id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.377 Rolnummer: A. 158750/X-12168 Zaak: Arrest 187377 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-02 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:46 Fiche Arrest nr 187.377 van 27 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.377 van 27 oktober 2008 in de zaak A. 158.750/X-12.
- In zake : de v.z.w. STICHTING OMER WATTEZ, thans de v.z.w. MILIEUFRONT OMER WATTEZ, gevestigd te 9700 OUDENAARDE, Kattestraat 23 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- tussenkomende partij : de stad GERAARDSBERGEN, die woonplaats kiest bij advocaat P. LACHAERT, kantoor houdende te 9820 MERELBEKE, Hundelgemsesteenweg 166 bus 5-
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. STICHTING OMER WATTEZ, thans de v.z.w. MILIEUFRONT OMER WATTEZ, op 28 december 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 29 oktober 2004 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar houdende het verlenen aan de stad GERAARDSBERGEN van de stedenbouwkundige vergunning voor het aanleggen van een dijk tussen de Benedenstraat en de Jan de Coomanstraat te Zandbergen, kadastraal bekend Geraardsbergen, 12/ afdeling, sectie A; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 10 maart 2005 ingediend door de stad GERAARDSBERGEN; Gelet op de beschikking van 21 maart 2005 die de tussenkomst van de stad GERAARDSBERGEN toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; X-12.168-1/13 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur R. VERCRUYSSEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 10 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 mei 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van van advocaat G. VERMEIRE, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat W. LAMMENS, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat I. VERHELLE, die loco advocaat P. LACHAERT verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur R. VERCRUYSSEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De verwerende en de tussenkomende partij werpen in hun respectievelijke memories een exceptie van onontvankelijkheid op. Meer bepaald menen die partijen dat niet voldaan is aan de voorwaarden voor een v.z.w. om in rechte op te treden voor de Raad van State, vermits de doelstelling van de verzoekende partij dermate algemeen en uitgebreid is, dat zij niet beantwoordt aan het vereiste specialiteitsbeginsel.
- In haar verzoekschrift licht de verzoekende partij haar belang bij de vordering als volgt toe: “IV. Het (rechts)persoonlijk belang van de VZW Stichting Omer Wattez bij de vordering tot vernietiging
- In bijlage 3 vindt u de statuten van de vereniging zoals gepubliceerd op 3 december 2004 in het Belgisch Staatsblad. X-12.168-2/13 In artikel 1, § 4 van de statuten wordt het werkingsgebied omschreven. Dit omvat 21 gemeenten waaronder Geraardsbergen.
- De doelstellingen van de vereniging zijn omschreven in artikel 2 van de statuten. Het is ook door onder meer deze doelstellingen aan te nemen dat een VZW de rechtspersoonlijkheid verwerft. Binnen dit werkingsgebied worden de navolgende doelstellingen nagestreefd: ‘Artikel 2, §
- De vereniging heeft tot doel het behoud, de bescherming en verbetering van het menselijk en natuurlijk leefmilieu kaderend in een duurzame ontwikkeling van de samenleving, waarbij voldaan wordt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder dat daarbij de behoeften van de volgende generaties in het gedrang komen. §
- Deze doelstelling omvat: - het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van de biodiversiteit, natuur en natuurwaarden; - het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van open ruimte, landschappen, monumenten, cultureel erfgoed, stedenschoon en dorpsgezichten; een verantwoord en efficiënt gebruik van de natuurlijke rijkdommen, ruimte en energiebronnen. Dit impliceert productie- en consumptiepatronen die de beschikbare milieugebruiksruimte en de draagkracht van het ecosysteem respecteren; het bereiken van een algemene basismilieukwaliteit voor de milieucompartimenten water, bodem en lucht en het bereiken van een bijzondere milieukwaliteit in specifieke omstandigheden of gebieden; - het behoud, her herstel, de ontwikkeling en het beheer van het stedelijk leefmilieu en van