id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.437 Rolnummer: A. 189985/XII-5584 Zaak: Arrest 187437 - Overheidsopdrachten - 28/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-31 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:47 Fiche Arrest nr 187.437 van 28 oktober 2008 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.437 van 28 oktober 2008 in de zaak A. 189.985/XII-
- In zake :
- de CVBA ANTWERPS ARCHITECTEN ATELIER,
- de BVBA EER ARCHITECTURAL DESIGN, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap AAA-EER, die woonplaats kiezen bij advocaten P. Flamey en J. Bosquet, kantoor houdende te Antwerpen, Jan van Rijswijcklaan 16 tegen : het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegen- woordigd door het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, gevestigd te 1000 Brussel, Eikstraat
- tussenkomende partij : de CVBA SOCIETE CIVILE COOPERATIVE D’ARCHITECTURE, DE RENOVATION ET D’URBANISME, die woonplaats kiest bij advocaten J. Vanden Eynde en B. Van Hyfte, kantoor houdende te 1060 Brussel, Gulden Vlieslaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de CVBA Antwerps Architecten Atelier en de BVBA Eer Architectural Design, samen vormend de tijdelijke handels- vennootschap AAA-EER, op 13 oktober 2008 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van “de beslissing van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement d.d. 1 oktober 2008 waarbij de opdracht tot aanstelling van een architectenbureau voor een volledige opdracht van architect- ontwerper voor de bouw en de renovatie van gebouwen aan de Lombardstraat 77, namelijk de bouw van de Zetel van het PFB en renovatie van het voormalig postkoetsgebouw (overheidsopdracht met referentie A/202) in het kader van een algemene offerte aanvraag werd toegewezen aan het bedrijf COOPARCH-R.U.”; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-5584-1/13 Gelet op de beschikking van 15 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 oktober 2008, om 10.00 uur; Gezien het op 20 oktober 2008 ingediende verzoekschrift waarbij de CVBA Societé Civile Coopérative d’Architecture, de Rénovation et d’Urbanisme, vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaten P. Flamey en J. Bosquet, die verschijnen voor de verzoekende partijen, van advocaten Ph. Coenraets en W. Vanparijs, die verschijnen voor de verwerende partij, en van advocaat B. Van Hyfte, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. Barra;; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
- De in het geding zijnde opdracht is toegewezen na een algemene offerteaanvraag voor de aanneming van diensten, met het Brussels Hoofdstedelijk Parlement optredend als aanbestedende overheid. Het voorwerp van de opdracht wordt in de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen van 9 mei 2008 omschreven als volgt : “Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement wenst een architect-ontwerper aan te stellen om hem de volledige architectuuropdracht toe te vertrouwen voor de bouw en de renovatie van gebouwen (+/- 3000 m²) op de percelen gesitueerd in de Lombardstraat 77 te Brussel. Na hun uitvoering zullen deze gebouwen deel uitmaken van het reeds in Brussel bestaande architectonisch geheel van de bouwheer in de Lombardstraat 57, 69, 71-73-75 en in de Eikstraat 12-14-16 en 18-20-
- In dit opzicht lanceert hij deze algemene offerteaanvraag (overheidsopdracht voor aanneming van diensten).” XII-5584-2/13 Op bladzijde 17 van het bestek wordt vermeld dat de aanbestedende overheid buiten de in het geding zijnde opdracht eveneens een studiebureau speciale technieken zal aanstellen. De opdracht is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie van 10 mei
- Inzake de gunningscriteria vermeldt het bestek (blz. 7) : “A.2.5.
- Gunningscriteria De inschrijvingen worden beoordeeld op basis van de regelmatigheid en de intrinsieke waarde van de offerte en van de andere nuttige inlichtingen die de inschrijvers bij hun offerte moeten voegen, met toepassing van de volgende gunningscriteria :
- Kritisch en gemotiveerd onderzoek van de behoeften en van het programma van de werken (bijlage 4) van de Opdrachtgever en het geven van gepaste antwoorden voornamelijk met betrekking tot de werking op de locatie. In die analyse zal rekening worden gehouden met het reglementair aspect. - Weging : 25 punten.
- De milieuzorg en de energiezorg die blijkt uit de inschrijving - Weging : 15 punten.
