id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.682 Rolnummer: A. 161904/XII-4440 Zaak: Arrest 187682 - Diploma's - 04/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-20 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:49 Fiche Arrest nr 187.682 van 4 november 2008 Onderwijs en cultuur - Diploma's Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.682 van 4 november 2008 in de zaak A. 161.904/XII-
- In zake : Kristiaan BAEYENS, die woonplaats kiest te Sint-Katelijne-Waver, Leemstraat 79 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep Midden-Brabant, die woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220 bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Kristiaan Baeyens op 21 april 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 28 oktober 2004 van de algemeen directeur van de scholengroep "Midden-Brabant" van het Gemeenschapsonderwijs waarbij een bezwaarschrift van verzoeker onontvankelijk wordt verklaard; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Weekers; Gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan verzoeker op 29 april 2008; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 14quater, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij hij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; XII-4440-1/4 Gelet op het schrijven van verzoeker van 3 juli 2008, waarbij hij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 29 juli 2008, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 16 september 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. Van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van advocaat J. Fransen, die loco advocaat M. Stommels verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Weekers; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : In het auditoraatsverslag wordt de onontvankelijkheid van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan verzoeker melding gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, van voornoemd besluit van de Regent. Ter terechtzitting betoogt verzoeker vooreerst dat hij enkel kennis kreeg van het auditoraatsverslag, maar niet van enig schrijven van de griffie. Gelet op die verklaring wordt aan verzoeker het dossier voorgelegd. In het griffiedossier van de zaak blijkt het afschrift te zitten van de 24 april 2008 gedateerde brief, geadresseerd aan het adres van woonplaatskeuze van verzoeker. Die brief is de gebruikelijke typebrief, aangevuld met het adres van de bestemmeling in de bovenhoek om te dienen als adres bij een vensterenvelop, en waarin door de hoofdgriffier wordt gewezen op de termijn van dertig dagen om een laatste memorie met, in voorkomend geval, een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging in te dienen. In die brief wordt ook uitdrukkelijk melding gemaakt van het bepaalde in artikel 21, zesde lid, en artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en in artikel 14quater, van het besluit van de Regent van XII-4440-2/4 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bepalingen waarvan ook de tekst op de keerzijde van de brief wordt weergegeven. Het ontvangstbewijs van de kennisgeving is gedagtekend op 29 april 2008, wat ook de datum is van de poststempel van terugzending. Het griffiedossier maakt bijgevolg aannemelijk dat de kennisgeving in kwestie wel degelijk is gebeurd door middel van de bedoelde brief van 24 april 2004, aan het adres van woonplaatskeuze van verzoeker. Hiermee geconfronteerd, volhardt verzoeker niet meer zo stellig als eerst de kennisgeving niet te hebben ontvangen maar oppert hij dat hij wellicht enkel het auditoraatsverslag uit de omslag heeft gehaald en niet het begeleidend schrijven. Die envelop blijkt ook niet bewaard te zijn gebleven. Verzoeker kan niet overtuigen dat, spijts de gegevens van het dossier, de kennisgeving niet zou zijn gebeurd. Verzoeker heeft evenwel binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te zijner aanzien een vermoeden van afstand van het geding. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. XII-4440-3/4 Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier november 2008, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4440-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.682 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.