een leefbare woonomgeving. Dit impliceert het beperken van alle vormen van milieuhinder, waaronder geluidshinder, verkeersoverlast, geurhinder, lichthinder,...; het bereiken van een beleid gericht op de bescherming van de gezondheid van de mens; het bereiken van een beleid dat berust op o.a. het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; - het bereiken van een beleid dat gestoeld is op een volwaardige participatie van burgers en milieu verenigingen en dat de toegang tot het gerecht voor dezen garandeert. - het optreden in rechte voor de administratieve en gerechtelijke overheden, teneinde de toepassing van de doelstellingen sub par. 1 op het terrein te situeren binnen het werkgebied van de vereniging te verwezenlijken, onverminderd haar recht tot verhaal tegen administratieve besluiten van zelfs reglementaire aard. Bij deze actie kan zij alle nuttige of noodzakelijke vorderingen stellen, zoals staking en voorkoming van milieuschade, herstel in natura, schadevergoeding bewarende maatregelen, enz. §
- De vereniging wil dit doel verwezenlijken, onder meer door: - het oprichten van of meewerken aan thematische netwerken, platformen en ad hoc samenwerkingsverbanden; - samenwerking met andere (milieu)verenigingen en koepels §
- De vereniging kan met alle wettelijke middelen de nuttige initiatieven nemen, steunen en coördineren, onder meer door: - het vertegenwoordigen in rechte en in feite van zijn leden, overal waar het belang van leefmilieu dit wenselijk en noodzakelijk maken; - de deelname aan de werking van advies- en overlegorganen; - rechtstreekse tussenkomsten bij officiële instanties en particulieren; X-12.168-3/13 - het realiseren van projecten en campagnes en het uitwerken van studies en publicaties; - het voeren van perscampagnes; - het organiseren van of meewerken aan openbare manifestaties; - de vrijwaring van het doel langs gerechtelijke weg; - het informeren en sensibiliseren van het brede publiek of van specifieke doelgroepen. - het vorderen voor de rechtbank wanneer inbreuken gepleegd worden op regelgeving inzake bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, natuurbehoud en -bescherming, landschaps- en monumentenzorg, dorpsgezichten, waterlopen, water-, lucht- en bodemkwaliteit, licht, afval, verkeer en wegen, geluid, jacht, landinrichting, waterwinning, milieuaspecten van de landbouw, dierenwelzijn, energie (deze opsomming is niet limitatief). §
- Daarnaast kan de vereniging alle (types) rechtshandelingen stellen die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde ideële niet-winstgevende doelstellingen, met inbegrip van bijkomstige commerciële en winstgevende activiteiten binnen de grenzen van wat wettelijk is toegelaten en waarvan de opbrengsten te allen tijde volledig zullen worden bestemd voor de verwezenlijking van de ideële niet-winstgevende doelstellingen. Zij mag tevens hiertoe alle roerende goederen of onroerende goederen verwerven, behouden en van de hand doen in welke vorm dan ook (eigendom, naakte eigendom, vruchtgebruik, gebruik te bede, bruikleen, bezit....)’. Voor een milieuvereniging ligt het persoonlijk belang uiteraard in het milieubelang waarvoor zij bestaat. Daarbij komt het belang van de vereniging als gemandateerde van haar leden. Het is normaal dat een milieuvereniging met de diverse facetten van milieubescherming bezig is, aangezien dit haar specifiek doel is. De toegekende stedenbouwkundige vergunning heeft betrekking op gronden (...) gelegen in een natuurlijk overstromingsgebied (...) en voor meer dan de helft in planologisch natuurgebied (...). De aanleg van een dijk op deze plaats kadert niet in een duurzame ontwikkeling van het menselijk en natuurlijk milieu. Niet in een duurzame ontwikkeling van het menselijk milieu, omdat het probleem van wateroverlast verplaatst wordt naar andere woonzones. Niet in duurzame ontwikkeling van het natuurmilieu, omdat het natuurlijk milieu in natuurgebied niet behouden of hersteld wordt, doordat een niet-natuurlijk element aangelegd wordt in natuurgebied en doordat de natuurlijke overstromingsfunctie van het natuurgebied verloren gaat. Om deze redenen wordt er met de aanleg van de dijk ook geen werk gemaakt van het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van de biodiversiteit, natuur en natuurwaarden, wordt de open