← België

Arrest 187780 - Natuurbehoud - Vergunningen - 06/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.780 Rolnummer: A. 162388/VII-37139 Zaak: Arrest 187780 - Natuurbehoud - Vergunningen - 06/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-02 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:50 Fiche Arrest nr 187.780 van 6 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.780 van 6 november 2008 in de zaak A. 162.388/VII-37.

  1. In zake : 1.Yvonne PARANT (overleden), van wie het rechtsgeding hervat wenst te worden door : Micheline DOOMS en Jean-Pierre DOOMS,
  2. Micheline DOOMS,
  3. Jean-Pierre DOOMS, die woonplaats kiezen bij advocaten P. DE MAEYER en A. VERRIEST, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan 7 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Yvonne PARANT, Micheline DOOMS en Jean-Pierre DOOMS op 9 mei 2005 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 4 februari 2005 houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en de agrarische structuur : Onderdelen van natuurgebieden "Ster der Zee" en "Schipgatduinen", "in de mate dat het perceel gelegen te Koksijde-Oostduinkerke, aan de Goede Aardestraat en de Guido Gezellelaan, kadastraal bekend sectie F, nr. 1089 tot natuurgebied wordt bestemd en als Grote Eenheid Natuur wordt beschouwd"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; VII-37.139-1/11 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 8 september 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 16 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. DE LANGE die, loco advocaten P. DE MAEYER en A. VERRIEST verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat P. LOUAGE die, loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  5. De feiten 1.
  6. De verzoekende partijen waren op het ogenblik van de indiening van het verzoekschrift respectievelijk vruchtgebruikster en naakte eigenaars van een grond gelegen aan de Goede Aardestraat en de Guido Gezellelaan te Koksijde-Oostduinkerke, kadastraal bekend, vierde afdeling, sectie F, nr.
  7. Sinds het overlijden van eerste verzoekster op 25 december 2005 zijn de tweede en de derde verzoekende partijen volle eigenaars van deze grond. 1.
  8. Voornoemd perceel was overeenkomstig het gewestplan Veurne-Westkust, vastgesteld bij koninklijk besluit van 6 december 1976, gelegen in natuurgebied. Bij arrest nr. 23.328 van 2 juni 1983 vernietigde de Raad van State deze bestemming. VII-37.139-2/11 Het besluit van de Vlaamse regering van 18 november 1987 houdende aanvulling van het koninklijk besluit van 6 december 1976 houdende vaststelling van het gewestplan Veurne-Westkust, bestemde het betrokken perceel opnieuw tot natuurgebied. Bij arrest van de Raad van State nr. 64.368 van 4 februari 1997 wordt ook deze bestemming vernietigd, omdat niet wordt opgegeven waarom men afwijkt van het advies van de regionale commissie van advies. Bij besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1992 tot wijziging van voornoemd besluit van de Vlaamse regering van 18 november 1987, werd de grond van de verzoekende partijen opnieuw ingekleurd als natuurgebied. Bij arrest nr. 115.447 van 6 februari 2003 vernietigde de Raad van State andermaal dit besluit. 1.
  9. Op 12 december 2003 besluit de Vlaamse regering tot de voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna : gewestelijk RUP) voor de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en de agrarische structuur : Onderdelen van natuurgebieden "Ster der Zee" en "Schipgatduinen". In de toelichtingsnota bij dit ontwerp van gewestelijk RUP wordt het volgende gesteld : "Het betrokken perceel sluit onmiddellijk aan bij de Schipgatduinen en maakt er één samenhangend geheel mee uit. De Schipgatduinen bestaan hoofdzakelijk uit een goed ontwikkelde zeereep en een strook 'chaotisch voorduin'. De strand-duinovergang is in dit gebied landschappelijk vrij intact gebleven. In de zeereepduinen treffen we een goed aaneensluitende helmvegetatie met verspreid voorkomende Zeewolfsmelk aan. In het noordwesten van het terrein bevindt zich nog een zeer belangrijke populatie Blauwe distel. Verspreid in het gebied bevinden zich droge ijle mosvegetaties met onder meer Kleverige reigersbek, Kruipend stalkruid, Knolbeemdgras, ... Een populatie Heivlinder komt hier nog voor. In de Schipgatduinen werden ondermeer broedgevallen van (de) Kuifleeuwerik vastgesteld. De duinen van de Westkust kenmerken zich door hun uitzonderlijke breedte. Het nog gave duinlandschap van de Schipgatduinen dient dan ook behouden te blijven. Elke verdere bebouwing of het toelaten van hoogdynamische activiteiten impliceert de aantasting van de in de duinstreek schaarse resterende open ruimte en de vernietiging van de actuele en potentiële (...). Dit geldt zeker voor perceel F 1089 dat zich aan de grens met een bebouwd gebied bevindt. Aan de grenzen van het gebied moet het verder opschuiven van de randeffecten van residentiële bebouwing op het duinengebied vermeden worden. Het verder opschuiven van bebouwing brengt niet enkel de natuurwaarde van de duinen in het gedrang maar brengt ook het landschap belangrijke schade toe. Op perceel F 1089 zelf is duinvegetatie aanwezig, en het is gekenmerkt door een uitgesproken reliëf. Om die redenen is een bestemming die als hoofdfunctie natuurontwikkeling en -behoud garandeert aangewezen". VII-37.139-3/11 1.