- De architectonische en artistieke uitdrukking en de ontsluiting van een historisch erfgoed die blijken uit de inschrijving. - Weging : 15 punten
- De termijn voor de studies en de kwaliteit van de documenten die de aannemer zal bezorgen aan de opdrachtgever. Elke fase van de opdracht zal uitvoerig worden beschreven wat de termijnen betreft en wat de bezorgde documenten betreft. De termijnen worden uitgedrukt in kalenderdagen. - Weging : 10 punten
- Hoedanigheid van het voorgestelde multidisciplinair team en voorgestelde werkmethode voor de ingrepen - Weging : 15 punten
- Bedrag van de honoraria geraamd tegen de meest billijke prijs. Weging : 20 punten De inschrijvers dienen een nota (maximum 5 bladzijden) te bezorgen samen met schetsen, de nuttige documentatie met betrekking tot eventuele soortgelijke realisaties van hun bureau en alle informatie waarvan zij menen dat ze meer duidelijkheid kan verschaffen over hun offerte met betrekking tot de gunningscriteria. Een duidelijke onvoldoende voor één van de gunningscriteria kan leiden tot de uitsluiting of tot een ongunstige rangschikking van de offerte”.
- Bij de opening der offertes op 10 juli 2008 blijken er zes inschrijvers : a. AAA - EER (THV) - verzoekende partijen b. COOPARCH-R.U. (THV) - tussenkomende partij c. DDS & Partners - Nicolas CRÉPLET (THV) d. L’Escaut - V + (THV) e. Art & Build Architect XII-5584-3/13 f. Dethier & Arcadus (THV).
- Er blijkt op 24 september 2008 een analyseverslag te zijn opgesteld door de administratie van de aanbestedende overheid waaruit blijkt dat één offerte onvolledig is en dient te worden uitgesloten namelijk die van de inschrijver L’Escaut - V +. Na toepassing van de selectiecriteria worden de overblijvende vijf inschrijvers toegelaten. Inzake de gunningscriteria wordt in dit verslag ook een samenvatting gegeven - zonder cijfermatige waardering - van wat de inschrijvers hebben aangebracht.
- Er blijkt ook een tweede analyseverslag te zijn opgesteld, namelijk op 22 september 2008 door de technische raadgever van de aanbestedende overheid aCMG, - de versie in het Nederlands neergelegd is hier een vertaling. In dat verslag worden de offertes getoetst aan slechts vier van de zes gunningscriteria, namelijk het eerste, het tweede, het vierde en het vijfde, hetgeen in een cijfermatige evaluatie resulteert. Er wordt voorgesteld de beoordeling van het derde en het zesde criterium die “voor interpretatie vatbaar” zijn, over te laten aan de aanbestedende overheid zelf. Aan de hand van deze vier criteria worden de volgende punten gegeven : criterium maximum ART DDS & Dethier COOP AAA punten & Partners ARCH EER Build 1 25 15 25 5 20 10 2 15 9 12 6 15 3 4 10 4 10 6 8 3 5 15 15 9 6 12 3
- Op 1 oktober 2008 beslist het Bureau van het parlement toe te wijzen aan de tussenkomende partij waarbij de voorlopige basisprijs wordt vastgesteld op 315.000,00 euro, BTW niet inbegrepen. XII-5584-4/13 In die te dezen bestreden beslissing worden er ook punten toegekend voor de gunningscriteria 3 en
- De verzoekende partijen verkrijgen voor criterium 3 het maximum van 15 punten, de tussenkomende partij 12 punten; voor criterium 6 verkrijgen de tussenkomende partijen het maximum der punten namelijk 20 en de verzoekende partijen 18 punten. In de beslissing worden de puntentotalen als volgt weergegeven : criterium maximum Art & DDS & Dethier Cooparch AAA- punten Build Partners Arcadus R.U. EER 1 25 15 25 5 20 10 2 15 9 12 6 15 3 3 15 9 9 9 12 15 4 10 4 10 6 8 2 5 15 15 9 6 12 3 6 20 7 10 11 20 18 Totaal 100 59 75 43 87 51 De grondvoorwaarden voor de schorsing
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Het middel
