id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.382 Rolnummer: Zaak: Arrest 187382 - Monumenten en Landschappen - 27/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-28 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:46 Fiche Arrest nr 187.382 van 27 oktober 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging Verwerping Samenvoeging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.382 van 27 oktober 2008 in de zaken A. 127.504/X-11.140 (I) 127.505/X-11.141 (II) I. In zake : Alexandre de HEMRICOURT de GRUNNE, die woonplaats kiest bij advocaat J. DRIESSEN, kantoor houdende te 3700 TONGEREN, Sint-Catharinastraat 54 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat . ONGHENA, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Tavernierkaai
- II. In zake : Monique DE BRIEY (overleden), Rechtsgeding hervat door :
- Alexandre de HEMRICOURT de GRUNNE,
- Thierry de HEMRICOURT de GRUNNE, die woonplaats kiezen bij advocaat J. DRIESSEN, kantoor houdende te 3700 TONGEREN, Sint-Catharinastraat 54 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat O. ONGHENA, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Tavernierkaai
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Alexandre de HEMRICOURT de GRUNNE op 1 oktober 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van :
- het besluit van 25 juni 2002 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands Beleid waarbij de kapel aan de Boudewijnstraat en de Hagelindeweg te Tongeren, kadastraal bekend sectie B, nr. 235/m, als monument, en de omgeving van die kapel, kadastraal X-11.140-11.141-1/10 bekend sectie B, nrs. 235/l en 235/n, als dorpsgezicht worden beschermd, en “voor zoveel als nodig”
- het besluit van 27 juni 2001 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Huisvesting en Ambtenarenzaken, waarbij diezelfde kapel als monument, en de omgeving ervan als dorpsgezicht op de ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten worden geplaatst; (A. 127.504) Gezien het verzoekschrift dat Monique DE BRIEY op 1 oktober 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van dezelfde besluiten; (A. 127.505) Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord in beide zaken; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF in beide zaken; Gelet op de beschikkingen van 4 maart 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van de dossiers gelasten; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van de verwerende partij in beide zaken; Gelet op de beschikkingen van 16 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 september 2008, datum waarop de zaken in voortzetting worden uitgesteld tot de terechtzitting van 10 oktober 2008; Gezien het uittreksel uit het register der overlijdensakten van de stad Tongeren waaruit blijkt dat Monique de BRIEY op 17 februari 2008 is overleden; Gezien het op 3 oktober 2008 aan de Raad van State gerichte verzoekschrift waarbij Alexandre de HEMRICOURT de GRUNNE en Thierry de HEMICOURT de GRUNNE verklaren het geding te hervatten in de zaak A. 127.505; X-11.140-11.141-2/10 Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. WINDERICKX, die loco advocaat J. DRIESSEN verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat H. VAN DEN NIEUWENHOF, die loco advocaat O. ONGHENA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- DE FEITEN 1.
- Alexandre de HEMRICOURT de GRUNNE is eigenaar van de bovenvermelde percelen 235/m, 235/l en 235/n. De oorspronkelijk verzoekende partij, Monique de BRIEY, weduwe van Philippe de HEMRICOURT de GRUNNE was voor de helft vruchtgebruikster van die percelen. 1.
- Op 27 juni 2001 beslist de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Huisvesting en Ambtenarenzaken om de kapel op het bovenvermeld perceel als monument en de omgeving van die kapel, de perceelnummers 235/l en 235/n, als dorpsgezicht op een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten te plaatsen. Een afschrift van dat voorlopig beschermingsbesluit wordt bij aangetekende brieven van 31 juli 2001 verstuurd naar Alexandre de HEMRICOURT de GRUNNE, de stad Tongeren, de Provincie Limburg en de ROHM Limburg. Het voorlopig beschermingsbesluit wordt bij uittreksel bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 3 oktober
- 1.
- Een bericht van openbaar onderzoek wordt door de stad Tongeren aangeplakt van 2 tot 31 augustus
- Tijdens het openbaar onderzoek werden geen bezwaren ingediend. X-11.140-11.141-3/10 1.