  10. Op 7 september 2004 verleent de Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening (hierna : VLACORO) haar advies. 1.
  11. Op 28 december 2004 wordt de Raad van State, afdeling wetgeving, om advies gevraagd. Dit advies wordt verleend op 20 januari
  12. 1.
  13. Bij besluit van de Vlaamse regering van 4 februari 2005 wordt het gewestelijk RUP voor de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en de agrarische structuur: Onderdelen van natuurgebieden "Ster der Zee" en "Schipgatduinen" definitief vastgesteld. Dit besluit is, onder meer, als volgt gemotiveerd : "Overwegende dat de Vlaamse commissie voor ruimtelijke ordening een gunstig advies heeft uitgebracht, met voorwaarden zoals hieronder vermeld en waarbij volgende opmerkingen kunnen worden gemaakt : - 'bijsturing van de stedenbouwkundige voorschriften en het verordenend grafisch plan met respectievelijk een bijkomend artikel 'grote eenheid natuur de Westkust' en een overdruk'; aan deze voorwaarde werd voldaan door de voorschriften en het verordenend grafisch plan in die zin aan te passen; - 'correctie van tabel 2 van de toelichtingsnota, daar in de huidige juridische toestand 'gebieden van het Vlaams ecologisch netwerk' niet van toepassing is op het plangebied 'Schipgatduinen'. De opname van gebieden in het Vlaams Ecologisch Netwerk volgens de procedure van het decreet houdende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, is immers voorbehouden voor specifieke bestemmingen. In de huidige juridische toestand is geen VEN-waardige bestemming van toepassing (...) op het plangebied'; de kaarten en de tabel werden niet in die zin aangepast daar zij conform zijn met het goedkeuringsbesluit (dd 18 juli 2002) van de Vlaamse Regering betreffende de afbakening van het VEN 1e fase; het is niet aan de orde in het kader van de vaststelling van de documenten van huidig RUP om betrokken goedkeuringsbesluit 'buiten toepassing te laten' ook al zou men de geldigheid van de opname van de gebieden in het VEN kunnen betwisten op grond van problemen met de 'VEN-waardigheid' wegens het ontbreken van een bestemming; - 'desgevallend in de toelichtingsnota aangegeven wordt dat voorliggend gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor wat betreft het plangebied Schipgatduinen een herbestemming van woongebied naar natuurgebied betreft'; de toelichtingsnota werd niet in vermelde zin aangepast om die hieronder nog vermelde redenen - zie de overwegingen over het bezwaarschrift van de eigenaar van het betrokken perceel; (...) Overwegende dat de eigenares van het perceel begrepen in het plandeel 'Onderdeel natuurgebied Schipgatduinen' zich bij monde van haar raadsman in een bezwaarschrift verzet tegen een bestemming als natuurgebied op grond van een tweevoudige argumentatie : - het ontwerp van RUP geeft ten onrechte aan dat het perceel op vandaag geen bestemming heeft; het is namelijk bestemd als woongebied ingevolge het arrest nr. 23 328 van 2 juni 1983 van de Raad van State; de Raad oordeelt dat het de bedoeling van de stellers van het plan is geweest om het perceel in het woongebied op te nemen en dat (citaat uit het arrest door de raadsman) 'hoewel dit euvel reeds door middel van een erra(t)um kan worden VII-37.139-4/11 verholpen, het voor de duidelijkheid in het rechtsverkeer vereist is het grafische bestemmingsvoorschrift 'natuurgebied', waardoor de percelen bekend ten kadaster sectie F, nrs 1083, 1088, 1089 en 1011 voorkomen als bestemd tot natuurgebied, terwijl zij, blijkens de gegevens van het dossier, hadden moeten ingetekend worden als woongebied, te vernietigen'; - in ondergeschikte orde (in de hypothese dat het perceel geen bestemming zou hebben) zijn er geen redenen om het