- Wat de tweede voorwaarde betreft voeren de verzoekende partijen in een enig middel de schending aan van artikel 16 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, van artikel 115 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, van “de formele XII-5584-5/13 motiveringsplicht zoals vervat in art. 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen, het materiële motiverings- beginsel, de beginselen van behoorlijk bestuur met in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel, het beginsel van gelijke behandeling der inschrijvers, artikelen 10 en 11 van de Gecoördineerde Grondwet en het Europese niet-discriminatiebeginsel”. Zij bekritiseren daartoe de beoordeling van de offertes en de puntentoekenning wat betreft het eerste, tweede, vierde en vijfde gunningscriterium - dit zijn de criteria die in het voormelde analyseverslag van de externe raadgever aCMG zijn betrokken. Zij vergelijken de beoordelingen van hun offerte en deze van de offerte van de gekozen inschrijver. Beoordeling
- Het puntenverschil tussen de verzoekende partijen en de gekozen inschrijver beloopt 36 punten. De verzoekende partijen zijn pas vierde geklasseerd, met ook nog eens 24 punten achterstand op de tweede en 8 punten achterstand op de derde geklasseerde inschrijver. Teneinde belang te hebben bij de vordering, lijken de verzoekende partijen dus aannemelijk te moeten maken dat de vermeende gebrekkigheden bij de beoordeling aan de hand van de vier criteria, die zij in het geding brengen, aan de grondslag liggen van dit puntenverschil. Zij lijken bovendien eveneens te moeten aantonen dat die gebrekkigheden van die aard zijn dat een nieuwe, rechtmatige beoordeling - voor hen positiever, voor de gekozen inschrijver negatiever - hun score niet alleen boven die van de gekozen inschrijver kan uittillen, maar ook boven de scores van de tweede en derde geklasseerde. Daarbij moet worden bedacht dat daartoe het neerhalen van alleen de score van de gekozen inschrijver niet volstaat en te dezen de scores van de tweede en derde geklasseerde inschrijver juist niet aan kritiek worden onderworpen. De beoordeling van het belang is dus maar mogelijk na de beoordeling van de middelonderdelen. 9.1.
- Ten aanzien van het eerste gunningscriterium stellen de verzoekende partijen dat in het analyseverslag van aCMG wordt vermeld dat een A4-bladzijde met ruwe opgave van de oppervlakte zonder meetstaat wordt medegedeeld. Dit is volgens hen in strijd met de werkelijkheid : in hun offerte wordt immers in de verplichte toelichtingsnota van vijf bladzijden een duidelijk beeld XII-5584-6/13 geschetst van de oppervlakten en dit in detail voor niveau 0 en voorts een overzicht voor alle verdiepingen gegeven; voor de gekozen inschrijver vermeldt dit verslag trouwens ook dat er geen meetstaat gevoegd is en geen kwantitatieve analyse voorligt, doch deze inschrijver krijgt wel het dubbel van de punten die de verzoekende partijen krijgen. 9.1.
- Het eerste gunningscriterium betreft “Kritisch en gemotiveerd onderzoek van de behoeften en van het programma van de werken (bijlage 4) van de opdrachtgever en het geven van gepaste antwoorden voornamelijk met betrekking tot de werking op de locatie. In die analyse zal rekening worden gehouden met het reglementair aspect. - Weging : 25 punten”. De verzoekende partijen kregen 10 punten, de tussenkomende partij
- In het verslag aCMG wordt meer gezegd dan de verzoekende partijen voorhouden. Voluit wordt immers het volgende vermeld : “Een A4-bladzijde met ruwe opgave van de oppervlakte zonder meetstaat, verdeling per entiteit of te voorziene zalen. Het is onmogelijk om de pertinentie van de beraadslaging te controleren op basis van de gevraagde programmatie” [voor “beraadslaging” staat “réflexion” in de originele versie van het verslag wat eerder kritisch en gemotiveerd onderzoek betekent]. Wat de offerte van de tussenkomende partij betreft wordt gesteld : “De kwalitatieve analyse bestaat uit een architecturale reflectie die rekening houdt met de verschillen tussen de verdiepingen en de toegang voor PMB’s. Geen kwantitatieve analyse (geen meetstaat van de oppervlakten), maar wel voorstellen voor de lay-out van de oppervlakten van de opstanden met omschrijving van het soort zaal”. Het belangrijkste element bij dit gunningscriterium lijkt de kernvraag die de inschrijver moet oplossen namelijk aantonen dat er een “Kritisch en gemotiveerd onderzoek van de behoeften en van het programma” van de opdrachtgever is gebeurd en daarop gepaste antwoorden geven. In de offerte van de verzoekende partijen staat na tussenblad 2 de “Visie