← België

Arrest 187899 - Handelsvestigingen - 13/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.899 Rolnummer: A. 188512/X-13802 Zaak: Arrest 187899 - Handelsvestigingen - 13/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-24 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:52 Fiche Arrest nr 187.899 van 13 november 2008 Economische zaken - Handelsvestigingen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.899 van 13 november 2008 in de zaak A. 188.512/X-13.

  1. In zake : de stad RONSE, die woonplaats kiest bij advocaat T. DE SUTTER, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan 128 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  2. de Minister van Ondernemen en Vereenvoudigen,
  3. het Interministerieel Comité voor de Distributie, die woonplaats kiezen bij advocaat J.-Fr. DE BOCK, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg
  4. tussenkomende partijen :
  5. de n.v. GROEP BOSSUYT,
  6. de b.v.b.a. PAINT AVENUE, die woonplaats kiezen bij advocaat D. VAN HEUVEN, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 6/
  7. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de stad RONSE op 9 juni 2008 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van de beslissing van 9 april 2008 van het Interministerieel Comité voor de Distributie, waarbij het beroep ingesteld door de N.V. Group Bossuyt tegen de weigeringsbeslissing van 18 februari 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Ronse ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en machtiging wordt “aanvaard” (lees: verleend) voor de wijziging van de aard van het assortiment binnen een vergund handelscomplex van kleding naar schoenen en naar verf, in een gebouw gelegen aan de Zonnestraat 198 - 200 te Ronse, met een totale verkoopruimte van 857 m², verdeeld in drie modules, nl. een electrozaak Eldi van 213 m² (blijft ongewijzigd), een schoenenzaak Schoenenreus van 330 m² en een handelszaak, gespecialiseerd in verf Colora van 314 m²; X-13.802-1/7 Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 5 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaten T. DE SUTTER en E. DE VYLDER die verschijnen voor de verzoekende partij, van advocaat J.-F. DE BOCK, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat S. RONSE, die loco advocaat D. VAN HEUVEN verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  8. Rechtspleging Met een op 25 juni 2008 ingediend verzoekschrift vragen de n.v. GROUP BOSSUYT en de b.v.b.a. PAINT AVENUE in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  9. De feiten Bij de bestreden beslissing van 9 april 2008 van het Interministerieel Comité voor de Distributie wordt het beroep ingesteld door de N.V. Group Bossuyt tegen de weigeringsbeslissing van 18 februari 2008 van het X-13.802-2/7 college van burgemeester en schepenen van de stad Ronse ontvankelijk en gegrond verklaard en wordt machtiging verleend voor de wijziging van de aard van het assortiment binnen een vergund handelscomplex van kleding naar schoenen en naar verf, in een gebouw gelegen aan de Zonnestraat 198 - 200 te Ronse, met een totale verkoopruimte van 857 m², verdeeld in drie modules, nl. een electrozaak Eldi van 213 m² (blijft ongewijzigd), een schoenenzaak Schoenenreus van 330 m² en een handelszaak, gespecialiseerd in verf Colora van 314 m².
  10. Over de grondvoorwaarden voor de schorsing 3.
  11. Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.
  12. Over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 3.2.
  13. In het verzoekschrift zet de verzoekende partij het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing kan berokkenen, uiteen als volgt: “
  14. Een openbaar bestuur ondergaat een moeilijk te herstellen ernstig nadeel wanneer de bestreden beslissing de uitoefening van de bevoegdheden en opdracht van dat bestuur verhindert of ernstig bemoeilijkt. De verzoekende partij meent dat de bestreden beslissing een ingrijpende invloed heeft op de uitoefening van haar beleid en de vervulling van de haar toegewezen opdrachten.
