de n.v. TIMCAL BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat L. SWARTENBROUX, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Brederodestraat 13 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
- tussenkomende partij : de n.v. ANTWERP SOUTH LOGISTICS, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan
- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de n.v. TIMCAL BELGIUM op 19 mei 2008 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 25 februari 2008 van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar waarbij aan de n.v. ANTWERP SOUTH LOGISTICS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het aanleggen van een ontsluitingsweg op percelen gelegen te Willebroek, Appeldonkstraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 530/b3, 429/e, 430/b, 431/k, 431/n, 442/k, 443/m, 443/w, 462/s, 503/e, 530/3, 530/a3, 530/b3, 530/c3, 530/d3, 530/h2, 530/l2, 530/s2, 530/t2, 530/x2 en 530/y2; Gezien het administratief dossier; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; X-13.781-1/10 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 25 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 september 2008; Gehoord het verslag staatsraad J. CLEMENT; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. SWARTENBROUX, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat J. CLAES, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. BOSQUET, die loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Rechtspleging Met een verzoekschrift van 12 juni 2008 heeft de n.v. ANTWERP SOUTH LOGISTICS gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
- De feiten 2.
- De bedrijfspercelen van de verzoekende partij zijn gelegen in de industriezone Willebroek-Noord, ten Zuiden van de Appeldonkstraat en ten Noorden van de spoorweg van Mechelen naar Terneuzen. Volgens het op 5 augustus 1976 vastgestelde gewestplan Mechelen is dit gebied bestemd voor milieubelastende industrie. 2.
- Op 7 december 2007 keurt de Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: PRUP) “Willebroek Noord” goed, dat betrekking heeft op voornoemde industriezone. Het X-13.781-2/10 PRUP wordt onder meer door de verzoekende partij bij de Raad van State aangevochten (zaken A.187.282/X-13.677 en A.187.354/X-13.682). 2.
- Op 18 augustus 2006 dient de n.v. ANTWERP SOUTH LOGISTICS, thans tussenkomende partij, een aanvraag in voor een stedenbouwkundige vergunning voor infrastructuurwerken. De aanvraag, die betrekking heeft op het aanleggen van een ontsluitingsweg, slaat onder meer op de kadastrale percelen 530/a3, 530/v2 en 530/y2 van de 1ste afdeling, sectie A, Willebroek. 2.
- Op 29 augustus 2006 geeft de administratie Waterwegen en Zeekanaal een ongunstig advies over de aanvraag. 2.
- Tijdens het openbaar onderzoek over de aanvraag worden drie bezwaarschriften ingediend. 2.
- Op 25 februari 2008 verleent de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar de thans bestreden stedenbouwkundige vergunning. 2.
- Op 26 februari 2008 keurt de gemeenteraad van Willebroek het wegtracé goed voor de industriële ontsluitingsweg Willebroek-Noord. Deze beslissing werd bij de Raad van State aangevochten door de b.v.b.a. S.C.C. DESIGN en de n.v. ARTSTONE PUURS (zaak A.188.161/X-13.772). 2.
- Op 6 mei 2008 trekt de Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening het goedkeuringsbesluit van 7 december 2007 van het PRUP Willebroek-Noord in en wordt de goedkeuring aan dit PRUP onthouden.
- De grondvoorwaarden tot schorsing Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. X-13.781-3/10
- Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 4.
- Standpunt van de partijen 4.1.
- In haar verzoekschrift voert de verzoekende partij het volgende moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan: “(...)
- Het nadeel dat door de onmiddellijke toepassing van de bestreden beslissing wordt veroorzaakt, is vooreerst ernstig. De bestreden beslissing hypothekeert immers het verdere functioneren en de ontsluiting van de activiteiten van verzoekster. Timcal is op dit ogenblik niet gelegen aan een openbare en voldoende uitgeruste openbare weg. Zij heeft toegang tot de openbare weg (de Appeldonkstraat) op grond van een conventionele erfdienstbaarheid verleend in 1990 door de toenmalige eigenaar Kemira. Dit perceel is ondertussen eigendom geworden van de NV Antwerp South Logistics. Deze vennootschap van de Group Bernaerts heeft echter een aanvraag ingediend voor een stedenbouwkundige vergunning voor een appartementencomplex dat zal worden ingeplant over de gehele breedte van het perceel 530/a3 langs de Appeldonkstraat, waardoor de bestaande uitweg van verzoekster op korte termijn de facto zal verdwijnen. Bovendien is het de opzet van het PRUP Willebroek-Noord om ter hoogte van deze uitweg een bufferzone en een geluidswal aan te leggen. Aldus zal verzoekster in elk geval geen gebruik kunnen blijven maken van deze uitweg.