ontwerper”; daarbij zijn naast teksten vrij rudimentaire schetsen opgenomen van de diverse verdiepingen. In de offerte van de tussenkomende partij is er een nota die de eerste vier gunningscriteria betreft en vervolgens zijn een tiental vrij gedetailleerde plannetjes opgenomen. XII-5584-7/13 Prima facie kunnen de verzoekende partijen dan ook niet worden bijgevallen waar zij de door haar besproken puntentoekenning, aan henzelf en aan de gekozen inschrijver en meer aan de laatstgenoemde, als “kennelijk onredelijk” of “niet draagkrachtig gemotiveerd” aanmerken : bij de voorstelling van het criterium in het bestek stond er overigens niet dat een meetstaat vereist was. In de offerte van inschrijver DDS & Partners, die het maximum der punten bekwam, is het gevraagde juist bijzonder uitgewerkt : eerst in een doorlopende tekst van drie bladzijden, voorts in een erg gedetailleerd ontwerp van de diverse verdiepingen. 9.2.
- Wat het tweede gunningscriterium betreft, wordt door de verzoekende partijen betoogd dat in het analyseverslag van aCMG vermeld wordt dat een “beperkte paragraaf” aandacht aan het onderwerp milieu en energie besteedt maar “slechts algemeen en niet specifiek” doch zulks in strijd met de werkelijkheid is: de offerte wijdt één volledige bladzijde -op een maximum van vijf opgelegde bladzijden - aan ecologie; ook onder de rubriek bouwkundige technieken is er sprake van bijdragen tot een betere ecologie en duurzaamheid zoals holtevloeren, betonkernactivering, akoestische demping, geprefabriceerde bouwelementen; in het analyse verslag van de administratie wordt zelfs een hele bespreking gehouden aan de milieu- en energiezorg zoals die behandeld werd in de offerte van de verzoekende partijen. Voor de gekozen inschrijver vermeldt dit verslag dat de aanstelling van een ingenieur speciale technieken als gunstig wordt beschouwd terwijl het bestek echter uitdrukkelijk bepaalt dat deze studies niet in de opdracht begrepen zijn en deel zullen uitmaken van een afzonderlijke aanbesteding. 9.2.
- Het tweede gunningscriterium betreft “De milieuzorg en de energiezorg die blijkt uit de inschrijving - Weging : 15 punten”. De verzoekende partijen verkregen 3 punten, de tussenkomende partij het maximum van 15 punten. In het verslag aCMG wordt over de offerte van de verzoekende partijen het volgende vermeld : “Op bladzijde 5 en 8 besteedt een kleine paragraaf aandacht aan het onderwerp maar in het algemeen en niet specifiek over het project” en over de offerte van tussenkomende partij : “Stelt een methodologie voor en beveelt een gezamenlijk werk aan met de EPG-adviseur, de Architect en de Ingenieur bijzondere technieken om de Energiebesparingsdoelstellingen te bereiken”. Op het eerste gezicht lijkt de verwerende partij het aldus niet bij het verkeerde eind te te hebben met haar feitelijke beoordeling; de samenvatting in het verslag van de administratie lijkt evenzeer te gaan over de bewuste paragrafen. XII-5584-8/13 De verzoekende partijen lijken bepaalde van hun bijzondere technieken volledig positief aan te rekenen voor milieuzorg en energiezorg hetgeen echter niet evident lijkt - in de offerte zelf erkennen zij zelf alvast dat hun techniek van betonkernactivering tot een iets hoger energieverbruik leidt. Inzage van de offerte van de tussenkomende partij lijkt daarentegen te leren dat die een anderhalve bladzijde aan de milieutechnieken besteedt; er worden concrete oplossingen gegeven; er is inderdaad op het einde van de uiteenzetting sprake van dat het geheel van de oplossingen geïntegreerd dient te worden met de voorstellen van de ingenieurs speciale technieken, doch op zich lijkt dit niet aan te geven dat hier oplossingen gegeven worden die slechts door ingenieurs bijzondere technieken mogen worden voorgesteld; de tussenkomende partij heeft het bovendien slechts over een samenwerking met dergelijke ingenieurs. Aldus lijken de kritieken van de verzoekende partijen niet meteen te kunnen worden aanvaard. Hoe dan ook lijkt niet aangetoond dat de offerte van de tussenkomende partij minder punten diende te krijgen dan die van de verzoekende partijen. 9.3.
