← België

Arrest 187800 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.800 Rolnummer: A. 189214/IX-5999 Zaak: Arrest 187800 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-27 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:50 Fiche Arrest nr 187.800 van 7 november 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.800 van 7 november 2008 in de zaak A. 189.214/IX-

  1. In zake : Kristel VEREECKEN, die woonplaats kiest bij advocaat S. LUST, kantoor houdende te BRUGGE, Baron Ruzettelaan 27 tegen : het SELECTIEBUREAU VAN DE FEDERALE OVERHEID (SELOR), vertegenwoordigd door de afgevaardigd bestuurder, dat woonplaats kiest bij advocaat E. JACUBOWITZ, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Kristel VEREECKEN op 30 juni 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “de beslissing d.d. 28 april 2008 van het Selectiebureau van de Federale Overheid, Selor, om voor het mondelinge examen Engels een quotatie van 10/20 te geven en dus een onvoldoende om door te gaan naar de volgende ronde”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 24 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad B.THYS; IX-5999-1/7 Gehoord de opmerkingen van de verzoekster, die verschijnt in persoon, en van advocaat E. DE LANGE die, loco advocaat E. JACUBOWITZ, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Gegevens van de zaak 1.
  3. De verzoekster behaalde in 1994 het diploma van licentiaat in de rechten aan de Universiteit Gent. Na haar rechtenstudies volgde zij aan de Universiteiten van Hamburg en Leiden het Erasmus Programme in Law and Economics, dat in het Engels werd gedoceerd. In het kader van een gidsenopleiding volgde zij tevens een module Engels aan het Provinciaal Centrum voor Volwas- senenonderwijs te Gent. Als stadsgids te Gent doet zij regelmatig Engelstalige rondleidingen. 1.
  4. In 2007 schrijft de verzoekster zich in voor de selectie ANG07858 van diplomaten voor de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die door SELOR wordt georganiseerd. De selectie bestaat uit een computergestuurde voorselectie en vervolgens een vergelijkend examen. Het vergelijkende examen omvat drie proeven: - het samenvatten en kritisch becommentariëren van een voordracht over een internationaal politiek of economisch probleem (vereist minimum: 48/80 punten); - een taaltest over de voldoende kennis van het Engels, bestaande uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte (vereist minimum: telkens 10/20 punten en in het totaal 24/40 punten); IX-5999-2/7 - een taaltest over de voldoende kennis van het Frans, eveneens bestaande uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte (vereist minimum: telkens 10/20 punten en in het totaal 24/40 punten). 1.
  5. De verzoekster behaalt een gunstig resultaat op de voorselectie en wordt toegelaten tot het vergelijkende examen. Zij slaagt voor de eerste proef, het samenvatten en kritisch becommentariëren van een voordracht, met 48/80 punten. 1.
  6. De taaltesten hebben voor de verzoekster plaats op 18 maart 2008 en 28 april
  7. De verzoekster behaalt voor de taaltest Frans 15,28/20 punten op het schriftelijke gedeelte en 14,5/20 punten op het mondelinge gedeelte. Met in het totaal 29,78/40 punten is zij voor deze test geslaagd. Voor de taaltest Engels behaalt zij 11/20 punten op het schriftelij- ke gedeelte en 10/20 punten op het mondelinge gedeelte. Met in het totaal 21/40 punten is zij voor deze test niet geslaagd. De toekenning aan de verzoekster van 10/20 punten op het mondelinge gedeelte van de taaltest Engels, waaraan zij haar niet-slagen voor de taaltest Engels toeschrijft, maakt het voorwerp uit van de voorliggende vordering tot schorsing. 1.
  8. SELOR deelt de voormelde resultaten van de taaltesten met een brief van 29 april 2008 aan de verzoekster mede. 1.
  9. Met een e-mail van 5 mei 2008 vraagt de verzoekster aan SELOR een “[ge]motiveerde feedback” over de door haar behaalde resultaten op de taaltest Engels. Zij stelt dat zij die resultaten niet kan plaatsen nu zij “al jaren in het engels studeer[t] en/of werk[t]” en de examenproeven naar haar aanvoelen “heel erg vlot” waren verlopen. 1.
  10. Met een brief van 9 juni 2008 bezorgt SELOR aan de verzoekster de beoordelingsgegevens van de selectiecommissie met betrekking tot het schriftelijke en het mondelinge gedeelte van de door de verzoekster afgelegde taaltest Engels. IX-5999-3/7 Wat het mondelinge gedeelte van die taaltest betreft, wordt medegedeeld dat de evaluatie van de selectiecommissie werd gebaseerd op de volgende drie elementen: “Grammatica: zowel de zinsbouw die u gebruikt als de woordvorming, werden als voldoende geëvalueerd door de jury. Woordgebruik: De variatie/specificiteit en correctheid werden als zwak beoordeeld door de selectiejury. Vlotheid: De lengte van de boodschap werd als zwak geëvalueerd, het tempo als voldoende.” 1.
  11. De verzoekster reageert onmiddellijk met een e-mail aan SELOR waarin zij onder meer stelt dat de ontvangen informatie “uitermate vaag” is en haar niet toelaat uit te maken aan welke punten zij dient te werken om bij een volgende gelegenheid meer slaagkansen te hebben. Zij verzoekt om een onderhoud met de leden van de examenjury die het mondelinge examen Engels hebben afgenomen. 1.