perceel een bestemming met hoofdfunctie natuur te geve(n); het perceel sluit niet aan bij de Schipgatduinen maar wel bij de bebouwde percelen in de omgeving; het ligt ten oosten van de vroegere gemeentegrens tussen Oostduinkerke en Koksijde die samenvalt met de grens tussen bebouwd en onbebouwd gebied, en met name aan de zijde van de bebouwing; Overwegende dat met betrekking tot dit bezwaarschrift en de argumentatie erin het volgende kan gesteld worden : - de stelling dat het perceel thans de bestemming woongebied heeft kan niet bijgetreden worden; om die reden precies is in de bestaande juridische toestand vermeld dat het perceel geen bestemming heeft; de Raad van State vernietigde in het geciteerde arrest 'het grafische bestemmingsvoorschrift', bij gebreke waarvan het perceel uiteraard geen bestemming meer had en heeft: er valt niet in te zien hoe artikel 5, 1.0 (woongebied), van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de gewestplannen, dat per verwijzing de voorschriften bepaalt die op gronden van toepassing zijn, voor het perceel van bezwaarindiener zou gelden zonder dat er ook een cartografische aanduiding is die effectief per verwijzing dit voorschrift op het concrete perceel van toepassing verklaart; de Raad kan tot het oordeel gekomen zijn dat de bedoeling van de planopstellers was om het perceel de bestemming woongebied te geven, maar dergelijke vaststelling van de Raad kan uiteraard op zich niet met verordenende kracht uitmaken dat het perceel die bestemming effectief heeft; door te stellen dat 'het euvel reeds door middel van een erratum kan worden verholpen' geeft de Raad precies aan dat er minstens een erratum nodig was om het perceel een wettige bestemming te geven, en de vernietiging van het grafisch bestemmingsvoorschrift kan uiteraard onmogelijk een alternatief zijn geweest voor een erratum of hetzelfde effect hebben gesorteerd; het was en is een taak van de regering de bestemming te duiden en/of een wettige bestemming te bepalen; er is nooit een erratum in de bedoelde zin (grafische voorstelling met effen rode inkleuring) gepubliceerd, de Vlaamse regering heeft integendeel precies initiatieven en besluiten genomen om het perceel wel degelijk een bestemming als natuurgebied te geven; - er mogen dan al argumenten zijn om de vermelding in de toelichtingsnota dat het perceel geen bestemming heeft te betwisten, er kan alvast niet gesteld worden dat de juridische toestand onvoldoende gekend was of is bij vaststelling van het plan, gelet op de vermelding van alle relevante arresten en de huidige overwegingen; het onderzoek naar de juridische toestand is dus alleszins niet gebrekkig; - zelfs indien men zou aannemen dat het perceel thans de bestemming woongebied heeft, quod non, dan nog is uiteraard op heden een herbestemming tot natuurgebied perfect mogelijk rekening gehouden met de omstandigheden en feitelijke gegevens op vandaag; de bezwaarindiener kan zich evenmin beroepen op een gerechtvaardigde verwachting (als dit al een motief voor een bestemmingskeuze zou zijn) dat het perceel thans zou worden aangeduid als woongebied, gelet op de besluiten van de Vlaamse regering van 18 november 1987 en 16 september 1992 waarbij voor het perceel het statuut van natuurgebied werd beoogd; VII-37.139-5/11 - de stelling van bezwaarindiener dat het perceel niet aansluit hij het natuurgebied van de Schipgatduinen is niet correct, aangezien het perceel aan de westelijke zijde wel degelijk onmiddellijk aansluit bij het bestaande natuurgebied Schipgatduinen; de argumentatie van bezwaarindiener komt eigenlijk hier op neer dat de zonegrens tussen woongebied en natuurgebied 'rechtgetrokken' zou moeten worden en zou moeten samenvallen met de vroegere