ruimte op, deze locatie aangetast daar ze doorsneden wordt dooreen lange (±460m) dijk. De landschapswaarden van het gebied worden aangetast. De dijk komt immers te liggen in de Relictzone ‘Dendervallei’ (...) en in het bijzonder in de Ankerplaats ‘Dendervallei tussen Idegem en Ninove en het Geitebos’ (...) zoals aangeduid in de Landschapsatlas van de Vlaamse overheid. In de beschrijvende nota bij deze Ankerplaats wordt vermeld dat de landschapswaarden bepaald worden door ondermeer de valleigronden met zijn micro- en macroreliëf en door het vrij brede meersengebied van de Dendervallei. Door de aanzienlijke reliëfwijziging (een dijk van ±1.6m hoog, ±460m lang en 7 à 8 m breed) wordt niet zorgvuldig omgesprongen met het lokale micro- en macroreliëf. Verder is verzoekende partij van mening dat de bestaande ruimte in dit natuurgebied en overstromingsgebied niet efficiënt en verantwoord gebruikt wordt. Immers, de dijk had veel dichter kunnen aansluiten bij de bestaande bewoning, zonder dat deze aan efficiëntie en doeltreffendheid zou moeten inboeten. Er is geen deugdelijke motivering waarom de dijk het natuurgebied X-12.168-4/13 dient te doorkruisen. Daarenboven wordt er niet verantwoord met de ruimte omgegaan omdat door de aanleg van de dijk, de zone tussen de dijk en de Benedenstraat enerzijds en de Jan de Coomanstraat anderzijds niet meer kan overstromen en er aldus minder ‘ruimte voor water’ overblijft. Om het wateroverlastprobleem het hoofd te bieden is er net meer ruimte voor water nodig. Met gebieden in te dijken wordt steeds ruimte voor water afgenomen en wordt het probleem alleen maar groter en afgewenteld op vele andere gebieden. Daarom bepleit verzoekende partij om zo spaarzaam mogelijk om te springen met overstroombare ruimte, om het verlies aan overstroombare ruimte te compenseren en om meer ruimte voor water te creëren door het herstel van in hun overstromingsfunctie aangetaste overstromingsgebieden. In natuurgebieden en natuurlijke overstromingsgebieden wordt verwacht dat men er een hoog beschermingsniveau nastreeft. Door het reliëf in dit gebied ernstig te wijzigen en door er een andere functie aan te geven, beschermt men de natuurfunctie niet van het gebied en tast men ondermeer de bodem aan. Met de aanleg van een dijk, wil men wellicht de overstromingsproblemen voor enkele huizen van de Jan de Coomanstraat en de Benedenstraat op te lossen. Door de aanleg van de dijk zal niet alleen de woonzone niet meer kunnen overstromen maar supplementair een zone van ca. 3ha achter de betrokken woningen niet meer overstromen. Het niet meer laten overstromen van beide zones heeft voor gevolg dat de leefbaarheid van de woonomgevingen elders, in en nabij de Dendervallei, aangetast wordt, doordat daar een verhoogd risico op overstromingen ontstaat, door de aanleg van de dijk. Het overstromingswater zal immers een (nieuwe) weg zoeken. De vergunningverlenende overheid neemt dus geen voorzorgen om overstromingsproblemen van andere zones te voorkomen. Ze maakt de problemen van andere woonzones onnodig veel groter doordat ze de dijk zo ver van de woningen aanlegt. Het in acht nemen van diverse aspecten van alle hierboven vermelde milieucompartimenten ter vrijwaring ervan is aldus een van de doelstellingen van de vereniging. Door de schending van alle deze onderdelen van de doelstellingen van de vereniging, acht verzoekende partij zich genoodzaakt de vernietiging te vorderen van de betrokken vergunning. Met het decreet betreffende het integraal waterbeleid werd de watertoets en een hele rits aan te toetsen doelstellingen en beginselen ingevoerd. Dergelijke elementen zouden er o.i. moeten toe leiden dat er fundamenteel andere beslissingen getroffen worden m.b.t. dergelijke vergunningsaanvragen. Verzoekende partij meent echter dat er met de beslissing over deze stedenbouwkundige vergunning een verkeerde toepassing gemaakt wordt van en interpretatie gegeven wordt aan de nieuwe rechtsnormen. Gelet op het feit dat bij handhaving van dergelijke bestuurspraktijken, dit aanleiding kan geven tot een cascade van gelijkaardige beslissingen die geen garanties inhouden voor de vrijwaring van overstromingsgebieden (en ook van natuurgebieden), kan de impact hiervan dermate groot zijn, dat het niveau van deze individuele rechtshandeling ver overstijgt.
