id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.276 Rolnummer: A. 155788/VII-32783 Zaak: Arrest 187276 - Milieuvergunningen - 23/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-24 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:45 Fiche Arrest nr 187.276 van 23 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.276 van 23 oktober 2008 in de zaak A. 155.788/VII-32.783. In zake : de VZW BETER BRUGGESTRAAT, die woonplaats kiest bij advocaat S. SERGEANT, kantoor houdende te BRUGGE, Zwijnstraat 3 tegen : de deputatie van de provincie West-Vlaanderen. tussenkomende partij : de BVBA BERNARD LANGERAET, die woonplaats kiest bij advocaten B. ROELANDTS en L. PROOT, kantoor houdende te GENT, Kasteellaan 141. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VZW BETER BRUGGE- STRAAT op 20 september 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 15 juli 2004 waarbij de beroepen ingediend door Oscar DE PAEPE en de verzoekende partij tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ruiselede van 22 augustus 1995, houdende het verlenen aan de BVBA BERNARD LANGERAET van de milieuvergunning om een uitsnijderij voor varkensvlees, gelegen aan de Bruggestraat 82 te Ruiselede, uit te baten, ongegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd en aangepast; Gelet op het arrest nr. 150.155 van 13 oktober 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; VII-32.783-1/9 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 19 december 2005 ingediend door de BVBA BERNARD LANGERAET; Gelet op de beschikking van 16 januari 2006 die de tussenkomst van de BVBA BERNARD LANGERAET toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories van de verzoekende en de tussenkomende partij; Gelet op de beschikking van 28 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. LIETAER die, loco advocaat S. SERGEANT verschijnt voor de verzoekende partij, van adjunct-adviseur A. VAN RIE, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat S. DE MAESSCHALCK die, loco advocaten B. ROELANDTS en L. PROOT verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-32.783-2/9 OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De feiten 1.1. Op 5 juli 1995 dient de tussenkomende partij een milieuver- gunningsaanvraag klasse 2 in bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ruiselede voor : "een versnijderij voor varkensvlees (totaal vermogen van 161 kW) met * 6 koelcompressoren (104 kW) en een luchtcompressor van 7,5 kW * een overdekte stalruimte voor 14 bedrijfsvoertuigen * een wasplaats voor het wassen van max.14 voertuigen per dag * het lozen van max. 1,35 m³/dag ander dan normaal huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering van de Bruggestraat, via een bezinkput met vetafscheider * het lozen van max. 3,5 m³/dag normaal huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering van de Bruggestraat, via een septische put * de opslag van 2.000 l lichte stookolie in een bovengrondse houder * de opslag van max. 180 ton versneden varkensvlees en 10 ton bijprodukten". Het gaat om een nieuwe aanvraag die betrekking heeft op terreinen gelegen aan de Bruggestraat. Volgens het bij koninklijk besluit van 17 december 1979 vastgestelde gewestplan zal de inrichting gelegen zijn in een gebied voor milieubelastende industrieën en deels in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. 1.2. Met een besluit van 22 augustus 1995 wordt de gevraagde vergunning verleend. Oscar DE PAEPE en de verzoekende partij tekenen daartegen hoger beroep aan. 1.3. Met het besluit van 25 januari 1996 verklaart de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen die administratieve beroepen "gedeeltelijk gegrond", maar bevestigt zij het beroepen besluit en vult zij dit aan als volgt : "1) De vergunning wordt verleend voor de exploitatie van een versnijderij met een capaciteit van max. 3000 varkens per week 2) De vergunningsvoorwaarden worden vervangen. 