← België

Arrest 187720 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.720 Rolnummer: A. 189092/X-13857 Zaak: Arrest 187720 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-27 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:49 Fiche Arrest nr 187.720 van 4 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.720 van 4 november 2008 in de zaak A. 189.092/X-13.

  1. In zake :
  2. Patrick HUGAERT,
  3. Eddy DAUWE, die woonplaats kiezen bij advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te 9100 SINT-NIKLAAS, Vijfstraten 57 tegen : de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. tussenkomende partij : de b.v.b.a. GUVI, die woonplaats kiest bij advocaat A. PATYN, kantoor houdende te 9940 EVERGEM, Schoonstraat
  4. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Patrick HUGAERT en Eddy DAUWE op 24 juli 2008 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 5 juni 2008 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij het beroep van de b.v.b.a. GUVI ingesteld tegen het besluit van 9 januari 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kaprijke houdende weigering aan de b.v.b.a. GUVI van de vergunning voor het bouwen van een tankstation en het slopen van bestaande gebouwen op een perceel gelegen te Kaprijke, Voortstraat 23, kadastraal bekend sectie C, nr. 866/b, wordt ingewilligd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-13.857-1/6 Gelet op de beschikking van 22 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. VAN NIEUWENHOVE; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. BURM, die loco advocaat W. DE CUYPER verschijnt voor de verzoekende partijen, van bestuurssecretaris M.-A. DE GEEST, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat A. PATYN, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  5. De rechtspleging Met een verzoekschrift van 11 augustus 2008 heeft de b.v.b.a. GUVI gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  6. De feiten 2.
  7. De tussenkomende partij beoogt de uitbating van een tankstation aan de Vaartstraat 23 in Kaprijke. Het betrokken perceel is volgens het gewestplan Eeklo-Aalter, vastgesteld bij koninklijk besluit van 24 maart 1978, gelegen in woongebied met landelijk karakter. De eerste verzoeker woont in dezelfde straat, naar eigen zeggen 250 meter verder. De tweede verzoeker woont rechtover het betrokken perceel. 2.
  8. Op 8 november 2007 verleent de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen aan de tussenkomende partij een milieuvergunning voor de exploitatie van het tankstation. Deze vergunning werd niet aangevochten. X-13.857-2/6 2.
  9. Op 2 juli 2007 (datum van het ontvangstbewijs) dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kaprijke een aanvraag in voor een stedenbouwkundige vergunning voor het slopen van het bestaande gebouw op het betrokken perceel en voor de aanleg van een tankstation. 2.
  10. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek dienen zowel de verzoekers als een aantal andere omwonenden bezwaarschriften in waarbij zij onder meer argumenten aanbrengen met betrekking tot de geur- en geluidshinder en de te verwachten verkeersdrukte. 2.
  11. Op 9 januari 2008 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kaprijke de door de tussenkomende partij gevraagde stedenbouwkundige vergunning. Uit de motivering van de weigeringsbeslissing blijkt dat het college uitging van verkeersproblemen, zowel omwille van de nabijheid van een geplande gemeentelijke KMO-zone als van een geplande op- en afrit van de N49, die in de toekomst tot autosnelweg zou worden omgevormd. Tevens stelt het college dat de draagkracht zou worden overschreden van wat als een normale omgevingslast kan worden beschouwd. 2.
  12. Op 5 juni 2008 verleent de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen op administratief beroep, ingesteld door de tussenkomende partij, de bouwvergunning, zij het met een kleine aanpassing.
  13. De ontvankelijkheid De verwerende partij betwist het belang van de eerste verzoeker bij de vordering. Er is geen noodzaak om over die exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie is immers slechts nodig indien vast zou komen te staan dat de voorwaarden voor het inwilligen van de schorsing vervuld zouden zijn, wat, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is. X-13.857-3/6
  14. De voorwaarden tot schorsing 4.
  15. Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.
  16. Voor wat betreft de tweede voorwaarde voeren de verzoekers aan dat zij beiden hinder zullen ondervinden van het bijkomende verkeer dat afkomstig is van de nabijgelegen autoweg N49, die in de toekomst volledig zal worden omgevormd tot een autosnelweg met een op- en afrittencomplex ter hoogte van de Vaartstraat. Die bijkomende verkeersdrukte zal ook de verkeersveiligheid in het gedrang brengen. Met betrekking tot de tweede verzoeker, die recht tegenover het betrokken perceel woont, wordt aangevoerd dat ook de visuele hinder door het uitzicht op het tankstation neerkomt op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Dit is ook het geval voor de lawaaihinder van de gebruikers van het tankstation. Die lawaaihinder zal zich ook ’s nachts voordoen, nu het tankstation onbemand is en ook ’s nachts kan worden gebruikt. 4.
  17. Uit de geplande omvorming van de N49 tot een autosnelweg en uit de geplande aanleg van een op- en afrittencomplex in de nabijheid kan nog niet worden besloten dat het geplande tankstation in die mate bezocht zal worden door gebruikers van die toekomstige autosnelweg dat er sprake is van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Hooguit gaat het om een toekomstig nadeel, waarvan de omvang door de verzoekers wordt geponeerd zonder dat zij dit verder staven aan de hand van concrete en objectieve gegevens. De tweede verzoeker toont voorts niet aan waaruit de visuele hinder concreet bestaat. Het feit dat een woning wordt vervangen door een tankstation volstaat alleszins niet om een ernstig nadeel aan te tonen. Voor wat betreft de door de tweede verzoeker ingeroepen geluidshinder wordt niet aannemelijk gemaakt dat het aantal gebruikers van het tankstation en het geluid dat zij veroorzaken, van die aard is dat dit voor deze verzoeker een ernstige geluidshinder met zich zal meebrengen. Die geluidshinder X-13.857-4/6 had overigens aan bod kunnen komen in de milieuvergunning van 8 november 2007, die door de verzoekers niet werd aangevochten. De verzoekers maken derhalve niet aannemelijk dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit hen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent of dreigt te berokkenen. 4.
  18. Er is niet voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te bevelen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  19. Het verzoek tot tussenkomst van de b.v.b.a. GUVI wordt ingewilligd. Artikel
  20. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  21. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. X-13.857-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier november 2008, door : de H. J. VAN NIEUWENHOVE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. VAN NIEUWENHOVE. X-13.857-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.720 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.010 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.