- De vzw. Stichting Omer Wattez werd opgericht op 16 juni 1981 (B.S. 3 december 1981). Al meer dan 23 jaar tracht verzoekende partij zich op permanente wijze in te zetten voor de belangen waarvoor ze opkomt, vooral de kwaliteit van de natuur, landschap en alles wat er bij komt kijken, op peil te houden binnen haar werkingsgebied, o.a. voor haar 800-tal leden. Om haar doelstellingen te realiseren, is het logisch dat zij streeft naar meer in plaats van minder groene ruimtes, naar meer bos, meer natuurgebieden, meer natuurlijke overstromingsgebieden, ook een betere buffering van wel beschermde natuurgebieden, enz.
- In de statuten is uitdrukkelijk vermeld, hoewel dit niet hoeft, dat de vereniging kan optreden in rechte voor de administratieve en gerechtelijke X-12.168-5/13 overheden, teneinde de toepassing van de doelstellingen te verwezenlijken. Hierbij kan zij alle nodige vorderingen stellen. Het vorderen van de vernietiging om de openruimte gebieden met specifieke waarden te bewaren en te versterken en dit zowel voor de vereniging en voor haar leden, alsook (ongewild voor) de huidige en toekomende generaties, kan beschouwd worden als een manier om haar doelstellingen te realiseren. Dat een milieuvereniging in rechte kan optreden voor de doelstellingen die zij wettig heeft ingeschreven in haar statuten, blijkt uit diverse rechtspraak onder meer van Uw Raad (...) Ter aanvulling wenst verzoekende partij ook te verwijzen naar het Verdrag van Aarhus van 25 juni1998 betreffende de toegang tot de informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden. Zowel het Belgisch (Wet van 17 december 2002) als het Vlaams parlement (Decreet van 6 december 2002) hebben dit verdrag goedgekeurd en verklaren hierbij dat het verdrag volkomen gevolg heeft. De verdragspartijen hebben zich verbonden dat conform art. 9, punt 2, van het verdrag dat : ‘Elke Partij waarborgt, binnen het kader van haar nationale wetgeving, dat leden van het betrokken publiek a. die een voldoende belang hebben dan wel b. stellen dat inbreuk is gemaakt op een recht, wanneer het bestuursprocesrecht van een Partij dit als voorwaarde stelt, toegang hebben tot een herzieningsprocedure voor een rechterlijke instantie en/of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan, om de materiële en formele rechtmatigheid te bestrijden van enig besluit, handelen of nalaten vallend onder de bepalingen van artikel 6 en, wanneer het nationale recht hierin voorziet en onverminderd het navolgende derde lid, andere relevante bepalingen van dit Verdrag. Wat een voldoende belang en een inbreuk op een recht vormt wordt vastgesteld in overeenstemming met de eisen van nationaal recht en strokend met het doel aan het betrokken publiek binnen het toepassingsgebied van dit Verdrag ruim toegang tot de rechter te verschaffen. Hiertoe wordt het belang van elke niet-gouvernementele organisatie die voldoet aan de in artikel 2, vijfde lid, gestelde eisen voldoende geacht in de zin van het voorgaande onderdeel a. Dergelijke organisaties worden tevens geacht rechten te hebben waarop inbreuk kan worden gemaakt in de zin van het voorgaande onderdeel b. Art. 2 vijfde lid bepaalt: ‘Wordt onder ‘het betrokken publiek’ verstaan het publiek dat gevolgen ondervindt, of waarschijnlijk ondervindt van, of belanghebbende is bij milieubesluitvorming; voor de toepassing van deze omschrijving worden niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor milieubescherming en voldoen aan de eisen van nationaal recht geacht belanghebbende te zijn’. Art 3.9 van het verdrag bepaalt dat er geen discriminatie mag plaatsvinden al naar gelang o.a. het ‘feitelijk middelpunt van de activiteiten’ van de rechtspersoon.