  15. De verzoekende partij kampt met een imagoprobleem en doet grote inspanningen om door middel van strategische beleidsplanning de uitdagingen en bedreigingen waarmee de stad wordt geconfronteerd aan te pakken. In maart 2006 is in die zin een Strategisch Beleidsplan uitgewerkt. Het strategisch plan, meer bepaalde de visie op de toekomst van Ronse, is het resultaat van overleg en samenwerking tussen de medewerkers en politici van de stad Ronse. Onder de bedreigingen waarmee de stad Ronse wordt geconfronteerd staat onder meer te lezen: ‘nieuwe leegstand in winkelcentrum’. Onder doelstelling 8 (...) staat het volgende te lezen: ‘... Ronse is een aangename winkelstad met aantrekkingskracht voor Zuid Oost-Vlaanderen, Zuid West-Vlaanderen en het grensgebied met Wallonië door de ontwikkeling van 2 handelspolen: - één dynamisch winkelcentrum met een minimum aan leegstand X-13.802-3/7 - één compact handelsgebied rondom de C. Snoecklaan voor winkelketens met grote oppervlakte Ronse beschikt nu reeds over een bovengemiddelde oppervlakte per inwoner van winkels actief in de grootschalige kleinhandel. Deze zijn hoofdzakelijk gehuisvest rond de as C. Snoecklaan. Het ongebreideld verder ontplooien van deze zone of het ontwikkelen van een nieuwe kleinhandelszone moet vermeden worden omdat dit de ontwikkeling en bloei van de kleinschalige detailhandel die zich in het historische winkelcentrum bevindt, verhindert. ...’ De problematiek van de bestreden socio-economische vergunning raakt dan ook de kern van het strategisch beleid dat de verzoekende partij wenst te voeren. Het betreft zowel de uitvoering van een economisch als ruimtelijk beleid waarvoor op grond van het subsidiariteitsprincipe het lokaal niveau (meer) belangrijke verantwoordelijkheden krijgt zodat oplossingen op maat mogelijk zijn. De wetgever heeft om deze redenen de rol van het lokaal niveau en in casu het college van burgemeester en schepenen willen versterken ten nadele van het centrale niveau. (...) De handelspool aan de C. Snoecklaan moet consequent worden gereserveerd voor baanwinkels die zich wegens hun grootte niet in de handelskern kunnen vestigen. Aangezien de winkels ten voordele van wie de bestreden socio-economische vergunning wordt verleend eerder als klein moeten worden bestempeld, vallen ze niet in te passen in de strategische ruimtelijke overwegingen van de verzoekende partij. Het nadeel is ernstig. De verzoekende partij heeft concreet aangetoond welk ruimtelijk en economisch beleid dat zij wenst te voeren. Het betreft duidelijk een persoonlijk nadeel en geen nadeel in hoofde van de inwoners.
  16. Het aangevoerde nadeel is moeilijk te herstellen eens de socio-economische vergunning ten uitvoer is gelegd. De gewenste beleidsopties worden voor een lange periode onmogelijk gemaakt. Dit terwijl de grootschalige kleinhandel duidelijk enkel rond de C. Snoecklaan moet worden geconcentreerd en het ongebreideld verder ontplooien van deze zone of het ontwikkelen van een nieuwe kleinhandelszone moet vermeden worden omdat dit de ontwikkeling en bloei van de kleinschalige detailhandel die zich in het historische winkelcentrum bevindt, verhindert. Het ernstig karakter van het nadeel en het moeilijk te herstellen karakter ervan wordt nog versterkt doordat alle beschikbare ruimte rond de C. Snoecklaan stilaan ingevuld geraakt en dus heel schaars wordt. De realisatie van het streven naar een diverse en complementaire inplanting van handelsvestigingen die qua productengamma een meerwaarde voor de C. Snoecklaan én het handelscentrum betekenen is dan ook een must. De tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ontneemt de verzoekende partij de resterende beleidsruimte.
  17. Alhoewel de ernst van een middel en het moeilijk te herstellen ernstig nadeel twee cumulatieve voorwaarden zijn, kan de klaarblijkelijke ernst van de aangevoerde onwettigheden wel worden betrokken in de beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Er moet worden vermeden dat de bestreden beslissing als precedent wordt gebruikt om in de toekomst tot nog meer opdelingen te komen van grote winkeloppervlaktes.