- In principe zou het nieuwe PRUP Willebroek-Noord een oplossing bieden voor de problematiek van de ontsluiting van bestaande bedrijven die geen toegang hebben tot een openbare en voldoende uitgeruste openbare weg. Volgens de voorschriften van het PRUP inzake ontsluiting van de zone voor bedrijvigheid 2 (waarin de percelen van verzoekster gelegen zijn) dient ervoor gezorgd te worden dat elk bedrijfsperceel een rechtstreekse ontsluiting heeft tot de interne wegenis en dat bestaande bedrijven via deze interne wegenis ontsloten worden naar de nieuwe openbare weg tussen de Appeldonkstraat en De Veert, en van daaruit naar het hoger wegennet. Het PRUP Willebroek-Noord bevat eveneens kwalitatieve eisen inzake de nieuwe ontsluiting door te stellen dat de nieuwe wegenissen ‘dusdanig’ aangelegd dienen te worden dat zij de mogelijkheid bieden om de bestaande bedrijven die niet gelegen zijn langs een voldoende uitgeruste en openbare weg, te ontsluiten.
- Zoals reeds vermeld heeft verzoekster moeten vaststellen dat de bestreden beslissing en de daarbij horende plannen, volledig in strijd met het PRUP Willebroek-Noord, op geen enkele wijze aandacht besteden aan haar toekomstige ontsluiting of die van andere bestaande bedrijven in dezelfde situatie. Meer bepaald voorzien de plannen helemaal niet in een rechtstreekse aansluiting op de interne wegenis. Integendeel lopen de dwarse wegen zelfs over de bedrijfspercelen van verzoekster (kadastrale percelen nrs. 530/v2 en 530/y2). Andere verbindingswegen komen dan weer uit op een willekeurige plaats aan de achterkant van de bedrijfsgebouwen van verzoekster of reiken niet eens tot aan de perceelsgrens. Verzoekster ziet op basis van de goedgekeurde plannen dan ook niet in hoe haar aansluiting op één van de interne wegen zal gerealiseerd worden. X-13.781-4/10
- Verzoekster werd op geen enkel ogenblik gecontacteerd door de aanvrager, de NV Antwerp South Logistics of door diens architect, de vergunningverlenende overheid of enige andere publieke of private speler actief in de verwezenlijking van het PRUP Willebroek-Noord in verband met de praktische aspecten van een realistische ontsluiting van haar activiteiten. Deze praktische aspecten houden verband met het tonnage (tot 40 ton per vrachtwagen), de frequentie, het type (gevaarlijke stoffen) en de tijdstippen van het verkeer bestemd voor en afkomstig van de vestiging van verzoekster. Een haalbare ontsluiting van verzoeksters activiteit zou aangepast dienen te zijn aan de concrete kenmerken van het verkeer dat door de bestaande activiteiten van verzoekster gegenereerd wordt. Uit de vergunning blijkt niet dat de wegen aangepast zijn aan het verkeer dat door verzoekster gegenereerd wordt. Zij vreest dan ook terecht dat zij na aanleg van de vergunde wegen geconfronteerd zal worden met een weginfrastructuur die haar niet toelaat om op een normale wijze haar activiteiten voort te zetten. Bovendien hebben noch de dwarse wegen, noch de openbare verbindingsweg de door het PRUP voorgeschreven afmetingen (8m wat betreft de verbindingsweg en 6m wat betreft de dwarse wegen, in plaats van de voorgeschreven 6,25m minimale rijstrookbreedte).