- VZW Stichting Omer Wattez oefent duurzame activiteiten uit die haar werking als vereniging aantonen. De vereniging is ook als vereniging geloofwaardig in haar belang omdat zij ook daadwerkelijk actief is, zodat op dit punt geen bevraging naar ontvankelijkheid kan zijn. Een aantal belangrijke activiteiten zijn: De uitgifte van een tweemaandelijks tijdschrift ‘Onze Streek’ dat een oplage heeft van 1200 exemplaren (...). X-12.168-6/13 Het organiseren van tal van natuureducatieve activiteiten al of niet in samenwerking met andere verwante verenigingen voor de leden maar ook opengesteld voor een ruim publiek van geïnteresseerden. Het jaarlijks promoten van activiteiten die het landschap, de natuur, het milieu en de goede ruimtelijke ordening ten goede komen, zoals aanplanting van houtkanten, fruitbomen e.d., acties rond fietsgebruik, deelname aan de week van de ruimtelijke ordening. Het organiseren van tal van persacties. Actief via diverse plaatselijke werkgroepen zoals de S.O.W. werkgroep Leievallei, de S.O.W. werkgroep Maarkedal, de S.O.W. werkgroep Oudenaarde, de S.O.W. werkgroep Zingem, de S.O.W. werkgroep Ronse, enz. Door te beschikken over een secretariaat (Kattestraat 23, 9700 Oudenaarde), waar mensen uit de streek met hun vragen en oproepen terechtkunnen. Dit secretariaat functioneert ook als archief en documentatiecentrum met zorgvuldig bijgehouden informatie m.b.t. natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Dit documentatiecentrum is toegankelijk en raadpleegbaar voor het ruime geïnteresseerde publiek. Vertegenwoordiging in milieu- en natuurraden en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening in diverse gemeenten in haar werkingsgebied. Vertegenwoordiging in de vzw. Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen. Door de indiening van klachten of rechtsvorderingen als noodoplossing, nl, indien gewone middelen, zoals bezwaarschriften en plaatselijke tussenkomsten, het belang niet rechtmatig verdedigd werd. Zo heeft de VZW Stichting Omer Wattez een vordering tot vernietiging ingediend van de bouwvergunning afgraving Coupure (...), stelde zij zich burgerlijke partij voor de correctionele rechtbank Oudenaarde i.v.m. stort in de vallei van de Molenbeek te Lierde, i.v.m. de aanleg van dijklichamen rond een biologisch waardevol valleigebied te Geraardsbergen, vorderde zij de schorsing van de vergunning voor werken in het Dal te Heurne, vorderde zij de schorsing van de milieuvergunning voor een betoncentrale nabij de Eekse Scheldemeersen (...). Ook is er bv. een procedure ingesteld op grond van de wet van 12 januari 1993 inzake het vorderingsrecht voor milieuverenigingen, om natuurherstel te bekomen van het Vijverbos te Zwalm, waar door een aannemer een stort werd aangelegd (zitting Hof van Beroep Brussel 6 september 2004),.. Samenwerking met andere natuur- en milieuverenigingen zoals als lid van de vzw. Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen, vzw. Natuurpunt.
- De vzw. Stichting Omer Wattez streeft geen algemeen maar wel een (rechts)persoonlijk belang na. Zij voldoet aan het specialiteitsbeginsel. De vzw. Stichting Omer Wattez wil de belangen behartigen van haar vereniging, en bijkomend ook van de leden die het verenigingsdoel steunen. Het gaat om een relatief beperkte groep van mensen. De vereniging wil niet de belangen van de ruime lagen van de bevolking dienen, zoals bv. een stadsbestuur, of het Vlaams Gewest kan voorhouden te doen. Aldus streeft zij niet het algemeen belang na. Verzoekster verzet er zich dan ook met klem tegen dat zij willens nillens zou opgezadeld worden met de ‘actio popularis’. In het algemeen aanvaardt Uw Raad trouwens dat milieuverenigingen een annulatievordering kunnen instellen ter verwezenlijking van hun verenigingsdoel en er dus kan ingepast worden. (...). Ook het feit dat de statuten van de vzw, concreet en specifiek zijn, verhindert te zeggen dat haar doelstellingen te algemeen zijn. De vzw. SOW streeft welomschreven milieudoelstellingen na, zoals reeds is gezegd (zie art. 2 van de statuten). Deze doelstellingen zijn ook niet onmogelijk omvangrijk (bvb. niet het klimaat; niet alle mogelijke bronnen en vormen van vervuiling, niet in een X-12.168-7/13 oneindig ruim gebied), zodanig dat de vereniging onmogelijk op al deze vlakken haar doelen kan bijhouden. Overigens is het belangrijk hierbij vast te stellen dat 1/) geen enkele wet verbiedt dat een milieu-VZW meer dan één specifieke milieudoelstelling (bvb. enkel bescherming van bossen) nastreeft; 2/) de vereniging actief is in een tamelijk beperkt werkgebied; 3/) zelfs als een vereniging zelden of nooit actief zou zijn op het vlak van een aantal doelstellingen (bvb. landbouw, dierenwelzijn,..), dit niet verbiedt wel actief te zijn op een aantal andere doelstellingen (bvb, bosbehoud, bescherming landschappen). Een vereniging kan immers allerlei redenen hebben om wel of niet op een bepaald terrein, bvb, op het vlak van overstromingsproblematiek of erosieproblematiek, actief te zijn: bvb. er zijn geen landinrichtingsprojecten in het gebied, de vereniging wenst het ene jaar zich meer of minder te profileren op een bepaald gebied naar de wensen van bvb. de algemene vergadering,.. De keuzes om al dan niet op te treden kunnen gebaseerd zijn op : rekening houden met menselijke aspecten van een zaak, of een zaak is bij voorbaat kansloos, of er ontbreekt een meerderheid in de Raad van Bestuur om in rechte op te treden, of er zijn te weinig financiële middelen, of er is een nieuwe juridische context die de kansen om in rechte op te treden wijzigen, of er is nieuwe rechtspraak van toepassing, enz. Dit is eerder opportuniteit waar allerlei feitelijkheden een rol spelen. Bovendien heeft de mindere of meerdere mate van algemeen/specifiek formuleren niets te zien met het ‘algemeen belang’ of de ‘actio popularis’, doch enkel met de taalkundige uitdrukking en interpretatie van haar doelstellingen. Trouwens kan men de statuten van de vereniging beschouwen als een vorm van overeenkomst. Ook verzet verzoekende partij er zich tegen dat de bestreden handeling ‘even algemeen’ zou moeten zijn als de doelstelling van de vereniging. Hierbij vergelijkt men immers uit hun aard gans verschillende zaken. Wanneer mensen overeenkomen een vereniging op te richten, zetten zij in hun statuten de bakens en de richting van hun gezamenlijk streven uit, zonder zich te storten in oneindige details. Bvb. als men het heeft over bescherming van de natuur, kan het toch niet de bedoeling zijn dat men alle mogelijke fauna en flora gaat opsommen, of dat men alle zaken waarvoor men in rechte kan optreden gaat oplijsten (bvb. tegen verkavelingsvergunningen in overstromingsgebied, tegen woningen met een bepaald architectonisch karakter in een beschermd landschap). Het voorwerp van iedere individuele rechtshandeling is dermate specifiek en uniek dat het quasi onmogelijk is een allesomvattende formulering op te nemen in de statuten. Voldoende is dat de bestreden handeling moet kunnen ‘ingepast’ worden in één of meer doelstellingen (...). Wij betwisten dat voorliggende stedenbouwkundige vergunning louter een besluit betreft dat welbepaalde werken en handelingen op een welbepaalde plaats voor gevolg heeft. Het ophogen en bebouwen van gronden in natuurlijk overstromingsgebied, heeft niet alleen gevolgen voor deze beperkte plaats, maar verhoogt het overstromingsgevaar van gronden en gebouwen op andere plaatsen. Daarenboven wenst verzoekende partij te benadrukken dat zij met dit verzoekschrift de verkeerde toepassing en interpretatie van diverse rechtsnormen, die de bescherming van natuurgebieden en natuurlijke overstromingsgebieden kunnen garanderen, aanvecht. Het herhaaldelijk verkeerd hanteren van de bedoelde rechtsnormen, zal een cascade van schadelijke effecten voor gevolg hebben en een ernstige aantasting van de natuurlijke omgeving en het leefmilieu voor gevolg hebben. Het is niet louter een enkele stedenbouwkundige vergunning maar de bedoelde cascade van gevolgen die de belangen waarvoor verzoekende partij staat, zeer ernstig in het X-12.168-8/13 gedrang brengen, Indien uw Raad zou oordelen dat verzoekende partij niet doet blijken van de vereiste hoedanigheid, dan verhindert u Raad dat nog op enige en ernstige wijze de wettigheid van de betrokken besluiten onderzocht kan worden. De specifieke keuze om tot annulatie te verzoeken van deze stedenbouwkundige vergunning, is gebaseerd op een weloverwogen keuze en afweging van de Raad van de vereniging om een voorbeeld te stellen naar toekomstige (gelijkaardige) besluiten. Voorliggende stedenbouwkundige vergunning vormt volgens ons een ernstige schending van tal van rechtsnormen, dit in tegenstelling met bepaalde andere vergunningen waar de schending van zowel het aantal rechtsnormen als van de ernst van de schending geringer is, zodat de keuze voor het aanvechten van deze vergunning verantwoord is in het licht van de doelstellingen van de vereniging. Om deze redenen oordeelt verzoekende partij dat het persoonlijk belang van VZW Stichting Omer Wattez bij de vordering tot annulatie van deze stedenbouwkundige vergunning, samengevat een feit is”. In haar memorie van wederantwoord voegt de verzoekende partij geen wezenlijk nieuwe argumenten aan het verzoekschrift toe. De verzoekende partij stelt in haar laatste memorie: “(...) In voorliggende zaak gaat 3 à 3,5 ha