← België

Arrest 187738 - Varia (openbaar ambt) - 05/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.738 Rolnummer: A. 154744/IX-4623 Zaak: Arrest 187738 - Varia (openbaar ambt) - 05/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-01 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-29 08:49 Fiche Arrest nr 187.738 van 5 november 2008 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.738 van 5 november 2008 in de zaak A. 154.744/IX-

  1. In zake :
  2. Henk CUYPERS, wonende te ERPS-KWERPS, Diestbrugstraat 32
  3. Johan CUYPERS, wonende te TREMELO-BAAL, Villadreef 3
  4. Maria LAGAE, wonende te LEUVEN, Boskantlaan 4
  5. Dirk MATTENS, wonende te KERKSKEN, Landlede 25
  6. Dirk NUYTS, wonende te KESSEL-LO, Jozef Wautersstraat 66
  7. Beatrix VAN ENDE, wonende te HASSELT, Carnegielaan 31 tegen : het Vlaams Parlement, voor wie optreedt zijn voorzitter, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46 bus
  8. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Henk CUYPERS, Johan CUYPERS, Maria LAGAE, Dirk MATTENS, Dirk NUYTS en Beatrix VAN ENDE op 13 augustus 2004 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : - de beslissing van 17 mei 2004 waarbij het Bureau van het Vlaams Parlement beslist om niet in te gaan op de vraag om het stelsel van verhoogde anciënniteit bij indiensttreding toe te passen zoals dit tussen 9 juli 2003 en 22 oktober 2003 krachtens artikel 12.6 van het Personeelsstatuut van toepassing was; en - de ermee onlosmakelijk verbonden beslissingen van het Bureau van 8 december 2003 met name de beslissing waarbij het Bureau eenparig beslist heeft over IX-4623-1/4 “verzoeken van personen die menen aanspraak te kunnen maken op verworven rechten op basis van het geciteerde artikel zoals het tussen 9 juli en 22 oktober 2003 geformuleerd was, telkens een specifieke beslissing te nemen en de secretaris-generaal de opdracht te geven te onderzoeken hoeveel personen in dat geval zijn” en de eenparige beslissing waarbij “de concrete vraag van het personeelslid dat meent aanspraak te kunnen maken op verworven rechten positief te beantwoorden en het Algemeen Secretariaat de opdracht te geven bij de berekening van de anciënniteit blijvend rekening te houden met de anciënniteit die dit personeelslid verworven heeft bij andere overheden en het salaris van de betrokkene in die zin met terugwerkende kracht aan te passen”; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op respectievelijk 4, 9, 12 en 23 juli 2008 en op 4 augustus 2008; Gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 27 en 29 september 2008 en op 1 en 4 oktober 2008, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, IX-4623-2/4 OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de onontvankelijkheid van het beroep voorgesteld. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
  9. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 1050 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een zesde. IX-4623-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 5 november 2008, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-4623-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.738 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.