- Wat het vierde gunningscriterium betreft, doen de verzoekende partijen gelden dat in het analyseverslag van aCMG vermeld wordt dat de planning niet te vinden is in het dossier: dit is in strijd met de werkelijkheid; trouwens in het analyseverslag van de administratie wordt de planning wel beschreven doch geschiedt de berekening van de termijnen foutief; in de offerte zit een rubriek “Verantwoording en belangrijke troeven van AAA cvba en Planning”; daar zit een termijnopgave in; deze resulteert in een termijn van 74 dagen; het analyseverslag van de administratie had het verkeerdelijk over 150 dagen; de termijn bij de tussenkomende partij is 122 dagen; de verzoekende partijen hadden hier dus meer punten moeten krijgen. 9.3.
- Het vierde gunningscriterium betreft : “De termijn voor de studies en de kwaliteit van de documenten die de aannemer zal bezorgen aan de opdrachtgever. Elke fase van de opdracht zal uitvoerig worden beschreven wat de termijnen betreft en wat de bezorgde documenten betreft. De termijnen worden uitgedrukt in kalenderdagen. - Weging : 10 punten”. De verzoekende partijen krijgen 3 punten, de tussenkomende partij 8 punten. In het verslag aCMG wordt over de offerte van de verzoekende partijen het volgende vermeld : “Planning niet te vinden in het dossier. Het punt kwaliteit van de documenten wordt niet behandeld”, over de offerte van de tussenkomende partij hetgeen volgt : “De inschrijver heeft een planning bezorgd. XII-5584-9/13 De termijn tussen het begin en de indiening van de vergunning (zonder goedkeuringstermijn van de opdrachtgever) : 4 maanden, dit lijkt ons kort. Hij stelt voor om de detailstudies aan te vatten voordat de stedenbouwkundige vergunning is afgegeven. Termijn voor het uitwerken van het definitieve project : 3 maanden De kwaliteit van de te bezorgen documenten wordt niet aangekaart : certificatie COQUAL van Coop Arch zou daarvoor garant moeten staan”. Los van de vraag of de verzoekende partijen in al hun exemplaren wel het deel planning hadden opgenomen lijkt te moeten worden vastgesteld dat een heroverweging van dit criterium - dat slechts voor 10 punten tussenkomt - niet meteen lijkt te moeten leiden tot een voor de verzoekende partijen hogere score dan die van de tussenkomende partij : de berekening van de planning zoals die zou zijn opgenomen in de offerte van de verzoekende partijen is niet evident, het verslag van de administratie heeft het over 150 dagen, de verzoekende partijen thans in hun verzoekschrift over 74 dagen; voorts wordt er volgens het verslag aGMC geen aandacht besteed in de offerte van de verzoekende partijen aan de kwaliteit van de documenten, element van het gunningscriterium; het verslag stelt dit uitdrukkelijk vast en de verzoekende partijen brengen daar niets tegen in. In de offerte van de tussenkomende partij is daarentegen een rubriek opgenomen in het onderdeel toetsing gunningscriteria, over “planning (& gestion de projet) (projectbeheer)” met een diagram van de tijdsduur. In deze offerte wordt wat de kwaliteit van de documenten verwezen naar een certificaat; bij de verzoekende partijen lijkt er niet te zijn gehandeld over de kwaliteit. Globaal gezien lijkt de eventuele herbeoordeling aan de hand van dit criterium geen aanleiding te moeten geven tot een hogere score van de verzoekende partijen dan die van de tussenkomende partij. 9.4.
- Betreffende het vijfde gunningscriterium stellen de verzoekende partijen dat in het analyseverslag van aCMG wordt vermeld dat het gedeelte “organisatie” niet antwoordt op de gestelde vraag. Zij noemen dit nietszeggend want zulks staat niet toe de hiaten te kennen. Voorts is die vaststelling onjuist nu in het analyseverslag van de administratie er wel degelijk wordt opgemerkt dat de verzoekende partijen het aantal architecten bespreekt en opgeeft; de verzoekende partijen wensen wel op te merken dat dit verslag onjuist is, aangezien het projectteam 5 architecten bevat in plaats van 3 met 2 stagiaires. XII-5584-10/13 9.4.