3) Er worden bijkomende vergunningsvoorwaarden opgelegd. Deze hebben betrekking op de lozing van bedrijfsafvalwater, de aan- en afvoer van karkassen en afgewerkte producten en de aanleg van een groenscherm". VII-32.783-3/9 1.4. Met het arrest nr. 130.721 van 27 april 2004 wordt voornoemde beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen door de Raad van State vernietigd, in essentie op grond van de volgende overweging met betrekking tot het gedeelte van de vergunde inrichting dat zich in landschappelijk waardevol agrarisch gebied bevindt : "Overwegende dat in het bestreden besluit niet afdoende wordt aangegeven waarom de verweving van de functies die het gevolg is van de verleende milieuvergunning, de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengt of verstoort; dat het bestreden besluit in dit verband overweegt dat de activiteiten die zullen worden verricht in de wasplaats 'niet milieuhinderend' zijn, dat 'de zone direkt paalt aan het gebied voor milieubelastende industrie' dat 'de agrarische belangen niet geschaad worden, vermits het terrein reeds geruime tijd aan de landbouw onttrokken is' en dat de wasplaats 'noodzakelijk is om de milieutechnische en sanitaire voorwaarden na te leven'; dat voorts wordt overwogen dat 'de parking en de oprit gelegen zijn in een klein stuk agrarisch gebied gelegen tussen woongebied en industriegebied, dat de bestemming agrarisch gebied in dit geval achterhaald is en de agrarische belangen niet geschaad worden' en 'dat de nieuwe ontsluitingsweg een verbetering betekent voor de dorpskom wat de hinder door aan- en afvoer betreft'; dat het besluit in hoofdzaak, en dan nog zeer summier, de weerslag onderzoekt van de vergunde activiteiten op het agrarisch gebied; dat over de weerslag van de vergunde 'parking' en 'oprit' op het in de onmiddellijke omgeving gelegen woongebied waarin de Bruggestraat is gesitueerd, niets wordt gezegd; dat bovendien ten onrechte wordt voorbijgegaan aan het feit dat de vergunde activiteiten die zich in agrarisch gebied situeren, aanhorigheden lijken te zijn van een versnijderij die een industrieel karakter bezit; dat die aanhorigheden, wat hun impact betreft, nochtans niet zonder meer kunnen geïsoleerd worden van de hoofdzaak, de versnijderij; dat het feit dat een activiteit niet milieuhinderend is, op zichzelf niet aantoont dat ze, uit stedenbouwkundig oogpunt bekeken, de bestemming van de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang kan brengen; dat het bestreden besluit eveneens volledig voorbij gaat aan het gegeven dat het een landschappelijk waardevol gebied betreft; dat de tussenkomende partij uiteenzet dat het agrarisch gebied in feite dienst doet als bufferzone tussen het aanpalende industriegebied en de aan het industriegebied en landbouwgebied aanpalende woonzone aan de Bruggestraat; dat in dit geval de verwerende partij met nog meer omzichtigheid diende te onderzoeken of de inname van een gedeelte van die 'bufferzone' door een vergunningsplichtige inrichting geen verstoring zou betekenen van het nabije woongebied of die gegeven bestemming in het gedrang zou brengen; dat het middel in die mate gegrond is". 1.5. Ingevolge dit arrest wordt de beroepsprocedure door de verwerende partij hernomen. Er worden gunstige adviezen verleend. 1.6. Op 15 juli 2004 wijst de verwerende partij de beroepen af. Dit is de bestreden beslissing. Deze beslissing maakt melding van het Bijzonder Plan van Aanleg (hierna : BPA) "Bruggestraat" dat intussen op 21 juni 2004 goedgekeurd is bij ministerieel besluit. Hierdoor bevindt het gedeelte van het bedrijf dat zich voorheen in agrarisch landschappelijk waardevol gebied bevond, zich nu volledig VII-32.783-4/9 binnen dit BPA. Tegen dit goedkeuringsbesluit heeft de verzoekende partij een vordering tot schorsing en een annulatieberoep ingediend. Bij arrest nr. 145.183 van 31 mei 2005 wordt de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het ministerieel besluit van 21 juni 2004 verworpen. Bij arrest nr. 160.843 van 29 juni 2006 wordt ook het annulatieberoep ervan verworpen. 2. Ten gronde 2.1. De verzoekende partij voert als enig middel de schending aan "van het gezag van gewijsde van het arrest van (
- de)Raad (van State) van 17 april 1997 (schorsingsarrest) en van 27 april 2004 (annulatiearrest); schending van arts 2 en 43, § 7, van het (decreet) betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna : coördinatiedecreet) en van de arts 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht der bestuurs- handelingen". Zij stelt in essentie dat op het ogenblik van de bestreden beslissing het BPA nog geen rechtskracht had. Zij stelt ook dat de bestreden beslissing niet afdoende is gemotiveerd, vermits het niet volstond te verwijzen naar het nieuwe BPA of naar het feit dat de exploitatie volledig gelegen is in de daartoe bestemde zone, om de milieuvergunningsaanvraag te verlenen. De verzoekende partij wijst er voorts op dat in de overwegingen van de verwerende partij niet voldoende wordt ingegaan op de hinder die in de bezwaarschriften wordt aangehaald en dat "het niet volstond om met een pennetrek de kleur van de agrarische zone te wijzigen om de hinder voor het omliggend woongebied weg te nemen". 