administratieve grens tussen de gemeenten Oostduinkerke en Koksijde, wat geen afdoende ruimtelijke motieven zijn; ruimtelijk relevant daarentegen is uiteraard de feitelijke toestand op en de ruimtelijke situering van het perceel; op dit vlak is in de toelichtingsnota afdoende geargumenteerd dat het perceel aansluit op de Schipgatduinen en dat een natuurbestemming aangewezen is; het feit dat het perceel aan noordzijde gedeeltelijk en aan zuid- en oostelijke zijde omgeven is door bebouwing (maar dus niet aan westelijke kant waar het aansluit op het natuurgebied) is geen argument om het een bebouwbare bestemming te geven, in tegenstelling tot wat bezwaarindiener beweert; ook de beweerde bedoeling van de planopstellers in l976 is geen dwingend element bij de afweging van een geëigende bestemming op vandaag; overigens moet op basis van het kaartmateriaal, van het advies van de streekcommissie hij het oorspronkelijke gewestplan en van het besluit van 16 september 1992 worden vastgesteld dat de bedoeling van de stellers van het plan veeleer geweest is de bestaande bebouwing bij opmaak van het oorspronkelijke gewestplan te honoreren (en geen bijkomende inname van open ruimte toe te laten) dan louter zich te baseren op de administratieve grens tussen het vroegere Oostduinkerke en Koksijde, daar gelaten dat de grens van de bebouwing op een aantal plaatsen inderdaad samenvalt met die administratieve grens; Overwegende dat de plangebieden niet gelegen zijn binnen 'recent overstroomd gebied'; dat dit RUP naast het beschermen van de natuurwaarden als doel heeft de betrokken duingebieden bouwvrij te houden en aldus de natuurlijke zeewerende werking van de duinen te behouden; dat bijgevolg kan gesteld worden dat dit RUP geen schadelijke effecten veroorzaakt voor het watersysteem".
  14. De rechtspleging De verzoekende partijen waren op het ogenblik van de indiening van het verzoekschrift respectievelijk vruchtgebruikster en naakte eigenaars van het in het geding zijnde perceel. Sinds het overlijden van eerste verzoekster op 25 december 2005 zijn de tweede en de derde verzoekende partijen volle eigenaars van dit perceel. De tweede en de derde verzoekende partijen vragen in hun laatste memorie om het geding, ingesteld door eerste verzoekster, te mogen hervatten. Zulks kan niet worden toegestaan nu de tweede en de derde verzoekende partijen hierbij niet beschikken over een eigen, persoonlijk belang.
  15. De ontvankelijkheid VII-37.139-6/11 De verwerende partij doet ter terechtzitting afstand van de door haar opgeworpen exceptie.
  16. Ten gronde 4.1.
  17. De verzoekende partijen voeren een eerste middel aan, afgeleid uit de schending van artikel 42, §§ 6 en 7, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna : D.R.O.) en uit machtsoverschrijding, doordat het bestreden besluit werd genomen buiten de daartoe decretaal voorziene termijn, terwijl artikel 42, § 6, van het D.R.O. bepaalt dat de Vlaamse regering binnen 180 dagen na het einde van het openbaar onderzoek en 210 dagen in geval van verlenging van de termijn vermeld in artikel 42, § 5, van het D.R.O. het gewestelijk RUP vaststelt, terwijl artikel 42, § 7, eerste lid, van datzelfde decreet bepaalt dat indien het gewestelijk RUP niet wordt vastgesteld binnen de termijn bedoeld in artikel 42, § 6, van het D.R.O. het ontwerp van gewestelijk RUP vervalt. 4.1.
  18. De verwerende partij wijst er in haar memorie van antwoord op dat de termijn overeenkomstig artikel 42, § 7, laatste lid, van het D.R.O. wordt verlengd met de duurtijd van de behandeling van de adviesaanvraag door de afdeling wetgeving van de Raad van State, en dat het bestreden besluit ruimschoots binnen de gestelde termijn werd vastgesteld. 4.1.
