id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.861 Rolnummer: A. 100535/VII-23203 Zaak: Arrest 187861 - Milieuvergunningen - 13/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-01 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:52 Fiche Arrest nr 187.861 van 13 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.861 van 13 november 2008 in de zaak A. 100.535/VII-23.
- In zake : Marc VAN DEN BERGH, die woonplaats kiest bij advocaat Ph. VAN WESEMAEL, kantoor houdende te BRUSSEL, Waterloosesteenweg 412 F tegen : de deputatie van de provincie Antwerpen. tussenkomende partij : de NV B.B.F. (in faling), rechtsgeding hervat door : curator B. DE NEEF, kantoor houdende te MECHELEN, Veemarkt 37 A, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marc VAN DEN BERGH op 17 februari 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 7 december 2000 waarbij aan de NV B.B.F. de milieuvergunning wordt verleend voor het exploiteren van een werkplaats voor lichte metaalconstructies, gelegen aan de Breendonkseweg 269 te Willebroek; Gelet op het arrest nr. 97.241 van 28 juni 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door verzoeker; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 5 september 2001 ingediend door de NV B.B.F.; VII-23.203-1/4 Gelet op de beschikking van 10 september 2001 die de tussenkomst van de NV B.B.F. toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 31 maart 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 12 september 2008 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, door één lid van de kamer wordt behandeld; Gelet op de beschikking van 23 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. MALFAIT die, loco advocaat Ph. VAN WESEMAEL verschijnt voor verzoeker, en van bestuurssecretaris-jurist S. TAVERNIER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-23.203-2/4 OVERWEEGT WAT VOLGT: De ontvankelijkheid
- Bij brief van 6 september 2007 heeft de Raad van State aan de raadsman van verzoeker, bij wie woonplaats gekozen was, gewezen op het nieuw bekend geraakt gegeven dat de tussenkomende partij voor het betrokken perceel een nieuwe bouwaanvraag had ingediend en is gevraagd of dit feitelijk gegeven een invloed kon hebben op de onderhavige vordering.
- Verzoeker heeft deze vraag niet beantwoord. Hij heeft ook niet geantwoord op de herinneringsbrief van 26 mei 2008 waarin hem tevens werd medegedeeld dat de ontstentenis van antwoord zou leiden tot de vaststelling van een gebrek aan belang.
- Het blijvend stilzitten van verzoeker doet besluiten dat hij geen belangstelling meer heeft bij de normale afwikkeling van het proces, wat ten aanzien van de ontvankelijkheid van het onderhavig beroep doet besluiten dat hij niet langer over het vereiste actueel belang beschikt.
- Verzoeker was wel vertegenwoordigd op de openbare terechtzitting, maar te dier gelegenheid is geen verantwoording gegeven voor het uitblijven van een antwoord op de voornoemde brieven. De loutere verschijning of vertegenwoordiging van verzoeker op de openbare terechtzitting kan het teloorgaan van het actueel belang niet goedmaken.
- Ambtshalve wordt vastgesteld dat verzoeker niet langer belang heeft bij het beroep, VII-23.203-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de failliete boedel van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien november tweeduizend en acht, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. A. VANDENDRIESSCHE. VII-23.203-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.861 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.97.241 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div