  18. Er dient overigens op gewezen te worden dat de wetgever met de Wet van 13 augustus 2004 diverse procedurele doelstellingen heeft willen realiseren, in het bijzonder de zo snel mogelijke afhandeling van dossiers en grotere rechtszekerheid. (...) Alle betrokken partijen hebben er belang bij dat deze doelstellingen worden doorgetrokken bij de behandeling van een beroep bij de Raad van State. X-13.802-4/7
  19. De voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is vervuld”. 3.2.
  20. Onderzoek van het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel 3.2.2.
  21. Luidens artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat het enig verzoekschrift dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met nadien bijgebrachte feiten en verklaringen en niet bij het verzoekschrift gevoegde stukken geen rekening kan worden gehouden. De verzoekende partij mag zich in haar uiteenzetting niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. 3.2.2.
  22. Voor een openbare overheid als de verzoekende partij is het door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste nadeel persoonlijk indien de bestreden beslissing de uitoefening van de overheidstaak of de bestuursopdracht waarmee die overheid is belast, verhindert of in ernstige mate in het gedrang brengt. 3.2.2.
  23. Wat betreft het argument dat de wetgever met de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen diverse doelstelling heeft willen realiseren, in het bijzonder de zo snel mogelijke afhandeling van dossiers en grotere rechtszekerheid, en dit volgens de verzoekende partij tot bij de behandeling van een beroep bij de Raad van State, dient te worden vastgesteld dat de rechtsonzekerheid waarop de verzoekende partij zich beroept, eigen is aan elke administratieve en gerechtelijke procedure die nog niet is X-13.802-5/7 beëindigd en waarin nog geen definitieve beslissing is tussengekomen. Deze rechtsonzekerheid is het gevolg van het ingestelde beroep en vindt derhalve haar rechtstreekse oorzaak niet in de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. 3.2.2.
  24. Hoewel de verzoekende partij te dezen wel aanvoert dat de bestreden beslissing in strijd is met haar “strategisch beleid” dat de handelspool aan de C. Snoecklaan consequent moet gereserveerd worden voor baanwinkels die zich wegens hun grootte niet in de handelskern kunnen vestigen, aangezien de winkels ten voordele waarvan de bestreden beslissing de socio-economische vergunning verleent “eerder als klein moeten worden bestempeld”, toont zij niet concreet aan dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van deze beslissing, met name de wijziging van de aard van het assortiment in het bestaand vergund handelscomplex waarvan een winkel die sluit opnieuw, zoals vroeger, wordt opgesplitst, van die aard is dat zij zodanig ingrijpende gevolgen heeft op de uitoefening van haar beleid dat dit “voor een langere periode onmogelijk (wordt) gemaakt”. Voorts wordt het argument dat “alle beschikbare ruimte rond de C. Snoecklaan stilaan ingevuld geraakt en dus heel schaars wordt” niet alleen niet aan de hand van concrete gegevens aangetoond, het is ook een nadeel dat niet de verzoekende partij persoonlijk, doch derden die zich op die plaats zouden willen vestigen, zou kunnen treffen. De vrees van de verzoekende partij dat de bestreden beslissing een precedent zal vormen voor bijkomende opsplitsingen is niet alleen louter hypothetisch, zij gaat ook voorbij aan het feit dat elke aanvraag individueel dient te worden beoordeeld en dat deze beoordeling in de eerste instantie aan de verzoekende partij zelf is opgedragen. Uit de bestreden beslissing kan niet worden afgeleid dat een aanvraag tot opsplitsting van een bestaand vergund handelscomplex steeds zal moeten worden vergund. 3.2.2.
  25. De uiteenzetting van de verzoekende partij bevat geen afdoende concrete en precieze gegevens die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. X-13.802-6/7 3.
  26. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat niet is voldaan aan een van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  27. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. GROEP BOSSUYT en de b.v.b.a. PAINT AVENUE wordt ingewilligd. Artikel
  28. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  29. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien november 2008, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-13.802-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.899 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.185 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.