  19. In de memorie van wederantwoord stellen de verzoekende partijen dat de termijn overeenkomstig artikel 42, § 6, van het voormelde decreet op gemotiveerd verzoek van de minister kan worden verlengd, doch dat er nergens een spoor bestaat van een dergelijk gemotiveerd verzoek en dat het administratief dossier dienaangaande enkel een stuk bevat dat het voorstel van de minister vermeldt, maar niet het gemotiveerd voorstel. 4.1.
  20. In hun laatste memorie voeren de verzoekende partijen, als antwoord op het auditoraatsverslag, nog aan dat het betoog in hun memorie van wederantwoord geen nieuw middel betreft, aangezien het onderzoek van het verlengingsbesluit inherent is aan de in het eerste middel aangevoerde onbevoegdheid ratione temporis. Ondergeschikt stellen zij dat, zelfs al zou het om een nieuw middel gaan, de onwettigheid van het verlengingsbesluit de onbevoegdheid ratione VII-37.139-7/11 temporis betreft en aldus een middel van openbare orde uitmaakt dat in elke stand van de procedure kan worden aangevoerd. 4.1.
  21. Uit artikel 42, § 7, van het D.R.O. volgt dat de termijn waarbinnen het gewestelijk RUP definitief diende te worden vastgesteld, zijnde binnen 270 dagen na de einddatum van het openbaar onderzoek, werd geschorst gedurende de volledige duur van de behandeling van de adviesaanvraag door de afdeling wetgeving van de Raad van State en dit met een maximum van 30 dagen. Te dezen werd de aanvraag bij de afdeling wetgeving van de Raad van State ingediend op 28 december
  22. Het advies werd verleend op 20 januari
  23. De termijn werd bijgevolg gedurende deze periode geschorst. Het bestreden besluit dat op 4 februari 2005 werd genomen, is dan ook niet laattijdig. In hun memorie van wederantwoord geven de verzoekende partijen een nieuwe wending aan dit middel, door te benadrukken dat een besluit tot verlenging van de termijn waarbinnen een gewestelijk RUP definitief moet worden vastgesteld, in toepassing van artikel 42, § 6, laatste lid, van het D.R.O., slechts kan worden verleend op gemotiveerd verzoek van de minister en dat nergens uit het administratief dossier of het bestreden besluit een dergelijk verzoek blijkt, zodat het verlengingsbesluit dat zich in het administratief dossier bevindt, onwettig is, en het bestreden besluit dus wel degelijk buiten de termijn werd genomen. Los van de vraag of dit middel voor het eerst in de memorie van wederantwoord kan worden aangevoerd, blijkt uit de stukken dat het verzoek van de minister aan de Vlaamse regering tot verlenging van de termijn waarbinnen het plan moet worden vastgesteld in uitvoering van artikel 42, § 6, laatste lid, van het D.R.O. wel degelijk was gemotiveerd. De motieven van dit verzoek zijn trouwens integraal terug te vinden in het verlengingsbesluit van 15 oktober 2004 zelf. Het eerste middel is niet gegrond. 4.2.
  24. Het tweede middel wordt afgeleid uit de schending van artikel 38, § 1, 3/, van het D.R.O., uit de schending van de beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het zorgvuldigheidsbeginsel en het materieel motiveringsbeginsel en uit machtsoverschrijding. De verzoekende partijen stellen in een eerste onderdeel dat het bestreden besluit ten onrechte uitgaat van de veronderstelling dat als gevolg van de vernietigingsarresten van de Raad van State de betrokken grond geen bestemming meer zou hebben, en dat een loutere materiële vergissing in de grafische voorstelling van het bestaande gewestplan wordt VII-37.139-8/11 gewijzigd door een gewestelijk RUP vast te stellen voor amper twee percelen. Zij voeren voorts in een tweede onderdeel aan dat ten onrechte wordt gesteld dat het litigieuze perceel onmiddellijk aansluit bij de "Schipgatduinen" en er een samenhangend geheel mee uitmaakt, daar waar het perceel omringd is door bebouwde percelen en met die bebouwing één geheel uitmaakt, aangezien het ten oosten van de bebouwde grens ligt. Volgens de verzoekende partijen stelt artikel 38, § 1, 3/, van het D.R.O. dat een ruimtelijk uitvoeringsplan een weergave van de feitelijke en juridische toestand bevat. Zij wijzen er tevens op dat de administratieve overheden hun beslissingen op een zorgvuldige wijze moeten nemen en derhalve het zorgvuldigheidsbeginsel moeten eerbiedigen. Ten slotte stellen zij dat iedere administratieve overheid slechts beslissingen kan nemen op basis van juiste, correcte en rechtens aanvaardbare motieven die terug te vinden zijn in het administratief dossier. 4.2.