- Namens Alexandre de HEMRICOURT de GRUNNE wordt bij brief van 29 augustus 2001 een bezwaarschrift ingediend bij de ROHM-Limburg. In een verslag van 13 april 2002 wordt het bovenvermelde bezwaarschrift door het bestuur Monumenten en Landschappen besproken. 1.
- Op 5 september 2001 brengt de Provinciale Commissie voor Monumenten en Landschappen advies uit. Op 2 mei 2002 verleent de Koninklijke commisie voor Monumenten en Landschappen advies aan de minister. 1.
- Op 25 juni 2002 beslist de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands beleid om de bovenvermelde kapel als monument en de omgeving van die kapel als dorpsgezicht te beschermen. 1.
- Een afschrift van het bovenvermelde beschermingsbesluit van 25 juni 2002 wordt bij aangetekende brieven van 1 augustus 2002 verstuurd naar Alexandre de HERMICOURT de GRUNNE, de stad Tongeren, de provincie Limburg en de ROHM Limburg.. Het beschermingsbesluit van 25 juni 2002 wordt tevens bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 september
- DE RECHTSPLEGING 2.
- Het voorwerp van de beroepen tot nietigverklaring is in beide zaken identiek. Het gegrond bevinden van het ene beroep heeft een weerslag op de beoordeling van het ander beroep. De beide zaken worden samengevoegd gelet op hun verknochtheid als bedoeld in artikel 60 van het algemeen procedurereglement.
- DE ONTVANKELIJKHEID Beide zaken (A. 127.504/X-11.140 en A. 127.505/X-11.141) 3.1.
- De verzoekende partijen vorderen, naast de nietigverklaring van het ministerieel besluit van 25 juni 2002, “voor zoveel als nodig” de nietigverklaring van het ministerieel besluit van 27 juni
- X-11.140-11.141-4/10 3.1.
- Luidens artikel 2, § 1, 3/ van het algemeen procedurereglement moet, hetgeen overigens de rechten van verdediging vergen, het voorwerp van het beroep door de verzoekende partij zelf in haar verzoekschrift worden bepaald. Het voorwerp moet duidelijk zijn. Het mag niet aan de Raad van State worden overgelaten dit in de plaats van de verzoekende partij te bepalen. De verzoekende partijen laten, door de wijze waarop zij het voorwerp van het beroep formuleren, met name “voor zoveel als nodig”, in strijd met dit voorschrift, het aan de Raad van State over het uiteindelijk voorwerp van hun beroep te bepalen. 3.1.
- Het beroep is in beide zaken ten aanzien van het tweede bestreden besluit, dat overigens sedert het definitieve eerste besluit - ook al wordt het nietigverklaard - geen “uitwerkselen” meer kan hebben krachtens artikel 5, § 7, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, niet ontvankelijk. Zaak A. 127.505/X-11.141 3.2.
- In de memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat de verzoekende partijen geen belang hebben bij hun beroep tot nietigverklaring tegen het bestreden ministerieel besluit van 25 juni 2002 omdat zij geen middel tegen dat besluit aanvoeren. 3.2.
- Met de verzoekende partijen wordt vastgesteld dat zij wel een enig middel tegen dat bestreden ministerieel besluit hebben aangevoerd in het inleidende verzoekschrift. De exceptie wordt verworpen. 3.3.
- In de laatste memorie werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring op. Zij stelt dat geen bewijs van kantmelding op het hypotheekkantoor van het onderhavige beroep tot nietigverklaring voorligt. 3.3.
- Krachtens artikel 3 van de Hypotheekwet, wordt geen eis strekkende tot vernietiging of tot herroeping van rechten voortvloeiende uit akten aan overschrijving onderworpen door de rechter ontvangen dan na te zijn ingeschreven op de kant der overschrijving van de titel van verkrijging waarvan de X-11.140-11.141-5/10 vernietiging of herroeping gevorderd wordt en, in voorkomend geval, op de kant der overschrijving van de laatste overgeschreven titel. Deze wetsbepaling raakt de openbare orde. Derhalve moet de rechter, voor wie dergelijke eis aanhangig is, nagaan of de eis waarover hij te oordelen heeft, ingeschreven is op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging. 3.3.
