← België

Arrest 187846 - Monumenten en Landschappen - 12/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.846 Rolnummer: A. 95261/X-9772 Zaak: Arrest 187846 - Monumenten en Landschappen - 12/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-27 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:51 Fiche Arrest nr 187.846 van 12 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.846 van 12 november 2008 in de zaak A. 95.261/X-

  1. In zake : de gemeente HEUVELLAND, die woonplaats kiest bij advocaat D. VAN HEUVEN, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 6/24 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente HEUVELLAND op 5 september 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 31 mei 2000 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport houdende bescherming als monument van de buizenfabriek Dumoulin en de bescherming als dorpsgezicht van de omgeving van de buizenbakkerij (lees: buizenfabriek) Dumoulin gelegen te Heuvelland, Blauwepoortstraat 2; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 7 april 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; X-9772-1/7 Gelet op de beschikking van 27 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. BELEYN, die loco advocaat D. VAN HEUVEN verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat S. CALLENS, die loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. DE WOLF; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. De feiten 1.
  4. In een nota van 4 november 1998 stelt de afdeling Monumenten en Landschappen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap voor om de buizenfabriek Dumoulin met inbegrip van de sporen, afgewerkte producten, machines en werktuigen, gelegen te Heuvelland (Wijtschate) aan de Blauwepoortstraat 2, wegens haar historische en industrieel-archeologische waarde als monument en de omgeving van die fabriek, om dezelfde reden, als dorpsgezicht te beschermen. 1.
  5. Op 1 december 1998 beslist de Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn om de buizenfabriek Dumoulin als monument en de omgeving van die fabriek te Wijtschate als dorpsgezicht op een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten te plaatsen. Een afschrift van dat besluit wordt bij aangetekende brieven van 21 december 1998 onder meer naar de eigenaars van de betrokken percelen en naar de gemeente Heuvelland verstuurd. X-9772-2/7 1.
  6. Tijdens het openbaar onderzoek worden meerdere bezwaarschriften ingediend. De bestendige deputatie van de provincieraad van West- Vlaanderen brengt op 11 februari 1999 een ongunstig advies uit. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heuvelland brengt op 17 februari 1999 eveneens een ongunstig advies uit. 1.
  7. De adviezen en bezwaren worden uiteengezet en beantwoord in een niet-gedateerd verslag van de afdeling Monumenten en Landschappen. 1.
  8. “Na kennis te hebben genomen van de adviezen en bezwaren, waarbij ze de beoordeling ervan door de bestuursentiteit Monumenten en Landschappen tot de hare maakt en aanvult” brengt de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (hierna: KCML) op 2 september 1999 een gunstig advies uit. 1.
  9. “Teneinde het onderzoek van de bezwaarschriften te kunnen vervolledigen en afsluiten” beslist de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport op 16 december 1999 om de geldigheidsduur van het ontwerp van lijst met 6 maanden te verlengen. Dat besluit wordt bij aangetekende brieven van 17 januari 2000 onder meer betekend aan de betrokken eigenaars en openbare besturen. 1.
  10. Op 31 mei 2000 beslist de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport om de buizenfabriek Dumoulin als monument en de omgeving van die buizenfabriek als dorpsgezicht te beschermen. Een afschrift van dit bestreden beschermingsbesluit wordt bij aangetekende brief van 6 juli 2000 naar de betrokken eigenaars en naar de gemeente Heuvelland verstuurd.
  11. De ontvankelijkheid 2.
  12. De verzoekende partij stelt in het verzoekschrift dat zij “een persoonlijk belang (heeft) bij een beroep inzake een aangelegenheid die het gemeentelijk belang raakt”, “zij op(komt) ter verdediging van haar planologisch en stedenbouwkundig beleid”, “de geplande bestemmingswijziging naar ambachtelijke zone van de vervallen buizenfabriek en zijn omliggende terreinen via BPA en X-9772-3/7 gewestplan (...) ingegeven (was) om meer mogelijkheid te bieden voor de bestaande bedrijven om uit te breiden en om nieuwe bedrijven aan te trekken teneinde de industriële activiteiten in de gemeente aan te zwengelen”, het voortbestaan van de n.v. COVAMEAT van essentieel belang is voor de gemeente, “de klassering (...) niet ten goede (komt) aan de uitstraling en de leefbaarheid van de gemeente” door de te verwachten verdere verwaarlozing van het gebouw en de omliggende terreinen, en dat haar plan tot bestemmingswijziging “door het bestreden besluit gedwarsboomd” wordt. 2.
  13. De verwerende partij betoogt dat de gemeente Heuvelland “niet over het vereiste rechtstreekse en persoonlijk belang” beschikt, “de persoonlijke belangen nastreeft van een bedrijf dat gevestigd is in haar gemeente”, en “een sanering en restauratie (...) precies de doelstelling (zijn) van het bestreden besluit”. 2.
  14. De verzoekende partij repliceert dat zij “er alle belang bij (heeft) om het behoud van de nv Covameat binnen haar grenzen te verzekeren”, en “alle bedrijventerreinen, op het gewestplan voorzien in de gemeente Heuvelland, volledig bezet zijn”. 2.
  15. Het bestreden besluit heeft betrekking op onroerende goederen gelegen in een zone begrepen in het gemeenteraadsbesluit van 4 november 1996 tot het opmaken van een bijzonder plan van aanleg “Komenstraat Wijtschate” en kan derhalve het gemeentelijk beleid van de verzoekende partij ter zake doorkruisen. De verzoekende partij heeft bovendien krachtens artikel 5, § 2, 1/ van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten (hierna: Monumentendecreet) ongunstig advies uitgebracht over het ontwerp van lijst. De verzoekende partij heeft in de gegeven omstandigheden het rechtens vereiste belang bij de vernietiging.
