← België

Arrest 187363 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.363 Rolnummer: A. 164232/X-12407 Zaak: Arrest 187363 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-28 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:46 Fiche Arrest nr 187.363 van 27 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.363 van 27 oktober 2008 in de zaak A. 164.232/X-12.

  1. In zake : Jean-Claude LIMBORG, die woonplaats kiest bij advocaat C. VAN GANSEWINKEL, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Justus Lipsiusstraat 29 tegen : de gemeente KORTENBERG, die woonplaats kiest bij advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Antwerpsesteenweg
  2. tussenkomende partijen :
  3. Philippe DE COSTER,
  4. Hilde VAN HERZEELE, wonende te 3070 KORTENBERG, Gemeentebroek
  5. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Claude LIMBORG op 13 juli 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 november 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente KORTENBERG waarbij aan Philippe en Hilde DE COSTER-VAN HERZEELE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een meergezinswoning op een perceel gelegen te Kortenberg, Populierenlaan 29, kadastraal bekend sectie A, nr. 121/l; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 21 september 2005 ingediend door Philippe DE COSTER en Hilde HERZEELE; Gelet op de beschikking van 3 oktober 2005 die de tussenkomst van Philippe DE COSTER en Hilde HERZEELE toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; X-12.407-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 9 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 juni 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. RYCKALTS, die loco advocaat C. GYSEN verschijnt voor de verwerende partij en van advocaat E. VANDER ELST, die verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  6. Met betrekking tot de ontvankelijkheid ratione temporis van het beroep stelt de verzoeker het volgende : “Op 12 mei 2005 kregen wij te horen dat zij een bouwvergunning hadden verkregen voor het bouwen van een meergezinswoning. Tot op die dag hadden wij geen enkele weet van het verloop om er een woning te bouwen. Naar aanleiding hiervan zijn wij zo snel mogelijk naar de gemeente gegaan om een kopij van de vergunning aan te vragen. Alsook hebben wij een blik kunnen gooien op de bouwplannen. Zelf kregen we geen kopij mee. Tot onze verbazing kregen wij een ingediend plan te zien dat totaal niet conform was aan de bouwvoorschriften. Althans toen de eigenaars de grond kochten hebben zij kennis genomen van de bouwvoorschriften van de verkaveling”. X-12.407-2/4 De verwerende partij werpt in dit verband bij wege van exceptie op : “
  7. In het inleidende verzoekschrift tot schorsing wordt de ontvankelijkheid ratione temporis gestaafd door middel van de loutere ponering dat verzoekende partijen op 12 mei 2005 kennis namen van de verkregen vergunning. De bestreden beslissing dateert van 19 november
  8. Uw Raad mocht het verzoekschrift dd. 12 juli 2005 slechts op 14 juli 2005 ontvangen. Dit is manifest laattijdig.
  9. De stelling van verzoekers dat slechts op 12 mei 2005 kennis verkregen van de afgeleverde vergunning doet de werkelijkheid geweld aan. Verzoekers hebben dan ook zonder enige twijfel vroeger kennis genomen van de bestreden beslissing. Verwerende partij is formeel in haar stellingname dat verwerende partij reeds in de maand april 2005 ten gemeentehuize inzage nam van het dossier. Bovendien blijkt onomstotelijk uit de tussen belanghebbende partij en verzoekende partij gevoerde briefwisseling (...) dat deze laatste reeds in april 2005 kennis nam van de bestreden beslissing in het kader van het voorstel tot overname van de gemene muur. Bovendien blijkt uit hetzelfde schrijven dat de bouwvergunning het voorwerp was van een vergadering tussen belanghebbende en verzoekende partij in aanwezigheid van de architect op 10.05.2005”. Ook de tussenkomende partijen werpen de exceptie van laattijdigheid op : “2) Verzoekers hebben aan de buren en in het bijzonder aan de familie Limborg de meest brede informatie en correcte toelichting van de bouwplannen gegeven : Tijdens de samenkomst op 10 mei 2005 werden de bouwplannen in detail bekeken en besproken met de heer Limborg en zijn dochter. De brief van 12 mei is overigens ook een weergave van deze bespreking. De aandacht werd gevestigd op het feit, dat reeds in april 2005 de nodige documenten werden overhandigd met het oog op de muurovername ! Deze informatie werd ook verstrekt aan de andere aanpalende eigenaars”.
  10. Hoewel het beroep werd ingediend ongeveer twintig maanden na het afleveren van de bestreden vergunning, en de verzoeker werd geconfronteerd met concrete elementen aangebracht door de andere partijen waarmee zij argumenteren dat hij reeds in april 2005 kennis kreeg van de afgifte van die vergunning, geeft de verzoeker in zijn memorie van wederantwoord geen enkele uitleg over de wijze en het tijdstip van kennisneming van het bestaan van de bestreden beslissing, en betwist hij dus ook niet hetgeen de andere partijen stellen. Hoewel het auditoraatsverslag besluit tot de kennelijke laattijdigheid van het beroep, is de verzoeker ook niet ter terechtzitting verschenen. X-12.407-3/4 Er dient in die omstandigheden te worden besloten dat de verzoeker niet aantoont dat hij het beroep tijdig heeft ingesteld en dat de excepties kennelijk gegrond zijn. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  11. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  12. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig oktober 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-12.407-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.363 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.