← België

Arrest 187567 - Penitentiair recht - 31/10/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.567 Rolnummer: A. 188520/IX-5941 Zaak: Arrest 187567 - Penitentiair recht - 31/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-28 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 08:48 Fiche Arrest nr 187.567 van 31 oktober 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.567 van 31 oktober 2008 in de zaak A. 188.520/IX-

  1. In zake : Aamir ABBAS, die woonplaats kiest bij advocaat J. MILLEN, kantoor houdende te HOESELT, Tongersesteenweg 4 bus 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Aamir ABBAS op 10 juni 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de gevangenisdirecteur van 6 mei 2008 in het kader van een tuchtprocedure waarin verzoeker een tuchtsanctie opgelegd kreeg van : - 9 dagen strafcel; - 6 maanden individuele wandeling; - 6 maanden geen gemeenschappelijke activiteiten; - 6 maanden glasbezoek; - niet bijwonen van de eredienst”; Gelet op het arrest nr. 184.258 van 16 juni 2008, waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijk- heid van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partij op 23 juni 2008; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 20 augustus 2008, van de mededeling bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; IX-5941-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft te dezen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd VOORZITTER : Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-5941-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 31 oktober 2008, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-5941-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.567 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.258 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.