← België

Arrest 187370 - Energie - 27/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.370 Rolnummer: A. 138459/IX-3830 Zaak: Arrest 187370 - Energie - 27/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-28 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:46 Fiche Arrest nr 187.370 van 27 oktober 2008 Economische zaken - Energie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.370 van 27 oktober 2008 in de zaak A.138.459/IX-

  1. In zake :
  2. de NV ELECTRABEL,
  3. Roland BENS, die woonplaats kiezen bij advocaten T. VANDENPUT en P. DE MAEYER, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan 7 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, dat woonplaats kiest bij advocaat S. VERNAILLEN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV ELECTRABEL en Roland BENS op 27 juni 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 4 april 2003 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 september 2001 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 26 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; IX-3830-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat E. DE LANGE die, loco advocaten T. VANDENPUT en P. DE MAEYER, verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat S. VERNAILLEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
  5. Artikel 15 van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (Elektriciteitsdecreet) bepaalde, toen het bestreden besluit werd genomen: “De netbeheerder voert alle taken die noodzakelijk zijn voor de distributie van groene stroom, met uitzondering van de aansluiting op het distributienet, kosteloos uit. De Vlaamse regering kan de regeling in het eerste lid beperken.” Luidens artikel 2, 16/, van datzelfde decreet moet onder “groene stroom” worden verstaan: elektriciteit, opgewekt door gebruik te maken van hernieuwbare energiebronnen. 1.
  6. De eerste verzoekster is onder meer producent en leverancier van groene stroom, zoals bedoeld in de voormelde decreetsbepalingen. Zij stelt zowel binnen als buiten het Vlaamse Gewest productie-installaties te hebben die aangesloten zijn op het transmissienet. De tweede verzoeker is, naar eigen zeggen, een afnemer van elektriciteit die aangesloten is op het distributienet en groene stroom wil afnemen van de eerste verzoekster. 1.
  7. Het besluit van de Vlaamse regering van 28 september 2001 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen, IX-3830-2/5 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 oktober 2001 en in werking getreden op 1 januari 2002, voert onder meer artikel 15 van het Elektriciteitsdecreet uit. Het regelt de verkoop en de distributie van groene stroom op basis van groenestroomcertificaten die door de leverancier moeten worden ingeleverd en onder een bepaalde voorwaarde ook mogen toegekend zijn voor groene stroom opgewekt buiten het Vlaamse Gewest. Het legt voorts aan de netbeheerders de verplichting op om gratis in te staan voor de distributie van deze groene stroom. 1.
  8. Het besluit van de Vlaamse regering van 4 april 2003 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 september 2001 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 april 2003 en op dezelfde dag in werking getreden, wijzigt deze regeling, in het bijzonder doordat het de kosteloze distributie van groene stroom beperkt tot “de injectie van elektriciteit opgewekt door de productie-installaties aangesloten op de distributienetten gelegen in het Vlaamse Gewest”. Dit is het bestreden besluit. 1.
  9. Bij arrest nr. 127.031 van 12 januari 2004, verbeterd bij arrest nr. 128.183 van 16 februari 2004, schorst de Raad van State, op vordering van een andere verzoekende partij dan de huidige verzoekers, de tenuitvoerlegging van artikel 2 van het bestreden besluit, dat de kosteloze distributie van groene stroom beperkt. 1.
  10. Artikel 20 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 maart 2004 en in werking getreden op 2 april 2004, heft “[h]et besluit van de Vlaamse regering van 28 september 2001 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen, zoals gewijzigd bij besluit van 4 april 2003” op. Artikel 18 van datzelfde besluit beperkt de kosteloze distributie van groene stroom nu tot “de elektriciteit die geleverd wordt aan eindafnemers aangesloten op een distributienet gelegen in het Vlaamse Gewest en die opgewekt IX-3830-3/5 is uit een hernieuwbare energiebron, [...], in een productie-installatie die haar elektriciteit rechtstreeks injecteert in een in België gelegen distributienet”. De beide verzoekers vechten ook dit artikel 18 aan met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State (zaak A.151.928/IX-4535), waarover de Raad bij arrest nr. 187.371 van heden uitspraak doet. Over de ontvankelijkheid van het beroep 2.
  11. In het auditoraatsverslag wordt ambtshalve opgeworpen dat het bestreden besluit met ingang van 2 april 2004 is opgeheven en dat het beroep sedertdien derhalve zijn voorwerp heeft verloren. De auditeur-verslaggever wijst er wel op dat het bestreden besluit niettemin gedurende een welbepaalde tijd uitwerking heeft gehad, namelijk vanaf zijn inwerkingtreding op 30 april 2003 tot 12 januari 2004, de datum waarop de tenuitvoerlegging van de door de verzoekers betwiste bepaling van artikel 2 van dat besluit bij arrest nr. 127.031 van de Raad van State werd geschorst. De auditeur-verslaggever betoogt dat de verzoekers in het licht van deze gegevens concreet dienen aan te tonen dat zij nog steeds over het rechtens vereiste belang bij hun beroep beschikken. 2.
  12. In hun laatste memorie stellen de verzoekers dat zij niet concreet kunnen aantonen dat zij nog steeds het rechtens vereiste belang bij hun beroep hebben. Zij menen evenwel een ontvankelijk en gegrond verzoekschrift tot nietigverklaring te hebben ingediend, waarvan de aangevoerde middelen tot de nietigverklaring van het bestreden besluit zouden hebben geleid, indien de verwerende partij niet tot de opheffing daarvan was overgegaan naar aanleiding van het voormelde schorsingsarrest nr. 127.031 van 12 januari 2004 van de Raad van State. Te dezen doen zij gelden dat zij in hun verzoekschrift tot nietigverklaring ook het middel hebben aangevoerd dat in het schorsingsarrest ernstig werd bevonden. Zij vragen de Raad van State daarmee rekening te willen houden bij het ten laste leggen van de kosten van het beroep. 2.
  13. Vermits de verzoekers niet aantonen dat zij na de opheffing van het bestreden besluit nog een actueel belang hebben bij de nietigverklaring ervan, is het beroep niet ontvankelijk. IX-3830-4/5
  14. Gelet op de reden van het teloorgaan van het belang van de verzoekers, die geheel aan de verwerende partij moet worden toegeschreven, is het gepast de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  15. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  16. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 27 oktober 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-3830-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.370 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.