id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.188 Rolnummer: A. 188972/XII-5504 Zaak: Arrest 187188 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 20/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-07 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 08:44 Fiche Arrest nr 187.188 van 20 oktober 2008 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.188 van 20 oktober 2008 in de zaak A. 188.972/XII-5504. In zake : Jan DE GEYTER, die woonplaats kiest bij advocaat W. Van Eeckhoutte, kantoor houdende te Gent, Driekoningenstraat 3 tegen : de STAD POPERINGE, die woonplaats kiest bij advocaat B. Van Dorpe, kantoor houdende te Kortrijk, Loofstraat 39. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan De Geyter op 14 juli 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van 1/ de beslissing van 23 april 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Poperinge waarbij inzake het aanwervingsexamen van een stedenbouwkundig ambtenaar, eensdeels, worden goedgekeurd de processen-verbaal en het eindverslag van de examencommissie betreffende het schriftelijk en mondeling examen en de beslissingsadviezen van het selectiebureau Ascento en, anderdeels, Soetkin Decaluwé geslaagd wordt verklaard en Jan De Geyter niet geslaagd, en 2/ de beslissing van 23 april 2008 van hetzelfde college van burgemeester en schepenen om Soetkin Decaluwé op proef te benoemen als stedenbouwkundig ambtenaar; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en over de vordering tot schorsing opgesteld door auditeur G. De Bleeckere; Gelet op de beschikking van 12 september 2008, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 oktober 2008; XII-5504-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Salomez, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat B. Van Dorpe, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. De Bleeckere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feitelijke gegevens van de zaak 1. De gemeenteraad van de stad Poperinge voegt op 25 oktober 2007 in de personeelsformatie van het statutair personeel de functie van stedenbouwkundig ambtenaar toe. Tevens hecht hij zijn goedkeuring aan de functiebeschrijving ervan. Aangaande het examenprogramma en de examencommissie wordt aangenomen wat volgt : “Examenprogramma 1. Schriftelijke gedeelte (30/60)
- a)Rapportering over een onderwerp dat verband houdt met de functie en waarover de gegevens tijdens het examen aan de kandidaat worden bezorgd (15/30).
- b)Grondige kennis van de wet- en regelgeving die tijdens de uitoefening van de beoogde functie aan bod komen (eventueel aan de hand van een case) (15/30). 2. Mondeling gedeelte (20/40) Evaluatie van de overeenstemming van het profiel van de kandidaat, met de specifieke vereisten van de functie, evenals van zijn motivatie en van zijn interesse voor het werkterrein. 3. Psycho-technisch gedeelte aan de hand waarvan de gemeenteraad kan oordelen over de geschiktheid der kandidaten voor het vervullen can de functie (louter adviserend). Over het totaal van het examen dient minstens 60 % van de punten te worden bekomen. Examencommissie 1. Minstens twee ervaringsdeskundigen vreemd aan het gemeentebestuur bevoegd in de af te nemen examenstof en met minstens een kwalificatie behorend tot het niveau A - waarvan één voorzitter van de jury is. De secretaris of zijn afgevaardigde - secretaris van de jury. XII-5504-2/7 Het psycho-technisch gedeelte wordt afgenomen door een instelling/organisatie die hierin gespecialiseerd is”. Op 23 januari 2008 duidt het college van burgemeester en schepenen de leden van de examencommissie aan. Het zijn, volgens de termen van artikel 37, tweede lid, van het administratief statuut, “deskundigen buiten de Raad”. Twee kandidaten nemen deel aan het schriftelijk examen: verzoeker behaalt 44,5 op 60, Soetkin Decaluwé 43 op 60. Beiden krijgen 30 op 40 voor het mondeling gedeelte. Blijkens het proces-verbaal van 5 april 2008 van de examencommissie zijn beide kandidaten geslaagd voor het aanwervingsexamen “daar zij minstens 50 pct. van de punten behaalden voor elk examenonderdeel en minstens 60 pct. van de punten voor het geheel van het examen”. Op 12 april 2008 neemt adviesbureau Ascento de psycho-technische proef af. Wat