id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.573 Rolnummer: A. 184493/XIV-29614 Zaak: Arrest 187573 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 31/10/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-20 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:48 Fiche Arrest nr 187.573 van 31 oktober 2008 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.573 van 31 oktober 2008 in de zaak A. 184.493/XIV-29.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat N. BIKKEMBERGS, kantoor houdende te 3940 HECHTEL-EKSEL, Hasseltsebaan 41 bus 1 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraakse nationaliteit, op 24 juli 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 301 van 22 juni 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 1122 van 10 augustus 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 10 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 maart 2008; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, bijgestaan door advocaat N. BIKKEMBERGS en van attaché L. DECROOS, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; XIV-29.614-1/3 Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending van artikel 149 van de Grondwet, van artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) en van artikel 16 van het koninklijk besluit van 21 december 2006 houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opwerpt; dat de verzoekende partij aanvoert dat zij volgens het bestreden arrest geen concreet element m.b.t. de subsidiaire beschermingsstatus heeft aangevoerd terwijl de bewijslast wat dat betreft op haar rust zodat die status niet kan worden toegekend, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen uit het oog verliest dat de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 31 oktober 2006 in een niet- terugleidingsclausule voor de verzoekende partij voorzag, dat de toestand in Irak nog steeds actueel is, dat er dus concrete elementen zijn en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet zonder verdere motivering tot een gebrek aan concrete elementen kon besluiten, dat de algemene situatie in Irak algemeen bekend is, dat ook met de voorheen in de asielprocedure aangebrachte elementen rekening moet worden gehouden en dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift van 22 januari 2007 wel degelijk naar de niet-terugleidingsclausule heeft verwezen;
- Overwegende dat de aanvrager van de subsidiaire beschermingsstatus, met name wat betreft de vraag of hij bij een terugkeer naar het land van herkomst een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet zou lopen, niet met een verwijzing naar de algemene toestand in het land van herkomst kan volstaan maar dat hij enig verband met zijn persoon aannemelijk moet maken, ook al is daartoe geen bewijs van een individuele bedreiging vereist; dat de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen aan het slot van zijn weigeringsbeslissing van 31 januari 2006 de aandacht van de minister van Binnenlandse Zaken heeft gevestigd op het feit dat het, rekening houdend met de algemene situatie van onveiligheid in instabiliteit in Irak, geenszins is aangewezen afgewezen Iraakse asielzoekers gedwongen terug naar Irak te leiden; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden arrest in antwoord op een algemene verwijzing door de verzoekende partij naar de voornoemde algemene opmerking van de commissaris-generaal, kon volstaan met de vaststelling dat de verzoekende partij geen concreet element heeft aangevoerd; dat de motiveringsplicht als vormvereiste voor XIV-29.614-2/3 jurisdictionele beslissingen daarmee niet is geschonden, zodat het enige middel ongegrond is;
- Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; dat het cassatieberoep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op éénendertig oktober tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-29.614-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.573 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.