- Verzoekster heeft bijgevolg gegronde vrees dat zij, gelet op al deze elementen, door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing op korte termijn onherroepelijk volledig omsloten zal worden, zonder over een aangepaste uitweg naar de openbare weg te beschikken. Deze vrees is niet ingebeeld, aangezien zoals vermeld reeds een tweede bouwaanvraag hangende is van de begunstigde van de bestreden beslissing, voor een project dat zou worden ingeplant op de plaats waar verzoekster evenals een reeks achterliggende bedrijven van de zone reeds jarenlang een erfdienstbaarheid van uitweg hebben naar de openbare weg. Doordat de bestreden beslissing, met schending van het PRUP Willebroek-Noord waarvan het de uitvoering vormt, geen rechtstreekse en nuttige ontsluiting voorziet van de vestiging van o.m. verzoekster, vormt deze een rechtstreekse bedreiging voor de bedrijfsvoering van verzoekster.
- Bovendien voorziet de bestreden beslissing in de aanleg van wegenissen op het reserveterrein in eigendom van verzoekster. De bestreden beslissing lijkt er inderdaad vanuit te gaan dat de door de POM Antwerpen geplande onteigening zal worden doorgevoerd en bevat enkel een opschortende voorwaarde van het verkrijgen van de zakelijke rechten op dergelijke terreinen die op het ogenblik nog aan particulieren toebehoren. De percelen die de POM Antwerpen zich voorneemt te onteigenen, betreffen o.m. een vierkant stuk industrieterrein gelegen ten zuidwesten van de fabrieksgebouwen van Timcal. Verzoekster hield dit terrein in reserve met het oog op de realisatie van voor haar continuïteit onontbeerlijke uitbreidingen en voor de inplanting van haar energierecuperatie-installatie. Voor deze concrete investeringen heeft zij geen plaats meer op het restant van haar terrein dat niet in de voorgenomen onteigening begrepen is. Deze investeringen en het reserveterrein zijn evenwel noodzakelijk voor het voortbestaan van Timcal. Zonder deze investeringen heeft Timcal geen groeipotentieel. Dergelijk groeipotentieel is een essentiële voorwaarde in de innovatieve sector waarin Timcal haar klanten heeft. Zonder groeipotentieel verliest Timcal haar cliënteel, en dus haar omzet. Dit leidt onafwendbaar tot het einde van een performant, hoogtechnologisch bedrijf actief in snel groeiende marktsegmenten. Hierbij moet nog worden vastgesteld dat een eventuele herlocalisatie van de activiteiten van Timcal geen optie is, wegens veel te duur (geschat op meer dan 50 miljoen i).
- De bestreden beslissing heeft bijgevolg een directe, ingrijpende en ernstige weerslag op de mogelijkheid tot uitbreiden en op de ontsluiting van de X-13.781-5/10 activiteiten van verzoekster die zij nochtans sedert 25 jaar zonder problemen ter plaatse uitoefent. Uit het voorgaande blijkt dat de nadelen die verzoekster lijdt en dreigt te lijden ernstig zijn, en veroorzaakt door de onmiddellijke uitvoerbaarheid van de bestreden beslissing.
- De nadelen van verzoekster zijn bovendien ook moeilijk te herstellen. Indien de bestreden beslissing thans niet wordt geschorst op grond van de hoger door verzoekster aangevoerde middelen zal verzoekster daadwerkelijk een moeilijk te herstellen nadeel lijden. Gelet op de vervalregeling voor stedenbouwkundige vergunningen en op de plannen (...) voor de herinrichting van de industriezone, valt het te verwachten dat de bestreden beslissing op korte termijn ten uitvoer gelegd zal worden volgens de goedgekeurde plannen. De wegenissen voorzien in deze plannen beantwoorden echter zowel qua situering als qua praktische uitvoering (breedte, capaciteit,...) niet aan de vereisten voor een nuttige ontsluiting van de activiteiten van verzoekster. Het is algemeen geweten dat eens een bouwwerk werd gerealiseerd, het quasi onmogelijk is om in rechte nog de afbraak of de aanpassing (bijv. verbreding, verzwaring, verplaatsing) daarvan te bekomen. Daarenboven zullen ondertussen ook de riolering, grachten en fietspaden zijn aangelegd, evenals reeds één of meerdere nieuwe gebouwen in het nieuwe bedrijvenpark, die door deze wegen bediend zullen worden. Hierdoor zal het voor verzoekster uiterst moeilijk zijn om ooit nog een alternatief wegtracé te verkrijgen. Indien de bestreden beslissing niet in haar uitvoering geschorst wordt, zal een eventuele annulatie te laat komen om het nadeel te voorkomen. De schorsing is derhalve nuttig en noodzakelijk om de schade van Timcal te voorkomen. De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zal verzoekster derhalve onmiskenbaar een moeilijk te herstellen, ernstig nadeel berokkenen in de zin van artikel 17, §2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State”. 4.1.