- Uit de bedoeling van de wetgever om de derden die door een overschrijving zouden kunnen worden misleid, te beschermen, vloeit voort dat de verplichting tot inschrijving slechts geldt in zoverre de in het voornoemd artikel bedoelde akten effectief werden overgeschreven of vatbaar waren voor een overschrijving. 3.3.
- Het eerste bestreden besluit werd niet overgeschreven in de registers van de hypotheekbewaarder. Uit het te dezen toepasselijke decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten blijkt niet - en de verwerende partij toont het ook niet aan - dat het eerste bestreden besluit een voor overschrijving vatbare akte is derwijze dat het voorschrift van artikel 3 van de Hypotheekwet er op van toepassing zou zijn. De exceptie wordt verworpen.
- DE GEGRONDHEID Zaak A. 127.505/X-11.141 4.1.
- Het enig middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 5, § 2, 3/ en 8, § 1 en § 2 van het decreet van 3 maart 1976, de rechten van verdediging en van de beginselen van behoorlijk bestuur. De verzoekende partijen stellen dat het ontwerp van lijst nooit aan de oorspronkelijk verzoekende partij werd betekend waardoor haar rechten van verdediging werden geschonden. Zij stellen eveneens dat het bestreden besluit van 25 juni 2002 evenmin aan haar werd betekend waardoor haar rechten van verdediging andermaal werden geschonden. 4.1.
- De verwerende partij repliceert dat de oorspronkelijk verzoekende partij “niet bekend (was) bij de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, reden waarom het ontwerp van lijst haar niet betekend werd”, “gezien beide besluiten aan Graaf De Hemricourt De Grunne Alexandre betekend werden en verzoekster op hetzelfde adres het vruchtgebruik uitoefent, (...) in alle X-11.140-11.141-6/10 redelijkheid (mag) aangenomen worden dat verzoekster via Graaf De Hemricourt die overigens familie is van verzoekster genoegzaam kennis kreeg van de besluiten”, beide besluiten in het Belgisch Staatsblad werden gepubliceerd, het ontwerp van lijst in de gemeente werd neergelegd met het oog op het openbaar onderzoek dat ter plaatse werd aangekondigd door een aangeplakt bericht, de oorspronkelijk verzoekende partij “het beschermingsbesluit kan aanvechten via huidige procedure” zodat “niet (valt) in te zien in welke mate haar rechten van verdediging zouden geschonden zijn”, en dat de oorspronkelijk verzoekende partij niet aannemelijk maakt “dat haar rechten effectief werden geschonden”. 4.1.
- De verzoekende partijen dupliceren dat de verwerende partij niet bewijst dat de oorspronkelijk verzoekende partij “bij de Administratie (...) niet als vruchtgebruikster bekend was”, het tegendeel blijkt uit “de verbeterde akte van ruilverkaveling (...) overgeschreven bij de Hypotheekbewaarder te Tongeren op 2 juni 1995”, de verplichting tot individuele betekening een substantieel vormvoorschrift is “waarvan de niet-naleving gesanctioneerd wordt met een nietigverklaring”, de bewering van feitelijke kennis van het ontwerp van lijst door Graaf de Hemricourt de Grunne, de publicatie in het Belgisch Staatsblad of de aanplakking ter plaatse “feitelijk onjuist (is) en rechtens niet relevant”, “ter plaatse geen bericht omtrent een openbaar onderzoek werd aangeplakt”, de oorspronkelijk verzoekende partij “door het gebrek aan betekening, in de onmogelijkheid was haar bezwaren als vruchtgebruikster tegen de voorgenomen bescherming kenbaar te maken” zodat haar rechten wel degelijk werden geschonden. 4.1.