Soetkin Decaluwé betreft luidt het finale advies: “voorbehoud”; wat verzoeker betreft: “minder aangewezen”. Het college van burgemeester en schepenen besluit op 23 april 2008 het proces-verbaal van de examencommissie betreffende het schriftelijk en mondeling examen goed te keuren, evenals de beslissingsadviezen van Ascento. Voorts wordt Soetkin Decaluwé geslaagd verklaard voor het aanwervingsexamen van stedenbouwkundig ambtenaar. Wat verzoeker betreft, wordt uit het beslissingsadvies van Ascento besloten dat hij niet geschikt is voor deze functie en dat hij “aldus op het geheel van het examen niet geslaagd is”. Nog op 23 april 2008 beslist het schepencollege -“[o]verwegende dat slechts 1 kandidaat slaagde voor het aanwervingsexamen”- Soetkin Decaluwé op proef te benoemen als stedenbouwkundig ambtenaar. De datum van indiensttreding wordt bij beslissing van 14 mei 2008 vastgesteld op 18 augustus 2008. Het beroep tot nietigverklaring Standpunt van de partijen 2. Verzoeker voert in een derde middel de schending aan van de materiële motiveringsverplichting. Hij zet uiteen wat volgt : XII-5504-3/7 “24. De bestreden beslissing verwijst naar het advies van het selectiebureau Ascento om te stellen dat de verzoeker niet geslaagd is in het aanwervingsexamen als stedenbouwkundig ambtenaar. Deze motivatie is niet draagkrachtig. De waarde van dit advies werd niet op voorhand gedefinieerd en de criteria voor de beoordeling door het selectiebureau Ascento werden evenmin op voorhand vastgelegd. 25. Overigens blijkt uit het verslag van Ascento enkel dat de aanwerving van de verzoeker ‘minder aangewezen’. Dit betekent niet dat de kandidaat ‘als niet geslaagd’ moet aangemerkt worden. Dit houdt zelfs niet in dat het niet aangewezen zou zijn om de verzoeker aan te werven, enkel ‘minder’. In vergelijking met wat, wordt evenwel niet verduidelijkt. 26. De beslissing die genomen is door het bestuur in de bestreden beslissingen is dan ook irrationeel en niet verantwoord, aangezien de verzoeker als best gerangschikte kandidaat naar voor kwam uit het vergelijkend aanwervingsexamen en enkel de psycho-technische proef hem als ‘minder aangewezen’ kandidaat naar voor schoof. 27. In de bestreden beslissing wordt echter geen objectieve verantwoording gegeven voor de afwijking van de rangschikking in het examen, laat staan van het besluit (eerste bestreden beslissing) dat de verzoeker ‘niet geslaagd’ zou zijn in het vergelijkend aanwervingsexamen. Dit wordt ook op geen enkele objectieve manier verantwoord of gemotiveerd. De motivering komt hier in de feiten materieel tekort”. 3. Verwerende partij antwoordt in essentie : “1. Het gaat niet om een vergelijkend wervingexamen (art. 21 van het administratief statuut van het statutair gemeentepersoneel van Poperinge). 2. Het gespecialiseerd selectiebureau heeft kennis van het gemeenteraadsbesluit van 25 oktober 2007 tot goedkeuring van de functiebeschrijving van de Stedenbouwkundig ambtenaar, met bepaling van de plaats in het organigram, het doel van de functie, de aard en inhoud van de functie en het functieprofiel. 3. Het is de geschiktheid voor die functie die moet worden beoordeeld. Daarbij is niet vereist dat de gemeenteraad op voorhand vastlegt op welke wijze het extern gespecialiseerd selectiebureau deze geschiktheid van de kandidaat voor de functie zal uittesten, evenmin als het de overheid toekomt op voorhand de examenvragen voor de schriftelijke en de mondelinge proef te bepalen. Zoals het college achteraf de processen-verbaal van de schriftelijke en van de mondelinge proef heeft beoordeeld en goedgekeurd, zo heeft het ook het verslag van Ascento omtrent de psycho-technische proeven beoordeeld en goedgekeurd. 4. Het bestreden besluit houdt geen afwijking in van de beoordeling van het schriftelijk en mondeling examen, waarvan de processen-verbaal en het eindverslag uitdrukkelijk worden goedgekeurd. 