id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.737 Rolnummer: A. 70045/IX-864 Zaak: Arrest 187737 - Tucht (openbaar ambt) - 05/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-01 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:49 Fiche Arrest nr 187.737 van 5 november 2008 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.737 van 5 november 2008 in de zaak A. 70.045/IX-
- In zake : Danny HUYGHEBAERT, die woonplaats kiest bij advocaat I. HEUGHEBAERT, kantoor houdende te VEURNE, Zuidstraat 39 bus 8 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Danny HUYGHEBAERT op 25 juli 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : - het besluit van het College van secretarissen-generaal van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 28 mei 1996 waarbij tegen hem de tuchtstraf “afzetting” definitief wordt uitgesproken; - het besluit van het College van secretarissen-generaal van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 22 juli 1996 waarbij tegen hem de vermelding “onvoldoende” definitief wordt uitgesproken; Gelet op het arrest nr. 182.452 van 28 april 2008 waarbij de vordering tot nietigverklaring van het bestreden besluit van het College van secretarissen-generaal van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 28 mei 1996 waarbij tegen Danny Huyghebaert de tuchtstraf “afzetting” definitief wordt uitgesproken wordt vernietigd, en waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat belast wordt met een aan vullend onderzoek, meer bepaald in verband met het beroep tegen het besluit van het College van secretarissen-generaal van 22 juli 1996 waarbij tegen Danny Huyghebaert definitief de vermelding “onvoldoende” wordt uitgesproken; Gezien het aanvullend verslag opgesteld door eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; IX-864-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 22 juli 2008; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 26 september 2008, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IX-864-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 5 november 2008, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-864-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.737 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.452 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.