- Met betrekking tot het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel stelt de tussenkomende partij in het verzoekschrift tot tussenkomst hetgeen volgt: “(...)
- Verzoekster stelt dat zij ‘door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing op korte termijn onherroepelijk volledig omsloten zal worden, zonder over een aangepaste uitweg naar de openbare weg te beschikken’. Dit nadeel is in werkelijkheid volstrekt onbestaande. Op heden beschikt verzoekster over een dubbele uitweg naar de Appeldonkstraat. Ten eerste heeft verzoekster een strook grond in eigendom die loopt langs de terreinen van Group Bernaerts en die rechtstreeks uitgeeft op de Appeldonkstraat. Naast deze eigen uitweg van verzoekster, beschikt zij tevens over een erfdienstbare uitweg naar de Appeldonkstraat over het perceel 530/a3, in eigendom van de NV Wanli Europe (vennootschap van Group Bernaerts). (...). De thans verleende vergunning voor de aanleg van interne ontsluitingswegen in het binnengebied achter de Appeldonkstraat verandert aan deze toestand uiteraard niets. De machtiging tot het aanleggen van een weg gegeven met het bestreden besluit houdt niet in dat bestaande wegen zouden moeten verdwijnen X-13.781-6/10 en houdt evenmin in dat de bestaande conventionele erfdienstbaarheid zou komen te verdwijnen. Vergunningen worden immers afgeleverd onder voorbehoud van burgerlijke rechten, waaronder bijvoorbeeld ook erfdienstbaarheden (...). Derhalve zou een vergunning kunnen afgeleverd worden zelfs indien zij flagrant in strijd zou zijn met bestaande zakelijke rechten van derden (hetgeen hier niet het geval is). Het enige gevolg van deze strijdigheid zou dan zijn dat de verleende vergunning niet uitvoerbaar blijkt te zijn. Hetzelfde geldt m.b.t. de bemerking van verzoekster dat met het bestreden besluit tevens vergunning zou worden afgeleverd voor de aanleg van een wegenis die gedeeltelijk zou lopen op haar terreinen (nl. voor het gedeelte waarvoor volgens verzoekster een onteigening zou gepland zijn). Zélfs indien dit effectief het geval zou zijn, dan betekent de louter abstract juridische toelating die door een overheid wordt gegeven om een bepaald bouwwerk te verrichten nog niet dat deze bouwwerken ook effectief zouden kunnen uitgevoerd worden, zelfs tegen de wil van de eigenaar in. De vergunning op zich kan op geen enkele wijze afbreuk doen aan het eigendomsrecht of het rustig bezit van verzoekster. De bestreden beslissing berokkent aan verzoekster dan ook geen enkel nadeel: verzoekster beschikt wel degelijk over een uitweg naar de Appeldonkstraat en het bestreden besluit verandert daar niets aan - en kan daar ook niets aan veranderen. Het nadeel dat verzoekster tracht te construeren om de vergunning van verzoekster tot tussenkomst aan te vechten, betreft in werkelijkheid dan ook eerder een potentieel dispuut tussen eigenaars van aangrenzende percelen over de uitoefening van subjectieve rechten (bv. over de uitoefening van een erfdienstbare overgang, ...). Geschillen aangaande subjectieve rechten behoren op grond van de artikelen 144 en 145 van de Grondwet tot de exclusieve bevoegdheid van de hoven en rechtbanken. Indien verzoekster van oordeel zou zijn dat de uitoefening van haar bestaande conventionele erfdienstbare uitweg in het gedrang komt, of indien zij zou vrezen dat haar bedrijfsgebouwen ingesloten zullen worden door bepaalde bouwwerken of vergunningen, dan dient zij een geschil aanhangig te maken voor de bevoegde burgerlijke rechter (i.c. de Vrederechter), bv. in vrijwaring van het rustig genot van haar eigendom of bv. om zich een uitweg te doen verschaffen op grond van artikel 682 BW. Artikel 682 van het Burgerlijk Wetboek kent aan