  16. Ten gronde 3.
  17. Het tweede middel is genomen uit de schending van de artikelen 5 tot en met 7 van het Monumentendecreet, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van het motiveringsbeginsel, van het beginsel van het parallellisme der vormen en van het vertrouwensbeginsel. X-9772-4/7 De verzoekende partij betoogt dat de verlengingsbeslissing “niet, of minstens niet deugdelijk gemotiveerd” is, “het uitsluitende motief dat het onderzoek van de bezwaarschriften (...) moest kunnen vervolledigd en afgesloten worden (...) niet (kan) overtuigen” omdat “er (g)een aanvullend onderzoek is gebeurd van de bezwaarschriften na de verlengingsbeslissing”, “de verlengingsbeslissing (...) niet gepubliceerd (is) in het Belgisch Staatsblad” terwijl dat wel moest, “bij ontstentenis van bekendmaking van de verlengingsbeslissing in het Belgisch Staatsblad (...) deze beslissing (...) geen (...) definitieve klassering (kon) verantwoorden”, en “de bestreden beslissing (...) geen rechtsgrond (kan) vinden in het niet gepubliceerd verlengingsbesluit”. 3.
  18. De verwerende partij repliceert “dat de gegeven motivering afdoende is en geenszins stijlmatig is” rekening houdend met het aantal lopende beschermingsprocedures, het feit dat de KCML pas in september 1999 advies verleende en de regeringswissel in juli 1999, en de verlengingsbeslissing aan de verzoekende partij betekend werd zodat zij geen belang heeft bij het aanvoeren van het middel dat de verlengingsbeslissing niet gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad hetgeen “overigens de tegenstelbaarheid en niet de onwettigheid” van de beslissing betreft. 3.
  19. De verzoekende partij dupliceert dat door de verwerende partij in haar verweer “impliciet maar zeker (wordt) toegegeven (...) dat de verlengingsbeslissing niet afdoende gemotiveerd is”, en “ten node (...) een verlengingsbeslissing die niet werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (...) de ontijdigheid van de bestreden beslissing (kan) verklaren”. 3.
  20. Artikel 5, § 7 van het Monumentendecreet bepaalt wat volgt: “Vanaf de betekening van het ontwerp van lijst zijn op de in het besluit vermelde onroerende goederen gedurende een termijn van maximaal twaalf maanden al de uitwerkselen van de bescherming voorlopig van toepassing. De termijn gaat in te rekenen vanaf de datum van de afgifte ter post van de in § 2, 1/, vermelde voorlegging. Voor de personen bedoeld in § 2, 3/, zijn al de uitwerkselen van de bescherming voorlopig van toepassing vanaf hun betekening tot de datum waarop de eerder vermelde termijn afloopt. De rechtsgevolgen gelden voor elke andere natuurlijke of rechtspersoon vanaf de publikatie in het Belgisch Staatsblad tot de datum waarop de eerder vermelde termijn afloopt. Die termijn kan, bij gemotiveerde beslissing van de regering, eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verlengd”. X-9772-5/7 Artikel 7 van het Monumentendecreet bepaalt wat volgt: “De Regering, de Koninklijke Commissie gehoord, stelt het besluit tot definitieve bescherming van de op de ontwerp van lijst voorkomende monumenten en stads- en dorpsgezichten vast. Het besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het besluit vermeldt de algemene en eventueel specifieke voorschriften inzake instandhouding en onderhoud. De inschrijving op de ontwerpen van lijst vervalt van rechtswege indien de besluiten niet zijn genomen binnen de in artikel 5, § 7, bepaalde termijn”. Uit de aangehaalde bepalingen blijkt dat de termijn van 12 maanden en, na een eenmalige verlenging van ten hoogste zes maanden, van 18 maanden gedurende dewelke het ontwerp van lijst van kracht is, een vervaltermijn is, met het gevolg dat na het verstrijken van die, eventueel rechtsgeldig verlengde, termijn geen besluit tot definitieve bescherming van de op het ontwerp van lijst voorkomende monumenten en stads- en dorpsgezichten meer mag worden vastgesteld. 3.
  21. Te dezen is de termijn van twaalf maanden ten aanzien van de verzoekende partij ingegaan op 21 december 1998, datum van afgifte ter post van de in artikel 5, § 2, 1/ van het Monumentendecreet bedoelde voorlegging van het ontwerp van lijst aan de verzoekende partij. De verlengingsbeslissing werd genomen vóór het verstrijken van deze termijn op 21 december 1999 waardoor de initiële termijn verlengd kon worden tot 21 mei 2000, doch werd eerst na het verstrijken van de initiële termijn, meer bepaald door afgifte ter post op 17 januari 2000 aan de verzoekende partij voorgelegd. Het bestreden besluit werd eerst genomen op 31 mei 2000 en derhalve nadat de inschrijving op het ontwerp van lijst van rechtswege was vervallen en de verwerende partij zodoende niet langer meer het besluit tot definitieve bescherming van het op het ontwerp van lijst voorkomende monument en dorpsgezicht kon vaststellen. In zoverre de laattijdigheid van het bestreden besluit wordt aangevoerd is het middel gegrond. X-9772-6/7 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  22. Vernietigd wordt het besluit van 31 mei 2000 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport houdende bescherming als monument van de buizenfabriek Dumoulin en de bescherming als dorpsgezicht van de omgeving van de buizenbakkerij Dumoulin gelegen te Heuvelland, Blauwepoortstraat
  23. Artikel
  24. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf november 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-9772-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.846 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.566 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.