2.2. In de memorie van antwoord stelt de verwerende partij in essentie dat in de bestreden beslissing de elementen die eventueel hinder zouden kunnen veroorzaken worden beschreven en worden weerlegd en dat alle uitgebrachte adviezen gunstig waren. 2.3. De tussenkomende partij wijst er in haar memorie op dat de motivering van de vergunningverlenende overheid minder verregaand is wanneer, zoals te dezen, de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening is voorafgegaan aan de vaststelling van de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA. 2.4. In haar laatste memorie stelt de verzoekende partij dat zij niet meer volhardt in de aangevoerde schending van artikel 43, § 7, van het coördinatiedecreet en dat het middelonderdeel met betrekking tot de schending van het gezag van gewijsde van "de vernietigingsarresten" mogelijk niet meer relevant VII-32.783-5/9 voorkomt, doordat de wettigheid van het BPA "Bruggestraat" niet meer betwist zou kunnen worden. 2.5.1. Het BPA "Bruggestraat" werd door de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening op 21 juni 2004 goedgekeurd. Door die goedkeuring is de overheid gebonden door dat plan. Het gegeven dat op de datum waarop het bestreden besluit werd genomen dit BPA nog niet in het Belgisch Staatsblad was bekendgemaakt, brengt enkel mee dat de overheid van de burger niet kan eisen dat hij dat plan toepast. Het bestreden besluit strekt er echter niet toe de verzoekende partij er toe te dwingen het BPA na te leven. 2.5.2. Met betrekking tot de uitgebrachte bezwaren vermeldt de bestreden beslissing : "(...) Gelet op de ligging van de inrichting deels gelegen in een industriegebied en deels agrarisch gebied van het gewestplan Roeselare-Tielt (d.d. 17/12/1979); Gelet op de ligging van de inrichting in een BPA 'Bruggestraat' (d.d. 21/06/2004) in een slachthuiszone - deelzone b; Overwegende dat (motivering vanuit oogpunt van de stedenbouwkundige en ruimtelijke aspecten) gesteld kan worden dat de verandering/exploitatie van de inrichting, die het voorwerp van de voormelde milieuvergunningsaanvraag uitmaakt, verenigbaar is met voormelde ruimtelijke en stedenbouwkundige voorschriften; Overwegende dat de gronden gelegen binnen onderhavige deelzone bestemd zijn voor de randactiviteiten die in relatie staan tot het slachthuis (o.a. versnijderij, opslag, koeling, ...) burelen, EHBO en voorzieningen in functie van de bestaande bedrijfsvoering; dat deze activiteiten aansluiten bij het slachthuis maar zelf geen slachtactiviteiten omvatten; dat productieactiviteiten binnen onderhavige deelzone niet toegelaten zijn; dat de nodige bedieningwegen, parkeerplaatsen, laad- en losplaatsen en stapelruimte binnen onderhavige deelzone eveneens toegelaten zijn; Overwegende dat deze inrichting volledig gelegen is binnen de geëigende zone; Overwegende dat het gaat om een bedrijf dat gespecialiseerd is (
- in)het aan- en verkopen, het in- en uitvoeren van vleeswaren en het exploiteren van een versnijderij voor varkensvlees; dat de te versnijden varkens zowel afkomstig zijn van het aanpalende slachthuis De Coster als van andere slachterijen; Overwegende dat de voornaamste afvalstoffen de volgende zijn : beenderen, vet, koppen en lever en deze worden opgeslagen in een gekoelde ruimte en dagelijks opgehaald door erkende ophalers; dat de andere afvalstoffen (verpakkingsafval, papier en karton) opgeslagen worden in aparte containers; Overwegende dat er geen afvalwater meer wordt geloosd in de openbare riolering; dat al het huishoudelijk afvalwater en het bedrijfsafvalwater via het intern rioleringsnet worden verpompt naar de waterzuiveringsinstallatie van De Coster; dat derhalve ook indelingsrubrieken '3.3 en 3.4 van Titel I van Vlarem' niet meer van toepassing zijn; Overwegende (dat) alle bedrijfsactiviteiten met inbegrip van alle handelingen met rolcontainers gebeuren in gesloten en geïsoleerde bedrijfsruimten; dat het lossen en laden gebeurt ter hoogte van de verschillende VII-32.783-6/9 laadkaaien; dat de laadkaaien voorzien zijn van isolerende afdekkappen zodat de laadruimtes van de vrachtwagens als het ware rechtstreeks aangesloten worden op het gebouw; dat de koelwagens worden aangesloten op een elektrisch aansluitpunt waardoor geluidshinder van stationair draaiende koelwagens wordt voorkomen; dat de koelcompressoren (zich) in een gebouw bevinden met bovenop het dak de condensors; dat de koelinstallatie naast de versnijzaal en tussen het slachthuis van (