overstromingsgebied rechtstreeks verloren als dusdanig waarvan een deel (1ha, 89a, 70ca) de bestemming natuurgebied heeft. Enerzijds kan het stuk natuurgebied niet meer op een natuurlijke manier functioneren (doordat het afgesneden wordt van de (overstromingen van de Dender)), anderzijds gaan de gevolgen voor het leefmilieu groot zijn. Zoals hoger uiteengezet is er een groot risico dat meer mensen zullen lijden onder wateroverlast zowel in de kern van Zandbergen als stroomopwaarts Zandbergen langsheen de hele Dendervallei. Het gebied ligt in een van de drie unieke riviervalleien die het werkgebied van verzoekende partij rijk is. Daarenboven is de Dender de meest natuurlijke van de drie riviersystemen. De twee andere rivieren de Schelde en de Leie werden sterk gekanaliseerd en hebben hierdoor veel waarden verloren. (...)”. 3.
- De verenigingen zonder winstoogmerk kunnen krachtens de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, in rechte optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor zij zijn opgericht. Voor de Raad van State kunnen die verenigingen in rechte optreden op voorwaarde dat zij de rechtspersoonlijkheid bezitten en mits te voldoen aan de voorwaarden die gelden voor alle andere fysieke en rechtspersonen, te weten doen blijken van een persoonlijk, rechtstreeks, actueel en geoorloofd belang alsmede van de vereiste hoedanigheid. Een vereniging getuigt van de vereiste hoedanigheid wanneer de ingestelde vordering kan worden ingepast in het doel dat zij zich heeft gesteld, dit doel niet samenvalt met de behartiging van het algemeen belang zelf en evenmin X-12.168-9/13 samenvalt met het persoonlijk belang van de leden van de vereniging, en er een band van evenredigheid bestaat tussen het materieel en territoriaal actieterrein van de verzoekende partij enerzijds en de draagwijdte van de bestreden beslissing anderzijds. 3.
- Artikel 1, §4 van de statuten van de verzoekende partij bepaalt het volgende over haar werkingsgebied: “De werking van de vereniging richt zich vooral op de fusiegemeenten Anzegem, Avelgem, Brakel, Deinze, De Pinte, Gavere, Geraardsbergen, Horebeke, Kluisbergen, Kruishoutem, Lierde, Maarkedal, Nazareth, Oudenaarde, Ronse, Waregem, Wortegem-Petegem, Zingem, Zottegem, Zulte en Zwalm. Zij kan evenwel ook daarbuiten activiteiten ontplooien indien dit wenselijk is voor de vervulling van het maatschappelijk doel”. In diezelfde statuten worden de doelstellingen van de verzoekende partij in artikel 2 als volgt omschreven: “§
- De vereniging heeft tot doel het behoud, de bescherming en verbetering van het menselijk en natuurlijk leefmilieu kaderend in een duurzame ontwikkeling van de samenleving, waarbij voldaan wordt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder dat daarbij de behoeften van de volgende generaties in het gedrang komen. §
- Deze doelstelling omvat -het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van de biodiversiteit, natuur en natuurwaarden; -het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van open ruimte, landschappen, monumenten, cultureel erfgoed, stedenschoon en dorpsgezichten; -een verantwoord en efficiënt gebruik van de natuurlijke rijkdommen, ruimte en energiebronnen. Dit impliceert productie- en consumptiepatronen die de beschikbare milieugebruiksruimte en de draagkracht van het ecosysteem respecteren; -het bereiken van een algemene basismilieukwaliteit voor de milieucompartimenten water, bodem en lucht en het bereiken van een bijzondere milieukwaliteit in specifieke omstandigheden of gebieden; -het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van het stedelijk leefmilieu en van een leefbare woonomgeving. Dit impliceert het beperken van alle vormen van milieuhinder, waaronder geluidshinder, verkeersoverlast, geurhinder, lichthinder,...; -het bereiken van een beleid gericht op de bescherming van de gezondheid van de mens; -het bereiken van een beleid dat berust op o.a. het voorzorgsbeginsel, en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; - het bereiken van een beleid dat gestoeld is op een volwaardige participatie van burgers en milieuverenigingen en dat de toegang tot het gerecht voor dezen garandeert; -het optreden in rechte voor de administratieve gerechtelijke overheden, teneinde de toepassing van de doelstellingen sub par. 1 op het terrein te situeren X-12.168-10/13 binnen het werkgebied van de vereniging te verwezenlijken, onverminderd haar recht tot verhaal tegen administratieve besluiten van zelfs reglementaire aard. Bij deze actie kan zij alle nuttige of noodzakelijke vorderingen stellen, zoals staking en voorkoming van milieuschade, herstel in natura, schadevergoeding, bewarende maatregelen, enz.”. 3.
