id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.905 Rolnummer: A. 180885/VII-36903 Zaak: Arrest 187905 - Milieuvergunningen - 13/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-01 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 08:52 Fiche Arrest nr 187.905 van 13 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.905 van 13 november 2008 in de zaak A. 180.885/VII-36.
- In zake :
- Henri CLOET,
- Irma VAN ACHTER, die woonplaats kiezen bij advocaat L. DUBOIS, kantoor houdende te AALST, Wellekensstraat 8, bus 1 tegen : de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen. tussenkomende partij : Honoré VAN BOXSTAEL, die woonplaats kiest bij advocaat H. LIEVENS, kantoor houdende te GENT, Paul Fredericqstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Henri CLOET en Irma VAN ACHTER op 8 februari 2007 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 7 december 2006 waarbij hun beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Erpe-Mere van 6 juni 2006, waarmee aan Honoré VAN BOXSTAEL de milieuvergunning bij wege van aktename wordt verleend voor het exploiteren van een inrichting aan de Langemunt 176 te Erpe-Mere, niet wordt ingewilligd en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gelet op het arrest nr. 171.514 van 24 mei 2007 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partijen; VII-36.903-1/5 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 17 augustus 2007 ingediend door Honoré VAN BOXSTAEL; Gelet op de beschikking van 22 augustus 2007 die de tussenkomst van Honoré VAN BOXSTAEL toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. PROVOOST, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 9 september 2008, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 23 oktober 2008; Gelet op de mededeling van het verslag aan de partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. PARDON die, loco advocaat L. DUBOIS verschijnt voor de verzoekende partijen, van bestuurs- secretaris-jurist Chr. WILLE, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat P. VANDENDAEL die, loco advocaat H. LIEVENS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : VII-36.903-2/5 1.
- De verzoekende partijen en de tussenkomende partij wonen en werken op naast elkaar gelegen landbouwbedrijven aan de Langemunt in Erpe- Mere. Beide bedrijven liggen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Jaren geleden heeft de tussenkomende partij, zonder stedenbouwkundige vergunning, een stal gebouwd, aansluitend op de bestaande bedrijfsgebouwen. Deze nieuwe stal komt tot op een deel van de grens van een perceel van de verzoekende partijen, waarbij wel moet worden opgemerkt dat de stal grenst aan een wei, en dat de afstand van de stal tot de dichtstbijzijnde hoek van een gebouw van de verzoekende partijen ongeveer 50 meter bedraagt. Dat gebouw is een oude vierkantshoeve, waarvan het woongedeelte geen uitzicht heeft op de kwestieuze stal. In de muur die op de perceelgrens staat is een ventilator aangebracht die de stallucht op het perceel van de verzoekende partijen blaast. 1.
- De tussenkomende partij beschikt over een vergunning door aktename voor 80 runderen, geldend tot 1 september
- Eerste verzoeker dient een strafklacht in. Op 20 december 2005 meldt de tussenkomende partij een verandering van zijn inrichting (bij toepassing van de procedure voorzien in artikel 27, § 2, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna : milieuvergunningsdecreet), die inhoudt dat alle 80 runderen worden geplaatst in de kwestieuze stal (dit is een regularisatie van een reeds gerealiseerde verandering). Zowat gelijktijdig wordt ook een stedenbouwkundige regularisatievergunning gevraagd. Op 30 mei 2006 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Erpe-Mere de stedenbouwkundige vergunning. Op 6 juni 2006 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Erpe-Mere wel de milieuvergunning, bij wege van aktename. Als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd dat de ventilator in de muur tegen het perceel van de verzoekende partijen moet worden verwijderd en de opening moet worden dichtgemaakt. 1.
- De tussenkomende partij tekent beroep aan tegen de weigering van de stedenbouwkundige vergunning. De verzoekende partijen tekenen beroep aan tegen het verlenen van de milieuvergunning. VII-36.903-3/5 1.
- Volgende adviezen worden verleend betreffende het beroep tegen de milieuvergunning : - de afdeling Milieuvergunningen adviseert gunstig; - het agentschap Ruimtelijke Ordening adviseert ongunstig; - de Vlaamse Landmaatschappij adviseert gunstig; - de provinciale milieudeskundige adviseert ongunstig; - de Provinciale Milieuvergunningscommissie adviseert ongunstig. 1.
- Op 7 december 2006 wordt de bestreden beslissing genomen : het beroep wordt verworpen;
- De ontvankelijkheid 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord doet kennen dat zij op 19 april 2007 het beroep van de tussenkomende partij tegen de weigering van de stedenbouwkundige vergunning heeft verworpen en dat die weigering definitief is geworden; 2.
- Overwegende dat bij toepassing van artikel 5, § 2, derde lid, van het milieuvergunningsdecreet de bestreden milieuvergunning van rechtswege is vervallen door de definitieve weigering van de stedenbouwkundige vergunning; dat de vordering bijgevolg doelloos is geworden; dat, aangezien het beroep niet kennelijk onontvankelijk noch kennelijk ongegrond was, en de verzoekende partijen tijdens de termijn voor het indienen van het verzoek tot voortzetting van de procedure nog geen zekerheid konden hebben over de definitieve weigering van de stedenbouwkundige vergunning, zij niet moeten instaan voor de kosten, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. VII-36.903-4/5 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien november tweeduizend en acht, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-36.903-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.905 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.514 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div