- de)De Coster is gelegen zodat het geluid volledig gedempt wordt door de gebouwen van de bvba Langeraet enerzijds en het slachthuis De Coster anderzijds; Overwegende dat tussen de verschillende opslagruimten voor vleeswaren en de buitenwand van de uitsnijderij (zich) een gekoelde gang bevindt die als buffer fungeert ter vrijwaring van warmte en opname uit de buitenlucht en als reducerende maatregel voor geluidshinder; dat het transport van en naar het bedrijf langs de nieuwe toegangsweg gebeurt zodat de dorpskom ontlast wordt van het transport; Overwegende dat een goede koeling van de vleesproducten en van de vrijgekomen afvalstoffen van de versnijderij alsmede een regelmatige afvoer van afvalstoffen, maatregelen zijn waardoor geurhinder wordt voorkomen; Overwegende dat de indiener van het beroep volgende argumenten aanhaalt : - de locatie is onverenigbaar met de voorschriften van het gewestplan; - het bedrijf is geïntegreerd in de gebouwen van het slachthuis Decoster, die samen één geheel uitmaken; - stankhinder van de versnijderij en de verkeershinder in de Bruggestraat blijven onverminderd bestaan voor de omwonenden; - de schorsing van het BPA Bruggestraat door de Raad van State impliceert een onverenigbaarheid met de geldende stedenbouwkundige voorschriften; - 2/3 van de versnijderij is gelegen in een landbouwzone zodat er een stedenbouwkundige onverenigbaarheid bestaat; - de omleidingweg zal geen invloed hebben op de geluidshinder aangezien het zware verkeer niet uit de Bruggestraat zal worden gehouden; Overwegende dat de bezwaren van de beroepen als volgt kunnen worden geëvalueerd : - deze inrichting is volledig gelegen binnen de geëigende zone; - het gaat om een afzonderlijk bedrijf dat gespecialiseerd is in het versnijden van vlees; er wordt zowel vlees aangevoerd van het slachthuis De Coster als van derden; dat de exploitant tijdens de vergadering van de provinciale milieuvergunningscommissie verklaard heeft dat het rundvlees afkomstig is van andere slachthuizen; er is een aparte waterleiding, riolering, elektriciteit, eigen wagenpark; het bedrijfsafvalwater wordt afgevoerd naar de waterzuiveringsinstallatie van De Coster; - Alle activiteiten met uitzondering van de aan- en afvoer van vleesproducten, gebeuren binnen in het bedrijfsgebouw; het lossen en laden gebeurt via geïsoleerde kaaien die voorzien zijn van isolerende afdekkappen (zodat de laadruimtes van de vrachtwagens als het ware rechtstreeks worden aangesloten op het gebouw); de stationaire koelwagens worden aangesloten op het elektrisch net zodat geluidshinder en reukhinder van stationair draaiende koelwagens worden voorkomen; de opslag van de te versnijden vleesproducten (beenderen, vet, koppen en longen, tongen en lever) gebeurt in een overdekte en gekoelde ruimte; op de parking van het bedrijf kon er geen geurhinder worden vastgesteld; - Het BPA 'Bruggestraat' werd op 21.6.2004 goedgekeurd; - een klein ca. 15 % van de inrichting was voorheen gelegen in agrarisch gebied nl. wasplaats voor vrachtwagens, de parking, de oprit en de ontsluitingsweg; de wasplaats voor het reinigen van vrachtwagens is niet milieuhinderend omdat de waszone direct paalt aan milieubelastende industrie; en de wasplaats is noodzakelijk om milieutechnische en sanitaire redenen; de parking voor VII-32.783-7/9 bedrijfsvoertuigen is wel meldingsplichtig; een groenscherm van 5 meter breed is aangelegd langs de westelijke perceelgrens; - De nieuwe ontsluitingsweg is een verbetering omdat op deze manier de dorpskom ontlast wordt van het verkeer van en naar de versnijderij; (...)". Hieruit blijkt dat, wat het milieuhygiënische aspect betreft, de bezwaren van de verzoekende partij werden vermeld en geëvalueerd en dat afdoende werd gemotiveerd waarom deze bezwaren niet werden aangenomen. De bestreden beslissing stelt vast dat de gevraagde inrichting volledig gelegen is binnen de volgens het BPA geëigende zone en dat de gevraagde inrichting enkel betrekking heeft op de nevenactiviteiten gerelateerd aan het slachthuis en niet op de slachtactiviteiten. Ook wat het milieuhygiënische aspect betreft, werden alle bezwaren van de beroepindieners vermeld en geëvalueerd. De verzoekende partij maakt niet aannemelijk dat de motivering kennelijk onredelijk is, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-32.783-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig oktober tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-32.783-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.276 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.155 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div