- Terzake is de bestreden beslissing een stedenbouwkundige vergunning voor het aanleggen van een dijk op een bepaalde locatie te Zandbergen. Aldus betreft die beslissing welbepaalde werken en handelingen op een welbepaalde plaats. Ook al heeft de bestreden vergunning wellicht een aantal gevolgen voor omliggende percelen, toch bestaat er geen band van evenredigheid tussen het actieterrein van de vereniging enerzijds en de draagwijdte van de bestreden beslissing anderzijds. 3.
- De verzoekende partij beroept zich verder op het Verdrag betreffende de toegang tot de informatie, inspraak bij de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998 en bekrachtigd door België op 21 januari
- Meer bepaald verwijst de verzoekende partij naar artikel 9.2 van dit verdrag, dat luidt als volgt: “
- Elke partij waarborgt, binnen het kader van haar nationale wetgeving, dat leden van het betrokken publiek a. die een voldoende belang hebben dan wel b. stellen dat inbreuk is gemaakt op een recht, wanneer het bestuursprocesrecht van een Partij dit als voorwaarde stelt, toegang hebben tot een herzieningsprocedure voor een rechterlijke instantie en/of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan, om de materiële en de formele rechtmatigheid te bestrijden van enig besluit, handelen of nalaten vallend onder de bepalingen van artikel 6 en, wanneer het nationale recht hierin voorziet en onverminderd het navolgende derde lid, andere relevante bepalingen van dit verdrag. Wat een voldoende belang en een inbreuk op een recht vormt wordt vastgesteld in overeenstemming met de eisen van nationaal recht en strokend met het doel aan het betrokken publiek binnen het toepassingsgebied van dit Verdrag ruim toegang tot de rechter te verschaffen. Hiertoe wordt het belang van elke niet-gouvernementele organisatie die voldoet aan de in artikel 2, vijfde lid, gestelde eisen voldoende geacht in de zin van het voorgaande onderdeel a. Dergelijke organisaties worden tevens geacht rechten te hebben waarop inbreuk kan worden gemaakt in de zin van het voorgaande onderdeel b. De bepalingen van dit tweede lid sluiten niet de mogelijkheid uit van een herzieningsprocedure voor een bestuursrechtelijke instantie en laten onverlet de eis van het uitputten van de bestuursrechtelijke beroepsgang alvorens over te gaan tot rechterlijke herzieningsprocedures, wanneer die eis bestaat naar nationaal recht”. X-12.168-11/13 Artikel 2.5 van het Verdrag bepaalt: “
- Wordt onder ‘het betrokken publiek’ verstaan het publiek dat gevolgen ondervindt, of waarschijnlijk ondervindt van, of belanghebbend is bij, milieubesluitvorming; voor de toepassing van deze omschrijving worden niet- gouvernementele organisaties die zich inzetten voor milieubescherming en voldoen aan de eisen van nationaal recht geacht belanghebbende te zijn”. De vaststelling dat een niet-gouvernementele organisatie conform de bepalingen van dit verdrag gebeurlijk geacht kan worden een voldoende belang te hebben, impliceert niet dat dergelijke organisatie niet meer dient te voldoen aan de hierboven gestelde voorwaarden met betrekking tot de vereiste hoedanigheid om in rechte te treden. Die voorwaarden zijn niet in strijd met de bepalingen van dit Verdrag. 3.
- De exceptie van de verwerende en de tussenkomende partij is gegrond. Het beroep is om deze reden niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-12.168-12/13 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig oktober 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.168-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.377 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div