- Het vijfde gunningscriterium betreft “Hoedanigheid van het voorgestelde multidisciplinair team en voorgestelde werkmethode voor de ingrepen - Weging : 15 punten”. De verzoekende partijen krijgen 3 punten, de tussenkomende partij 12 punten. In het verslag aCMG wordt over de offerte van de verzoekende partijen het volgende vermeld: “Het gedeelte ‘Organisatie’ antwoordt niet op de gestelde vraag. Heeft positief geantwoord op de gestelde vraag en aangetoond dat er coherentie is tussen de omzet en het aantal personen in dienst. Het voorgestelde fluxoprogramma inzake organisatie van het project is algemeen en houdt geen rekening met de specifieke kenmerken van het project (ondermeer het aspect patrimonium)” en over de offerte van tussenkomende partij : “16 personen. Coop Arch heeft terdege aangetoond dat geen discrepantie is tussen het omzetcijfer en het aantal medewerkers. Er wordt een gedetailleerde methodologie uiteengezet, die evenwel niet specifiek voor het project is.” In de offerte van de verzoekende partijen steekt na tussenblad 5 een opsomming van de personeelsbezetting van verzoekende partij AAA; de partner in de tijdelijke handelsvennootschap, EER, is hier echter niet voorgesteld. In de offerte van de tussenkomende partij, een coöperatieve vennootschap, is een voorstelling van de leden opgenomen. Er is dan blijkbaar bij brief van 8 augustus 2008 een vraag gesteld door de verwerende partij aan de verzoekende partijen, dus na opening der offertes, waarop geantwoord is met een brief van 15 augustus
- Dit lijkt de betekenis van de zinnen “Het gedeelte ‘organisatie’ antwoordt niet op de gestelde vraag. Heeft positief geantwoord op de gestelde vraag en aangetoond dat er coherentie is tussen de omzet en het aantal personen in dienst”. Er zou daarbij zelfs kunnen worden vastgesteld dat de verzoekende partijen na opening ervan, hun offerte fundamenteel lijken te hebben aangevuld. Inzake de voorgestelde werkmethode voor de ingrepen hebben de verzoekende partijen blijkbaar geen kritiek op de beoordeling door aCMG. De offerte van de tussenkomende partij lijkt in elk geval blijk te geven van een gedifferentieerd, multidisciplinair personeelsbestand. Aldus lijkt prima facie een beoordeling in het voordeel van de tussenkomende partij niet op ondeugdelijke gronden te steunen.
- Uit hetgeen voorafgaat lijkt te moeten worden afgeleid dat de verzoekende partijen niet overtuigend aantonen dat de puntentoekenning op de besproken vier gunningscriteria dermate gevitieerd was dat er mogelijkheid was om hun meer punten toe te kennen bij een herbeoordeling op een wijze dat ze in totaal XII-5584-11/13 meer punten zouden hebben kunnen verkrijgen dan de gekozen inschrijver. Hoogstens zouden de puntenscores wat naar elkaar toe kunnen verschuiven, doch de verzoekende partijen lijken de voormelde vereiste inhaalbeweging niet te kunnen waarmaken na een eventuele herbeoordeling. Bovendien lijkt nergens uit voort te vloeien dat bij een dergelijke herbeoordeling de score van de verzoekende partijen, abstractie gemaakt van de bij veronderstelling neerwaartse herpositionering van de gekozen inschrijver, ook de niet betwiste scores van de tweede en derde inschrijver zouden overtreffen. De verzoekende partijen hebben aldus hun belang bij hun enig middel niet aangetoond. Aldus is niet voldaan aan de in het voormelde artikel 17 vermelde voorwaarde, dat het middel de nietigverklaring kan verantwoorden. Die vaststelling volstaat om de gevraagde schorsing af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de CVBA “Societé Civile Coopérative d’Architecture, de Rénovation et d’Urbanisme” in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. XII-5584-12/13 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig oktober 2008, door : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-5584-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.437 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.