- Artikel 5, § 2, 3/ van het monumentendecreet bepaalt dat de ontwerpen van lijst bij ter post aangetekende brief worden betekend aan de eigenaars, erfpachthouders, opstalhouders en vruchtgebruikers, zoals bekend bij de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen op de datum van het ontwerp van lijst. 4.1.
- De verwerende partij betwist niet dat het ontwerp van lijst niet werd betekend aan de oorspronkelijk verzoekende partij, zoals nochtans aan haar wordt opgelegd in de voormelde decretale bepaling. Zij betwist evenmin de hoedanigheid van de oorspronkelijk verzoekende partij van vruchtgebruiker voor de helft van het betrokken perceel. X-11.140-11.141-7/10 4.1.
- De verzoekende partijen leggen het bewijs van overschrijving in de registers van de hypotheekbewaarder op 2 juni 1995 van de verbeterende akte bij de akte van ruilverkaveling van 18 mei 1995 voor waaruit de voormelde hoedanigheid van de oorspronkelijk verzoekende partij blijkt. Die hoedanigheid was aldus bekend bij de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen. 4.1.
- De verplichting het besluit houdende vaststelling van het ontwerp van lijst individueel ter kennis te brengen resulteert uit de tekst zelf van het decreet van 3 maart
- Het valt niet in te zien hoe anders de eigenaars of de titularissen van zakelijke rechten zich van de in artikel 5, § 3 van het decreet van 3 maart 1976 voorgeschreven aanzeggingsplicht aan derden-belanghebbenden zouden kunnen kwijten, en binnen welke termijn zij dit zouden moeten doen, wanneer de ontwerpen van lijst hun zelf niet zouden zijn genotificeerd en hoe op die aanzeggingsplicht dient gewezen te worden indien zij zelf door het bestuur hieromtrent niet worden aangezegd in de brieven houdende betekening van de ontwerpen van lijst. 4.1.
- De verzoekende partijen doen terecht gelden dat het verzuim het besluit houdende vaststelling van het ontwerp van lijst individueel ter kennis te brengen de schending inhoudt van een substantieel vormvoorschrift. Dit verzuim heeft immers meer gevolgen dan het enkele feit dat de bestreden beslissing niet verbindend is zolang de kennisgeving niet heeft plaats gehad. De verplichte aanzegging is een wezenlijk bestanddeel van de beschermingsprocedure, zonder dewelke zij geen voortgang kan vinden. Zij waarborgt tevens de rechten van de zakelijk gerechtigden die op straffe van persoonlijke verantwoordelijkheid erover moeten waken dat de verbodsbepalingen, die met het oog op de voorlopige bescherming van hun goed in het besluit tot vaststelling van het ontwerp van lijst, door derden -met name de “huurders en bewoners” waarvan sprake is in artikel 5, § 3 van het decreet van 1976- zouden worden nageleefd. 4.1.
- Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de individuele betekening van het ontwerp van lijst niet is geschied. Een substantieel vormvoorschrift is geschonden. Het enige middel is in die mate gegrond. X-11.140-11.141-8/10 Zaak A. 127.504/X-11.140 4.2.
- Gelet op de nietigverklaring van het eerste bestreden besluit in de zaak A. 127.505/X-11.141 is het beroep tot nietigverklaring bijgevolg zonder voorwerp geworden en is de behandeling ervan doelloos. 4.2.
- Gelet op het voorgaande kunnen de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij worden gelegd. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De zaken A. 127.504/X-11.140 en A. 127.505/X-11.141 worden gevoegd. Artikel
- Het beroep wordt verworpen in de zaak A. 127.504/X-11.
- Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 25 juni 2002 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands Beleid waarbij de kapel aan de Boudewijnstraat en de Hagelindeweg te Tongeren, kadastraal bekend sectie B, nr. 235/m, als monument, en de omgeving van die kapel, kadastraal bekend sectie B, nrs. 235/l en 235/n, als dorpsgezicht worden beschermd. Artikel
- Het beroep in de zaak A. 127.505/X-11.141 wordt voor het overige verworpen. X-11.140-11.141-9/10 Artikel
- De kosten van de beroepen, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig oktober 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.140-11.141-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.382 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div