id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.572 Rolnummer: A. 184705/XIV-29695 Zaak: Arrest 187572 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 31/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-12 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:48 Fiche Arrest nr 187.572 van 31 oktober 2008 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.572 van 31 oktober 2008 in de zaak A. 184.705/XIV-29.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. VAN ROSSEM, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Boomgaardstraat 93 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Nepalese nationaliteit, op 6 augustus 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 534 van 3 juli 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 1229 van 31 augustus 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur R. VERCRUYSSEN, op grond van artikel 19 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 9 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 december 2007; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HAEGEMAN, die loco advocaat S. VAN ROSSEM verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché L. DECROOS, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen; XIV-29.695-1/3 Gehoord het andersluidend advies van auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel onder meer opwerpt dat de vordering volgens de motivering van het bestreden arrest niet-ontvankelijk is bij gebrek aan het wettelijk vereist rechtmatig belang, dit omwille van het feit dat de verzoekende partij niet van bij de aanvang duidelijk heeft gemaakt dat zij met een eigen paspoort heeft gereisd of dit paspoort minstens heeft aangevraagd, dat de voorwaarden om te ressorteren onder het Vluchtelingenverdrag of om de subsidiaire beschermingsstatus toe te kennen echter niet zijn onderzocht en dat de reisweg en het bezit van een paspoort elementen in het asielrelaas zijn doch niet van aard zijn om een asielaanvraag niet langer te onderzoeken;
- Overwegende dat het algemeen rechtsbeginsel “fraus omnia corrumpit” er niet aan in de weg staat dat een vreemdeling, ten overstaan van wie door de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen een beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus en weigering van de subsidiaire beschermingsstatus is genomen, over het vereiste belang beschikt om die beslissing met een beroep bij de toenmalige Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen aan te vechten, tenzij zou blijken dat het beroep tot nietigverklaring zelf door bedrog is aangetast; dat de eventuele ongegrondheid van het beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, later behandeld door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, niet volstaat om dat beroep als niet-ontvankelijk omwille van het voornoemd algemeen rechtsbeginsel te beschouwen; dat de verzoekende partij er immers belang bij heeft om de vaststelling aan te vechten dat zij de Belgische autoriteiten op intentionele wijze zou hebben misleid; dat het middel in die mate niet kennelijk ongegrond is; Overwegende, nu de kamer het niet eens is met de conclusies van het verslag, het cassatieberoep overeenkomstig de artikelen 13 tot 18 van het koninklijk besluit van 3 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State, wordt voortgezet, XIV-29.695-2/3 BESLUIT: Artikel
- Het cassatieberoep wordt voortgezet overeenkomstig de artikelen 13 tot 18 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie- procedure bij de Raad van State. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op éénendertig oktober tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-29.695-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.572 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.937 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.904 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.