de eigenaar van een ingesloten erf met onvoldoende toegang tot de openbare weg immers het recht toe om een uitweg te vorderen ‘voor het normale gebruik van zijn eigendom naar de bestemming ervan’ over het erf van zijn naburen tegen betaling van een vergoeding in verhouding tot de schade die hij mocht veroorzaken. Een ruimtelijk uitvoeringsplan, een plan van aanleg, een onteigeningsmachtiging of een vergunning zouden derhalve nooit voor gevolg kunnen hebben dat een bepaald bedrijf volledig ingesloten zou geraken zonder te beschikken over een voldoende uitweg. In haar verzoekschrift verwijst verzoekster verder naar de bepalingen van het PRUP Willebroek-Noord, stellende dat de bepalingen van dit PRUP niet zouden nageleefd worden met de thans verleende vergunning. Zoals verder zal worden uiteengezet onder de weerlegging van de middelen, werd het PRUP in tussentijd evenwel reeds ingetrokken bij Besluit van de Minister van Ruimtelijke Ordening van 6 mei
- Derhalve is ter plaatse enkel de gewestplanbestemming (gewestplan nr. 15 Mechelen) industriegebied van toepassing. De vrees dus van verzoekster dat ingevolge het PRUP op haar bestaande uitweg een bufferzone en geluidswal zouden worden aangelegd - hetgeen trouwens niets te maken heeft met de uitvoering van de hier bestreden beslissing - is dan ook achterhaald. Het gewestplan laat deze uitweg volstrekt ongemoeid. X-13.781-7/10 Tevens verwijst verzoekster naar een andere vergunningsaanvraag die hangende zou zijn voor de bouw van een appartementencomplex langs de Appeldonkstraat en waardoor de erfdienstbare uitweg van verzoekster zou dichtgebouwd worden. Ook hier dient opgemerkt dat dit louter hypothetisch nadeel (de desbetreffende vergunning werd immers nog niet verleend) geen uitstaans heeft met de uitvoering van het hier bestreden besluit dat enkel vergunning bevat voor de aanleg van een weg. In de mate dat verzoekster verwijst naar een geplande onteigening met betrekking tot haar percelen grond (nl. het braakliggend perceel uitbreidingsgrond naast de bedrijfsgebouwen van verzoekster waarop de wegenis voor een deel zou worden aangelegd) dient eveneens vastgesteld dat het hier gaat om een louter hypothetisch nadeel (er is op heden geen enkele onteigeningsmachtiging verleend voor de percelen van verzoekster), en dat dergelijke onteigening bovendien niets te maken heeft met de onderhavige vergunning om een weg aan te leggen. De hier afgeleverde vergunning bevat evidenterwijze geen enkele machtiging tot onteigening. Het nadeel waarop men zich beroept kan dan ook niet verholpen worden door een schorsing van de bestreden beslissingen. Volgens de vaste rechtspraak van Uw Raad kan een nadeel dat niet voortvloeit uit de uitvoering van het bestreden besluit zelf niet in aanmerking worden genomen. Elk causaal verband ontbreekt derhalve tussen het beweerde nadeel en de uitvoering van de bestreden beslissing. Voor de goede orde wordt er trouwens nog op gewezen dat Uw Raad ree(d)s herhaaldelijk heeft gesteld dat een nadeel voortvloeiend uit een gedwongen eigendomsoverdracht tengevolge van een onteigening niet moeilijk te herstellen is daar het kan worden opgevangen door de weigering van de rechterlijke macht de vordering tot onteigening gebeurlijk toe te wijzen op grond dat het onteigeningsbesluit vermeend onwettig is, en het Arbitragehof in zijn arrest nr. 51/95 van 22 juni 1995 en in eerdere arresten waar het in dat arrest naar verwijst, de wettigheidscontrole van de gewone rechter gelijkwaardig heeft bevonden met die van de Raad van State (...). Bovendien worden de gevolgen van een eventuele onteigening ongedaan gemaakt door de billijke vergoeding waarop desgevallend aanspraak kan worden gemaakt.