  12. SELOR antwoordt op 19 juni 2008 aan de verzoekster dat geen onderhoud met de juryleden kan worden toegestaan. Ontvankelijkheid van de vordering 2.
  13. De verwerende partij werpt in haar nota met opmerkingen een exceptie van onontvankelijkheid van de vordering op. Zij laat gelden dat de bestreden beslissing van 28 april 2008 dateert en een dag later aan de verzoekster werd betekend, terwijl het voorliggende verzoekschrift weliswaar op 30 juni 2008 is gedateerd, maar blijkens de aangebrachte stempel pas op 4 augustus 2008 op de griffie van de Raad van State werd ontvangen, zodat de beroepstermijn ruimschoots is overschreden. 2.
  14. Deze exceptie mist feitelijke grondslag, vermits het originele verzoekschrift met een op 30 juni 2008 ter post aangetekend verzonden schrijven binnen de voorgeschreven beroepstermijn bij de Raad van State werd ingediend. Voorwaarden voor de schorsing 3.
  15. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die IX-5999-4/7 de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.
  16. Wat de tweede voorwaarde betreft, voert de verzoekster vooreerst aan dat zij ingevolge de bestreden beslissing wordt uitgesloten van deelname aan de eindronde van de aan de gang zijnde selectie van diplomaten. Daardoor zal zij moeten wachten op een nieuwe selectie en dan weer een jaar moeten uittrekken om deel te nemen aan alle onderdelen daarvan, met inbegrip van de proeven waarvoor ze nu al geslaagd is. Gelet op de summiere feedback die zij vanwege SELOR heeft gekregen, loopt zij dan het risico opnieuw een onvoldoende resultaat op het mondelinge gedeelte van de taaltest Engels te behalen. Voorts laat zij gelden dat zij ook een moreel nadeel lijdt. Zij betoogt dat, terwijl haar kennis van het Engels door diverse overheidsinstanties als goed tot uitstekend werd beoordeeld, zij nu een beoordeling “zwak” tot slechts “voldoende” heeft bekomen. Dit betekent voor haar een morele opdoffer en geeft aan de buitenwereld een volledig verkeerd signaal. Zij voelt zich vernederd door deze bijzonder negatieve en volstrekt onterechte beoordeling. 3.
  17. De verwerende partij repliceert in haar nota met opmerkingen dat volgens vaste rechtspraak van de Raad van State het nadeel dat voortvloeit uit het niet geslaagd zijn voor een examen, inherent is aan het deelnemen aan een proef waarvan de uitslag niet vooraf vaststaat. Zij stelt dat het bovendien eigen is aan een proef dat iemand eens minder goed kan presteren, zodat het falen in een selectie- proef geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel veroorzaakt. Wat het aangevoerde uitstel van de beoogde diplomatieke loopbaan van de verzoekster betreft, verwijst de verwerende partij naar hetgeen de Raad van State in zijn arrest nr. 151.058 van 8 november 2005 inzake Huyssen heeft gewezen, namelijk dat een dergelijk nadeel wel bewijst dat de verzoekster een belang heeft bij haar vordering, maar niet aantoont dat de onmiddellijke tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent, omdat het volledig kadert in het risico op een mislukking waarmee elke deelnemer aan een examen van meet af aan rekening moet houden. IX-5999-5/7 3.
  18. De omstandigheid dat de verzoekster ingevolge de bestreden beslissing niet kan deelnemen aan het verdere verloop van de selectie van diplomaten voor de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en dat, indien zij de beoogde diplomatieke loopbaan wil kunnen aanvatten, zij een nieuwe selectieproef zal moeten ondergaan, kan niet als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel worden beschouwd. Zoals de verwerende partij terecht laat gelden, is het risico een dergelijk nadeel te lijden inherent aan elke deelname aan een selectieproef. Het standpunt van de verzoekster dat zij in een nieuwe selectieprocedure mogelijk opnieuw zal mislukken voor het mondelinge gedeelte van de taaltest Engels heeft een al te hypothetisch karakter en bovendien kan het risico op een nieuwe mislukking bezwaarlijk aan de thans bestreden beslissing worden toegeschreven. Wat het morele nadeel betreft dat door de verzoekster wordt aangevoerd, dient erop gewezen dat elke deelname aan een examen het risico van een mislukking inhoudt en dat de teleurstelling die daaruit voor de betrokken kandidaat ongetwijfeld voortkomt in beginsel afdoende kan worden hersteld door de morele genoegdoening die een eventueel vernietigingsarrest verschaft. Overigens behaalde de verzoekster op het mondelinge gedeelte van de taaltest Engels de helft van de punten. Er is dan ook geen goede reden voor de verzoekster om in de haar toegekende quotering een “bijzonder negatieve [...] beoordeling” te zien en ook niet om te gewagen van een vernedering. Dat het door de verzoekster aangevoerde morele nadeel dient gerelativeerd, wordt ten slotte bevestigd door de vaststelling dat zij op het mondelinge gedeelte van de taaltest Engels slechts één punt minder heeft behaald dat op het schriftelijke gedeelte van diezelfde test en zij de quotering van het schriftelijke gedeelte niet betwist, alleszins niet mede tot voorwerp van haar vordering maakt. 3.
  19. De verzoekster toont derhalve niet aan dat de bestreden beslissing haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De vordering wordt om die reden verworpen. IX-5999-6/7 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER: Artikel
  20. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  21. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 7 november 2008, door: de HH. B THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-5999-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.800 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.718 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.