5. Rekening houdend met het volledig goedgekeurd beslissingsadvies, heeft het college van burgemeester en schepenen binnen het kader van zijn beoordelings- bevoegdheid besloten dat Jan De Geyter niet geschikt is voor deze functie. Het feit dat het selectiebureau schrijft dat hij ‘minder geschikt’ is voor de functie is een gebruikelijke formulering in het kader van een negatief advies. Evenwel moet het advies in zijn geheel worden gelezen en begrepen, rekening houdend met de testresultaten”. XII-5504-4/7 Beoordeling 4. Nadat de examencommissie op 5 april 2008 Soetkin Decaluwé én verzoeker voor het aanwervingsexamen voor stedenbouwkundig ambtenaar geslaagd verklaarde, beslist het college van burgemeester en schepenen op 23 april 2008 dat alleen Soetkin Decaluwé geslaagd is. Anders dan verwerende partij meent, wordt aldus wel degelijk afgeweken van de beoordeling in het eindverslag van de examencommissie. Nog daargelaten dat de leden van het schepencollege niet tot de examencommissie behoren en -gelet op de artikelen 37 en 39 van het administratief statuut- zelfs niet mógen behoren, noch mógen delibereren over de uitslag van de examens, mangelt het hun beslissing om verzoeker niet geslaagd te verklaren, in elk geval aan deugdelijke motieven. 5. Het college steunt zich voor die uitspraak op het beslissingsadvies van Ascento waaruit zou blijken dat betrokkene niet geschikt is voor de functie van stedenbouwkundig ambtenaar. Dit is, zoals verzoeker in het middel doet gelden, problematisch in tweeërlei opzicht. Ten eerste miskent het college de inhoud van het advies wanneer het eruit concludeert dat verzoeker niet geschikt zou zijn voor de functie van stedenbouwkundig ambtenaar. Het adviesbureau zelf, dat net met het afnemen van de psycho-technische proef belast is geworden omdat het “hierin gespecialiseerd is” -wat dan weer niet geldt voor het college-, besloot uit de afgenomen tests : “De kandidaat heeft zeker een aantal kwaliteiten, en inhoudelijke sterkte, te bieden. Doch uit het onderzoek komen belangrijke aandachtspunten naar voren, waardoor we de kandidatuur van dhr. De Geyter als minder aangewezen moeten adviseren”. “Minder aangewezen” is geen synoniem van “niet geschikt”. Ten tweede wordt “op geen enkele objectieve manier verantwoord” waarom het advies zou dienen te prevaleren boven de beslissing van de examencommissie om verzoeker met 30 punten op 40, hetzij met 75 % der punten, geslaagd te verklaren voor het mondeling gedeelte van het examen. XII-5504-5/7 Verzoekers geschiktheid voor de functie, in het licht van de functiebeschrijving van stedenbouwkundig ambtenaar en de daarin opgenomen vereisten qua onder meer vaardigheden en attitudes, werd reeds ter gelegenheid van het mondeling examengedeelte onderzocht en beoordeeld, door de “ervarings- deskundigen” van de examencommissie. Zijn geschiktheid is door de examen- commissie duidelijk gunstig beoordeeld; blijkens de toegekende punten niet minder gunstig dan die van Soetkin Decaluwé. Verwerende partij laat niet begrijpen op welke grond zij aan het advies van Ascento een grotere waarde mag toemeten en zo aan de beslissing van de examencommissie mag voorbijgaan. 6. De eerste bestreden collegebeslissing steunt niet op draagkrachtige motieven. Het middel is gegrond. Het brengt de vernietiging mee van zowel de eerste bestreden collegebeslissing, als van de tweede bestreden collegebeslissing die direct op de eerste voortbouwt. De vordering tot schorsing 7. De hierna uit te spreken vernietiging heeft tot gevolg dat de vordering tot schorsing zonder voorwerp valt en bijgevolg verworpen moet worden. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Vernietigd worden 1/ de beslissing van 23 april 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Poperinge waarbij inzake het aanwervingsexamen van een stedenbouwkundig ambtenaar, eensdeels, worden goedgekeurd de processen-verbaal en het eindverslag van de examencommissie betreffende het schriftelijk en mondeling examen en de beslissingsadviezen van het selectiebureau Ascento en, anderdeels, Soetkin Decaluwé geslaagd wordt verklaard en Jan De Geyter niet geslaagd, en 2/ de beslissing van 23 april 2008 van hetzelfde college van burgemeester en schepenen om Soetkin Decaluwé op proef te benoemen als stedenbouwkundig ambtenaar. Artikel 2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. XII-5504-6/7 Artikel 3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig oktober 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5504-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.188 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div