- Het denkbeeldige nadeel van verzoekster heeft bovendien ook geen moeilijk te herstellen karakter (...). Aangezien verzoekster een rechtspersoon is, heeft haar nadeel per definitie een louter financieel karakter. Teneinde te voldoen aan de vereiste van het nadeel, zou verzoekster derhalve moeten aantonen dat de uitvoering van de bestreden beslissing met quasi-zekerheid zou gelijkstaan met haar faillissement (...). Verzoekster doet zelfs geen poging om te bewijzen dat de met het bestreden besluit vergunde wegenis haar zou bedreigen in haar voortbestaan. Nochtans staat het aan de verzoekende partij om het ingeroepen nadeel concreet te onderbouwen en om precieze en concrete aanduidingen te verschaffen (...). In casu wordt geen enkel stuk aangebracht om concreet aan te tonen welk nadeel zij zou leiden, zelfs wanneer de bedrijfsgebouwen te Willebroek volledig ingesloten zouden raken - hetgeen om de reeds uiteengezette redenen onmogelijk is, vermits elke eigenaar van een ingesloten perceel op grond van het Burgerlijk Wetboek het recht heeft om zich een uitweg te doen verschaffen naar de openbare weg over het perceel van zijn gebuur. Het gevaar dat verzoekster ingesloten zou raken is dan ook onbestaande, minstens gemakkelijk herstelbaar, nl. door zich te richten tot de Vrederechter. Verzoekster doet dan ook niet blijken van het rechtens vereiste MTHEN. Het ingeroepen nadeel wordt niet onderbouwd, is gelet op de garanties die het burgerlijk recht biedt volstrekt denkbeeldig en heeft bovendien niets te maken met de uitvoering van de bestreden beslissing”. X-13.781-8/10 4.
- Beoordeling 4.2.
- De verzoekende partij situeert haar nadeel op twee vlakken: 1) zij zal volledig omsloten worden en niet over een aangepaste uitweg naar de openbare weg beschikken; 2) er komen wegen op haar reserveterrein, wat haar uitbreidingsmogelijkheden hypothekeert. 4.2.
- De verzoekende partij verklaart dat haar bedrijf momenteel via een conventionele erfdienstbaarheid toegang heeft tot de Appeldonkstraat. Het blijkt niet en de verzoekende partij beweert ook niet dat het uitvoeren van de bestreden vergunning op zichzelf enige weerslag zou hebben op deze toegang. Volgens de verzoekende partij zal deze toegang verdwijnen ten gevolge van een nog te verlenen stedenbouwkundige vergunning voor een appartementsgebouw en van het feit dat er ter plaatse een bufferzone is ingetekend op het op 7 december 2007 goedgekeurde PRUP “Willebroek Noord”. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat laatstgenoemd PRUP op 6 mei 2008 werd ingetrokken. Ter terechtzitting verklaart de verzoekende partij dat een nieuw PRUP Willebroek-Noord in voorbereiding zou zijn, met een gelijkaardige inhoud als dat van 7 december
- Er blijkt geen rechtsreeks causaal verband tussen het bestreden besluit en het eerste aangevoerde nadeel. 4.2.
- Wat het tweede aangevoerde nadeel betreft moet worden vastgesteld dat de verzoekende partij vaag blijft over de precieze omvang en draagwijdte ervan. Het feit dat, zoals de verzoekende partij beweert “de POM Antwerpen zich voorneemt (...) een vierkant stuk industrieterrein gelegen ten zuidwesten van de fabrieksgebouwen van Timcal (te onteigenen)” is geen nadeel dat op zichzelf voortvloeit uit de bestreden vergunning. Zelfs als men er met de verzoekende partij van uitgaat dat de bestreden beslissing onvermijdelijk zal leiden tot de onteigening van het tracé van de vergunde weg, blijkt nog niet uit het verzoekschrift waarom de overblijvende terreinen in het betrokken industriegebied niet volstaan voor de uitbreidingsplannen van de verzoekende partij. 4.2.
- Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. X-13.781-9/10 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. ANTWERP SOUTH LOGISTICS wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig oktober 2008, door : de H. J. CLEMENT, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. CLEMENT. X-13.781-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.181 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.331 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div