← België

Arrest 187209 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 21/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.209 Rolnummer: A. 187113/XIV-30256 Zaak: Arrest 187209 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 21/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-03 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:44 Fiche Arrest nr 187.209 van 21 oktober 2008 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.209 van 21 oktober 2008 in de zaak A. 187.113/XIV-30.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat N. DIRICKX, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 213, bus 15 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Migratie- en asielbeleid. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift datXXX, van Chinese nationaliteit, op 19 februari 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 5937 van 18 januari 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 2423 van 21 maart 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 19 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 6 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 september 2008; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. HINNEKENS die, loco Advocaat N. DIRICKX verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-30.256-1/4 Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegrondheid van het beroep. 1.
  3. Overwegende dat het enig middel, afgeleid uit de schending van de artikelen 39/65 en 51/8 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, uit twee onderdelen bestaat; dat in het eerste onderdeel de verzoekende partij aanvoert dat wanneer de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen stelt dat ze niet aannemelijk maakt dat de nieuwe elementen betrekking hebben op feiten of situaties die zich hebben voorgedaan na de afwijzing van de eerste asielaanvraag dit in strijd is met de gegevens van het administratief dossier vermits ze haar identiteit, nationaliteit en afkomst die in de eerste asielaanvraag niet vaststonden, nu wel kan aantonen aan de hand van een stuk (haar Chinese huku) verkregen na de eerste asielaanvraag; dat ze in het tweede onderdeel laat gelden dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nalaat te antwoorden op haar argumentatie dat de huku een officieel document is en dus wel een nieuwe asielaanvraag kan staven, maar zich ertoe beperkt te verwijzen naar beslissingen van de Raad van State zonder concreet in te gaan op de problematiek van haar dossier; 1.2.
  4. Overwegende dat het buiten betwisting staat dat de tweede asielaanvraag van verzoekster enkel rustte op het door haar nieuw voorgebracht huishoudregistratieboekje of “huku”; dat betrokkene verklaarde dat de situatie voor haar in Tibet nog steeds identiek was als tijdens het eerste interview uiteengezet; dat het niet is omdat een stuk nieuw is of verkregen werd na de afhandeling van een eerdere asielaanvraag dat het nieuwe gegevens in de zin van artikel 51/8, eerste lid, van de vreemdelingenwet bevat; dat naar luid van deze wetsbepaling de nieuwe gegevens betrekking moeten hebben op feiten of situaties die zich hebben voorgedaan na de laatste fase in de procedure waarin de vreemdeling ze had kunnen aanbrengen; dat waar verzoekster erop wijst dat het nieuw stuk (haar huishoudboekje of “huku”) gegevens diende aan te tonen welke bij de behandeling van haar eerste asielaanvraag niet vaststonden, ze erkent dat de nieuw aangebrachte gegevens geen betrekking hebben op feiten of situaties die zich hebben voorgedaan na de afwijzing van haar eerste asielaanvraag; dat een stuk dat er enkel toe strekt al bij de eerste asielaanvraag ingeroepen feiten en situaties te staven en/of de weigeringsmotieven van deze eerste aanvraag te weerleggen, geen nieuwe XIV-30.256-2/4 gegevens in de zin van artikel 51/8, eerste lid, van de vreemdelingenwet bevat; dat het eerste onderdeel niet gegrond is; 1.2.
  5. Overwegende dat blijkens de motivering van het bestreden arrest de verwerping van verzoeksters annulatiemiddel gesteund is op de vaststelling dat betrokkene niet aannemelijk maakt dat de elementen die ze in haar tweede asielaanvraag heeft aangebracht (met name een huishoudboekje waarin haar naam, de naam van haar ouders en haar adres in Tibet vermeld zijn) “betrekking hebben op feiten of situaties die zich hebben voorgedaan na de afwijzing van haar eerdere asielaanvraag”; dat, in tegenstelling tot hetgeen in het tweede onderdeel wordt gesteld, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich niet heeft beperkt tot een verwijzing naar de rechtspraak van de Raad van State; dat de beslissing van 17 september 2007 houdende de weigering tot in overwegingname van de nieuwe asielaanvraag afdoende is gemotiveerd door het door de Raad voor Vreemdelingenbetwis- tingen wettig bevonden motief, met name de afwezigheid van nieuwe elementen die betrekking hebben op feiten of situaties die zich na de afwijzing van de eerste asielaanvraag hebben voorgedaan; dat het motief dat het voorgebracht huishoudboekje geen officieel identiteitsdocument is, ten overvloede werd aangebracht en de Raad voor Vreemdelingenbe- twistingen dan ook niet gehouden was nader in te gaan op de kritiek erop; dat het tweede onderdeel niet gegrond is;
  6. Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; dat het cassatieberoep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  7. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-30.256-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwin- tig oktober tweeduizend en acht, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-30.256-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.209 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.