  25. De verwerende partij stelt in de memorie van antwoord tegenover het eerste onderdeel vooreerst dat dit niet ontvankelijk is, aangezien de verzoekende partijen nalaten dit argument te verduidelijken en concreet uiteen te zetten, terwijl een middel naast een voldoende en duidelijke omschrijving van de geschonden geachte rechtsregel eveneens dient uiteen te zetten op welke wijze deze bepaling wordt geschonden, hetgeen volgens haar te dezen niet is gebeurd. Daarnaast merkt zij op dat een gelijkaardig argument werd aangevoerd tijdens het openbaar onderzoek en citeert zij het antwoord dat daarop werd gegeven in het bestreden besluit. Ten aanzien van het tweede onderdeel betoogt de verwerende partij dat uit een uittreksel van het gewestplan Veurne-Westkust blijkt dat het perceel van de verzoekende partijen onmiddellijk bij het bestaande natuurgebied van de "Schipgatduinen" aansluit en grotendeels door dit natuurgebied wordt omringd, en dat het feit dat het perceel "wordt omringd door bebouwde percelen" niet van aard is om een vernietiging van het bestreden besluit te rechtvaardigen. 4.2.
  26. De verzoekende partijen argumenteren in hun memorie van wederantwoord, wat het eerste onderdeel betreft, dat dit inhoudt dat de juridische toestand "in het terrein" niet correct werd beschreven, minstens dat het aangegeven motief om de gewestplanwijziging door te voeren, geen juist, correct en rechtens aanvaardbaar motief is op basis waarvan de beslissing kan worden genomen. Zij verwijzen daarbij naar een advies van VLACORO waaruit, volgens hen, impliciet VII-37.139-9/11 zou blijken dat ook volgens deze commissie niet de bestemming, maar enkel de grafische voorstelling ervan, door de Raad van State werd vernietigd. Wat het tweede onderdeel betreft, betogen zij dat noch de juridische, noch de feitelijke toestand correct werd weergegeven en dat het de facto gaat om een stuk grond uit de bebouwde kom, dat door twee volledig uitgeruste wegen wordt omsloten. 4.2.
  27. In hun laatste memorie voegen de verzoekende partijen nog toe dat het niet is omdat hun perceel grenst aan de "Schipgatduinen" dat het er ook bij aansluit. Anderzijds menen zij dat het perceel wel aansluit bij het woongebied. 4.2.
  28. Uit het bestreden besluit blijkt enerzijds dat de kritiek van de verzoekende partijen een quasi identieke weergave is van een bezwaarschrift dat in de loop van het openbaar onderzoek werd ingediend door een andere persoon dan de verzoekende partijen. Anderzijds blijkt uit het bestreden besluit zelf dat deze bezwaren op uitvoerige wijze werden weerlegd. Zo wordt, meer bepaald, op uitvoerige wijze gemotiveerd waarom de stelling dat het perceel thans de bestemming woongebied heeft niet kan worden bijgetreden en waarom de stelling dat het perceel niet aansluit bij het natuurgebied van de "Schipgatduinen" niet correct is. De verzoekende partijen betrekken bij de uiteenzetting van het middel in hun verzoekschrift niet de desbetreffende motieven uit het bestreden besluit. Een middel dat er zich toe beperkt te stellen dat het bestreden besluit ten onrechte van een bepaalde stelling uitgaat, zonder in concreto de motieven in het bestreden besluit aangaande deze stelling bij het onderzoek te betrekken en te weerleggen, is niet van aard de onwettigheid of de onjuistheid van het bestreden besluit aan te tonen en is bijgevolg niet ontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  29. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  30. VII-37.139-10/11 De kosten van het beroep, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes november tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad E. BREWAEYS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-37.139-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.780 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.